|
INDEX :
- A -aërosolenKleine vaste en vloeibare deeltjes die door de atmosfeer zweven.
afvallozing Het dumpen van afval in de rivieren en zeeën.
afwentelen Het milieu of anderen opzadelen met de nadelen van onze welvaart.
afwenteling Situatie waarbij veel meer mensen last hebben van milieuproblemen dan alleen de veroorzakers van de problemen.
agro-forestry Een combinatie van éénjarige gewassen met struiken en of boomcultures (om bodemafspoeling tegen te gaan).
ammoniak Verbinding van stikstof en waterstof, weergegeven door de formule NH2. Ammoniak komt vrij bij de afbraak van stikstofhoudende stoffen in dierlijke mest.
- B -bedekkingsgraadMate waarin het aardoppervlak door vegetatie wordt bedekt.
beheersgebied De boeren in zo'n gebied houden bij hun bedrijfsvoering ook rekening met natuur en landschap. Omdat zij hierdoor minder inkomsten uit hun bedrijf halen komen zij in aanmerking voor een aanvullend inkomen.
behoefte Iets dat je nodig hebt of graag wilt hebben.
bezielde energie Energie opgwekt door menselijke en dierlijke spierkracht.
bodem Bovenste veranderde deel van de grondsoort.
bodemerosie De aantasting van de kwaliteit van de bodem door het onoordeelkundig handelen van de mens. Het kan uiteindelijk leiden tot de definitieve vernietiging van de bodem.
bodemerosie Afvoer van de toplaag van een bodem door stromend water of door de wind.
broeikaseffect Een temperatuurstijging door een toename van het CO2-gehalte (koolzuurgas) in de dampkring.
broeikasgassen Gassen die de uitgestraalde warmtestralen van de aarde goed opnemen en later weer terugstralen naar de aarde. (Vooral kooldioxyde, cfk's, ozon, methaan en stikstofverbindingen)
Bruto Nationaal Product (BNP) Het totaal aan inkomsten in een gebied of land (per jaar). Meestal wordt dit omgerekend in US-dollars en gedeeld door het aantal inwoners (het zgn. BNP/hfd).
buffercapaciteit De mogelijkheid van de natuur om schadelijke stoffen op te slaan, zonder dat het ecosysteem daardoor achteruit gaat.
- C -cadmiumEen zwaar metaal dat bij hoge concentraties tot nierbeschadigingen kan leiden.
cash-crop Gewassen die door de lokale bevolking van een in oorsprong zelfvoorzienende samenleving voor de markt worden geproduceerd.
CFK's Chloorfluorkoolwaterstoffen. Gassen die de ozonlaag aantasten.
CH4 Methaan of aardgas. Komt vrij tijdens het inkolingsproces, uit moerassen en rijstplantages.
chemische verwering Het oplossen van mineralen in de bodem waardoor voedingsstoffen voor de planten ontstaan.(Hierbij spelen scheikundige processen een belangrijke rol)
chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's) Gasvormige verbindingen o.a. gebruikt in koelvloeistof die een rol spelen bij de versterking van het broeikaseffect en bij de afbraak van de ozonlaag.
CO2 Kooldioxyde. Een gas dat vrij komt bij verbranding van fossiele brandstoffen. Verder is het van belang voor de planten.
complexiteit De relaties tussen plant en dier (relaties) in een ecosysteem.
concentratie in de voedselketen Proces waarbij giftige stoffen zich ophopen in de hogere consumentenniveaus (topcarnivoren).
conflicterend ruimtegebruik Ruimtegebruik waarbij de ene activiteit de andere bedreigt.
consumenten Planteneters en vleeseters.
contourbouw Een vorm van ploegen waarbij de voren loodrecht op elkaar staan om winderosie tegen te gaan.
conventionele elektriciteitscentrale Elektriciteitscentrale die fossiele brandstoffen verstoken. Ook wel thermocentrales genoemd.
conventionele kolencentrale Traditionele elektriciteitscentrale die op steenkool wordt gestookt.
critical load Duurzame depositieniveau tegen zure regen; critical loads zijn een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde schatting van het maximale niveau van zure regen dat niet leidt tot schade aan ecosystemen.
cultuurtechniek Verzameling van technieken die van belang zijn bij het in cultuur brengen en houden van landoppervlakten.
- D -dampkringEen dikke laag gassen om de aarde.
debiet Hoeveelheid water die in een bepaalde tijd (bijv. per seconde) door een rivier stroomt.
decentrale elektriciteitsopwekking Opwekking van elektriciteit buiten de centrale om.
depositie Neerslag of afzetting van luchtverontreinigende stoffen op bodem, water, planten dieren of gebouwen. Het gaat in milieu verband om depositie van verzurende en vermestende stoffen. Gebeurt deze neerslag in droge vorm dan spreken we van droge depositie; worden verzurende gassen door de neerslag afgezet dan spreken we van natte depositie.
desertificatie Uitbreiding van de woestijn en/of het woestijnlandschap. De oorzaak hiervan ligt meestal bij de mens.
destructie productie Een vorm van produceren die niet duurzaam is en waarbij voor toekomstige generaties de voorraden aan energiebronnen, grond- en hulpstoffen dreigen uitgeput te raken.
diffuse lozingen Situatie waarbij afvalstoffen op zeer veel verschillende plaatsen in het milieu worden gebracht (bijv. bij het verkeer en in de landbouw).
diversificatie Het spreiden van het energiegebruik over een aantal energiedragers om kwetsbaarheid te verminderen.
diversiteit De soortenrijkdom aan planten en dieren (elementen) in een ecosysteem.
doelgroep Maatschappelijke sector verantwoordelijk voor een deel van de uitstoot van verzurende stoffen. Van iedere doelgroep wordt specifieke maatregelen verwacht voor het beperken van de uitstoot van verzurende stoffen.
draagfunctie Het dragen van menselijke activiteiten door het natuurlijke milieu.
draagfunctie Het natuurlijk milieu wordt gebruikt als opslagplaats.
draagkracht Het vermogen van de natuur om de gevolgen van menselijk ingrijpen op te vangen, zonder dat het natuurlijk evenwicht wordt verstoord.
draagvermogen Capaciteit van ecosystemen om menselijke activiteiten te accepteren.
drinkwatervoorziening Het geheel van activiteiten dat er op gericht is landbouw, industrie en huishoudens te voorzien van water van goede kwaliteit.
droge depositie Het rechtstreeks afzetten van luchtverontreinigende stoffen (gasvormig of vast) op bijvoorbeeld planten, bodem, wateroppervlakken of gebouwen.
droge ecosystemen Alle levensgemeenschappen (dus eenheden tussen planten, dieren, lucht en water) die boven de waterspiegel liggen).
duurzaam Het gebied zo gebruiken dat de natuurlijke voorraden niet opgaan. Dus bv. niet alleen bomen kappen, maar ook weer aanplanten. Door de juiste hoeveelheid mest toe te dienen blijft de chemische vruchtbaarheid van de bodem ook intact.
duurzaam toerisme Duurzaam toerisme wil zeggen dat een toeristengebied zo wordt gebruikt dat ook toekomstige generaties toeristen kunnen genieten van attracties. Hierbij wordt dan het milieu, natuur en landschap en de oorspronkelijke cultuur beschermd. Ook moet de lokale bevolking economisch van het toerisme profiteren.
duurzaam toerisme Een manier van gebruik van een toeristengebied die er voor zorgt dat ook toekomstige generaties toeristen kunnen genieten. Betreft: bescherming van milieu, natuur en landschap en de oorspronkelijke cultuur van een toeristengebied. Tevens moet de lokale bevolking economisch van het toerisme profiteren.
duurzame ontwikkeling Het milieu gebruiken voor eigen behoeften, waarbij geen schadelijke gevolgen ontstaan voor toekomstige generaties (gebruikers).
duurzame samenleving Een samenleving die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in gevaar te brengen.
dynamiek De schommelingen rondom het natuurlijk evenwicht van een ecosysteem.
dynamisch evenwicht Gelijk blijven van de structuur van ecosystemen onder invloed van stromingen.
- E -ebPeriode van laagwater.
economisch systeem De manier van werken in een bepaald gebied en de manier waarop de prijzen tot stand komen.
economische schaarste De kosten van winning van een grondstof of energiebron zijn zo hoog dat deze beperkt wordt.
ecosysteem Een deel van ons natuurlijk milieu. Tussen de levende (dieren en planten) en niet-levende onderdelen (lucht, water en bodem) worden stromen en kringlopen op gang gehouden in een zeker evenwicht.
ecosysteem Een ruimte waarbinnen een uitwisseling plaatsvindt van materie en energie tussen de levende en de dode natuur. Planten nemen bv. voedingsstoffen op uit de bodem en geven humus terug. Er is van nature een evenwichtssituatie, die echter door eutrofiëring verstoord wordt.
ecosysteem Een tot evenwicht gekomen leefgemeenschap, bestaande uit biotische en abiotische elementen met een zekere tolerantie en een grote mate van zelfregulatie.
Ecotax Benutten van fiscale instrumenten om milieudoelstellingen te realiseren.
emissie Uitstoot of uitworp (van verontreinigende stoffen).
end-of-pipe maatregelen Maatregelen die genomen worden om het milieu te verbeteren, nadat de afvalstoffen al geloosd zijn.
energie Het vermogen om arbeid te verrichten.
eutrofiëring Het voedselrijk worden van het milieu (b.v. water) door lozing van allerlei afvalstoffen.
eutrofiëring Verrijken van water en bodem met voedingsstoffen. Gevolg is dat het ecosysteem wordt aangetast. (Degradeert)
eutrofiëring Verstoring van het ecosysteem door meststoffen (een paar soorten gaan overheersen en verdringen de oorspronkelijke soorten).
eutrofiëring Toename van de hoeveelheid plantenvoedingsstoffen (nitraat, fosfaat) in de bodem of water; meestal gaat hierdoor de natuurwaarde achteruit doordat het aantal planten- en diersoorten in een ecosysteem achteruitgaat
evapotranspiratie Het totaal van evaporatie (de verdamping) en de transpiratie (verdamping via de vegetatie).
evenwicht in de natuur Gelijk blijven van de structuur van ecosystemen onder invloed van stromigen.
exportgewassen Landbouwproducten die speciaal voor de buitenlandse markt worden geproduceerd.
- F -ferralsolenIJzerrijke tropische bodems.
fietstoerisme Onder fietstoerisme verstaan we dat vakantie- gangers op de fiets naar hun vakantiebestemming reizen. Fietsen is erg gezond en bovendien milieuvriendelijk. Het fietstoerisme neemt de laatste tijd erg toe in populariteit.
fosfor Belangrijk voedselelement voor de planten. het komt vooral voor in de vorm van fosfaat.
fossiele brandstoffen Bruinkool, steenkool, aardolie en aardgas. Brandstofffen die in het verleden ontstaan zijn uit organisch materiaal.
fotochemische luchtveronreiniging Mengsel van luchtverontreinigende stoffen dat ontstaat door chemische reacties onder invloed van zonlicht, tussen zuurstof in de lucht en bepaalde stoffen in de lucht (vooral stikstofoxiden en koolwaterstoffen of andere organische stoffen). Een belangrijke component van fotochemische luchtveronreiniging is ozon.
fotosythese Proces waarbij straling met water en koolstofdioxide chemische energie en zuurstof vormt.
fragiel ecosysteem Ecosysteem dat gevoelig is voor externe ingrepen.
fragiel systeem Een ecosysteem met een lage dynamiek en hoge diversiteit en complexiteit.
functie Taak die vervult wordt door het natuurlijk milieu t.b.v. de samenleving.
fysiek milieu Het cultuurlandschap. Het door de mens veranderde fysisch milieu. Bijvoorbeeld een moeras (fysisch milieu) waarvan de mens een polder (fysiek milieu) heeft gemaakt.
fysisch milieu Natuurlijke gesteldheid van een gebied.
- G -gebruiksenergieDe vorm waarin energie wordt gebruikt. (warmte, licht of beweging)
genenbanken Opslagplaatsen waar zaad wordt bewaard van alle bekende plantensoorten.
geologische schaarste De betreffende stof is niet meer winbaar; of door uitputting of door afspraken worden bepaalde gebieden te ontzien.
gesloten kringloop In de economische en ecologische kringloop blijven grond- en hulpstoffen steeds functioneel aanwezig door een permanent systeem van hergebruik. Er treed geen milieuvervuiling op.
global village Term die aangeeft dat alle delen van de wereld steeds meer met elkaar te maken krijgen.
grenslaag Onderste deel van de atmosfeer waar de weerprocessen zich afspelen.
grensmilieu Geleidelijke overgang tussen verschillende ecosystemen, waarbij de diversiteit hoog kan worden.
groene revolutie Moderne landbouwtechnieken gebruik makend van in laboratoria ontwikkelde variëteiten toegepast in de Derde Wereld om te helpen de voedselproblematiek op te lossen.
grondsoort Uitgangsmateriaal waarin bodems gevormd kunnen worden.
grondwaterstand De diepte van het grondwater.
- H -herbebossingHet planten van nieuwe boompjes.
hergebruik Opnieuw gebruiken van grondstoffen.
hoofdstuk 2 vliegtuigen Om de geluidshinder van de vliegtuigen te verminderen probeert Schiphol de H2-vliegtuigen (lawaaiige vliegtuigen) te weren.
hoogveen Organisch materiaal (deels afgestorven), dat zich boven de grondwaterspiegel bevindt en dat alleen via neerslag vocht ontvangt.
horizonten Gelaagdheid die in bodems ontstaat door verplaatsing van materiaal.
hydro-electriciteit Electriciteit opgewekt met behulp van stromend (of vallend) water.
- I -imerDe verschillende uitbreidingsvarianten van Schiphol zijn onderworpen aan de Imer (Integraal Milieu-Effect Rapportage). Tot de onderzochte milieu-criteria behoren geluid, externe veiligheid, luchtverontreiniging en gezondheid.
indirecte voedselproductie Productie waarbij hoogwaardig plantaardige voedingsstoffen worden omgezet in vlees, zuivel of eieren. Hierbij treedt altijd verlies op aan voedingswaarde.
informatiefunctie Het verschaffen van kennis door de natuur.
ingreep Iedere verandering in het milieu die door mensen wordt aangebracht.
inklinking Het verschijnsel dat door waterverlies een grondsoort in volume afneemt. Komt vooral voor bij veen en in mindere mate bij klei. Het gevolg is bodemdaling.
inklinking Bodemdaling door onttrekking van water aan de bodem (de grond wordt gelijktijdig ook compacter en steviger).
inspoelingslaag Laag waarin materiaal wordt aangevoerd.
integraal ketenbeheer Zie: gesloten kringloop.
integraal milieu effect rapportage De verschillende uitbreidingsvarianten van Schiphol zijn onderworpen aan de Imer (Integraal Milieu-Effect Rapportage). Tot de onderzochte milieu-criteria behoren geluid, externe veiligheid, luchtverontreiniging en gezondheid.
intensieve landbouw Landbouw, waarbij de productiefactoren natuur, arbeid en kapitaal optimaal gebruikt worden (dus: oppervlakte-intensief, arbeidsintensief en kapitaalintensief).
intensieve veeteelt a: op te vatten als zuivelveeteelt. b: op te vatten als bio-industrie, waarbij het gaat om de grootschalige productie van vlees en eieren.
intensiveren Veranderingen in een bedrijf waardoor de productiefactoren natuur, arbeid en kapitaal beter gebruikt worden.
intensivering Maatregelen om vaker en meer van een oppervlak te oogsten.
interne dynamiek Schommelingen in de processen binnen een ecosysteem.
inversie (bijv. van temperatuur) Omkering van het normale patroon. In dit geval neemt in een luchtlaag de temperatuur toe bij grote hoogte.
- J -Terug naar de Index
- K -kaliumDe derde belangrijke voedingsstof voor de plant. In tegenstelling tot stikstof en fosfor komt het weinig voor in dierlijke mest en wordt daarom in de vorm van kunstmest toegediend.
katalysator Onderdeel in het uitlaatsysteem van auto's dat een groot deel van de stikstof uit de uitlaatgassen verwijdert.
katalysator Een filter geplaatst op auto's die er voor zorgt dat er geen koolmonoxide, koolwaterstoffen en stikstofoxiden in de uitlaatgassen omzet in waterdamp en stikstof.
ke De kosteneenheid (Ke) is een meeteenheid om de geluidszones rondom Schiphol te bepalen. De Ke drukt de geluidsbelasting uit in een getal door landende en stijgende vliegtuigen over het gehele etmaal voor een bepaalde plaats te meten.
klimaat Gemiddelde (weers)toestand van de atmosfeer in een groot gebied en over een lange periode (meestal 30 jaar).
koelwater Water dat wordt gebruikt voor de koeling van hete onderdelen. Dit gebeurt o.a. bij (thermo-) elektriciteitscentrales.
koelwater Water uit rivieren, meren of zeeën dat wordt gebruikt voor koeling van de stoom in (thermo-) elektrciteitscentrales.
kooldioxyde Een gas in de dampkring dat heel goed warmtestralen op neemt en terugstraalt.
koolwaterstoffen Verbindingen van uitsluitend koolstof en waterstof, weergegeven door de formule CxHy. De term koolwaterstoffen wordt ook wel gebruikt voor vluchtige organische stoffen in het algemeen.
koper Een zwaar metaal dat bij hoge concentraties in het voedsel tot vergiftigingsverschijnselen kan leiden.
kosteneenheid De kosteneenheid (Ke) is een meeteenheid om de geluidszones rondom Schiphol te bepalen. De Ke drukt de geluidsbelasting uit in een getal door landende en stijgende vliegtuigen over het gehele etmaal voor een bepaalde plaats te meten.
kringloop Rondgang door het milieu van bijvoorbeeld water, gesteente, mineralen of lucht.
kringloop van mineralen Weg die wordt afgelegd door voedingsstoffen in sommige ecosystemen, waarbij omgezet organisch materiaal weer wordt gebruikt bij de opbouw van het organisch deel van een ecosysteem.
kunstmest Niet-dierlijke mest. Wordt uit anorganische stof (gesteenten) in fabrieken gemaakt.
kwelder Begroeid kleigebied aan de kust dat alleen bij extra hoge waterstanden onder water loopt.
kwelwater Water dat via de ondergrond stroomt en in een ander gebied naar buiten treedt.
kwetsbaar ecosysteem Een ecosysteem met een sterke samenhang tussen een grote hoeveelheid plante- en diersoorten. Menselijk ingrijpen brengt zo'n systeem snel uit zijn natuurlijk evenwicht.
- L -laeqDe Laeq is een meeteenheid om de geluidszones voor de nachtvluchten rondom Schiphol te bepalen. De Laeq is gebaseerd op het gemiddelde geluidsniveau van vliegtuigen binnenshuis, berekend over alle nachten van een geheel jaar. De Laeq wordt uitgedrukt in decibels.
lage NOx-verbrandingstechnologie Technische voorzieningen aan branders en/of constructie van vuurhaard en ketel die tot temperatuursverlaging leidt en hierdoor de vorming van stikstofoxiden tegengaat.
landdegradatie De vermindering van de kwaliteit van de bodem.
landinrichtingsprojecten Veranderingen in de inrichting van een gebied om de landbouw, recreatiemogelijkheden, natuur en bereikbaarheid te verbeteren.
landschap Het zichbare deel van ons milieu.
leerfunctie De natuur verschaft ons kennis over bijvoorbeeld medicijnen en landbouwgewassen.
lekverliezen Wanneeer stofkringlopen niet gesloten zijn kunnen stoffen op het verkeerde moment op verkeerde plaatsen in verkeerde vormen in het milieu terecht komen.
limieten Grenzen waarbinnen een ecosysteem kan terugkeren naar de evenwichtssituatie.
- M -M.A.C.-waardeDe maximaal aanvaardbare concentratie van stoffen waaraan men bloot mag staan.
mengvoederbedrijven Bedrijven die allerlei soorten landbouwproducten kopen en daarvan mengsels samenstellen die voor alle dierensoorten anders zijn.
mestbank Een organisatie die bemiddelt tussen gebieden met een mestoverschot en gebieden met een mesttekort.
mestprobleem Bij bio-industrie is de hoeveelheid dieren op een bedrijf zo groot, dat er meer mest wordt geproduceerd dan dat er nodig is voor de groei van de planten. Het teveel aan mest trekt de grond in en bedreigt dan de kwaliteit van het grondwater en (op den duur ook) het drinkwater. Behalve vervuiling van de bodem en het water wordt ook de lucht aangetast! Denk aan het ontstaan van "zure regen".
milieu Onder milieu verstaan we het geheel van atmosfeer, bodem, water en geluiden die van invloed zijn op het welzijn van plant, dier en mens. Zie ook: milieugevolgen
milieu De (natuurlijke) omgeving waarin een mens leeft.
milieu -effectrapportage Een wettelijk vereist rapport waarin, voordat een bepaald project uitgevoerd wordt (b.v. een autosnelweg) de gevolgen (effecten) voor ons milieu worden berekend en beschreven. Als de MER negatief uitvalt kan een plan uitgesteld worden of het moet worden veranderd. Eventueel kan het zelfs niet doorgaan.
milieuaantasting Hierbij vernietigt de mens ecosystemen geheel of gedeeltelijk.
milieubeheer Maatregelen gericht op het behoud van het natuurlijk milieubeleid.
milieubeheer Het in standhouden van de kwaliteit en de kwantiteit (de rijkdom) van de aardse omgeving.
milieubeleid Een geheel van sturingsprocessen waarbij rekening wordt gehouden met de eigenschappen van het natuurlijk milieu.
milieu-effect Een verandering in het milieu als gevolg van een ingreep.
milieueffectrapportage (MER) Onderzoek naar gevolgen voor het milieu bij mogelijke veranderingen in de menselijke activiteiten.
milieugebruiksruimte Hoeveelheid energie, niet vernieuwbare grondstoffen, water, hout en landbouwgrond die we zodanig kunnen gebruiken dat de mogelijkheden voor de toekomstige generaties gewaarborgd zijn.
milieugebruiksruimte De mogelijkheden die natuur en milieu bieden aan de maatschappij zonder afbreuk te doen aan toekomstige gebruiksmogelijkheden. De milieugebruiksruimte (MGR) moet worden gedeeld met andere soorten, toekomstige generaties en met andere mensen binnen onze generatie.
milieugebruiksruimte/per land Wereldgebruiksruimte gedeeld door het aantal wereldburgers, maal het aantal inwoners van het betreffende land.
milieugevolgen Voor het kunnen ontvangen van toeristen zijn veel voorzieningen nodig. De aanleg van wegen, skihellingen en hotels gaat ten koste van oppervlakte natuur. Ook het extra drinkwater dat voor de toeristen nodig is kan leiden tot verdroging van de natuur. Bovendien kunnen veel toeristen de rust in de natuur verstoren. Zie ook: milieu
milieuhygiene Met betaalbare technische maatregelen weet men de milieudruk aanvaardbaar te maken/houden.
milieuhygiëne Vaststellen van normen waardoor de lucht, water en bodem enigszins schoon moeten blijven.
milieukartering Op kaart vastleggen van verschillende eigenschappen van het natuurlijk milieu.
milieunormen Grenzen tot waar vervuiling van water, lucht en bodem mogen gaan.
milieuprobleem Probleem dat ontstaat als het menselijk ingrijpen boven de draagkracht van de natuur uitgaat.
milieustatistiek Verzameling van meetgegevens over eigenschappen van het natuurlijk milieu.
milieu-uitputteng Onstaat als we te snel de grondstoffen en energiebronnen opmaken.
milieu-uitputting Het in een te hoog tempo gebruiken van natuurlijke hulpbronnen.
milieuvervuiling Hiervan is sprake als we te veel of ongewenst afval aan bodem, water of lucht toevoegen.
mineralenbalans Evenwicht dat in een ecosysteem bestaat tussen planten, bodem, lucht en water, in gebruik en afgifte van mineralen.
mineralisatie Proces, waarbij plantenresten langzaam worden afgebroken, meestal door contact met de lucht.
- N -nationaal milieubeleidsplannationaal milieubeleidsplan: zie NMP
nationale parken Voor de natuur gereserveede delen van een land.
natte depositie Zure stoffen die samen met regenwater (hagel en sneeuw of mist) neerslaan (op bodem wateroppervlakken, of gebouwen).
natte ecosystemen Levensgemeenschappen (samenhangende eenheden van planten, dieren, lucht, water, bodem) onder de waterspiegel of op gelijke hoogte daarmee.
natuurlandschap De opbouw van het landschap door natuurelementen zoals reliëf, bodem, gesteente, plantengroei.
natuurlijk milieu De natuurlijke leefomgeving van de mens die hij nodig heeft om te kunnen voortbestaan.
natuurvakantie Vakantie waarin de toeristen vooral de natuur centraal stellen in het bestemmingsgebied.
negatief terugkoppelingssysteem Beïnvloeding gericht op terugkeer naar het evenwicht.
neo-kolonialisme Situatie waarbij (arme) landen politiek zelfstandig zijn, maar in economisch opzicht moeten doen wat rijke landen voor schrijven.
nimby-syndroom Het verschijnsel dat mensen een bepaalde hinderlijke activiteit niet in hun buurt willen hebben, bijvoorbeeld de geluidhinder van vliegtuigen of de Betuwelijn.
NOx Stikstofoxyden. Komen vooral vrij door het wegverkeer. Kan zowel een verzurende als een vermestende invloed hebben.
nutriënten Voedingsstoffen voor de planten.
nutriëntenbalans Het evenwicht van voedingsstoffen in de bodem. (De hoeveelheid voedingsstoffen die planten gebruiken komt weer terug.) Worden er meer voedingsstoffen aan de bodem toegevoegd dan de gewassen kunnen opnemen dan spreken we van een verstoorde nutriëntbalans.
nuttige neerslag Het gedeelte van de neerslag waar de planten over kunnen beschikken om te groeien.
- O -omkeerbare processenDe schade die veroorzaakt is, kan nog hersteld worden.
onbezielde energie Energie afkomstig uit fosiele brandstoffen, uranium, wind, aardwarmte, stromend water en zonnestraling.
onbezielde energie Energie afkomstig uit de verbranding van steenkool, aardgas, aardolie, uit wind, vallend en stromend water.
onderwerken (injecteren) van mest Voor grasland injecteren van mest in de bodem of in de zode; voor bouwland onderploegen van mest bij het uitrijden daarvan in één of in twee onmiddelijk op elkaar volgende werkgangen.
onkruid Alle planten die niet gewenst zijn op een bepaald oppervlak.
ontbossing Menselijke activiteiten (b.v. kappen of verbranden van bomen in de tropen) die leiden tot het verdwijnen van bossen. Het ecosysteem wordt verwoest.
overbemesting Meer mest aan de landbouwgronden toevoegen dan de planten kunnen opnemen. Zie ook: vermesting.
overexploitatie Een manier van akkerbouw en/of veeteelt waarbij te veel gevraagd wordt van de bodem en/of de natuurlijke vegetatie waardoor landdegradatie onvermijdelijk is.
ozon Molecuul dat bestaat uit drie atomen zuustof (weergegeven door de formule Os) en dat in hogere luchtlagen een deel van het ultra-violette zonlicht tegenhoudt en dat dicht bij de grond een rol speelt bij verzuring en broeikaseffect. Ozon is een sterk oxiderend gas dat bij mens en dier het longweefsel kan aantasten en bij bomen en planten bladbeschadiging en groeibeperking geeft.
ozonlaag Een laag in de stratosfeer op 25 tot 35 km hoogte met relatief veel ozonmoleculen. Deze laag absorbeert veel UV-straling.(=beschermt tegen gevaarlijke ultraviolette zonnestraling)
- P -pH-waardeEen maat voor de zuurgraad. Negatieve logaritme van de concentratie van waterstofionen. Een lage waarde betekent een hoge zuurgraad. Een verlaging van de pH met één eenheid betekent een verhoging van de zuurgraad met een factor 10.
piekflow Een periode van hoge (maximale) afvoer van (verontreinigd) water door een rivier.
plantage Landbouwbedrijf in de tropen, waar één landbouwproduct wordt geproduceerd dat grotendeels wordt uitgevoerd.
positief terugkoppelingsmechanisme Beïnvloeding gericht op het verwijderen van een evenwicht.
primaire energiebronnen De leveranciers van onbezielde energie.
procesemissie Elke uitstoot van en verontreinigende stof die niet wordt veroorzaakt door verbranding.
producenten De planten die in staat zijn om straling om te zetten in chemische energie.
productiefunctie De natuur zorgt ervoor dat de mens over allerlei producten kan beschikken zoals voedsel, gronstoffen, schoon water enz.
produktiemilieu Factoren buiten de onderneming, die op de vestiging en het functioneren van die onderneming van invloed zijn.
puntlozingen Een systeem waarbij afvalstoffen op een beperkt aantal plaatsen in het milieu worden gebracht (bijv. fabrieken).
- Q -Terug naar de Index
- R -rangorde in de natuurDe volgorde van belangrijkheid van stromen en kringlopen in de natuur. Zo zijn de stromen en kringlopen in een klein stukje natuur afhankelijk van grote stromen en kringlopen op aarde.
rangorde van natuurlijke processen De volgorde van belangrijkheid van natuurlijke processen.
rangorde van werkingssferen Afhankelijkheid van processen van gebeurtenissen in hoger gelegen sferen.
recycling Meerdere keren gebruiken van dezelfde grondstof.
reducenten Organismen die organisch materiaal afbreken tot de oorspronkelijke bouwstoffen (mineralen).
reeks van milieu effecten Een kettingreactie van een aantal opeenvolgende veranderingen in het milieu als gevolg van een ingreep.
regelfunctie Het vermogen van de natuur om de natuurlijke stromen en kringlopen op gang te houden en het evenwicht op aarde te behouden.
regiem De schommelingen in de afvoer of debiet van een rivier gedurende het jaar.
regulatiefunctie Het vermogen van de natuur om zelf stromen en kringlopen in stand te houden.
relatieve afstand De tijd die nodig is om van de ene plaats naar de andere te gaan.
reservaatgebied Gebied waar de agrarische belangen moeten wijken voor natuur en landschap. Het gebied komt onder beheer van de overheid of van natuurbeschermingsorganisaties.
reverse thrust Dit is het gebruik maken van straalomkeerders tijdens het uitlopen van de landing om bij te remmen; maakt veel lawaai.
robuust ecosysteem Een ecosysteem met een minder hechte samenhang tussen een beperkte hoeveelheid planten- en diersoorten. Door menselijk ingrijpen raakt zo'n systeem minder snel uit zijn evenwicht dan een kwetsbaar ecosysteem.
robuust systeem Een ecosysteem met een hoge dynamiek en een lage diversiteit en complexiteit.
rookfgasdenitrificatie Een proces waarbij de stikstofoxiden in het rookgas worden omgezet in stikstof. Bij selectieve katalytische reductie wordt het rookgas daartoe na toevoeging van ammoniak (NH3) over een katalysator geleid. NOx en NH3 reageren samen tot stikstof en water.
rookgasontzwaveling Een chemisch proces waardoor zwaveldioxide uit de rookgassen wordt verwijderd. In een veel gebruikt procédé wordt het rookgas met een kalk/water-mengsel gewassen. Het zwaveldioxide wordt gebonden tot calciumsulfiet en vervolgens geoxideerd tot calciumsulfaat (gips).
ruilverkaveling Veranderingen in een gebied om de agrarische bedrijfsvoering te verbeteren. Dit is ooit begonnen met het ruilen van stukken grond (kavels), zodat de boeren grotere, aaneengesloten stukken kregen. Tegenwoordig wordt meer aan landinrichting gedaan.
- S -salpeterzuurEen zuur met de formule HNO3, dat ontstaat uit NOx door reactie van water en zuustof. het wordt ook in de bodem door bacteriën gevormd.
schaalniveau Grootte van een gebied dat bestudeerd wordt; de grootte bepaald de aard van de elementen.
schaalvergroting Alle veranderingen in een bedrijf die tot een grotere opbrengst (per persoon of per bedrijf) leiden.
schommelingen Veranderingen in het evenwichtsniveau van ecosystemen.
schone energie Energiebronnen die door het gebruik niet belastend zijn voor het milieu (vooral de stroomenergiebronnen).
secundaire energie Vormen van energie ontstaan door omzetting van primaire energiebronnen.
signaalfunctie Taak die het natuurlijk milieu kan vervullen bij het aangeven van een verstoring.
slik Een kleiachtige wadafzetting.
snuffelpaal Meethuisje dat de mate van luchtverontreiniging meet in een bepaald gebied.
SO2 Zwaveldioxyde. Een gas dat vooral vrij komt bij elektriciteitscentrales en aardolieraffinaderijen. Eén van de gassen die verzuring veroorzaken.
soortenrijkdom Het aantal verschillende dieren en planten dat in een bepaald gebied ( ecosysteem) voorkomt.
spaterosie Losmaken van bodemmateriaal als gevolg van een inslaande regendruppel.
specialisatie Veranderingen in een bedrijf (bijv. in de landbouw) waarbij de nadruk op één of enkele producten komt te liggen.
springvloed Zeer hoog water door de samenwerking van zon en maan.
stadsklimaat De atmosfeer boven een stad is anders dan boven het omringende platteland. Dat is oa. merkbaar aan een hogere temperatuur (veroorzaakt door extra verwarming door woningen, verkeer en industrie), een lagere luchtdruk en meer neerslag.
steenkoolequivalent (ske) Een maat om verschillende energiedrager met elkaar te vergelijken. De hoeveelheid energie die in olie of gas zit wordt dan omgerekend naar steenkool.
stikstof Het meest voorkomende gas in de dampkring. Een belangrijk plantenvoedend element in de bodem. In de bodem komt het voor als NO2 (nitriet) en NO3 (nitraat).
stikstofoxiden De term waarmee een mengsel van stikstofmonoxiden (NO) en stikstofdioxiden (NO2) wordt weergegeven. Stikstofoxiden (NOx) ontstaan bij verbrandingsprocessen vooral door oxidatie van luchtstikstof bij temperaturen van ca 1300 graden C.
stralingbalans Evenwicht tussen de hoeveelheid energie die de aarde ontvangt (licht) en die de aarde uitstraalt (licht en wartmte).
strategische schaarste Geopolitieke of militaire belangen beperken de beschikbaarheid van een grondstof of energiebron.
stratosfeer Deel van de atmosfeer (10 - 20 km hoog) waarin o.a. temperatuurinversie op treedt.
streefgetallen Soort normen die niet zo strak zijn vastgelegd.
stroomenergiebronnen Energie onttrokken aan de stromingen in de natuur.
stroomgebied Het gebied dat afwatert op een hoofdrivier en haar zij- en bij-rivieren. De grens wordt gevormd door een waterscheiding.
structuur van een ecosysteem De manier waarop de verschillende elementen in een ecosysteem zijn gerangschikt.
- T -terugkoppelingsmechanismeBeïnvloeding van het gedrag van een systeem door eigenschappen van het systeem zelf.
textuur Korrelgrootteverdeling (de afmeting van de korrels in de grond).
thermische verontreiniging Milieuproblemen die ontstaan door verwarming van oppervlaktewater.
thermocentrales Elektriciteitscentrales die fossiele brandstoffen verstoken. Ook wel conventionele elektriciteitscentrales genoemd.
toegevoegde waarde Waardeverhoging die bij een product optreedt als het product verder wordt verwerkt.
troposfeer De onderste tien kilometer van de atmosfeer waarin zich de weesrverschijnselen afspelen en waarin wij onze afvalstoffen lozen.
- U -uitputtingEr worden meer grondstoffen uit de natuur gehaald dan er aangevuld worden.
uitspoelin Proces waarbij mineralen uit een bodemprofiel verdwijnen door doorsijpelend regenwater.
uitspoeling Neerwaartse verplaatsing van mineralen in de grond door regenwater.
uitspoelingslaag Laag waaruit materiaal verdwijnt.
ultraviolette straling Een vorm van straling die door de zon wordt uitgezonden en die er voor zorgt dat je bruin wordt.
- V -vaccinfunctieMogelijkheid van complexe ecosystemen om te reageren op verstoringen in nabij gelegen eenvoudig ecosysteem.
veevoedercomplex Mengsel van allerlei landbouwproducten bestemd voor bepaalde soorten vee.
verdroging Het steeds droger worden van de bodem waardoor het ecosysteem verstoord wordt. Hoofdoorzaak is het opzettelijk verlagen van de grondwaterspiegel maar het overmatig onttrekken van vocht.
verdunning Situatie waarbij schadelijke stoffen over een grote ruimte (dikke luchtlaag, veel water) verspreid worden.
vergrassing Toenemende grasgroei (o.a. op de heidevelden) door aanvoer van meststoffen via de lucht.
verkeersintensiteit De hoeveelheid rijdende voertuigen in een bepaald gebied op een bepaalde tijd.
vermesting Het toevoegen van teveel mest aan de bodem of het neerslaan van meststoffen op het land waardoor het ecosysteem verstoord wordt (een paar soorten gaan overheersen en verdringen de oorspronkelijke soorten).
verontreiniging Er wordt meer afval in het milieu gebracht dan de natuur kan verwerken.
verspreiding Het meevoeren en afzetten van schadelijke stoffen door water, wind en neerslag. In milieugeografie aib gaat het vooral om transport en afzetting van zware metalen door rivieren.
verstoringen Veranderingen in ecosystemen waarbij terugkeer naar het evenwicht niet meer mogelijk is.
vervuilende energie Energiebronnen die door het gebruik erg belastend zijn voor het milieu, vooral door de lozing van schadelijke gassen.
verwoestijning Uitbreiding van de woestijn en/of het woestijnlandschap. De oorzaak ligt meestal bij de mens. Het verdwijnen van de planten en bomen waardoor een gebied steeds meer op een woestijn gaat lijken.
verzilting Verzouten van een bodem door verdamping van water, waarbij het zout achterblijft.
verzuring De gevolgen van het neerslaan van zuren (zure stoffen) op wateroppervlakten en bodem.
vestigingsplaatseisen De door de onderneming geformuleerde eisen die aan de vestigingsplaats worden gesteld.
vloed Periode van hoogwater.
vluchtige organische stoffen Vluchtige verbindingen van koolstof met vooral waterstof, zuustof, stikstof en zwavel, die fotochemische reacties kunnen aangaan met stikstofoxiden.
voedselketen Geheel van voedingsrelaties in een ecosysteem.
voorraadenergiebronnen Energiebronnen waarvan door het gebruik de voorraad steeds kleiner wordt.
voorraadkamer (van de natuur) Het milieu is als het ware een soort winkel waar we iets uit kunnen nemen om onze behoeften te voorzien.
- W -wadHoger deel in de Waddenzee dat bij eb droog valt.
wadgeul De aan- en afvoergeulen van het water in het waddengebied.
wadplaat Een zandige afzetting langs een wadgeul.
wantij Gebied onder een waddeneiland waar twee vloedstromen elkaar ontmoeten. (Waterscheiding tussen twee stelsels van wadgeulen)
warmte-eiland Stedelijk oppervlak dat warmer is dan zijn omgeving.
warmte-krachtkoppeling Gelijktijdige productie van zowel stoom en/of warm water (warmte) als electriciteit (kracht).
warmte-kracht-koppeling (WKK) Productieproces waarbij zowel warmte als elektriciteit nuttig wordt gebruikt.
waterbalans Grafiek van de neerslag en de verdamping van een plaats of gebied gedurende een kalenderjaar, aangegeven per maand.
watererosie Het wegspoelen van de grond door stromend water.
waterverbruik Het totaal verbruik van water door huishoudens, industriële bedrijven en landbouw gedeeld door het aantal inwoners van een gebied.
waterverbruiksindex Het quotiënt van het waterverbruik per hoofd van de bevolking en de beschikbare hoeveelheid van zoet water per hoofd van de bevolking.
waterverontreiniging Toestand waarbij water stoffen bevat die er niet in thuis horen.
weer Toestand van de dampkring op een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats.
welvaart Een situatie waarin de mensen ruimschoots in de behoeften kunnen voorzien.
wereldmarkt Internationale relaties tussen bedrijven, waarbij producten (grondstoffen, halffabricaten, eindproducten) worden verkocht.
wervelbedverbranding Systeem van verbranden waarbij de brandstof, aangevuld met stoffen om de zwaveldioxide te binden, constant door een opwaartse luchtstroom zwevend wordt gehouden.
wet van behoud van ellende Regel die aangeeft dat bij iedere omzetting energie- en materiaalverspreiding plaatsvindt, zodat alle technische maatregelen nadelige bijwerking hebben.
wetland Een nat natuurgebied dat een beschermde status heeft.
winderosie Het wegwaaien of verstuiven van de grond.
windsingel Een rij bomen dwars op de heersen windrichting om de kracht van de wind te breken.
woestijnklimaat Klimaat waar de jaarlijkse verdamping goter is dan de neerslag; jaarlijkse neerslag < 200mm.
wolk Een verzameling waterdruppeltjes en/of ijskristalletjes in de dampkring.
- X -Terug naar de Index
- Y -Terug naar de Index
- Z -zeeweringDe kustverdediging.
zelfreinigend vermogen Eigenschap van een ecosysteem (bijv. van het water) om een deel van de verontreiniging op te vangen en af te breken. Bacteriën en zuurstof zijn hierbij erg belangrijk.
zelfvoorzieningsgraad Een begrip dat aangeeft hoeveel een land van een bepaald product zelf voortbrengt. Bij 100% is er precies genoeg voor de eigen bevolking.
zure neerslag De totale neerslag van verzurende stoffen in zowel natte als droge vorm.
zure regen Neerslag (zowel droog als nat) van zure stoffen die bodem, vegetatie, oppervlaktewater en mineralen direct of indirect verzuren.
zuurequivalent Een eenheid waarmee hoeveelheden van verschillende zuurvormende stoffen (SO2, NOx en NH3) aangegeven kunnen worden. 32 gram SO2 of 46 gram NOx of 17 gram NH3 komt overeen met één zuurequivalent.
zware metalen Metalen met een soortelijke massa van meer dan 5 gram/cm3. (Bij milieugeografie aib gaat het vooral om koper en cadmium.) Deze kleine deeltjes komen als afvalstoffen in het milieu terecht en kunnen door ophoping in levende wezens heel schadelijk zijn.
zwaveldioxide (SO2) Chemische verbinding van één atoom zwavel en twee atomen zuustof. Dit gas komt vrij bij het verbranden van fossiele brandstoffen, zoals olie en kolen. SO2 is schadelijk voor mensen, dieren en planten. het tast bij mensen en dieren ademhalingsorganen aan. Bij planten belemmert het de groei. Ook papier, leer en sommige soorten natuursteen worden door deze stof aangetast.
zwavelzuur Een zuur met de formule H2SO4 dat ontstaat door de reactie van zwaveldioxide met zuurstof en water.
zwerflandbouw Kleine vaste en vloeibare deeltjes die door de atmosfeer zweven.
|