Vulkanisme
Geschreven door:
Laurens De Man
Illustraties:
Aardrijkskundelokaal - klik op de plaatjes voor meer info of voor
grotere plaatjes
Ofschoon de huidige vulkanen slechts een gering gedeelte van het aardoppervlak innemen, is het toch een van de belangrijkste geologische processen. Het is een proces waarbij mensen machteloos staan. Denk maar aan de hoge temperaturen waarmee dit proces verloopt. Als wij aan een vulkaan denken, denken wij alleen maar aan de buitenkant en aan de lava die uit de vulkaan komt. Maar eigenlijk gaat het vulkanische proces veel en veel verder dan dit.
Bij een vulkaan begint het grote werk al binnen in de aarde. Er zijn vele vulkanen die een eigen ‘karakter’ hebben. Sommige vulkanen zijn eens in de 400 jaar actief andere in 50 jaar en sommige zelfs om de zoveel minuten. Een groot voorbeeld van zo’n vulkaan met ‘karakter’ is de vulkaan Krakatau daar kun je later in dit verslag nog alles van lezen. Ik zal nu eerst alles op een rijtje gaan zetten om de werking van een vulkaan een beetje duidelijk te maken.
Wat is een vulkaan en waar ontstaan deze?
Een vulkaan is ontstaan door suductiezones, dit
zijn plaatsen waar twee platen over elkaar
schuiven. Door dit schuiven ontstaan er heel vaak
scheuren en/of breuken in de aardkorst. Zodat daar
het magma omhoog kan stromen, en op deze manier
kan uitbarsten.
Om maar even kort samen te vatten waaruit een
vulkaan bestaat, heb ik hier maar drie
hoofdbestanddelen voor, deze zijn: de
magmahaarden, het toevoerkanaal en de vulkaan zelf
aan de oppervlakte (ook wel genoemd het
eruptieapparaat).
In magmahaarden bevindt zich gesmolten gesteente
(magma), deze magmahaarden zitten heel diep onder
de grond. De temperatuur om steen te verbranden
moet heel hoog zijn, je moet denken aan
temperaturen van boven de 1000 graden Celsius. Een
vulkanische eruptie ontstaat als een deel van de
gasfase van het magma vrijkomt in het vloeibare
magma. Bij dit proces moet de gasdruk zo hoog zijn
dat zij het bovenliggende gesteente zeg maar kan
optellen.
In het magma bovenin de magmahaard vormen zich
hele kleine gasbelleltjes. Het magma gaat dan over
in een soort van magma-gas mengsel. Door deze
samenstelling gaat het gas stijgen. tijdens dit
stijgen krijgen de gasbelletjes een steeds groter
volume in de samenstelling. Wanneer de wanden van
de belletjes breken ontstaat er een soort homogene
gasfase, die onder hoge druk zich een weg naar
oppervlakte baant. Het magma wat dan nog tussen de
bellen zat wordt dan meegenomen naar de
aardoppervlakte.
Steeds dieper gelegen
gedeelte van de magmahaard zullen dit proces
ondergaan, omdat de gasdrukperiodiek af- en
toeneemt. Door dit verschijnsel ontstaan ook de
verschillende ‘karakters’ van de vulkanen, waar ik
het al eerder over gehad heb in dit werkstuk.
Bij een eruptie (uitbarsting) komen er in het
algemeen drie produkten uit een vulkaan, namelijk:
gas, as (ook met grover materiaal zoals
vulkanische bommen) en lava. Alle drie deze
produkten tegelijk uitwerpen komt meestal niet
voor. Sommige vulkanen spuwen voornamelijk as, gas
of lava uit.
Er zijn verschillende vormen van vulkanen, hoe
hij er van buiten uitziet heeft meestal te maken
met het soort eruptie-mechanisme. Hiermee bedoel
ik of de vulkaan voornamelijk as, gas, lava of
alle drie tegelijk uitstoot. Dit hangt weer samen
met:
- de chemische samenstelling van het magma,
- de temperatuur en de afkoelings snelheid van
het magma,
- de druk van het gas voor de eruptie en tijdens
in de magmahaard.
De produkten die de vulkaan levert zijn al hele
verschillende produkten, ik zal ze even nader
verklaren:
Vulkanisch gas
De hoeveelheden waarmee dit produkt wordt
geproduceerd zijn enorm, en ze zijn dan ook al
vanaf het begin van de eruptie aanwezig. Tijdens
een eruptie is de pluim van vele kilometers, soms
wel tientallen kilometers hoog, maar niemand weet
de hoeveelheden waarmee het gas zich in de lucht
verspreidt. Ook is niet zeker in wat voor
samenstelling het zich in lucht bevindt. Men gaat
uit dat het voornamelijk uit waterdamp bestaat.
Maar waterdamp kan ook gevormd worden aan de
oppervlakte, als het water van omliggende wateren
door de hitte verdampt.
Lava
Vloeibaar gesteente net als bij magma allen magma
is een mengsel van alle drie. Lava is alleen het
gesteente dat door de onsettende hoge temperaturen
vloeibaar is geworden. Bij de echte lava vulkanen
kan je twee soorten lava onderscheiden, namelijk:
Schollava en Touwlava.
Vulkanisch as, tephra of efflata
Een goede omschrijving van dit as is, het vaste
materiaal wat door een vulkaan wordt geproduceerd
heet samen efflata of tephra. We kunnen namelijk
grote brokstukken rekenen tot as. Wanneer as
verhard wordt, wordt het ook wel tufsteen genoemd.
De verspreiding van de efflata wordt bepaald door
de korrelgrootte van de korrel. Des te groter de
korrel des te minder ver zal hij van de krater
verwijderd worden. Als het efflata zo klein is dat
het as genoemd mag worden. Kan het as in de
bovenste kringen van onze dampkring terecht komen.
En ergens aan de andere kant van de wereld weer
terecht komen of zelfs in de bovenste kringen
blijven. Sommige onderzoekers beweren dat deze
korrels invloed hebben op de terugkaatsing van
zonlicht, dus op de temperatuur op aarde. Dit is
echtelijk nog nooit wetenschappelijk bewezen.
De drie belangrijkste vulkanen:
· Lavavulkanen:
Het hoofdbestanddeel want ze spuwen is magma, wat
dan stolt tot lava. Door dit proces bouwt een
lavavulkaan zich steeds groter.
Ze komen voor in de volgende gebieden:
- Op de oceaanbodem, bijvoorbeeld bij Hawaii en
IJsland
- Op de continenten, bijvoorbeeld bij slenken en
de breuken in het aardoppervlak (Centraal Massief
in Afrika)
Als we kijken naar de buitenkant van zo’n
lavavulkanen kun je ze duidelijk onderscheiden in
twee typen, nl:
a) Schildvulkanen
Deze ontstaat door bij elke uitbarsting lava uit
de krater stroomt. Deze lava die niet alleen maar
een kant op stroomt, maar het lijkt wel of de
centrale krater het lava symmetrisch over de kegel
verdeeld. Zo zoekt de vloeibare steeds het laagste
punt op en wordt de schildvulkaan bijna
symmetrisch met een zeer wijde tophoek.
Schildvulkanen zijn nooit erg hoog, de hellingen
zijn ook zeer flauw. De steilheid bedraagt dan ook
maar enkele graden. Alleen rond de krater kan het
wel tot 10 graden oplopen.
b) Spleeterupties
Deze ontstaan in de barsten of scheuren in het
aardoppervlak (moeilijke benaming zijn tektonische
rekspleten), deze spleten kunnen soms wel
tientallen kilometers lang worden. Zo’n
spleeteruptie noemen ze ook wel eens het IJsland
type, omdat er honderden in IJsland voorkomen.
Maar lang niet allemaal zijn actief, omdat niet
ieder plekje in deze spleten een magma
toevoerkanaal bevat. eruptiepunten vormen zich dan
op enkele tientallen of honderden uit elkaar. Op
deze punten ontstaat een kegel van 10 tot 20 meter
hoog (deze kegels heten ook wel scoriakegels) uit
deze kegels vloeit dan de lava. De lava vloeit wel
in één stroom door de spleet, hierdoor wordt wel
de indruk gewekt dat de hele spleet lava
spuwt.
· Stratovulkanen
Bij dat soort vulkanen is de magma iets viskeuzer
(=taaier, dikker) dan bij de lavavulkanen, door
dit gaat de ontgassing iets moeilijker. Het
belangrijkste van een stratovulkaan is de
kraterpijp, want daarmee bereiken de vulkanische
produkten de aardoppervlakte. Door het
expanderende gas wordt het aardoppervlakte verwijd
tot een krater. Doordat de produkt die het
aardoppervlak bereiken zich ophopen op het
aardoppervlak, zal de vulkaanberg na elke eruptie
steeds groter worden en hierbij dan ook de krater.
het hoopt zich op door afwisselende lagen efflata
(as, brokstukken steen en soms lava). Hierdoor
wordt de vulkaanberg soms zo hoog dat de
vulkanische produkten moeite hebben om nog zo hoog
in berg te komen. Hierdoor zoeken de vulkanische
produkten een andere uitweg, meestal is dit naar
de zijkanten van de vulkaan. Als zo’n uitweg naar
de zijkant ontstaat dan heten deze
adventiekraters. Deze soort kraters kunnen
tegelijk met de hoofd krater in werking zijn. Maar
dan spuwt de hoofd krater zeg maar alleen as of
gas en de adventiekraters het magma. Het komt ook
wel voor dat de adventiekraters de gehele eruptie
activiteit overnemen. Dit is dan meestal wel
alleen periode van de eruptie.
Het beste kun je een stratovulkaan vergelijken
met een flesje fris. Als je deze openmaakt dan
komt er ook het opgeloste gas vrij en neemt
daarbij wat vloeistof mee in vorm van de schuim
die ervan af komt, alleen bij een vulkaan stolt
het schuim tot as een spuwt dit met een grote druk
uit. Als je het flesje frisdrank schudt heb je
misschien hetzelfde effect.
· Eruptietypen
Als je kijkt naar de verschillende eruptie typen
die er bestaan zijn er een heel groot aantal zijn
te onderscheiden betreft karakter van een
individuele eruptie en de tijdsverloop van
bepaalde erupties. Deze eruptietypen zijn vaak
genoemd naar bekende vulkanen die precies dezelfde
eigenschappen hebben als de vulkaan die zo genoemd
wordt. Deze eigenschappen zijn: die diepte van de
magmahaard en op verschillen in taaiheid van het
magma (viscositeit) en ook de chemische
samenstelling speelt een grote rol in het karakter
van een vulkaan.
Voorbeelden van vulkaantypen:
* de Stormboli-type
*het Mt. Pelé-type
*het Vesuvius-type
* het Piliniaanse-type
* het Vulcano-type
* St. Vincent-type
Als voorbeeld zal ik een van de eruptie types
even nader verklaren
Het Pliniaanse type:
De geschiedenis van veel stratovulkanen leert ons
dat er zodra de kegel volgroeid is tot een
kilometer, dat dan de vulkanische activiteit
afneemt, zelfs tot rust is gekomen. Ondertussen
loopt de druk in de magmahaard heel hoog op.
Uiteindelijk ontwaakt de vulkaan (barst uit) met
een zeer grote paroxysmale (=zgn pliniaanse
eruptie). Deze soort van uitbarsten is zo groot
dat niet de eerder gevormde top eraf geblazen
wordt, maar op zo’n moment wordt er zoveel magma
uit de magmahaard meegenomen naar het oppervlak.
Dat na afloop van de uitbarsting er grote
verzakkingen kunnen plaatsvinden in het centrum
van de vulkaan. Ook wordt er in zo’n uitbarsting
grote hoeveelheden tephra meegenomen naar het
aardoppervlak. Deze tephra is al het vaste
materiaal wat een vulkaan meeneemt naar het
aardoppervlak. Deze vaste stoffen kunnen soms met
zo’n enorme druk worden uitgespuwd dat deze delen
soms de stratosfeer kunnen bereiken.
Er ontstaat door al deze verwikkelingen een
zogenaamde caldera. Het synoniem voor caldera is
een reuzekrater. Deze reuzekrater is vele maar dan
ook vele malen groter dan de normale krater die er
eerst was. In deze caldera ontstaan op de bodem
weer kleine kraters die weer hetzelfde proces
ondergaan als haar ‘moeder’
Een aantal bekende voorbeelden van bekende
vulkanen die dit proces kennen:
* de eruptie van de vesuvius, waarbij de plaatsen
Pompei en Herlaneum compleet werden bedolven met
vulkanische produkten
* de eruptie van krakatua waarbij 36400 mensen
werden bedolven en gedood. D.m.v. de paroxysmale
zijn hier in een ‘vloedgolf’ alle mensen
bedolven.
· Viskeuze magma’s; maaren en
ignimbrietstromen
Bij dit proces wordt de lava bij eruptie gelijk
al helemaal verpulverd. Er ontstaan dan zogenaamde
explosie kraters (maaren) en smelttufstromen
(ignimbrieten, dan mengt zich een grote
hoeveelheid as en lava met het hete gas tot een
aërosol die over het aardoppervlak stroomt.
Maaren,
Dit zijn, zoals al gezegd, explosiekraters
waaruit het verpulverde en ook zure magma zo hoog
weggeschoten is, dat zich om de krater geen
vulkaan heeft kunnen vormen, maar hoogstens en
lage ringwal van slakken (=afvalproducten van de
vulkaan). Zo’n explosie krater vult zich meestal
met water, zodat het er als een soort meertje
eruit komt te zien.
Deze maaren zijn meestal maar enkele honderen
meters in diameter, ondanks dat kunnen ze soms wel
één kilometer groot worden.
Ignimbrieten,
Deze stroom lijkt erg op gewone lava , daarom is
het pas recent dat volkanologen belangstelling
hebben voor dit verschijnsel. Men werd namelijk
getroffen daar het feit dat deze zure vulkanieten
werden gekenmerkt door hun uitgestrektheid en door
hen bijna horizontale ligging en door hun grote
omvang. Dit alles wijst erop dat deze vulkanieten
tijdens hen vorming een zeer geringe viscositeit
bezaten.
Karakatau (het Plinaanse-type) een kort verslag
van de uitbarsting in 1883
De uitbarsting van de Krakatau in 1883, vormt de
grootste natuurramp in de menselijke geschiedenis.
Binnen enkele ogenblikken vonden 36000 mensen de
dood. Zij werden in de duisternis van een aswolk
overspoeld door zeegolven van tientallen meters
hoogte
De Krakatau eilanden, eerst bestaande uit de
Rakata- , Dananen- en de Poboewaten vulkanen,
liggen ongeveer 25 kilometers van de kust van
Java. De laatste uitbarsting werd geregistreerd in
1680 en 1981. In 1878 en 1879 nam men enkele
aardschokken waar. Maar die waren voor de Indische
begrippen onbeduidend voor ongerustheid.
Dan op 20 mei 1883 komt de vulkaan plotseling tot
leven met een explosie die 150 kilometer verderop
nog hoorbaar was. Een rookpluim van 11 kilometer
rijst op, maar na een week was de vulkaan weer
rustig. Op 11juni volgt een tweede eruptie die
langdurig aanhoudt. Eind juni is de top van de
Perboewestan-vulkaan weggeblazen. Een
onheilspellend gerommel is tot ver op Java te
horen en de aardschokken zijn hevig.
Uiteindelijk in de morgen van 26 augustus neemt
de activiteit in hevigheid toe. Een aswolk stijgt
op, die de aarde tot ver in de omtrek voor twee
dagen volledig zal verduisteren. Batavia, 160 km
verder, wordt tijdelijk donker. Een regen van
steen, puin en as daalt neer. Tegelijkertijd wijkt
de zee om enkele ogenblikken later met enkele
alles wegvagende golven terug te keren.
Op 27-ste begint ‘s ochtends een tweede hevige
uitbarsting, tegen de middag wordt het weer
minder. Op 28 augustus, om half drie ‘s nachts,
echoot de laatste explosie over de Krakatau.
In 1927 zal een nieuwe aardbeving bij de Krakatau
plaatsvinden, ditmaal zonder slachtoffers. Een
eilandje genaamd ‘Anak Krakatau’ (Kind van
Krakatau) rijst op uit zee. tegen is Anak Krakatau
voortdurend actief met erupties gemiddeld om de
drie jaar.

