![]() |
||
|
Sponzen
Van alle dieren die zijn opgebouwd uit structuren van meerdere cellen is de spons wel de meest eenvoudigste.
Bij een spons ontbreekt het aan gespecialiseerde organen als hart, maag, en darmen. Ook zijn er geen kringloopsysteem
of zenuwbanen aanwezig; ze zijn niets meer dan één groot filtersysteem en dat filtersysteem is enorm efficiënt. Van de ongeveer 10.000 bekende soorten zijn er slechts enkele die in zoetwater leven. Het overgrote deel leeft in zee, van de pool tot de tropen en van ondiepe poeltjes tot de diepe oceaan troggen. Door zijn eenvoudige bouw bezit de spons een groot regeneratievermogen. Als hij, door welke reden dan ook, in verschillende stukjes zal worden verdeeld, kan elk gedeelte weer uitgroeien tot een zelfstandige spons. Sponzen kunnen uitgroeien tot hoge bekervormige of geweiachtige structuren. De stevigheid die daarvoor nodig is ontlenen ze aan de aanwezigheid van glas, hoorn of kalkachtige naaldjes of skeletelementen (spicula), die samen met het sponsweefsel voor een stevige structuur zorgen. Deze skeletelementen zijn er ook verantwoordelijk voor dat de spons, voor de meeste dieren, oneetbaar is.
|