![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
"Stekelvinnigen" minstens 60% van alle huidige vissen behoort tot deze superorde. Zij vormen de laatste bloei van de evolutie bij
de beenvissen.
Bij deze soortenrijke groep is het moeilijk om kenmerken aan te geven die bij alle leden duidelijk herkenbaar
zijn. De meesten zijn uitgerust met een stekelige rugvin of stekels vóór de rugvin. Stekels zijn ook vaak aanwezig
in de anaal en buikvinnen. Binnen deze superorde nemen de "gewone" baarsachtige soorten een belangrijke plaats in. Zij leven in alle delen van de wereld, in zoet en in zoutwater. Van het kleine anemoonvisje en koraalvlinder tot de wel 1.5 m. grote rifbaars. Binnen deze groep vallen ook de snelle jongens als de barracuda en de zeilvis. Deze staan weer in schril contrast met de trage bodemvissen als de donderpad en de steenvis van de groep "pantserwangigen" en de koffer en de egelvis van de groep "kogelvisachtigen". Binnen de groepen vind je ook grote verscheidenheid, zoals bij de "stekelbaarsachtige" Daar vinden we buiten de stekelbaarsjes ook zeepaardjes en zeenaalden. Zij behoren tot één groep vanwege een aantal oppervlakkige kenmerken, zoals benige plaatjes en afzonderlijke stekels voor de rugvin. Tenslotte zijn de volwassen platvissen qua vorm ook een vreemde eend in de bijt. Echter als we de jonge (tot 1 cm. groot) nog rechtop zwemmende dieren zien is de vergelijking makkelijker te maken.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||