![]() |
Heremietkreeft Pagarus bernhardus |
|
De heremietkreeft heeft een wel heel bijzondere manier om zich te beschermen tegen vijanden. Hij verbergt zijn weke
achterlichaam in een verlaten slakkenhuis van een alikruik of, als hij groter wordt, in de schelp van een wulk. Deze
zijn meestal groot genoeg zodat de kreeft er zich totaal in kan terugtrekken. Als de kust veilig is kan hij zich
door middel van zijn 2 paar voorste looppoten voortbewegen. Zijn achterste poten zijn veel kleiner en dienen alleen
om zijn huisje vast te houden. De scharen van het kreeftje zijn ongelijk. De rechter is groter en dient om bij
onraad de ingang van het slakkenhuisje af te sluiten.
![]()
Ook de heremietkreeft moet regelmatig verschalen om de gelegenheid te krijgen te groeien. Hierbij gaat het dan
voornamelijk om de scharen en de voorpoten. Als hij hierbij zo groot is geworden dat zijn huisje te krap is
geworden zal hij op zoek moeten gaan naar een andere, grotere, behuizing. Vaak wordt het huisje nog gedeeld met een borstelworm
die ;de naam zegt het al: er voor moet zorgen dat het huisje van binnen schoon blijft. Als dank mag hij de restjes
van de maaltijd van de kreeft opeten.
![]() De huisjes zelf zijn vaak ook nog begroeid met andere organismen zoals de ruwe zeerasp of kleine parasitaire anemoontjes. Deze lifters bevatten netelcellen en dienen zodanig als bescherming tegen indringers. Op hun beurt zijn de verstekelingen weer verzekerd van vers water. Min of meer bepalen de slakkenhuizen ook de maximale grootte die de kreeft kan bereiken. Als er wegens omstandigheden, zoals b.v. door de afsluiting van de Grevelingen onvoldoende wulken leven, zal de heremietkreeft kleiner blijven dan in de Oosterschelde waar wulken nog volop aanwezig zijn.
Heremietkreeften zijn grote opruimers en blijken absoluut niet kieskeurig te zijn in het voedsel dat ze
bemachtigen. Op deze manier houden ze de zeebodem netjes.
![]()
Buiten de zeer korte periode tijdens het "verhuizen" is er nog een moment waarop de kreeft zijn kwetsbare
achterlichaam moet blootgeven. En dat is tijdens de paring. Als zij hun parings kandidaat na een grondige
bestudering hebben goedgekeurd verlaten zij voor een periode van nog geen minuut hun beschermende huisje voor de
daadwerkelijke paring, om er daarna zo snel mogelijk weer in terug te keren. De eitjes worden door het vrouwtje
veilig binnenshuis meegedragen. Als ze zijn uitgekomen dienen zij het ouderlijk huis te verlaten om zich te mengen
tussen het plankton.
| |||||||||||