![]() |
Europese Zeekreeft Homarus gammarus (Linnaeus, 1758) |
|
De Europese zeekreeft is lange tijd de grootste geleedpotige van het Europese kustgebied geweest, maar de veel grotere Koningskrab, die door de Russische visindustrie vanuit de Beringstraat uitgezet is in de Barendszee, is een sterke opmars begonnen richting Noordzee. Voorlopig echter zal in de Nederlandse wateren de Europese Zeekreeft wel alleenheerser blijven. Hij is blauw/zwart van kleur afgewisseld door oranje vlekken. Als de kreeft de kans krijgt een hoge leeftijd te bereiken kan hij wel 75 cm. groot worden. Vaak is dat niet het geval. Helaas is de kreeft niet alleen populair bij duikers, maar ook bij klanten van de duurdere restaurants. Er bestaat daarom ook een intensieve kreeftvisserij. Maar tot nu toe lijkt het erop dat de populatie zich goed in stand weet te houden. Het blijkt dat ze meer last kunnen hebben van extreme weersomstandigheden. Na de strenge winter in 1962 was de kreeften populatie in de Oosterschelde zo goed als uitgestorven, maar door het na die tijd uitblijven van hele strenge winters is de kreeft nu weer volop aanwezig. |
||||||||||||
![]()
Een kreeft groeit langzaam vooral als de water temperatuur laag is. Bij temperaturen beneden de 5 graden gaat de kreeft niet meer op zoek naar eten.
Overdag zit de kreeft verscholen in zijn hol tussen steen of veenblokken. Als de avond is gevallen gaat hij op jacht naar schaaldieren of aas.
Kreeften zijn voor duikers 's nachts goed te bewonderen als ze op hun rooftocht vrij over de bodem of rotsblokken scharrelen.
Pas bij een ernstige verstoring laten ze zien dat ze met een paar krachtige slagen van hun staart met grote snelheid achteruit kunnen zwemmen.
Maar eerst zullen ze proberen om met hun imposante scharen de indringer te verjagen. Als dat is gelukt kan hij zijn scharen weer gebruiken waar
ze eigenlijk voor bedoeld zijn, namelijk het het vangen en verorberen van voedsel. |
|
Pas als het water de behaaglijke temperatuur van 15 graden heeft bereikt zal de kreeft een poging doen om zich voort te planten. Met het zorgen
voor nakomelingen maken ze geen haast. Pas als het wijfje ruim 7 jaar is en 25 cm. groot is ze bereid tot paren. Als ze dan aan het einde van de
zomer haar door het mannetje bevruchte eieren heeft gelegd draagt zij die nog ruim 9 maanden met zich mee tussen haar zwempoten onder het achterlijf.
|