![]() |
Snotolf Cyclopterus lumpus |
|
Als je als duiker een snotolf wil ontmoeten zal je in het vroege voorjaar het koude water
van de Oosterschelde moeten trotseren. De Snotolf komt elk voorjaar uit de Noordzee naar
de Oosterschelde om zich daar voort te planten. Deze 50 tot 60 cm. grote vis is groenachtig
van kleur. Maar het iets kleinere mannetje kan tijdens de paai periode een roze/rood achtige
kleur krijgen.
![]() Het zijn typische bodemvissen. Met een zuigschijf, ontstaan uit zijn samengegroeide buikvinnen. Daarmee kan hij zich makelijk aan harde en glade stenen vastzetten. Dat is ook wel nodig, want het legsel van zo'n 200.000 kleine roze eitjes worden door het mannetje beschermt. Doordat de eitjes in ondiep water worden afgezet kan het daar behoorlijk onrustig zijn. Het vrouwtje trekt weer naar dieper water maar het mannetje zorgt ervoor dat er regelmatig zuurstofrijk water over de eitjes wordt gevoerd. ![]()
Na verloop van tijd komen de eitjes uit en de jonge minuscule Snotolfjes zoeken dan meteen schuilplaatsje tussen het wier. In mei/juni zijn
ze ongeveer 1 cm groot en met een beetje geluk kan ze als duiker dan regelmatig tegenkomen. Net als hun ouders zijn het maar heel matige zwemmers,
maar dankzij hun zuigschijf kunnen zij zich goed vasthouden aan de stengels van o.a. Wakame wier om op die manier weerstand te kunnen bieden tegen
de sterke stroming van de getijden. In het najaar zijn ze groot genoeg om de Oosterschelde te verlaten en trekken ze naar het diepere water van de
Atlantische oceaan.
| |||||||||||||||||||