![]() |
Zwanemossel Anodonta cygnea |
|
Soms liggen er op de bodem (her en der verspreid) ongeveer 10 cm grote bolletjes van aan elkaar vastzittende kleine
driehoeksmosseltjes. Nadere inspectie levert op dat de basis van deze bolletjes soms
de schelp is van de veel grotere Zwanemossel. De Zwanemossel plant zich tweeslachtig voort. Het vrouwtje legt ongeveer 30.000 eitjes die binnen in de mantelholte van vrouwtje blijven zitten. Het mannetje op zijn beurt spuwt zijn zaadcellen uit in het omringende water. Vanwege de grote hoeveelheid zaadcellen en het actieve binnenpompen van water door het vrouwtje zullen de in het lichaam aanwezige eitjes vroeg of laat worden bevrucht. Na die bevruchting blijven de uit de eitjes gekomen larven nog enige tijd in de mantel van de moeder. In de mantel bevinden zich ook de kieuwen en er is dus een constante aanvoer van vers zuurstofrijk water gegarandeerd. Na enige tijd ontwikkelen de larven kleine klepjes zodat ze, als ze eindelijk het moederlichaam verlaten, zich zullen kunnen hechten aan de huid van langszwemmende vissen. Zij blijven daar net zo lang hangen tot zij zijn veranderd in kleine mosseltjes. Zij verlaten dan hun plaatsje op de huid van de vis en laten zich zakken naar de bodem. |
|
Verspreidingsgebied Alle zoete meren en plassen |
Laatste update 11 feb. 2003 |
|