LEIDSCH DAGBLAD 14 OKTOBER 1970
IJM 54 na aanvaring met een tanker gezonken.
IJmuiden

Zes vissers, vijf katwijkse en één IJmuidense zijn gistermiddag omstreeks tien voor half zes aan een wisse dood ontkomen toe kun kotter de IJM 54 “swift”van rederij J Weimar, tijdens dichte mist door de Liberiaanse tanker “phoenix”die in ballast op weg was van Amsterdam naar Italië op de Noordzee een mijl of zeven van IJmuiden ter hoogte van de Zandvoorste gaten werd overvaren. Ze werden aan boord genomen van in de onmiddellijke nabijheid vissende Katwijkse kotters en werden tegen acht uur in de IJmuidense vissershaven aan wa; gezet door de KW98 ‘Arendje”onder commando van schipper Jaap van der Plas. De onfortuinlijke vissers, die dolgelukkig waren, dat het hachelijke avontuur zo goed voor hen was afgelopen, waren toch wel heel erg onder de indruk dat zijn hun schop voor hun ogen ten onder hadden zien gaan. Ze werden op de kade opgewacht door reder Jo Weimar en familieleden die snel van Katwijk naar IJmuiden de thuishaven van de Katwijkse vissersvloot waren gekomen. Die bemanningsleden van de IJM 54 waren schipper Piet Dijkdrent stuurman Dirk de Vreugd monteur aie van der Plas en de matrozen Arie Wijnand, Arend van Beelen en Kees Bakker. De eerste vijf zijn Katwijkers en matroos Bakker is uit IJmuiden afkomstig.

Het was tien voo r half zes toen wij via de visserijband schipper Jaap van der Plas van de KW98 “’arendje” hoorden roepen: De “swift” is aangevaren. ‘k Kreeg net een roepje van Piet Dijkdrent. Op volle kracht er heen. Dat was tegen geen dovemansoren gezegd, want naast de KW98 spoeden zich de KW 137 Maartje Jacoben”” de KW185 “de Valk”naar de plaats van het onheil. Al deze schepen waren vissende. Een geluk was, dat de bemanning van de KW 98 die op korte afstand aan het vissen was, net de netten had gehaald en zo doende direct kon opstomen.

Toen wij direct na het opvangen van het noodsignaal, reder Jo Weiman belden om nadere inlichtingen bleek hij nog niet op de hoogte te zijn van de ramp die zijn schip was overkomen. Hij vroeg direct via Scheveningen radio een dringend gesprek met de KW98 “arendje” aan en had binnen de minuut een gesprek met schipper Piet Dijkrent van de IJM 54. Het eerste wat de Katwijkse schipper met omfloerste stem zei: was De “Swift”verdwijnt naar de zeebodem. De kotter is nu helemaal onder water. Jammer. Gelukkig zijn mijn mannen en ik er goed afgekomen. Het had veel erger kunnen zijn”.

Daarna deed hij in het kort het relaas van de aanvaring en meldde dat men tegen een uur of acht binnen hoopte te zijn als de mist geen al te grote rol zou spelen.

Reder Weimar had daarop niet veel te zeggen. Hij was kennelijk erg geschrokken.

Zijn enige woorden waren: “Fijn dat jullie er zo vanaf bent gekomen. Jammer van het schip. We voeren er juist zo gelukkig mee. Tot straks. Bedankt de mannen van de ‘arendje”en al die anderen die bij de redding hebben geholpen. Het was kwart over vijf toen schipper Piet Dijkdrent in de dichte mist met een zicht van niet meer dan veertig, vijftig meter de tanker op zich af zag komen. Het schip dat leeg was, voer dicht onder de kust waar de IJM 54 aan het vissen was. Voordat men iets kon doen, ramde de Liberiaan de kotter aan stuurboordzijde. Er ontstond een groot gat aan de voorzijde, waardoor het water met stromen binnendrong. Direct werd op beide schepen het sein “volle kracht achteruit”gegeven.

De bemanning van de Liberiaan wierp een touwladder uit. Deze bleef even haken aan de achtermast waardoor de bemanning van de IJM 54 vreesde, dat de kotter zou kapseizen. Gelukkig was dat niet het geval. De touwladder raakte weer los. Op die achtermast stond matroos Kees Bakker, die door de onverwachte manoeuvre onzacht met zijn hoofd met de hoge verschansing van de tanker in aanraking kwam. Hij slaagde erin de touwladder te grijpen en aan boord van de Liberiaan te komen, Dat lukte ook matroos Arie Wijnand. De vier andere opvarende werden opgepikt door de door Piet Dijkdrent te hulp geroepen KW 98 “arendje”

Inmiddels was ook de KW137 “maartje Jacob” langszij van de IJM 54 gekomen. Er was echter niemand meer aan boord. Daarom nam men de twee schipbreukelingen aan boord van de “Phoenix”over en bracht ze naar het “arendje”Men had eerst nog geprobeerd de netten van de IJM 54 binnen te halen doch dat lukte niet. Even later pikte de eveneens te hulp geschoten kooter KW185”de valk”de door de bemanning van de “Swift” uitgeworpen dinghy (rubber reddingsvlot) uit zee op. Deze werd ook aan boord van de KW 98 gebracht.

Tegen acht uur kwam de KW98 de vissershaven van IJmuiden binnen. Zij leverde de opvarenden van de “arendje”af. De zes mannen hadden alleen hun oliegoed en de andere kleding aan. Al hun bezittingen zijn met hun schip de diepte ingegaan. Het was gelukkig, dat de zee kalm was want anders zou het een ware ramp geworden zijn. De IJM 54 rust op ongeveer twaalf meter diepte op de zeebodem. Natuurlijk waren de visser van de “Swift” diep onder de indruk van het gebeuren. Schipper Dijkdrent: “Het is voor een zeeman nooit leuk om zijn schop ten onder te zien gaan. We hebben het er ditmaal gelukkig goed afgebracht. Het had veel en veel erger kunnen zijn. Fantastisch de hulp, die de collega’s en ook de bemanning van de Liberiaan hebben geboden. Ze waren zeer snel ter plaatse. Zo snel dat we zelf niet in de dinghy behoefden te gaan”.

Door Cees Combee

Terug naar:
SWIFT
Reacties en aanvullingen op deze pagina E-mail Ron Offermans
Laatste update 18 november 2007