Nu op dvd: 'Le roi danse' (087690)
Bron: PIETER BOTS in Het Parool 23-8-2002
Lodewijk de Veertiende is zonder twijfel de meest kunstminnende koning van Frankrijk geweest. Onder zijn bewind floreerden de bouwkunst (Versailles!), de muziek en de toneelkunst. Zelf was hij een hartstochtelijk danser; zijn bijnaam van Zonnekoning dankt hij eraan.
Hij trad ooit op als de zon in Het ballet van de nacht, dat hofcomponist Lully voor hem componeerde. Zolang de koning danste, had hij Lully nodig om de muziek te schrijven voor zijn steeds megalomaner wordende choreografieën. Maar toen hij na een blessure met dansen stopte, raakte Lully langzamerhand uit de gratie.
Over deze intrigerende relatie tussen de mecenas-koning en de hofkunst gaat Le roi danse van Gerard Corbiau. Deze Belgische regisseur, die eerder de historische muziekfilm Farinelli maakte, leunt voor zijn verhaal zwaar op de kleurrijke mythen en anekdotes die bestaan over Lodewijk XIV, Lully en Moličre, met wie Lully later comedie-ballets schreef.
Zo zou de koning (mooi nuffig gespeeld door Benoit Magimel, bekend als Isabelle Hupperts minnaar in La pianiste) genezen zijn van een ernstige ziekte toen hij de muziek van Lully hoorde, en zien we Moličre in het harnas sterven als hij de titelrol in De ingebeelde zieke speelt. De film opent met een andere beroemde biografische geschiedenis, namelijk het beroemde optreden dat Lully uiteindelijk fataal zou worden. Hij gaf als dirigent zo fanatiek de maat aan met zijn wandelstok dat hij zijn voet raakte, die dodelijk geinfecteerd raakte.
Alle pracht en praal uit het Lodewijk XIV-tijdperk is in Le roi danse in overvloed aanwezig, en de muziek van Lully en zijn tijdgenoten wordt voortreffelijk uitgevoerd door het barokensemble Musica Antique Köln.
Le roi danse ontstijgt echter de beroemde anekdotes en overdadige, decadente vormgeving. De film is een treffende en leerzame periodeschets over de ontwikkelingen in het zeventiende-eeuwse theater en de opkomst van de Franse opera. En bovendien laat Le roi danse mooi zien hoe Lully's artistieke scheppingsdrang langzaam verandert in jaloezie en eerzucht.