Betrekkelijke voornaamwoorden
Er bestaan in het Engels drie betrekkelijke voornaamwoorden:
who, which,
en that.
| verwijst terug naar personen | ||
| Vb: Here is the man who wanted to say something. | ||
| verwijst terug naar eerder genoemde dieren en zaken | ||
| Vb: The cat, which you see over there, is mine. | ||
| kan zowel naar personen als naar dieren en zaken terugverwijzen. In de meeste zinnen kun je that ook weglaten. | ||
| Vb: Is that the book
(that) you wanted to borrow? Vb: All the people (that) I met told me a different story. |
||