Bijvoeglijke naamwoorden
Een bijvoeglijk naamwoord beschrijft / zegt iets van een zelfstandig naamwoord. Dat kan op twee manieren:
| * Het bijvoeglijk naamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord. | |
| Voorbeeld: Een mooie fiets. | |
| * Het bijvoeglijk naamwoord komt na een vorm van het werkwoord ZIJN (= BE) | |
| Voorbeeld: Die fiets is mooi. | |