IF-zinnen

 

IF betekent: als, indien. Het wordt gebruikt in zinnen waar je te maken hebt met een voorwaarde.

Er zijn drie verschillende soorten zinnen te maken, elk weeer met een iets andere betekenis. Let goed op de werkwoordsvormen die in de verschillende zinsdelen worden gebruikt.

trismall.gif (3801 bytes)    Vb: If you do your homework, you will not get into trouble.
 

Het deel met if krijgt een present  simple

Het andere deel van de zin krijgt: will + hele werkwoord

  Je hebt hier te maken met een voorwaarde, een mgelijkheid. Er is een kans dat er iets gaat gebeuren.
   
trismall.gif (3801 bytes)    Vb: If you did your homework, you would not get into trouble.
 

Het deel met if krijgt een past simple

Het andere deel van de zin krijgt: would + hele werkwoord

  Als de vorige, maar nu wordt de kans dat het ook daadwerkelijk zal gebeuren kleiner geacht, minder waarschijnlijk
   
trismall.gif (3801 bytes)     Vb: If you had done your homework, you would not have got into trouble.
 

Het deel met if krijgt een past perfect

Het andere deel van de zin krijgt: would have + voltooid deelwoord

    Dit wordt achteraf gezegd.  

Lees eventueel de uitleg over de Present Simple, de Past Simple of de Past Perfect nog eens door.

naar de oefening over aanwijzende voornaamwoorden