IF-zinnen
IF betekent: als, indien. Het wordt gebruikt in zinnen waar je te maken hebt met een voorwaarde.
Er zijn drie verschillende soorten zinnen te maken, elk weeer met een iets andere betekenis. Let goed op de werkwoordsvormen die in de verschillende zinsdelen worden gebruikt.
Het deel met if krijgt een present simple Het andere deel van de zin krijgt: will + hele werkwoord |
|||
| Je hebt hier te maken met een voorwaarde, een mgelijkheid. Er is een kans dat er iets gaat gebeuren. | |||
Het deel met if krijgt een past simple Het andere deel van de zin krijgt: would + hele werkwoord |
|||
| Als de vorige, maar nu wordt de kans dat het ook daadwerkelijk zal gebeuren kleiner geacht, minder waarschijnlijk | |||
Het deel met if krijgt een past perfect Het andere deel van de zin krijgt: would have + voltooid deelwoord |
|||
| Dit wordt achteraf gezegd. | |||
Lees eventueel de uitleg over de Present Simple, de Past Simple of de Past Perfect nog eens door.