Past Simple - uitleg
De Past Simple gebruik je om aan te
geven dat iets in het verleden is gebeurd. Vaak wordt het tijdstip genoemd,
bijvoorbeeld: yesterday, last year, when I was younger.
Je gebruikt de Past Simple ook wanneer je vraagt naar wanneer iets
gebeurde (zin met WHEN).
Wanneer je de Past Simple in een tijdbalk weergeeft, ziet het er als volgt uit:

| Bevestigende zinnen
|
Vragende zinnen
|
Ontkennende zinnen
|
| Regelmatige ww: ww + (e)d Onregelmatige ww: 2e rijtje |
Did ...... + hele ww | didn't + hele ww |
| I worked You worked He/she/it worked
We worked You worked They worked |
Did I work? Did you work? Did he/she/it work?
Did we work? Did you work? Did they work? |
I didn't work You didn't work He/she/it didn't work
We didn't work You didn't work They didn't work |