Persoonlijke voornaamwoorden

 

Voor elke persoon zijn er in het Engels twee persoonlijke voornaamwoorden, bv. I en me. De een wordt gebruikt als onderwerp, de ander als lijdend en meewerkend voorwerp in de zin.

 
Gebruikt als onderwerp
gebruikt als lijdend en meewerkend voorwerp
enkelvoud

ik

jij

hij / zij / het

I

you

he / she / it

mij

jou

hem / haar / het

me

you

him / her / it

meervoud

wij

jullie / u

zij

we

you

they

ons

jullie / u

hen

us

you

them

Voorbeeld:     I give it to him.

Naar oefening 1