Praten over het weer - A1 |
||
|
|
Hieronder zie je zinnen die te maken hebben met het weer. Overhoor jezelf door je muis op de zin te plaatsen. Rechts ervan verschijnt dan de Engelse vertaling. |
|
![]() |
|
zo kun je vragen stellen over het weer: |
en zo kun je daar op antwoorden: |
| Wat voor weer wordt het? | Het wordt mooi weer. |
| Er zullen vandaag buien zijn. | |
| Het zal bewolkt zijn. | |
| Het gaat sneeuwen. | |
| Het zal winderig zijn. | |
| Het zal vanmiddag 20 graden worden. | |
| Zal het weer morgen mooi zijn? | Het zal regenen. |
| Het zal gaan onweren. | |
| Er zal niet veel wind zijn. | |
| Er zal mist zijn. | |
|
|
zo zeg je algemene dingen over het weer: |
| De zon schijnt. | |
| Het weer verandert. | |
| Het regent. | |
| Het is heet. | |
| Het is koud. | |
| Ik hou niet van bliksem. | |
![]()