|
|
| 1. |
Hier staat jouw e-mailadres. De meeste
e-mailprogramma's vullen dit al in wanneer je het programma opstart. |
| 2. |
Hier staat het adres aan wie je je e-mail wilt verzenden.
Let er op dat je het juiste adres intypt, anders krijg je het bericht weer
terug! |
| 3. |
Hier schrijf je het onderwerp van je bericht. Houd
het kort en bondig en laat het de inhoud dekken. |
| 4. |
Je begint je bericht meteen met de aanhef. In
tegenstelling tot een brief, wordt de datum en je adres door het
emailprogramma aangegeven. Je kunt je bericht beginnen met 'Hi,' of
'Hello,'. Als je mailt met iemand die je kent, kun je de voornaam
van die persoon erachter schrijven: 'Hi Mary,' Schrijf je naar een
instelling of bedrijf waarvan je de geadresseerde niet kent, dan hou je
het officiëler en is je aanhef 'Dear sir/madam,' |
| 5. |
Hier komt je bericht. Verdeel je bericht in alinea's.
Sla na elke alinea een regel over. Dat maakt het bericht overzichtelijker.
Hou rekening met de lengte van je bericht: maak het niet te lang. |
| 6. |
Je eindigt je bericht met een afsluiting. Mail je met
iemand die je kent, dan mag je je afsluiting zelf bedenken. Mail je met
iemand die je niet kent, dan zijn 'Kind regards,' of 'Best
regards,' de meest gangbare afsluitingen. |
| 7. |
Onder de afsluiting komt je naam. Of je daar je
volledige naam neer moet zetten, is afhankelijk van je emailadres en de
inhoud van je bericht. In bovenstaand voorbeeld wordt uit het emailadres
de volledige naam niet duidelijk. In het bericht begint Lisa met de
vermelding van haar voor- en achternaam. In dat geval is het niet nodig om
je e-mail met je volledige naam af te sluiten en volstaat je voornaam.
Lisa vraagt om informatie per post. Het is dan handig om je adres en
woonplaats te vermelden! Stuur je de mail naar het buitenland, vermeld dan
ook het land. |