Er is een verschil in uitspraak
van de th-klank in de woorden 'breathe' (=werkwoord: ademen) en 'breath'
(=zelfstandig naamwoord: adem). Bij het woord 'breathe' gebruik je je
stembanden om de th-klank te maken. Je kunt dat controleren door je
vingers tegen je keel te leggen en dan de klank te maken. Als je je
stembanden voelt trillen, is het goed. Deze klank wordt een stemhebbende
klank genoemd. Het teken dat je in het woordenboek zult vinden voor
deze klank, ziet er zo uit:  Bij het woord 'breath' worden je stembanden
niet gebruikt om de klank te maken. Wanneer je bij het uitspreken van de
klank, je vingers tegen je keel houdt, voel je niets. Deze klank wordt stemloos
genoemd. In het woordenboek ziet het teken voor deze klank er zo uit:  |