Terug naar grammaticaoverzicht
Het telwoord
Oefening 1: Het hoofdtelwoord:
a. 0 t/m 20
b. 21 t/m 50
c. 51 t/m 100
d. 101 t/m 1000
Oefening 2: Het rangtelwoord
Oefening 3: Data, jaartallen en titels
Oefening 4: Breuken
Oefening 5: Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen
Oefening 6: Tientallen, honderden, duizenden, miljoenen
Uitspraak + luistervaardigheid van de telwoorden: 0 - 100
