Terug naar grammaticaoverzicht

 

De vragende voornaamwoorden / bijwoorden

 

Oefening 1: wie - wat - welk

Oefening 2: hoe(veel) - waar - wanneer - waarom

Oefening 3: wie - wat: in de directe en de indirecte vraag

Oefening 4: veel voorkomende uitdrukkingen