Community Geschiedenis                                                                Histoforum

    Canon

Home

 

Lesmateriaal

Ict en geschiedenis

Nieuwsbrieven

Vaklokaal

Mailinglist

 

DE VOLZIN - RELICANON VAN NEDERLAND IN 25 VENSTERS

1. In 384 overlijdt de legendarische Servatius (of: Servaes), bisschop van Tongeren, in Maastricht, waar hij langs de heirweg begraven wordt. Boven zijn graf verrijst kort daarna een eenvoudige houten gedachteniskapel die in de loop der jaren getransformeerd wordt tot de huidige Sint-Servaasbasiliek. In de vijfde eeuw wordt op de resten van een tempel voor Juno, Fortuna en Jupiter, aan de rand van het castellum, de basis gelegd voor de iets verderop gelegen Onze-Lieve Vrouwebasiliek. Beide kerken gelden als de moederkerken van het christendom op het huidige Nederlandse grondgebied. Accommodatie en inculturatie, zoals het enten van nieuw geloof op stammen van het oude, is een vaak terugkerend motief in de zendingsgeschiedenis van het christendom, bekering en verovering die hand in hand gaan ook.

2. Willibrord (658-739), uit het Noord-Engelse Northumbria, zet bij Katwijk voet aan Nederlandse wal en gaat met elf anderen als de twaalf apostelen zending bedrijven onder de Friezen, onder bescherming van de Frankische koning Pepijn. Die Friezen wonen langs de hele huidige Nederlandse kust. Willibrord wordt in 695 door paus Sergius I tot aartsbisschop der Friezen gewijd, met zetel te Utrecht. Bonifatius ‘bij Dokkum vermoord’ werkt vooral in het huidige Duitsland. De eerste ‘echte’ missionaris van eigen bodem is Liudger (742-809), afkomstig uit een adellijk Fries geslacht uit de buurt van Utrecht. De kerstening van Nederland heeft eeuwen geduurd.

3. Ergens in het midden van de dertiende eeuw wordt de Lijst der volmaakten van Hadewijch voltooid. Deze begijn (?) uit Brabant – wellicht uit de omgeving van Brussel en/of Antwerpen, maar er zijn ook sporen in het huidige Noord-Brabant - is de meest uitgesproken vrouwelijke mysticus uit de Middeleeuwen. Hoewel zelf waarschijnlijk geen kloosterlinge, staat zij in deze canon model voor het religieuze leven dat in deze eeuwen nog sterk door kloosterordes wordt bepaald. In de dertiende eeuw komen de bedelordes op, zoals die van de franciscanen en dominicanen.

4. In 1424 verschijnt het eerste van vier traktaten die later worden verzameld in De Imitatione Christi van Thomas a Kempis (ca. 1380-1472), die school gaat in Deventer en prior wordt van de Sint-Agnietenberg te Zwolle, gesticht door zijn illustere voorganger Geert Grote (1340-1384) van de Broeders des Gemenen Levens. De moderne devotie is een spirituele hervormings- en herbronningsbeweging met internationale vertakkingen. Thomas’ Navolging is eeuwenlang het meest verspreide christelijke boek na de Bijbel.

5. De Delftse Bijbel, van 1477, is de eerste gedrukte Bijbel in het Nederlands en markeert het begin van de rijke traditie van Nederlandse Bijbelvertalingen, die met de Statenvertaling van 1637 het eerste historische hoogtepunt bereikt. Deze eerste Nederlandse vertaling uit de grondtalen wordt evenals de King James Bible in Engeland van overheidswege geautoriseerd en zelfs voorgeschreven. De Delftse Bijbel bevat alleen het Oude Testament, zonder de Psalmen, en is een bewerking van de Historiebijbel van 1360 en wordt gedrukt in een oplage van 250 exemplaren. Er zijn er nog 50 van bekend.

6. De Groninger Wessel Gansfort (1419-1489) is een veelzijdig wetenschapper en een der eerste humanisten, een voorloper van de veel bekendere Erasmus en inspirator van Maarten Luther. Hij staat model voor een op de bijbel gefundeerd humanisme, dat alle eeuwen door een belangrijke onderstroom is geweest in het Nederlandse protestantisme. Erasmus van Rotterdam (1469-1535) is een ‘Europeaan’ avant la lettre, oogst nog bij zijn leven internationale roem en geldt als de grondlegger van het humanisme als levensbeschouwing. Hij blijft overigens zijn leven lang katholiek.

7. In 1525 wordt de eerste ‘ketter’ in Nederland bij de Haagse Gevangenpoort verbrand. De veroordeling van de lutheraan Jan de Bakker uit Woerden is de eerste uit een reeks van 1100 doodvonnissen en 9000 gerechtelijke confiscaties van ‘ketterse’ personen in de Lage Landen tot aan de Opstand. Vooral dopers worden in groten getale als ketters gemarteld en terechtgesteld. Woerden is tot aan de kerkenfusie van 2004 het centrum van de Nederlandse lutherse kerk.

8. In 1535 komt een gruwelijk einde aan de doperse republiek van Münster, die onder leiding van Nederlandse dopers als Jan van Leyden bekend wordt als symbool van de radicale reformatie. Eerder al ondernemen dopers in Amsterdam subversieve acties. Vooral in Duitsland zijn in deze jaren radicale religieuze hervorming, de verwachting van de spoedige komst van het Godsrijk en sociale revolte aan de orde van de dag. De meest befaamde doperse leider wordt Menno Simons van Witmarsum (1496-1561). In 1539 verschijnt zijn Fundamentenboek. Als doopsgezind predikant bepleit hij een meer ingekeerd religieus leven. Menno Simons is de enige ‘echte’ Nederlandse reformator, wiens naam nog voortleeft in die van diverse kerkgenootschappen over de hele wereld.

9. In 1566 wordt de eerste hagenpreek op Nederlands grondgebied gehouden bij Dishoek op Walcheren in Zeeland. Beeldenstorm, hagenpreken en hongersnood tekenen het revolutionaire jaar 1566, waarin sociale en religieuze revolte hand in hand gaan. Over de motieven van de beeldenstorm is nog geen eenduidig oordeel. De opstandige beweging komt zoals wel vaker in de Nederlandse geschiedenis uit het zuiden, uit het huidige Frankrijk zelfs en slaat naar de Nederlanden over.

10. Met de Unie van Utrecht wordt in 1579 de basis gelegd voor de latere Republiek en voor de dominantie van de Gereformeerde Kerk, de publieke kerk – wat iets anders is dan een staatskerk. Willem van Oranje en het aan hem opgedragen Wilhelmus staan model voor een in de wereld unieke combinatie van kerkelijke leer op basis van belijdenisgeschriften en overheidsbestel. De bevoorrechte positie van de gereformeerde kerk betekent voor de talrijke Nederlandse rooms-katholieken een bijna drie eeuwen durende achterstelling.

11. Tot in de zeventiende eeuw worden in Nederland vrouwen (en enkele mannen) omgebracht op verdenking van ‘hekserij’, in het jaar 1613 in zuidelijk Gelderland zelfs nog 64 personen. Het aantal slachtoffers in Nederland van deze eeuwenlange vervolgingen is niet bekend. In 1690 markeert de verschijning van Balthasar Bekkers De Betooverde Wereld misschien wel het einde van een lang durend tijdperk van bijgeloof, dat talloze slachtoffers heeft gekost. De auteur zelf wordt overigens nog vanwege zijn onttoverende boek als predikant afgezet.

12. 1619 is misschien wel hét jaartal uit de Nederlandse kerkgeschiedenis. Op de Synode van Dordrecht wordt de leer van Arminius (erasmiaans) veroordeeld en die van zijn Leidse collega Gomarus (calvinistisch) als gezaghebbend erkend. Arminius zelf is overigens al in 1609 overleden. In datzelfde jaar 1619, aan het eind van het bestand met Spanje, kost de politieke strijd die met de godsdienstige nauw verbonden is raadspensionaris Johan van Oldenbarneveldt het hoofd. Na ‘Dordt’ is het meer erasmiaans getinte christendom definitief in een ondergeschikte positie gemanoeuvreerd. ‘Dordt’ is ook de opdrachtgever voor het maken van de Statenvertaling.

13. In 1663 wordt het manuscript voltooid van Ethica More Geometrica Demonstrata van Baruch de Spinoza (1632-1677), lenzenslijper te Rijnsburg. Spinoza is in de ban gedaan door de synagoge in Amsterdam om zijn verlichte denkbeelden en symbool geworden voor de radicale Verlichting, radicaler dan die uit Frankrijk (volgens Jonathan Israel). De Verlichting wordt in Nederland in de 18de eeuw in de heersende theologie verdisconteerd, maar dat heeft met Spinoza niet zo veel meer te maken. Volgelingen van Spinoza hebben het aanvankelijk zwaar, ze worden gedetineerd of als predikant afgezet. ‘Spinozist’ kun je in die dagen beter niet zijn.

14. In zijn postuum verschenen prekenbundel Des Christens eenige troost in leven en sterven (Middelburg 1747) bestempelt de Zeeuwse predikant Bernard Smytegelt (1665-1739) het ‘stelen van eenen mensch’ als ‘grove diverije’. Smytegelt vindt dat de slaven ‘dieffelijk ontstoolen’ zijn uit hun land. Smytegelt is behalve activist tegen de slavenhandel een van de bekendste vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie, een zeer Nederlandse variant van bevindelijk protestantisme (later piëtisme genoemd) die zijn wortels heeft in de theologie van Gisbertus Voetius (1589-1676). Eveneens postuum verschijnen van Smytegelt 145 preken over het ‘Gekrookte Riet’, Matteüs 12, vers 20 en 21.

15. De eerste Nederlandse Grondwet, die van 1798, is meteen de meest radicale: de Staatsregeling van de Bataafsche Republiek, die het slechts drie jaar uithoudt en op het punt van godsdienstvrijheid pas weer geëvenaard wordt door Thorbeckes Grondwet van 1848. ‘Elk burger heeft vryheid, om god te dienen naar de overtuiging van zyn hart. De maatschappy verleent ten dezen opzigte aan allen gelyke zekerheid en bescherming, mids de openbaare orde door de wet gevestigd, door hunnen uiterlyken eerdienst nimmer gestoord worde. Geene burgerlyke voordeelen of nadeelen zyn aan de belydenis van eenig kerklyk leerstelsel gehegt.’ Zo luiden artikel 19 en 20 van deze grondwet, die in Nederland de scheiding van kerk en staat doorvoert.

16. Dominee Hendrik de Cock te Ulrum (1801-1842) tekent in 1834 de Acte van Afscheiding en voltrekt daarmee het vonnis over de schijneenheid van de gereformeerde kerk. Het is de eerste in een reeks van kerksplitsingen en afscheidingen in het protestantisme tot op de dag van vandaag. In wezen gaat het in 1834 (en vaker) om de autonomie van de plaatselijke gemeente tegenover ‘de kerk’. De Cock en zijn medeafgescheidenen worden van overheidswege vervolgd. De Cock overlijdt jong. De afgescheiden predikanten H.P. Scholte en A.C. van Raalte emigreren in jaren vijftig met een flinke groep afgescheidenen, onder meer naar Amerika.

17. Het bisschoppelijke bestuur over Nederland wordt door paus Pius IX in 1853 hersteld in de encycliek Ex Qua Die met de instelling van nieuwe bisdommen. De Belgische opstand van 1830 en de opstelling van koning Willem I hebben de al in 1798 geregelde gelijkstelling van katholieken met niet-katholieken vertraagd. Bisschop Joannes Zwijsen (1794-1877) wordt bisschop van ’s-Hertogenbosch en aartsbisschop van Utrecht. De inrichting van de nieuwe kerkprovincie leidt enerzijds tot hevige antipapistische beroeringen, de Aprilbeweging, anderzijds tot een heropleving van het Nederlandse katholieke zelfbewustzijn en tot een explosieve uitbreiding van het kerkelijke leven: kerkbouw, nieuwe devoties, nieuwe congregaties, vooral van vrouwelijke religieuzen, heiligen van eigen erf als de Martelaren van Gorcum en Lidwina van Schiedam en een in de wereld ongekend missionair élan.

18. De ‘paneelzagerij’, het ‘kraken’ van de kerkenraadskamer in de Nieuwe Kerk te Amsterdam in 1886 markeert de Doleantie, de protestantse kerkscheuring die in 1892 zal leiden tot het ontstaan van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Politieke leider is de predikant Abraham Kuyper (1837-1920), die het later nog tot premier zal brengen. De Vrije Universiteit is het meest in het oog springende ‘product’ van de Doleantie. De revolte der ‘kleine luyden’ wordt wel gezien als het begin van de verzuiling in Nederland. De verwante ARP (1879) is Nederlands eerste moderne politieke partij.

19. Bij de parlementsverkiezingen van 1888 wordt de gewezen lutherse predikant Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) door het Friese district Schoterland gekozen als socialistische volksvertegenwoordiger in het parlement. Domela trekt de uiterste consequentie van zijn betrokkenheid op het sociale vraagstuk in de negentiende eeuw, treedt uit de kerk, wordt socialist en een seculiere Ferlosser. Maar ook kerkmensen zetten zich in voor de arbeiders, van hervormden (Réveilmensen als Heldring en Pierson) tot katholieken (Alphons Ariëns). De beweging van de ‘Doorbraak’ in en na de Tweede Wereldoorlog is een voortzetting van dit sociaal-christelijke engagement.

20. In 1914 verschijnt de complete Leidsche Vertaling van de Bijbel – delen ervan zijn nog van de hand van Abraham Kuenen (1828-1891). Het is een product van het modernistische christendom dat vanaf de tweede helft van de 19de eeuw in Leiden zijn universitaire domicilie heeft. In de vrijzinnige stromingen van het protestantisme vindt het modernisme veel aanhang. Ook vrijzinnigen doen mee aan de verzuiling (de V.P.R.O. bijvoorbeeld) en nemen het voortouw in zaken als christelijk pacifisme en de emancipatie van vrouwen in de kerk. In 1911 wordt de doopsgezinde Anne Zernike (1887-1972) de eerste vrouwelijke predikant in Nederland (in het Friese Bovenknijpe).

21. De karmeliet Titus Brandsma, hoogleraar in Nijmegen, wordt in 1942 door de nazi’s vermoord in het concentratiekamp Dachau. Hij staat in deze canon model voor het kerkelijke verzet tegen het nazisme, van hervormde theologen als Jan Koopmans, K.H. Miskotte en Joop Eykman, van vele gereformeerde vrouwen en mannen en van de onverschrokken katholieke voorman kardinaal De Jong. Jubelt men na de oorlog over de kwaliteit van het kerkelijke verzet, al in 1947 betoogt dominee Jan Buskes (1899-1980) dat men die kwaliteit in algemene zin nu ook niet moet overdrijven en dat er ook flink gecollaboreerd is met de bezetter. Het lot van de Nederlandse joden geeft wel een krachtige impuls aan de christelijke belangstelling voor jodendom en het oude testament en voor de studie naar de eigen anti-joodse geschiedenis.

22. In 1955 wordt in de Haagse wijk Benoordenhout de eerste Nederlandse moskee in gebruik genomen, de Mobarak Moskee van de in moslimkringen omstreden ‘liberale’ Ahmadiyyabeweging. De veranderingen in het uiterlijk van het gebouw in de loop der jaren laten zien hoe de invloed van de islam in Nederland is toegenomen. De protestantse zending in het grootste islamitische land ter wereld, Indonesië, heeft de religiewetenschappen veel kennis opgeleverd over de islam, dankzij theologen als Christiaan Snouck Hurgronje, Hendrik Kraemer, Arend van Leeuwen en Jo Verkuyl. In 2007 telt Nederland 1 miljoen moslims.

23. In 1968 en 1969 wordt in Noordwijkerhout het Pastoraal Concilie gehouden. De Nederlandse katholieke kerkprovincie oriënteert zich op het Tweede Vaticaanse Concilie en de eigen ontwikkeling in de jaren zestig, in de richting van democratischer structuren, missen in de landstaal, een nieuwe catechismus en meer maatschappelijke betrokkenheid van de kerk. Van die ontwikkelingen naar een ‘meer humane kerk en theologie’ is de Bossche bisschop en tv-persoonlijkheid mgr. Marinus Bekkers (1908-1966), die in 1966 overlijdt, het ‘gezicht’. Enkele jaren later wordt volgens vele katholieken het vooruitstrevende élan vanuit Rome gedempt.

24. De ontzuiling van de Nederlandse samenleving wordt in de jaren zestig en zeventig van de twinstigste eeuw voltrokken en leidt tot een in vergelijking met andere landen versnelde secularisatie. De maatschappelijke invloed van kerken neemt snel af, al laten de vredesdemonstraties in het begin van de jaren tachtig zien dat er veel kerkmensen te mobiliseren zijn. Het zijn in gereformeerde kring theologen als Harry Kuitert (1924) en Herman Wiersinga (1927) die in hun eigen theologische Werdegang laten zien hoe de zekerheden van weleer de vragen van nu zijn geworden. Edward Schillebeeckx (1914) is de katholieke theoloog die nadrukkelijk ernst maakt met de secularisatie. Wellicht is de oprichting van het CDA in 1980 het symbolische eindsignaal van de verzuiling.

25. Een open einde van deze canon vormt het eind 2006 verschenen rapport van de WRR over ontkerkelijking in Nederland. Uit dat rapport blijkt Nederland weliswaar geen kerkelijk land meer is maar wel een gelovig land, met tal van ‘spiritueel ongebondenen’. Intussen hebben drie protestantse kerken zich verenigd tot de Protestantse Kerk in Nederland in 2004 – met meteen weer twee afsplitsingen tot gevolg. Het is zeker niet de eerste kerkenfusie uit de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme, wel de grootste. Het Samen-op-Wegproces heeft ruim veertig jaar geduurd, een woestijnreis volgens sommigen. En de wereldoecumene van de christenheid, niet in de laatste plaats door Nederlanders (W.A. Visser ’t Hooft) vanaf 1930 energiek nagejaagd, is vooralsnog niet in zicht. Maar Nederland ritselt van de religie en de roep om zingeving en spiritualiteit klinkt luid.

Bron: http://www.opiniebladvolzin.nl/relicanon.html

     
 

Met onderstaande zoekmachine kunt u zowel zoeken op het www als binnen deze site en Histoforum

Google
Search WWW Search histoforum.digischool.nl