ABCDEFGHIJKLM
NOPQRSTUVWXYZ
INDEX
Wikipedia

   

 

 

  D-day [Engels = decision-day, dag van de beslissing.] 6 juni 1944, de eerste dag van de geallieerde invasie tijdens W.O. II op de kust van Normandië (Frankrijk). , camerascoop
D66, Democraten 66. In 1966 opgerichte politieke partij. Politiek gericht op de praktijk, los van een ideologie. Is voor een districtenstelsel en een gekozen burgemeester en minister president.
Daalder, oude zilveren munt. In Nederland nog een rekeneenheid van f.1.50.
Dachau [Zuid Duitsland], hier was tijdens W.O. II een berucht nazi concentratiekamp.
Daciër, inwoner van Dacië , ongeveer het tegenwoordige Roemenië, dat in 106 door de Romeinen werd onderworpen.
Dada (dadaïsme), kunststroming(ca 1920) die zich in primitieve uitingsvormen verzette tegen de gevestigde normen en tradities. Voorloper van het surrealisme
Daedalus [Griekse mythologie] bouwer van het labyrint op Kreta.
Daendels, Herman (1762 - 1818), Nederlands generaal, gouverneur generaal van Indië (1807 - 1810).
Daguerre, Louis-Jacques (1787 - 1831), Franse uitvinder. Grondlegger van de fotografie.
Dagelijks bestuur, lichaam dat de dagelijkse gang van zaken in een organisatie regelt en meestal verantwoording verschuldigd is aan een algemeen bestuur,
Dagvaarding, officiële oproep om voor de rechter te verschijnen. [dagvaarden. De deurwaarder overhandigde de verdachte een dagvaarding]
<<<
Daila Lama, geestelijk leider van Tibet
Daimio, Japanse leenheer uit het feodale tijdperk.
Dal der Koningen, dal in Egypte waar veel farao's in rotsgraven zijn bijgezet.
Daladier, Edouard (1884 - 1970), Frans socialistisch politicus en minister president (1934, 1938 - 1940). Aanwezig op de conferentie van München. 
Dali, Salvador (1904 - 1989), Spaans (surrealistisch) schilder. 
Damast, textiel weefsel met glanzende figuren op een matte ondergrond.
Damocles, het zwaard van, zegswijze: in een netelige positie verkeren.
Danelaw, gebied in het N.O. van Engeland, dat in de 9de en 10de eeuw door de Denen werd beheerst.
Danegeld, afkoopsom die de Angelsaksen na 990 moesten betalen ter voorkoming van invallen van de Noormannen
Dante, Alighieri (1265 - 1321), Italiaans dichter. La divina Commedia
Danton, Georges (1759 - 1794), Frans politicus. Vooraanstaand leider tijdens de Franse revolutie. Lid van het Comité du Salut Public. Werd geguillotineerd.
Dardanellenkwestie, de sedert de 18de eeuw spelende kwestie (Turkije - Rusland) over de doorvaart door de Dardanellen.
<<<
Darius, (550 - 486 v.chr.), Perzisch koning. Organiseerde zijn rijk in satrapieën. Legde een wegennet aan.
Darul Islam (1945 - 1962), Indonesische Islamitische organisatie die een theocratie nastreefde.
Darwin, Charles Robert (1809 - 1882), Engels bioloog, grondlegger van de evolutieleer. On the origin of species.
Darwinisme, evolutieleer.
Daumier, Honoré (1808 1879), Frans beeldend kunstenaar, vooral bekend door zijn satirische prenten. 
Dauphin, titel van de Franse kroonprinsen.
David (ca 1000 v.chr.), koning van Israël en Juda. Maakte Jeruzalem tot hoofdstad.
David, Jacques-Louis (1748 -1825), Frans schilder.  
Davidster, zespuntige ster, al vanaf de 15de eeuw symbool van het jodendom. 
Davis, Angela (1944), vooraanstaand lid en activiste van de Amerikaanse Black Panthers. 
Wikipedia
Davis, Jefferson (1808 - 1889), president van de  Confederatie tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.
Dawesplan (1924), Amerikaans plan om door spreiding van de Herstelbetalingen de Duitse economie te stimuleren.
DDR,  Duitse Democratische Republiek (1949 - 1990). Het Oostelijk deel van  Duitsland dat voor de hereniging (1990) een communistisch regime had, een zgn. Volksrepubliek.
De jure [Latijn = in rechte], volgens  formele regels. [ De republiek Indonesië werd de jure onafhankelijk door de soevereiniteitsoverdracht]
De facto [Latijn = in feite], in werkelijkheid. [ Indonesië gedroeg zich voor de soevereiniteitsoverdracht de facto als een soevereine staat]
Debat, bespreking van het voor en tegen van een zaak. [debatteren. Het Tweede Kamer debat werd geschorst]
Debussy, Claude (1862 - 1918), Frans componist. L'après-midi d'un Faun, pianomuziek.
Decade, periode van tien jaar.
Decamarone, boek van Boccaccio. Florentijnse verhalen met als achtergrond de pest van 1348.
<<<
Decembermoorden (1982), moord op 15 vooraanstaande Surinamers, die het bewind van Desi Bouterse bekritiseerden.
Decennium, periode van 10 jaar.
Decentralisatie, het geven van meer zelfstandigheid aan lagere organen. [decentraliseren. De regering voelde veel voor decentralisatie]
Declameren, voordragen. [declamatie. Hij declameerde Vondel uit het hoofd]
Declaration of Rights (1689), door Willem III en Mary Stuart ondertekende verklaring waarin de rechten van het Engelse Parlement nog eens duidelijk werden benadrukt. De Bill of Rights vormt de grondslag van het Engelse parlementaire stelsel.
Declaration des droits de l'homme et du citoyen (1789), Franse verklaring van de rechten van de mens en de burger.
Deconfessionaliseren, het confessionele karakter verliezen of ontnemen. [Het confessionele onderwijs werd gedeconfessionaliseerd]
Decreet, besluit van de regering of het staatshoofd. [Per decreet kondigde hij de Staat van beleg af]
Deelstaat, staat die deel uitmaakt van een groter geheel (federatie, confederatie) [Duitsland is verdeeld in deelstaten, de zgn. Länder]
Deelstatenpolitiek (ca 1947),  Nederlandse politiek met als doel het gedekoloniseerde Nederlands Oost Indië om te vormen in een federatie.
<<<
Defaitisme, moedeloze stemming, niet meer geloven in de overwinning. [De Geer werd beschuldigd van defaitisme]
Defensie, verdediging. [defensief. De minister van Defensie trad af]
Definitief, blijvend, afdoend. [Mijn beslissing is definitief]
Deflatie, waardevermindering van het in omloop zijnde geld , waardoor voor dezelfde hoeveel geld meer kan worden gekocht. Prijsdaling is het gevolg.
Defoe, Daniel, (1660 - 1731), Engels schrijver. Robinson Crusoë.
Degas, Edgar(1834 - 1917), Frans impressionistisch schilder. 
Degen, smal en puntig steekwapen.
Degradatie, verlaging van (militaire) rang. [Na het proces werd kapitein Dreyfus gedegradeerd]
Degrelle, Léon (1906 - 1994), leider van de Belgische partij Rex.
Dehaene, Jean Luc (1940), Belgisch politicus (CVP) en premier (1992-1999).
Deïsme, godsdienstige levensbeschouwing, ontstaan tijdens de Verlichting. Het D. stelt dat God de wereld heeft geschapen maar er zich daarna niet meer mee bemoeit.
Dekabristen, Russische  liberaalgezinde officieren, die in december 1825 tevergeefs rebelleerden tegen het tsaristische absolutisme.
<<<
Deken 1) hoofd van een gilde; 2) geestelijke belast met het toezicht over een deel van een bisdom; 3) de oudste in dienstjaren. [dekenaat, deken van de orde van advocaten, deken van het corps diplomatique]
Dekolonisatie, proces van vrijwording van koloniën. Dit proces begon in de 18de eeuw met de onafhankelijkheidsverklaring van de Engelse koloniën in Amerika en vond zijn hoogtepunt na W.O.II.
Delacroix, Eugène (1798 -1863), Frans schilder. 
Delegatie 1) afvaardiging; 2) overdracht van taak of bevoegdheid. [ Hij was leider van de Franse delegatie]
Delegeren, macht of beslissingsbevoegdheid overdragen aan anderen. [delegatie. De directeur kon moeilijk delegeren]
Delinquent, overtreder, schuldige. [De jeugdige delinquent kreeg een vervangende straf]
Delisch - Attische Zeebond (477 v.chr.), verbond van Griekse steden en eilanden o.l.v. Athene. Doel bestrijding van de Perzen.
Delors, Jacques, (1921), Frans socialist, voorzitter van de Europese Commissie (1985-1995)
Delphi [Griekenland], hier was in de Oudheid een beroemd orakel.
Delta 1) vierde letter van het Griekse alfabet:  * ) ; 2) meerarmige driehoekvormige riviermonding.
Wikipedia
Deltaplan, in Nederland samenstel van waterbouwkundige werken om de gevolgen van de watersnoodramp in de toekomst te voorkomen.
Delvaux, Paul(1897 - 1994), Belgisch surrealistisch schilder. 
Demagoog, volksredenaar, volksmenner. [demagogisch. Hitler en Mussolini waren demagogen]
Demarcatielijn, lijn die bij een wapenstilstand de grens aangeeft tussen de beide partijen.
Demeter [Griekse mythologie], godin van de landbouw.
Demilitariseren, in een bepaald gebied militaire installaties weghalen en zich verder van militaire activiteiten onthouden. [Een gedemilitariseerde zone]
Demissionair, ontslag genomen hebben. Een demissionair kabinet is een kabinet dat zijn ontslag heeft aangeboden maar de lopende zaken nog behartigt totdat er een nieuwe regering is.
<<<
Democratie, staatsvorm waarin de burgers op de een of andere manier bij de besluitvorming zijn betrokken en invloed hebben op de regering van een land. In een directe democratie nemen de burgers zelf de beslissingen (Zwitserland). In een indirecte democratie worden vertegenwoordigers gekozen (Nederland). Zo ontstaat er een volksvertegenwoordiging. [democratisch, democraat]
Democraten, leden van de Amerikaanse Democratische partij, van oudsher een meer links georiënteerde partij.
Democratisch centralisme, structuur van een communistische staat of partij die strak geleid wordt door een gekozen centraal orgaan. Besluiten van een hoger orgaan zijn bindend voor lagere. Soms moet de meerderheid wijken voor de minderheid. [de USSR, China)
Demografie, statistische beschrijving van de bevolking.
Demon, boze geest, duivel.
Demos, [Grieks = volk].
Demosthenes (385 - 322 v.chr.), Atheens redenaar, waarschuwde in zijn Filippica's voor de Macedoniërs.
Denazificatie, de maatregelen die na 1945 in Duitsland werden genomen om het openbare leven te zuiveren van nazismetten.
Deng Xiao Peng (1904 - 1997), Chinees communistisch politicus. Werd na de dood van Mao China's sterke man. Voerde een aantal economische hervormingen door.
Denktash, Rauf (1924), Turks Cypriotisch politicus, president Turks deel van Cyprus (1975-2005).
Departement 1) ministerie (het gebouw of de ambtenaren); 2) bestuurlijk gebied in Frankrijk. [departementaal. Het departement van Financiën vereenvoudigde het belastingstelsel]
Deportatie, het gedwongen wegvoeren van veelal grote groepen. Berucht werd de deportatie van de Europese Joden door de Duitsers tijdens W.O.II.
<<<
Depressie, periode van een grote en langdurige economische inzinking.
Derde Republiek (1871 - 1946). Na de ongelukkige Frans Duitse Oorlog werd Napoleon III afgezet en de republiek weer uitgeroepen. De Derde Republiek werd gekenmerkt door grote politieke instabiliteit en politieke schandalen.  
Derde Rijk (1933 - 1945), Duitsland tijdens de Hitlerperiode. Eerste (keizer)rijk 962 - 1806; Tweede (keizer)rijk 1871 - 1918.[[L]] [[L]]
Derde Stand, vanaf de middeleeuwen in West Europa de stand van de (rijke)burgerij (poorters)
Derde Wereld, 1) landen die zich in de Oost-West tegenstelling niet wilden binden; 2) alle ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Amerika.
Derde Weg (1952), vredesbeweging die militaire blokvorming   (NAVO en later het Warschaupact) afwees.
Dertigjarige Oorlog (1618 - 1648), Godsdienstoorlog tussen katholieken en protestanten gekoppeld aan een machtsstrijd tussen keizer en vorsten in Duitsland. De oorlog kreeg een Europees karakter door de interventie van achtereenvolgens Denemarken, Zweden en Frankrijk. Bij de Vrede van Westfalen werd de macht van de keizer definitief gebroken ten gunste van de vorsten.  Voor de Duitse economie was deze oorlog een ramp.  
Descartes, René (1596 - 1650), Frans wijsgeer en wiskundige. Een van de grondleggers van het rationalisme en de analytische meetkunde.
Desegratie, het opheffen van de segregatie.
Wikipedia
Desert Storm (1991), militaire operatie tijdens de Tweede Golfoorlog.
Deserteur, een uit het leger weggelopen militair. [desertie ,deserteren. Deserteurs werden gefusilleerd]
Desmoulins, Camille (1760-1794), advocaat en publicist. Had grote invloed op het verloop van de Franse Revolutie. Werd in 1794 geguillotineerd.
Desjima, eilandje in de baai van Nagasaki waar de VOC vanaf 1632 een handelsstation had.
Desolaat, woest, verlaten. [Na het bombardement zag de stad er desolaat uit]
Despoot, heerser die zijn macht op zeer willekeurige wijze uitoefent. [despotie, despotisme]
Destalinisatie (1956), door de Russische partijleider Chroetsjew ingezet op het 20ste Partijcongres. Openlijke kritiek op Stalin en zijn terreurmethoden. Gevolg een minder sterke greep van de partij op het leven van alledag. De sfeer van dreiging en intimidatie van de geheime politie (KGB) werd minder voelbaar. 
Detachement, kleine militaire eenheid. [Een detachement van de Marechaussee herstelde de orde]
Detective, speurder, geheim politiefunctionaris.
Détente (na 1969), periode in de Oost-West verhouding gekenmerkt door bewuste vermindering van de opgelopen spanning.
Determinatie, ontleding. [determineren. Het plantenblad werd gedetermineerd.]
Deurwaarder, ambtenaar bij het gerecht of de belastingdienst met als taak het doen van officiële mededelingen. [De deurwaarder overhandigde een dwangbevel]
Devaluatie, waardevermindering van de nationale munt t.o.v. het buitenland. Door devaluatie kan de uitvoer toenemen, omdat we goedkoper zijn geworden,  maar  de invoer wordt afgeremd omdat er meer voor moet worden betaald.
<<<
DeventerConrad van (1857 -1915), Nederlands jurist, vooral werkzaam in Indië. Legde met zijn artikel "Een ereschuld" de basis voor de Ethische politiek.
Deviezen, buitenlandse betaalmiddelen.
Devolutieoorlog (1667 - 1668), strijd tussen Lodewijk XIV en Spanje, later gesteund door Engeland, de Republiek, en Zweden (Triple Alliantie) om het bezit van de Zuidelijke Nederlanden.
Devotie, vroomheid. [devoot]
Deyssel, Lodewijk van (1864 -1952), Nederlands criticus en schrijver. Een liefde, De kleine republiek.
Diadochen [Grieks = opvolgers], De veldheren van Alexander de Grote, die na zijn dood (323 v.chr.) zijn rijk onder elkaar verdeelden.
Diaken 1) in de R.K.kerk een geestelijke die de priesterwijding nog niet heeft ontvangen; 2) In de protestantse kerk iemand die belast is met de armenzorg.
Dialectiek, redeneerkunde.
Diana [Romeinse mythologie], godin van de jacht.
Diaspora [Grieks = verstrooiing. Na de Babylonische Ballingschap (6de eeuw v chr.) en de verwoesting van de tempel door de Romeinen (70) bleven (gingen) vele joden buiten Palestina wonen. Deze min of meer gedwongen ballingschap noemt men de diaspora.
Diaz, Bartholomeus (1450 -1500), Portugees zeevaarder en ontdekkingsreiziger. Bereikte ca 1488 de tegenwoordige Kaap de Goede Hoop (Zuid Afrika).
<<<
Diaz, José (1830- 1915), Mexicaans politicus en president (1876 - 1880, 1884 - 1911).
Dickens, Charles (1812-1870), Engels schrijver. Oliver Twist,  A Christmas carol.
Dictaat van Versailles, bijnaam door vele Duitsers gegeven aan de volgens hen opgelegde Vrede van Versailles (1919).
Dictator, in het klassieke Rome de magistraat die voor een half jaar onbeperkte macht kreeg. Alleen in tijden van groot gevaar werd een dictator aangewezen.
Dictatuur van het Proletariaat, door Marx gebruikte term. Na een geslaagde wereldrevolutie zal er een klassenloze maatschappij ontstaan.
Dictatuur, staatsvorm waarin een persoon (de dictator) alle macht in handen heeft. Vaak is hij door een staatsgreep aan de macht gekomen. Men spreekt ook wel van de dictatuur van een partij (NSDAP, Communistische Partijen), en de dictatuur van het proletariaat. Bekende dictaturen zijn die van Franco  Hitler, Mussolini, Stalin. en  Pinochet. 
Diderot, Denis (1713 - 1784), Frans schrijver. l'Encyclopédie.
Diem, Ngo Dinh (1901 - 1963), Zuid Vietnamees politicus en minister president (1954 - 1963). Anti communistisch despotisch bewind. Werd na staatsgreep vermoord.
Dien Bien Phu [Noord Vietnam] , slag bij (1954), de Franse koloniale troepen leden hier een beslissende nederlaag tegen de Vietnamese nationalisten. 
Digitalisering,  (geautomatiseerde)processen sturen d.m.v. bits (cijfers 0 en 1).
Dijkgraaf, voorzitter van een dijk- of waterschap.
Wikipedia
Diligence, postkoets. 
Dimitrov, Georgi (1882 - 1949), Bulgaars communistisch politicus, betrokken bij het proces over de Rijksdagbrand (1933), secretaris generaal van de Komintern (1935 - 1943). 
Ding, bij de Germanen de vergadering die besluiten nam en recht sprak.
Diocees, bisdom.
Diocletianus, Gaius (243 - 316), Romeins keizer. Regeerde absoluut en liet de christenen fel vervolgen.
Diogenes (404 - 324 v.C.), Grieks wijsgeer.
Dionysos [Griekse mythologie], god van de wijn.
Diplomatie, het officiële verkeer tussen staten, onderhouden door ambassadeurs, gezanten, consuls en hun ambtenaren. Attachees zijn toegevoegd als specialisten. De ambassade is de residentie van de ambassadeur.
Dipo Negoro (1785 - 1855), Javaanse vorstenzoon, leider van de Java-oorlog.
Direct bestuur, koloniaal bestuur, waarbij de kolonisator zonder tussenkomst van plaatselijke machthebbers het gebied bestuurd.
Directoire (1795 - 1799), Frans uitvoerend bewind van  vijf directeuren.
Discipel [Grieks = volgeling]. [De 12 discipelen van Jezus]
Discipline, (krijgs)tucht. [disciplinair. De discipline in het leger was verslapt]
<<<
Discriminatie, het op ongeoorloofde wijze onderscheid maken. [discrimineren. In Zuid Afrika was rassendiscriminatie]
Displaced persons, de vluchtelingen en  ontheemden na WO II.
Disraëli, Benjamin (1804 - 1881), Brits conservatief staatsman en minister president (1868, 1874 - 1880). Streefde naar uitbouw van het Britse Imperium.
Dissenters, zij die een afwijkende mening hebben. In Engeland de niet- Anglicanen zoals presbyterianen, baptisten en quakers.
Dissidenten, zij die een afwijkende mening hebben, met name zij die daarvoor uitkwamen  in communistisch geregeerde landen.
Distributie, verdeling, rantsoenering bij schaarste. [distribueren. In oorlogstijd is er vaak distributie]
<<<
District, een bepaald gebied. [kiesdistricten, telefoondistricten]
Districtenstelsel, kiesstelsel waarbij het land is ingedeeld in districten. Elk district kiest dan een afgevaardigde voor de volksvertegenwoordiging. De kandidaat met de meeste stemmen per district is gekozen. Door dit stelsel gaan veel politieke stemmen verloren.(Groot Brittannië)
Divide et impera [Latijn = verdeel en heers] eigen macht handhaven of vergroten door  tegenstanders tegen elkaar uit te spelen.
Divina Commedia, [Italiaans = Goddelijke comedie], Boek waarin Dante vagevuur, hel en paradijs beschrijft.
<<<
Divisie, onderdeel van een leger.
Dix, Otto (1891 - 1969), Duits schilder (post-expressionisme). 
Djengis-Khan (1167-1227), Mongools leider. Stichter van een rijk dat zich uitstrekte van China tot in Zuid Rusland.
Djihad, Islamitische heilige oorlog voor de verbreiding van het geloof.
Djilas, Milovan (1911 - 1995), Joegoslavisch communistisch politicus,  grondlegger van het titoïsme, later dissident. De nieuwe klasse.  
DNA (Deoxyribo Nucleic Acid) , dat deel van de cel in een organisme dat verantwoordelijk is voor de erfelijke overdracht  van de cel..
Doctrine, leer. [Monroedoctrine, Trumandoctrine]
Dodenboek,papyrusrol die in Egypte de overledene van dienst moest zijn bij diens voortbestaan in het dodenrijk. 
Dodenrijk, verblijfplaats van de overledenen.
Dode Zeerollen, Joodse boekrollen in 1947 bij de Dode Zee gevonden, die een nieuw beeld gaven over de ontstaansgeschiedenis van het Oude Testament.
Dodendans, symbolische voorstelling waarin de dood, voorgesteld door een geraamte, de mens zonder onderscheid naar geslacht of maatschappelijke positie, ten dans voert. 
Wikipedia
Doelen, schietbaan, oefenplaats van de plaatselijke schuttersgilden.
Doelisten (1748), deel van de kleine Amsterdamse burgerij dat zich, uiteindelijk tevergeefs, verzette tegen de regentenoligarchie.
Doema (1905 - 1917), Russische volksvertegenwoordiging.
Doenitz, Karl (1891-1980 ), Duits admiraal. Na de dood van Hitler Duits staatshoofd. 
Doesburg, Theo van (1883 -1931) Nederlands (abstract) schilder.
Doge, heerser van de vroegere republiek Venetië.
Doggersbank [Noordzee], slag bij (1781), feitelijk onbesliste zeeslag tijdens de vierde Nederlands Engelse zeeoorlog.
Dogma, leerstelling. [dogmatisch. De Rooms Katholieke kerk heeft veel dogma's]
Dolkstootlegende, door tegenstanders van de Republiek Weimar verspreide mening dat het Duitse leger moest capituleren in W.O.I door de revolutie aan het thuisfront.
Dollarimperialisme,  internationaal machtsstreven gebaseerd op Amerikaanse financiële belangen.
Dolle dinsdag (5-9-1944). In bezet Nederland de dag waarop de geallieerden elk ogenblik werden verwacht. Daarom vluchtten vele NSB-ers in paniek. De Hongerwinter moest toen nog komen.camerascoop
Dolle Mina (1969), Nederlandse feministische actiegroep. Richtte haar vaak speelse acties vooral op de culturele en sociale achterstelling van de vrouw
<<<
Dollfuss, Engelbert (1892 - 1934), Oostenrijks dictator. Werd in 1934 tijdens een nazi-staatsgreep vermoord.
Dolmen, enkele zeer grote rechtopstaande stenen met een horizontale deksteen. Vermoedelijk door de prehistorische mens bedoeld als grafmonument. Er staan veel dolmen in Engeland en Bretagne (Fr). 
Domaniale stelsel,  in de middeleeuwen voorkomend economisch stelsel waarin de producenten voornamelijk hun eigen producten consumeren. Er is dus geen handel.
Domein, gebied. Vroeger de dorpen, landerijen en bossen van een aanzienlijk heer. [kroondomein]
Domela Nieuwenhuis, Ferdinand (1846 - 1919), Nederlands socialistisch politicus. Van oorsprong dominee. Was begaan met het lot van de arbeiders. Teleurgesteld in de politiek werd hij anarchist.
Domesday Book [Engels = boek van het Laatste Oordeel], Beschrijving van het grondbezit in Engeland op grond waarvan Willem de Veroveraar de belasting liet vaststellen.
Dominee, protestants geestelijke (predikant).
Dominicanen, rooms katholieke kloosterorde.oorspronkelijk behorend tot de z.g.n. bedelorden. Hielden zich vooral bezig met studie en prediking.
Dominion, binnen het Gemenebest zich zelf besturend, voornamelijk blank gebied. Het D. was door een personele unie verbonden met Engeland. Landen met een dominionstatus waren (zijn) Australië, Canada, de Ierse Vrijstaat, Nieuw-Zeeland en Zuid Afrika.
<<<
Dominotheorie, Amerikaanse theorie (1960 - 1975) die stelde dat als in een bepaalde regio één land communistisch werd de omliggende landen dat ook snel zouden worden.
Domus [Latijn = huis].
Donar, Germaanse god van de donder.
Donaumonarchie, de door de Oostenrijkse Habsburgers verworven gebieden in midden Europa.
Donizetti, Gaetano (1797-1848), Italiaans (opera)componist. Lucia di Lammermoor.
Dongen, Kees van (1877 - 1968), Nederlands schilder (fauvisme). 
Donjon, zware, meestal vierkante woontoren, waaruit zich later het kasteel ontwikkelde. 
Doopsgezinden, protestanten die de kinderdoop afwijzen en sterk gekant zijn tegen elke vorm van geweld.
Doorbraak, in Nederland tijdens de Bezetting  in politieke kringen ontstane idee om de tweedeling in de Nederlandse politiek, confessioneel niet-confessioneel te doorbreken.
Doorman, Karel (1889 - 1942), Nederlands zeeofficier, bevelhebber tijdens de slag in de Javazee (1942).
Doorvoerhandel, handel die zich bezighoudt met het opslaan en doorvoeren van goederen die niet voor het eigen land zijn bestemd.
Dordrecht, synode van (1618 -1619), vergadering ter beeindiging van het geschil tussen Remonstranten en Contra Remonstranten; initiatief tot de .z.g.n. Statenvertaling van de bijbel.
Wikipedia
Dorestad, bij het tegenwoordige Wijk bij Duurstede gelegen middeleeuwse handelsnederzetting. 
Doriërs, Indo Germaanse stam die ca. 1000 v.C. Griekenland binnenviel en zich daar blijvend vestigde.
Dorisch, Grieks klassieke bouwstijl, die zich onderscheidt door zijn eenvoud en tempelzuilen. 
Dostojevski, Fjodor  (1882 -1881), Russisch schrijver. Schuld en boete, De gebroeders Karamazow.
Downingstreet 10, Londense straat waar de ambtswoning van de Britse premier staat.
Dou, Gerard(1613 - 1675), Nederlands schilder. 
Douane, overheidsinstelling belast met het toezicht op de in- en uitvoer.
Douglas-Home, Alec (1903 - 1995), Brits conservatief politicus en minister president (1963 - 1964).  
Drachme, Griekse munteenheid.
Draco (ca. 650 v.C.), Atheens wetgever, die een aantal strenge regels uitvaardigde (Draconische wetten).
Dragonder, licht bewapende ruiter.
Dragonnade, verplichte inkwartiering bij de Hugenoten van ruw optredende dragonders.
<<<
Drake, Francis (1543 - 1596), Engels zeevaarder en vlootcommandant. Bestreed de Spaanse Armada (1588).
Drees, Willem (1886 - 1988), Nederlands socialistisch politicus en ministerpresident (1948 - 1958). Grondlegger van de verzorgingsstaat. 
Dreyfus, Alfred (1859 - 1935), Frans legerkapitein. Veroordeeld wegens hoogverraad (1894) en later (1903) gerehabiliteerd. 
Dreyfus-affaire, Het militaire strafproces tegen Dreyfus waarin klerikalisme , militarisme en antisemitisme een belangrijke rol speelden.
Driebond (1882), Duitsland, Italië en Oostenrijk spraken af elkaar te hulp te komen bij een aanval door twee of meer landen.
Driehoekshandel (16de - 18de eeuw), handel tussen Europa (sterke drank, textiel en wapens) Afrika (slaven) en Amerika (katoen, suiker, tabak).
Driemanschap, in het Klassieke Rome een drietal politici die de macht uitoefenden. Eerste Driemanschap (60 v.C.) Caesar, Crassus en Pompeus; Tweede Driemanschap (43 v.C.) Antonius, Lepidus en Octavianus.
Drieslagstelsel, middeleeuws landbouwstelsel waarbij de grond in drieën werd verdeeld. Een deel werd met winterkoren en een deel werd met zomergraan verbouwd terwijl het derde deel braak bleef liggen.
<<<
Drijfveer, veer die iets in beweging brengt, beweegreden. [Zijn drijfveren waren duister]
Droit Divin [Frans = het goddelijk recht]. De staatsleer die stelt dat de vorst zijn macht van God heeft ontvangen en daarom op aarde aan niemand verantwoording verschuldigd is. Deze leer vormt de grondslag van het absolutisme. Hiertegenover staat de volkssoevereiniteit.
Drooglegging (1919-1933), periode in de geschiedenis van de VS waarin fabricage en gebruik van sterke drank was verboden. Dit drankverbod deed de georganiseerde misdaad enorm toenemen (gangsterwezen). 
Droogmakerij, ingepolderd land.
Dropping [Engels = het ergens afzetten], meestal gebruikt voor het uit een vliegtuig afgooien van iets. [Tijdens de Bezetting vonden voedseldroppings plaats]
Drost, vroeger een gerechts- en bestuursambtenaar op het platteland.
Drucker, Wilhelmina (1847 -1945), Nederlands feministe o.a. medeoprichtster van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht (1894).
Druïden, Keltische priesters.
Drukpersvrijheid, (grondrecht) , zonder toestemming, binnen wettelijke grenzen, alles mogen publiceren.
<<<
DS  70 [Democratisch Socialisten '70] , afsplitsing van de PvdA met een meer behoudende signatuur uit protest tegen de invloed van Nieuw Links in de partij.
Dualisme, tweeslachtigheid. Leer van twee tegenover elkaar staande beginselen. Bijvoorbeeld het goede tegenover het kwade.In de politiek de idee dat regering en volksvertegenwoordiging  onafhankelijk van elkaar dienen te opereren (zie monisme)
Dubbelmonarchie, naam voor het keizerrijk Oostenrijk en het koninkrijk Hongarije na 1867 toen beide rijken door een personele unie met elkaar waren verbonden.
Dubçeck, Alexander (1921 -1992), Tsjecho-Slowaaks communistisch politicus en partijsecretaris. Werd tijdens de Praagse Lente om zijn liberale ideeën onder druk van de USSR van zijn functies ontheven., kaleidoscoop
Duce [Italiaans = leider], Titel van Mussolini.
Duel, tweegevecht. [duelleren. De twee studenten duelleerden op de sabel]
Duinkerken (Fr), hier vond in 1940 een wonderbaarlijke evacuatie van geallieerde militairen plaats. 
Duins [Zuidwest Engeland] , zeeslag bij (1639), overwinning van Tromp op een Spaanse Armada.
Duitse Orde (1191), middeleeuwse geestelijke ridderorde . Na de Kruistochten verlegden de ridders hun activiteiten naar de Oostelijke grenzen van het Duitse Rijk.
Duitse Bond (1815 - 1886), statenbond van Duitstalige staten o.l.v. Oostenrijk.
Duitse Rijk,   Eerste (keizer)rijk 962 - 1806; Tweede (keizer)rijk 1871 - 1918.
Duizend En Eén Nacht, eeuwenoud en beroemd geheel van Arabische vertellingen.
 Wikipedia
Dukaat, oudhollandse gouden munt.
Dulles, John Foster (1888 - 1959), Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken (1953 - 1959). Was een felle anti-communist en voerde een niet van risico's ontblote buitenlandse politiek.
Dumdumkogel, kogel die een grote , beenversplinterende wond maakt. Gebruik internationaal verboden.
Dumouriez, Charles (1739 -1823), Frans generaal, Girondijn, liep over naar de Oostenrijkers (1793).
Dumping, het op de markt brengen van goederen tegen zeer lage prijzen of het verkopen van goederen in het buitenland tegen prijzen lager dan die in eigen land.
Dunant, Henri (1828 - 1910), Zwitser, oprichter van het internationale Rode Kruis.
Dürer, Albrecht (1471 - 1528), Duits schilder en graficus. 
Dutschke, Rudi (1940 ), Duits anarchistisch studentenleider tijdens de jaren zestig.
Duvalier, François (1907-1971), bijnaam Papa Doc, Haïtiaans dictator (1957 -1971) 
Duvalier, Jean Claude, (1951), bijnaam baby doc, Haïtiaans politicus, president (1971 -1986).
Duyn, Adam van der (1771 -1848), vormde met Van Limburg Stirum en Van Hogendorp een voorlopige regering tijdens het machtsvacuum na de Franse tijd.
<<<
Duyn, Roel van (1943), Nederlands anarchistisch leider. Voorman van Provo en Kabouterbeweging.
Dvorak, Antonin (1841 - 1904), Tsjechisch componist. , Uit de Nieuwe Wereld.
Dwangarbeid, vrijheidsstraf met daarbij de verplichting van zware lichamelijke arbeid.
Dwangbevel, door de deurwaarder overhandigd bevel tot betalen.
Dwarsbomen, tegenwerken. [Hij werd in zijn plannen gedwarsboomd]
Dyck, Anthonie van (1599 - 1641), Vlaams schilder. 
Dynamo, toestel dat d.m.v. magnetisme mechanische energie omzet in elektrische energie. [Zijn fietsdynamo was stuk]
Dynastie, vorstenhuis. [dynastiek]
<<<