ABCDEFGHIJKLM
NOPQRSTUVWXYZ
INDEX
Wikipedia

     

 

 

EAM (Elliniko Apeleftherotiko Metopo), In WO II ontstane Griekse communistische bevrijdingsbeweging.Trok in de Griekse Burgeroorlog aan het kortste eind.
Eanes, Antonio (1935- ), Portugees generaal, politicus en president (1976 - 1984) 
Ebert, Friedrich (1871 - 1925), Duits sociaal democratisch politicus, eerste president (1919 - 1925) van de Republiek Weimar. 
Echnaton (ca 1360 v.chr.) Egyptisch koning, bekend door zijn monotheïstische opvattingen.
Economie, de wetenschap die zich bezighoudt met de verwezenlijking van het welvaartsstreven van de mens en daarbij oplossingen aandraagt in geval van schaarste. [economisch, econoom]
ECOSOC [Economic and Social Council], coördinatieorgaan van de VN op economisch, sociaal en cultureel terrein.
Edda, verzameling van oud IJslandse goden- en heldenverhalen.
Eden, Anthony (1897 - 1978), Engels Conservatief politicus. Minister van buitenlandse zaken en minister president (1955 - 1957). 
<<<
Edict van Nantes (1598 - 1685), door Hendrik IV uitgevaardigde verordening. De Hugenoten kregen godsdienstvrijheid en het recht een aantal versterkte steden aan te leggen. Het E. werd door Lodewijk XIV herroepen, waarna veel Hugenoten emigreerden.
Edict, vorstelijke verklaring of verordening.
Edison, Thomas (1847 - 1931), Amerikaans uitvinder o.a. van de elektrische gloeilamp en de fonograaf
Edward III (1312 - 1377), koning van Engeland (1327 -1377), belangrijke tegenstander van de Franse koningen tijdens de Honderdjarige oorlog.
Edward VIII (1894 - 1972), Brits koning (1936), deed troonsafstand voor een huwelijk met een gescheiden vrouw.
<<<
Eeden, Frederik van (1860 -1932) , Nederlands arts en schrijver. De kleine Johannes.
Eedgenootschap (1291 - 1848), verbond van Zwitserse kantons.
EEG (1957 - 1965/1993 ), Europese Economische Gemeenschap. Economisch samenwerkingsverband tussen Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux. In 1978 werd de EEG uitgebreid met Denemarken, Engeland en Ierland. In 1986 met Spanje en Portugal.
Eenheidsstaat, staat met een centraal bestuursapparaat.
Eenpartijstaat, staat waarin slechts één politieke partij is toegestaan.
Eerste Kamer, onderdeel van de Staten Generaal. De leden van de Eerste Kamer (senatoren) worden voor vier jaar gekozen door de Provinciale Staten. De kamer bezit het recht van interpellatie en enquête.
Eeuwig edict (1667), besluit van de Staten van Holland tot inperking van de macht van  stadhouder Willem III.
Effect, bewijs dat men voor een bepaald bedrag deelneemt in het kapitaal van een onderneming. Effecten worden op de beurs verhandeld.
Eforen, de vijf hoogste ambtenaren in het oude Sparta.
EG (1965-1993), samenwerkingsverband van 12 europese staten (Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, België, Luxemburg, Groot Brittannië, Ierland, Spanje, Portugal, Denemarken, Griekenland).[zie verder EU]
EGKS (1954), Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. De eerste Europese supranationale organisatie met als hoogste orgaan de Hoge Autoriteit.
Egmont, Lamoraal van (1522 -1568), vooraanstaand Zuid-Nederlands lid van de hoge adel. Verzette zich met Oranje en Hoorne tegen het Spaanse centralisme. Werd onthoofd.
Wikipedia
Egyptische Rijk. De geschiedenis van het oude Egypte wordt verdeeld in het Oude Rijk (ca 2700 - 2100 v chr.) met zijn piramiden, het Midden Rijk (ca 2100 - 1700 v chr.) en het Nieuwe Rijk (ca 1600 - 1100 v chr.) met de beroemde farao's Echnaton en Ramses II.
Eichmannn, Adolf (1906 - 1962), hoge Duitse SS-officier, verantwoordelijk voor de deportatie van de Europese joden naar de vernietigingskampen. Werd in Israël als oorlogsmisdadiger terechtgesteld.
Einhardt (ca 707 - 840), biograaf van Karel de Grote.
Einsatzgruppen, Duitse SS troepen die tijdens W.O.II in Oost Europa miljoenen, voornamelijk joodse slachtoffers maakten.
Einstein, Albert (1879 - 1955), Amerikaans wis- en natuurkundige. Grondlegger van de relativiteitstheorie. 
Einthoven, Louis (1896 - 1979), Rotterdams politiecommissaris, medeoprichter van de Nederlandsche Unie.
Eisenhower, Dwight (1890 - 1969), opperbevelhebber van de geallieerde invasielegers tijdens W.O.II.  en  Amerikaans  Republikeins president (1952 - 1960). 
Eiser, in het burgerlijk proces de partij die van de gedaagde iets eist.
El Alamein [ Noord Egypte], slag bij (1942), de afgedwongen terugtocht van Rommels Afrikacorps door de Engelse generaal Montgomery was een keerpunt in WO II.
<<<
Elba [Italiaans eiland] waar Napoleon in 1814 naartoe verbannen werd.
El Fatah, door Yasser Arafat gedomindeerde Palestijnse guerillabeweging.
Elia (9de eeuw v.C.), Joods profeet.
Elisabeth I (1533 - 1603), Engelse koningin (1558 - 1603) uit het huis Tudor. Tijdens haar regering beleefde Engeland een gouden eeuw. Liet haar rivale, de katholieke Schotse koningin Mary Stuart onthoofden (1587). 
Elisabeth II (1926) uit het huis Windsor, koningin van Groot Brittannië (1952).
Elite, kleine groep van vooraanstaande mensen. [elitair; elitetroepen overmeesterden de terroristen]]
Elschot, Willem (1882 - 1960), Vlaams schrijver. Lijmen, Het been, Kaas.
l'Elysée, ambtswoning van de Franse president.
Elysese velden [Griekse mythologie], de plaats waar de uitverkorenen van een eeuwige jeugd genieten.
Elzas Lotharingen [Noordwest Frankrijk], gebied dat van 1871 -1918 bij Duitsland hoorde (Frans Duitse oorlog).
Emancipatie, de vrijmaking uit gebondenheid en afhankelijkheid; de verkrijging van gelijke rechten. [emanciperen. De mannenemancipatie staat nog in de kinderschoenen]
Embargo, een internationaal handelsverbod.
EMF (Europees Monetair Fonds), binnen het EMS het orgaan dat kredietfaciliteiten verzorgd.
Emigreren, uit een land voor goed weggaan. [emigrant, emigratie. Na de oorlog emigreerden veel Nederlanders naar Canada]
<<<
Emir, arabische titel.
Emma, koningin, (1858 - 1934), echtgenote van koning Willem III, regentes (1890 - 1898) voor haar dochter Wilhelmina.
Empire [Frans = keizerrijk]. 
Empirestijl (1800 - 1830), de stijl ten tijde van Napoléon I. Kenmerken: strenge, degelijke symmetrie, glanzende mahoniehouten meubels, klassieke motieven.
Empirisme, wijsgerige stroming die er vanuit gaat dat de ervaring de grondslag is van alle kennis. Hierbij spelen zintuigen en proefnemingen een belangrijke rol. Grondlegger van deze stroming is Francis Bacon.
EMS (Europese Monetaire Stelsel) 1979, binnen de Europese Unie het stelsel dat de onderlinge wisselkoersen regelt.
<<<
Emser Dépesche (1870), Duits telegram dat, in verkorte, provocerende weergave, de directe aanleiding van de Frans Duitse oorlog was.
Enclave, land, ingesloten door vreemd grondgebied. [Baarle Hertog is een Belgische enclave in Nederland]
Enclosures [Engels = omheining]. In Engeland het omheinen (afbakenen) van gemeenschappelijke grond voor particulier gebruik. In de 18de eeuw de kern van de agrarische revolutie in Engeland.
Encycliek, officieel pauselijk schrijven. Encyclieken worden aangeduid met de begin woorden.
Wikipedia
Encyclopedie, naslagwerk dat op wetenschappelijke wijze gealfabetiseerde en /of gesystematiseerde kennis geeft.
Endlösung, beslissing van de Nazi's tijdens W.O.II alle Europese joden naar vernietigingskampen te brengen en daar te vermoorden.
Engelandvaarders, Nederlanders die tijdens de Bezetting op de een of andere manier Engeland bereikten.
Engels, Friedrich (1820 - 1895), Duits socialistisch theoreticus. Met Marx opsteller van het Communistisch Manifest.
Engelse Burgeroorlog (1642-1649), strijd tussen koning  (Karel II) en Parlement (Cromwell). Karel verloor en werd onthoofd. Engeland werd een republiek  (1649-1660) onder de militaire dictator Cromwell.
Engelse Zeeoorlogen , werden in de zeventiende en achttiende eeuw gevoerd (1652 - 1654 ; 1665 - 1667 ; 1672 - 1674 en 1780 - 1784.) tussen de Republiek en Engeland. De inzet was de hegemonie ter zee. De eerste drie oorlogen gaven geen echte beslissing, de vierde wel. Deze bevestigde de Engelse opperheerschappij op zee.
England Spiel (1942 - 1943), Duitse actie d.m.v. false radioberichten waardoor een groot aantal in Nederland gedropte geheime agenten omkwam.
Enquête, onderzoek. De Staten Generaal bezit het enquêterecht. Een mogelijkheid om onafhankelijk van de regering een onderzoek in te stellen en getuigen onder ede te horen.
<<<
Ensor, James (1860 - 1949), Belgisch schilder. 
Entartete Kunst. Door de Nazi's al die kunstuitingen genoemd die niet in overeenstemming waren met hun culturele normen.
Entente Cordiale, (1903/1905), de niet formeel vastgelegde bondgenootschappelijke verhouding tussen Engeland en Frankrijk en later Rusland. De E. werd mogelijk na omschrijving van elkaars invloedssferen.
Enterbrug, verplaatsbare brug die bij het enteren wordt gebruikt.
Enteren, een vijandig schip aan boord klampen en daarna veroveren.
Epaulet, al dan niet mooi versierde reep stof op de schouder van een uniform. 
Ephialtes (ca 470 v.chr.) de Griekse verrader die de Perzen om de pas van Thermopylae leidde en zo Leonidas in een hinderlaag lokte.
Epicurisme, levensfilosofie die het streven naar genot vooropstelt.
Epidemie, het uitbreken van een besmettelijke ziekte.
Episcopaat, de gezamenlijke bisschoppen van een kerkprovincie. [Het Nederlandse episcopaat]
Epos, heldendicht bijv. de Odyssee en de Edda.
Erasmus, Desiderius (1469 - 1536), Nederlands humanistisch denker en schrijver. Lof der zotheid (Laus Stultitiae).  
<<<
Erfkeizer, in de Romeinse geschiedenis de keizers die hun ambt hadden verkregen door erfrecht.
Erflaters, zij die een erfenis nalaten.
Erfrecht, de regels die de overgang van bezittingen van de overledene naar de nabestaanden regelt.
Erfrijk, koninkrijk waar de macht krachtens erfrecht wordt verkregen.
Erfstadhouder, het stadhouderschap in de Republiek was erfelijk
Erhard, Ludwig (1897 - 1977 ), Duits christen democratisch politicus, en bondskanselier (1963 - 1966) en grondlegger van het Wirtschaftswunder. 
Eros [Griekse mythologie], god van de liefde.
Escalatie, geleidelijke uitbreiding. [escaleren. De oorlog in Vietnam escaleerde in barbaarsheid]
Escorial, El, door Filips II van Spanje gebouwd paleis ten Noorden van Madrid. 
Escher, Maurits(1898 - 1972), Nederlands graficus en lithograaf. 
Esculaap, internationaal symbool voor de medische beroepen. [zie Asclepius] 
<<<
Establishment [Engels =  inrichting, orde]. De heersende maatschappelijke groepering of klasse met al zijn instellingen en opvattingen. [Hij hoorde niet tot het establishment]
ETA [ Euskadi Ta Askatasuna. Baskenland en vrijheid]  (1959),  radicale en gewelddadige Spaans Baskische beweging die streeft naar een autonoom Baskenland.
Ethische Politiek (ca 1910), Nederlandse koloniale politiek. Deze was erop gericht het welzijn van de Indonesische bevolking te behartigen o.a. door onderwijs en gezondheidszorg.
Etiquette, de beleefdheidsvormen.
Etnische zuivering, deportatie en/of liquidatie van bepaalde bevolkingsgroepen.
Etruriërs -Etrusken, Italisch volk dat ca 500 v.chr. grote delen van Noord Italië beheerste. Hun cultuur stond op een hoog peil. De Romeinen namen veel van hen over o.a. godsdienstgebruiken en de koepelbouw.
Euclides (ca 300 v.chr.), Grieks wiskundige.
Eunuch, gecastreerde harembewaker.
Euratom (1958), Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Gericht op vreedzame toepassing van kernenergie.
Eureka [European Research Coordination Agency] (1985), West-Europees samenwerkingsverband op wetenschappelijk en technologisch gebied.
Euripides (480 - 406 v.chr..), Grieks toneelschrijver van tragedies. Medea, De vrouwen van Troje.
Wikipedia
Eurocommunisme (ca 1975), het communisme van de West Europese partijen dat een meer democratisch karakter had en meer nationaal was georiënteerd dan het  Oost Europese communisme [zie USSR]
Europa der Vaderlanden, idee van De Gaulle om de Europese staten te laten samenwerken los van Amerikaanse overheersing.
Europees Parlement, sinds 1979 direct gekozen volksvertegenwoordiging van de lidstaten van de EU.
Europese Commissie, uitvoerend orgaan binnen de EU.
Europese Ministerraad, de gezamenlijke ministers van de EU lidstaten met wetgevende bevoegdheid voor de gemeenschap.
Europese Defensie Gemeenschap (ECG), niet uitgewerkt plan (1952), dat als basis moest dienen voor een Europees leger.
Europese Unie ( EU),  politiek en economisch samenwerkingsverband van vijftien Europese staten. De EU ontstond formeel op 1 november 1993 toen het Verdrag van Maastricht in werking trad. De EU is in feite de voortzetting van de EG, die op zijn beurt weer de voortzetting van de EEG is. Belangrijkste instellingen van de EU zijn: de Europese Commissie,  de Europese Raad, ; het Europees Parlement; het Europese Hof van Justitie; de Europese Investeringsbank; het Europese Rekenhof en het Europees Sociaal en Economisch Comité (ECOSOC). Lid van de EU zijn de twaalf  leden van de EG en sedert 1 januari 1995 Finland, Oostenrijk en Zweden. In 2004 werden Estland,Letland,  Litouwen,Polen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië,  Malta en Cyprus toegelaten. In 2007 volgen Bulgarije en Roemenië.
Euthanasie, het veroorzaken van een humane en zachte dood.
<<<
EVA [Europese Vrijhandelsassociatie] (1960), vereniging van een aantal Europese staten die een vrijhandelszone wilden. De EVA. was de tegenhanger van de EEG.
Evacueren, woongebieden of huizen laten ontruimen wegens grote gevaren. [evacuatie, evacué. Na de kernramp besloot de overheid tot evacuatie]
Evangelie, de leer van Christus zoals die beschreven wordt in het Nieuwe Testament.
Evenredige Vertegenwoordiging, vertegenwoordiging waarbij het aantal vertegenwoordigers van een groep in gelijke verhouding staat tot de grootte van die groep. (bv. 25% van de stemmen geeft ook 25% van de beschikbare zetels).
Evolutie, geleidelijke ontwikkeling. Tegenovergestelde van revolutie.[Darwin geloofde in de evolutie, Lenin in de revolutie]
Evolutieleer, leer in de biologie die er vanuit gaat dat de soorten zich geleidelijk hebben ontwikkeld. Dit in tegenstelling tot het Bijbelverhaal, waarin God, de aarde en alles wat daarin is in zeven dagen schiep. Een bekend evolutietheorethicus was Darwin.
Ex cathedra, zegswijze gebruikt als de paus zich formeel als paus tot alle katholieken richt.
Examenstelsel, een in het oude China bestaand systeem van staatsexamens voor de hogere politieke ambten. Deze examens waren gebaseerd op het confucianisme.
exerceren , oefenen, in het bijzonder militaire bewegingsoefeningen doen. (excercitie. Voor de parade moesten zij iedere dag excerceren)
Existentialisme ,stroming in de moderne wijsbegeerte, die de nadruk legt op het zijn van de mens en diens verantwoordelijkheid voor eigen handelen
<<<
Exodus [Grieks = uittocht], 1) Boek in het Oude Testament; 2) uittocht uit Egypte van de door Mozes geleide Joden.
Expansie, uitbreiding. [Het bevolkingsrijke Japan wenste expansie van grondgebied]
Expeditie, onderzoekingstocht, krijgsonderneming. [De bergexpeditie mislukte volkomen]
Experiment, proefneming. [experimenteren. De geleerden deden een groot aantal experimenten]
Export, uitvoer van goederen. [exporteren, exporteur]
Expressionisme (begin 20ste eeuw), richting in de kunst die slechts de kern van de dingen wil weergeven, dus niet realistisch. 
Exterritoriale rechten, rechten die een buitenlandse mogendheid in een land heeft. Bijvoorbeeld de onschendbaarheid van een ambassadegebouw of het niet vallen onder de rechtspraak van het gastland.
Extraparlementair, een kabinet dat zonder overleg met de Tweede Kamer tot stand is gekomen. Er zijn dan geen officiële regeringspartijen.
Extremist, iemand die tot het uiterste gaat, geen enkel middel schuwt. [extremisme, extreem. Het vliegtuig werd door de extremisten opgeblazen]
Eyck, Jan van (ca 1390 - 1441), Zuid-Nederlands schilder. 
Eylau [Oost Pruisen], hier had een onbesliste veldslag plaats (1807) tussen de Pruisen en Russen en Napoléon.
Wikipedia