ABCDEFGHIJKLM
NOPQRSTUVWXYZ
INDEX
Wikipedia

     

 

 


  Fabel, kort verhaal waarin meestal dieren als personen optreden en dat eindigt met een levensles.
Fabian Society (1883), groep Britse socialistische intellectuelen, die de stoot gaven tot oprichting van de Labour Party (1906).
Fabiola, (1928) Belgisch koningin (1960-1993) , weduwe  van koning Boudewijn .
Factorij, handelsnederzetting.
Faculteit, hoofdafdeling van een universiteit.[De faculteit der geneeskunde]
Faillissement, rechterlijke uitspraak dat een persoon of bedrijf niet meer in staat is zijn financiële verplichtingen na te komen. [failliet gaan, failliet]
Falange, 1) Spaanse fascistische partij; 2) zie falanx
<<<
Falanx, in het klassieke Griekenland een slagorde van zwaargewapende soldaten
Falklandoorlog (1982), oorlog tussen Groot Brittannië en Argentinië over de soevereiniteit van de Britse kolonie de Falklandeilanden. Groot Brittannië leed zware materiële verliezen, maar behield de eilanden
Fall-out, radioactieve deeltjes bij een kernexplosie in de open lucht.
Falla, Manuel de (1876 - 1946), Spaanse componist. Nachten in de tuinen van Spanje.
Fanatiek, door blinde ijver voor een geloof of idee bezield zijn. [fanatisme. Fanatiek vervolgden de Spaanse  inquisiteurs ketters].
FAO [Food and Agricultural Organization], Voedsel en Land bouworganisatie van de VN.
Farao, titel van de oud Egyptische koningen.
Farizeeër, Joodse godsdienstleider die strikte naleving van de Joodse wetten en gewoonten wilde.
Wikipedia
Faroek (1920 - 1956), laatste Egyptische koning (1936 -1952). Kwam ten val door een militaire staatsgreep.
Fasces, roedenbundel met bijl die in het klassieke Rome een teken van macht was.
Fasci di Combattimento, de officiële naam van de fascistische partij  in Italië
Fascisme, in Italië ontstane politieke ideologie. Het F. was anti parlementair, anti liberaal en anti communistisch en sterk gericht op de nationale grootheid. Het verheerlijkte de door daden gedreven mens en het leidersprincipe. Het F. was voorstander van een corporatieve staatsvorm.
Fascistoïde, gelijkend op en neigend naar het fascisme.
Fasjoda [Noord Soedan] incident van, (1898), Frans- Brits koloniaal conflict n.a.v. de openlegging van de Soedan.
<<<
Fatalisme, de menselijke machteloosheid t.a.v. zijn noodlot. [fatalist, fatalistisch. De mohammedanen hebben een fatalistische instelling.]
Fathah, el (1965), Palestijnse organisatie o.l.v. Yasser Arafat lange tijd berucht door het terrorisme in en buiten Israël.
Fatima (606 - 633), dochter van Mohammed.
Faun [Romeinse mythologie], bosgod.
Fauvisme, stroming in de vroeg 20ste eeuwse Franse  expressionistische schilderkunst, kenmerkend is het gebruik van ongemengde  felle kleuren. 
Fawkes, Guy (1570 - 1606), was betrokken bij een aanslag op het Engelse parlementsgebouw (Buskruitverraad 1605).
FBI [Federal Bureau of Investigation], federale recherche van de VS.
FDP [Freie Demokratische Partei], liberale partij in de BRD.
Februarirevolutie (1848). In Frankrijk brak n.a.v. een aantal regeringsmaatregelen een revolutie uit. Liberalen en socialisten werkten samen. Louis Philippe werd gedwongen af te treden en Frankrijk werd een republiek. De gebeurtenissen in Parijs vonden hun weerslag in Berlijn, Wenen en Den Haag, waar de vorsten gedwongen werden liberale maatregelen door te voeren.
Februarirevolutie (Rusland)zie Russische revolutie.
<<<
Februaristaking (1941), N.a.v. maatregelen tegen de Joden tijdens de Bezetting vond in Amsterdam een massale proteststaking plaats, die door de Duitsers hard werd aangepakt.
Federatie (bondsstaat), het samengaan van een aantal staten ter behartiging van gemeenschappelijke belangen. De staten staan een deel van hun zelfstandigheid af aan de boven hen gestelde bondsorganen, zoals een federale president, -volksvertegenwoordiging en - rechtbank. Voorbeelden: de VS en de Duitse Bondsrepubliek.
Fellah, (arme) Egyptische boer.
Feminisme, vrouwenbeweging die streeft naar emancipatie en maatschappelijke erkenning van de vrouw. [feminist, feministisch. Vrouwenkiesrecht was een doel van het feminisme].
Feniciërs,  oud Oosters volk. De F. woonden in het tegenwoordige Libanon.. De F. zeevaarders kwamen voorbij Engeland en voeren langs de kust van Afrika zuidwaarts. Een belangrijk handelsproduct was de kleurstof purper. Zij ontwikkelden een alfabet.
Feodale stelsel, zie leenstelsel. [feodalisme, feodaliteit, feodaal]
Ferdinand van Aragon (1452 -1516), Spaans koning (1479 -1516). Legde door zijn huwelijk met Isabella van Castilië de grondslag voor het machtige Spaanse wereldrijk.
Fibula [latijn], kledingspeld.
Fietsplaatje, in de crisisjaren betalingsbewijs voor de fietsbelasting.
Filantroop [Grieks = mensenvriend], Iemand die,  meestal met financiële steun, het lot van de zwakken tracht te verzachten.  [filantropie, filantropisch]
Wikipedia
Filibuster, tactiek in de Amerikaanse Senaat om door zeer lange redevoeringen besluitvorming te blokkeren.
Filippica's, benaming van de zeer felle redevoeringen van Demosthenes tegen Philippus van Macedonië.
Filips de Stoute (1342 - 1404), eerste hertog van Bourgondië (1363).
Filips de Schone (1478 - 1506), Bourgondisch hertog (1482) en koning van Castilië (1506). Was de vader van Karel V.
Filips de Goede (1396 - 1467), Bourgondisch hertog. Grondlegger van het Bourgondische rijk. 
Filips II (1527 - 1598), Spaans koning (1556), Heer der Nederlanden (1555). Fel verdediger van het katholicisme. Raakte zowel met Engeland (Armada) als Frankrijk in oorlog. In de Nederlanden brak een opstand uit gericht tegen zijn godsdienstige onverdraagzaamheid en zijn absolutistisch streven.  [L]
Filips IV (1268-1314), Frans koning (1286). Frans-Engelse machtstrijd in Vlaanderen (Guldensporenslag), geschil met Rome (Babylonische gevangenschap), bestuurlijke hervormingen.
Filistijnen, volk dat in het Zuiden van Palestina woonde en vele malen streed met de Israëlieten, door wie zij uiteindelijk werden onderworpen (ca. 700 v.C.)
Filosofie, zie wijsbegeerte [filosoof,  filosoferen]
Fin de siècle, zie belle époque.
Fins-Russische Oorlog (Winteroorlog- 1939-1940), gebiedsafstand aan de USSR.
Fiscus [Latijn = belasting]
Fitch, John (1743-1798), Amerikaans constructeur, bouwer van de eerste stoomboot (1790).
Flagellanten, in de middeleeuwen groepen gelovigen die, zich geselend en zingend, door het land trokken.
Flaubert, Gustave (1821 -1880), Frans schrijver. Madame Bovary.
Fleming, Alexander  (1881 -  1955), Brits bacterioloog, medeontwikkelaar van peniciline. Nobelprijs voor de geneeskunde.
FLN  [Front pour la Libération Nationale] (1954), Algerijnse bevrijdingsorganisatie, later politieke partij.
FNLA [Frente Naçional de Libertação de Angola] (1962 - 1975), nationaal bevrijdingsfront in Portugees Angola.
FNV (1982), (Federatie Nederlandse Vakbeweging),  vakcentrale ontstaan uit een fusie tussen NVV en NKV.
Florijn, middeleeuwse Florentijnse munt.
Floris V (1254 - 1296), Hollandse graaf (1256). Werd door een aantal ontrouwe vazallen vermoord.
Fluit, 17de eeuws scheepstype. 
Foch, Ferdinand (1851 - 1929), Frans maarschalk. Geallieerd opperbevelhebber tijdens W.O.I 
<<<
Folklore, volkskunde zoals overleveringen, oude gebruiken, sprookjes, sagen, verhalen en liedjes. [folkloristisch]
Fonograaf, door Edison ontworpen toestel dat opgenomen geluid ook weer kon weergeven. De voorloper van de gramofoon.
Fontaine, Jean de la ( 1621 - 1695), Frans dichter, is  beroemd gebleven door zijn prachtige fabels.
Force de frappe, de Franse militaire kernmacht.
Ford, Henri (1863 - 1947), Amerikaans autofabrikant. Legde de grondslag voor de automobiel als massaproduct. 
Ford, Gerald (1913- 2006), Amerikaans republikeins president (1974 - 1976). Volgde Nixon, wiens vice-president hij was, na diens gedwongen aftreden op.  
Formateur, in Nederland door de koning aangewezen politicus die de opdracht krijgt een kabinet samen te stellen. [formatie, formeren]
Fort, vestingwerk.
Fortuyn, Pim (1948 -2002), Nederlands universitair docent, columnist en politicus. Oprichter van de LPF. Werd vermoord.
Forum [Latijn = markt], in het klassieke Rome een belangrijk stadscentrum met allerlei activiteiten op politiek, sociaal en cultureel gebied.
Fossiel, versteend overblijfsel van plant of dier; ook afdruk ervan in steen. 
Fouché, Joseph (1759 - 1820), Frans politicus, die als (politie)minister vele heren diende.
Founding Fathers, de opstellers van de Amerikaanse grondwet (1787).
Wikipedia
Fourier, Charles (1772 - 1837), Frans socialistisch denker. Was een voorstander van sociaal-economische coöperaties. Ontwerper van de Phalanstères.
Fractie, de gezamenlijke vertegenwoordigers van een politieke partij in een volksvertegenwoordiging.
Fractieleider, de officiële leider (woordvoerder) van de fractie.
Fragment, deel van iets.  [ fragmentarisch. Hij las een fragment uit het boek voor]
Franc-tireur, niet bij een militaire eenheid ingedeelde strijder.
Franciscanen, rooms katholieke kloosterorde (1210) Stelde het armoede-ideaal  centraal..
Franciscus van Assisi (1182 -1226), Italiaans geestelijke, stichter van de orde der Franciscanen; heilig verklaard.
Franck, César (1822 - 1890), Belgisch/Frans componist. Symfonische gedichten, orgelmuziek.
Franco, Francezco (1893 -1975), Spaans generaal en dictator (1936 - 1975). Leidde in 1936 de Spaanse fascisten in een opstand tegen de linkse Volksfrontregering. Was de leider (Caudillo) van de Falange
Frank, Anne (1929 - 1945), Nederlands Joods meisje, bekend geworden door het dagboek dat zij tijdens haar onderduiktijd  in een Amsterdams achterhuis bijhield. 
Franken, Germaans volk dat van de 6de tot de 9de eeuw grote macht uitoefende in West Europa. Belangrijke vorsten Clovis en Karel de Grote.
<<<
Frankforter parlement (1848 -1849), Duitse grondwetgevende vergadering.
Franklin, Benjamin (1756 -1793), Amerikaans politicus en natuurkundige, medeopsteller van de Amerikaanse grondwet.
Frans I (1494 - 1547), Frans koning (1515) uit het huis Valois. Voerde vele oorlogen met zijn grote rivaal Karel V.
Franse Godsdienstoorlogen (1562-1598) . Strijd tussen de hugenoten geleid door de Bourbons en de katholieken met aan het hoofd de  Guises. Een berucht voorval was de Bartholomaeüsnacht. Het Edict van Nantes maakte een eind aan deze religieus deels politieke burgerkrijg.
Frans Duitse Oorlog (1870 -1871). Oorzaak : Napoleon III voelde zich bedreigd door het machtig geworden Pruisen en verklaarde de oorlog. De Fransen verloren en moesten Elzas Lotharingen afstaan en 5 miljard franc aan herstelbetalingen doen. De nederlaag gaf aanleiding tot de Revanchegedachte. Tijdens de oorlog werd de Derde Republiek uitgeroepen en vond de Commune opstand in Parijs plaats.
Frans-Jozef(1830 - 1916), Oostenrijks keizer(1848) en koning van Hongarije (1867). 
<<<
Franse Revolutie (1789 - 1799), de veranderende structuur van de geprivilegeerde standenmaatschappij, de verlichte denkbeelden (volkssoevereiniteit, verdraagzaamheid en gelijkheid) en de politieke mondigheid van de burgerij deden in 1789 een politieke revolutie uitbreken. Frankrijk werd een constitutionele monarchie. De afschaffing van de privileges van de geestelijkheid en de adel betekende een sociale revolutie. In 1792 werd Frankrijk een republiek. De Kerk verloor haar grote machtspositie. Na het Schrikbewind van Robespierre en de betrekkelijke zwakte van het Directoire pleegde Napoleon in 1799 een staatsgreep. Als consul had hij feitelijk dictatoriale macht.kaleidoscoop
Franse Tijd (1810 - 1815) periode waarin Nederland bij Frankrijk was ingelijfd. Meer algemeen de de periode  waarin Napoleon Europa overheerste (1795-1815) .
Franssen van der Putte, Isaäc, (1822 - 1902), Nederlands liberaal politicus en minister. Wilde particuliere exploitatie van de koloniën, was voorstander van algemeen kiesrecht.
Frederik II de Grote (1712-1786), Pruisisch koning (1740). Maakte Pruisen (Dld) tot een belangrijke Europese staat. Was een beschermer van wetenschap en kunst. Wordt gerekend tot de verlichte despoten. 
Frederik Barbarossa (1113 -1190), Duits keizer (1155). Verdronk tijdens de derde kruistocht.
Frederik Willem I (1688 -1740), Koning in Pruisen (1713 - 1740), grondlegger van de Pruisische staat.
Frederik Hendrik (1584 - 1647), Hollands stadhouder (1625). Bracht de Spanjaarden beslissende nederlagen toe.
 Wikipedia
Free Trade [Engels = vrijhandel].
Fregat, 1) 19de eeuws zeilschip;  2) oorlogsschip.
Fresco, een op natte kalk aangebrachte schildering.
FRETILIN (1974), het Revolutionaire Front van Oost-Timor (vroegere Portugese kolonie, in 1976 Indonesisch) , streeft onafhankelijkheid na, sinds 1976 ondergronds.
Freud, Sigmund ( 1856 - . 1939), Oostenrijks  psychiater, grondlegger van de psychoanalyse,
Freule, adellijke, niet getrouwde vrouw.
Freya, Germaanse godin van de vruchtbaarheid.
Friedrich, Caspar(1774-1840), Duits schilder  (romantiek). 
Fries, horizontale, veelal van beeldhouwwerk voorziene dwarsbalk op de zuilen van een klassieke tempel.
Friezen, Germaanse stam vooral wonend aan de Noordzeekust.
Front National (1972), Franse extreem rechtse politieke partij met sterk racistische kenmerken.
Front, eerste gevechtslinie van een strijdend leger [frontaal. Aan het westelijk front was geen nieuws ].
Führer [Duits = leider], titel die Hitler in 1934 aannam als leider van het Derde Rijk.
Fulton, Robert (1765 - 1815), Amerikaans ingenieur en schilder. Ontwerper van de eerste stoomboot (1807).
Fundamentalisme, streng orthodoxe richting in de Islam en het protestantisme.
Fusilleren ,doodschieten met geweervuur, meestal als militaire straf (fusillade)
<<<