ABCDEFGHIJKLM
NOPQRSTUVWXYZ
INDEX
Wikipedia


   

SA, (Duits = Sturm Abteilung). Het partijleger (de bruinhemden) van de NSDAP.  
Sabbat, Joodse gewijde rustdag (zaterdag).
Sabel, wapen waarmee gehouwen en gestoken kan worden.
Sabijnen, oud Italisch volk dat ten Noorden van Rome woonde.
<<<
Sabijnse Maagdenroof, volgens de overlevering, roofden de Romeinen op een feest de huwbare Sabijnse vrouwen.
Sabotage, het moedwillig vernielen van iets; de uitvoering van iets tegenwerken. [saboteren, saboteur. Tijdens de bezetting werd sabotage zwaar gestraft].
Sacco di Roma (1527), plundering van Rome door de troepen van Karel V.
Sacco en Vanzetti, zaak van (1920 1927), berucht proces in de VS tegen twee Italiaanse anarchistische arbeiders. Velen meenden dat zij onschuldig waren (moord) en het slachtoffer waren van de toen heersende fel antilinkse publieke opinie [Red Scare].
Sacharov, Andrej, (1921-1989), Sovjetrussisch atoomgeleerde en Nobelprijswinnaar. Vooraanstaand dissident.
Sacrament, genademiddel: "middel waardoor men Gods goedheid deelachtig" kan worden.
<<<
Sacristie, ruimte in een katolieke. kerk die dient als bewaarplaats van gewaden e.d.
Sadat, Mohammed (1918-1981), Egyptisch militair, politicus en president. Mede-ondertekenaar van het Camp David-akkoord.Werd vermoord.
Saddam Hussein
(1937), regeringsleider en  autocratisch president van Irak (1979- 2003).In 2006 terechtgesteld.
Sade, Donatien markies de (1740-1814), Frans schrijver van veelal gewelddadig pornografisch werk. Justine.
Saenredam, Pieter (1597-1665), Nederlands schilder. Zijn werk bestaat bijna hoofdzakelijk uit het in/exterieur van kerkgebouwen. 
Sage, een overgeleverd, fantasierijk verhaal met een historische kern.
Saint Simon, Claude (1760-1825), Frans schrijver en denker die zich o.a. bezig hield met de aard van de samenleving. Voorloper van het socialisme.
Saint-Saëns, Camille (1835-1921), Frans componist en organist Le carnaval des Animaux , Samson et Dalila, pianoconcerten.
Saksen Coburg, Duits hertogdom. Leopold van Saksen Coburg werd in 1831 de eerste koning van het onafhankelijk geworden België.
Saksen, Germaans volk wonend in Noordwest Duitsland. ca  450 staken Saksen en Angelen over naar Engeland.
Saksische huis ( 919-1024), Duits vortsengeslacht .
Saladin (1137-1193), Egyptisch sultan. Streed succesvol tegen de kruisvaarders.
Salamis, zeeslag bij (480 v. chr.). Bij het Griekse Salamis werd de Perzische vloot verslagen door Themistocles.
Salat, het vijf maal daagse Islamitische gebed.
Salazar, Antonio (1889-1970), Portugees katholiek politicus. Dictatoriaal regerend minister president (1932-1968).
Wikipedia
Salet, ontvangkamer [een theesalet]
Salisbury, Robert (1830-1903), Engels Conservatief politicus, eerste minister (1885-1886;1886-1892;1895-1902), Voorstander van het imperialisme.
Salmanassar III (858-824 v.chr.), Assyrisch vorst onderwierp Babylon en Israël.
Salomo, koning van Israël (970-932 v.chr.).
Salon, ontvangkamer, de "mooie" kamer.
SALT, Strategic Arms Limitiation Talks. Reeks besprekingen tussen de USSR en de VS sinds 1968 om te komen tot beperking van lange afstands wapens.
Saluutschoten, schoten afgevuurd ter begroeting, of als afscheid van een belangrijk persoon.
Salvo, reeks schoten [In de stad klonken geweersalvo's] .
Samenzwering, in het geheim met elkaar iets (kwaads) voorbereiden. [samenzweerder, samenzweren. De samenzwering kwam spoedig aan het licht]
Samizdat, in de Sovjet Unie de ondergrondse pers.
Samnieten, oud Italisch volk in de buurt van Rome.
Samoerai, ridder uit het Japanse feodale tijdperk.
<<<
San Martin, José de (1778-1850), Zuid-Amerikaans vrijheidsstrijder. Streed tegen de Spanjaarden in Chili en Peru.
Sanctie, 1) koninklijke goedkeuring d.m.v. handtekening; 2) straf, dwangmaatregel. [Welke sanctie staat er op de overtreding ? ]
Sandelhout, Indische edele houtsoort.
Sandinisten (1961), Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront. Linkse guerrillabeweging in Nicaragua. Nam in 1979 de macht van Somoza over en bleef tot 1990 aan de macht..
Saneren, gezond maken, zuiveren. [De krottenwijk werd gesaneerd]
Sanhedrin, hoogste joods rechterlijk college in de Romeinse tijd.
Sansculotten, naam voor de Franse revolutionairen van 1789 en later.Zij behoorden vooral tot het volk en droegen een pantalon i.p.v. de culotte (kniebroek).
Sanskrit, Indo Europese taal.
San Stefano, vrede van (1878), maakte een eind aan de Russisch Turkse oorlog . De Russische invloed op de Balkan nam enorm toe, o.a. door de stichting van een groot Bulgaars rijk.
Santer, Jacques (1937), Luxemburgs politicus, premier (1984-1989,1989-1994), voorzitter van de Europese Commissie. (1994-1999)
Sappeur, soldaat belast met het maken van loopgraven e.d.
Sappho, (ca. 600 v.chr.), klassiek Grieks dichteres.
Saracenen, de Arabieren rond de Middellandse Zee.
<<<
Sarcofaag,   stenen doodkist.
Sarcozy, Nicolas (1955), Frans rechts  politicus. President (2007- heden ).
Sarekat Islam (1911), Indonesische nationalistische Islamitische organisatie.
Sargon II (ca 715 v.chr.) stichter van het Nieuw Assyrische rijk, voerde Israël in ballingschap.
Sargon (ca. 2340-2284 v.chr.), belangrijk vorst in Mesopotamië.
Sartre, Jean-Paul (1905-1980) Frans filosoof (existentialisme) en (toneel)schrijver Huis Clos (Met gesloten deuren), La Nausée ( Walging)
Sassaniden (226-651), Perzische dynastie
Satellietstaat, staat die geheel in de pas loopt met een andere staat. [De USSR was omgeven door satellietstaten]
Sater, Griekse mythologie: bosgod, half mens half dier. [[]]
Satie, Erik (1866-1925), Frans componist (ballet- en pianomuziek).
Satire, hekeldicht. [Het satirische TV programma werd goed bekeken]
Satraap, oud Perzisch stadhouder. [satrapie]
Satyagraha, (door Gandhi gebruikte term) geweldloos verzet.
Sauckel, Fritz (1894-1946), Duits Nazi politicus. Verantwoordelijk voor gedwongen tewerkstelling van buitenlandse arbeiders. Werd als oorlogsmisdadiger terechtgesteld.
Wikipedia
Saul, (ca. 1025 v.chr.) eerste joodse koning.
Savonarola, Girolamo (1452-1498), Italiaanse boeteprediker, wegens vermeende ketterij  verbrand.
Savornin Lohman, Alexander (1837-1924), Nederlands politicus en minister. Medeoprichter van de CHU.
Savoye, huis van (1861-1946), Italiaanse koningsdynastie.
Scarabee, in het oude Egypte als heilig dier vereerde mestkever. 
Scarlatti, Domenico (1685-1757), Italiaans componist .Pianomuziek.
Scarlatti, Alessandro (1660-1725), Italiaans componist Opera's
Scepter, staf die het koninklijk gezag symboliseert. [Wie zwaait hier de scepter = Wie is hier de baas?]
Schacht, Hjalmar, (1877-1970), Duits bankier en minister onder Hitler.
Schaepman, Hermanus (1844-1903), Nederlands priester en vooraanstaand politicus.
Schaffelaar, Jan van , Gelders krijgsman in dienst van de bisschop van Utrecht. Sprong in 1482 om zijn kameraden te redden van de Barneveldse kerktoren.
Schaft, Hannie (1920-1945), Nederlands verzetsstrijdster, werd gefusilleerd.
Scharlaken, helderrode kleur.
<<<
Schatting, door de veroveraar opgelegde belasting. [De Galliërs betaalden aan de Romeinen de schatting in de vorm van everzwijnen]
Schavot, verhoging waarop terechtstellingen plaatsvinden.
Scheel, Walter (1919), Duits politicus (FDP) en president van de Bondsrepubliek (1974-1979) .
Scheepskameel, zeventiende-eeuws vaartuig waarmee een schip over ondiepe plaatsen kon worden gevaren.. 
Scheidemann, Philipp (1865-1939), Duits sociaal democratisch  politicus en minister. Riep in 1918 de Duitse republiek uit. 
Scheiding Kerk en Staat, liberaal beginsel dat de invloed van de kerk op de staat uitsluit. De staat moet in kerkelijke zaken neutraal zijn.
Schelling, middeleeuwse munt.
Schendel, Arthur van (1874-1946), Nederlands schrijver Het fregatschip Johanna Maria; De wereld een dansfeest.
Schengen, verdrag van (1985), voorziet in open grenzen binnen de EU.
Schepel, oude inhoudsmaat (10 l.)
<<<
Schepen, lid van de middeleeuwse vroedschap. Was belast met bestuur en rechtspraak.
Schepping, volgens het Oude Testament de creatie van het Universum door God.
Schering, in de lengte lopende draden van een weefsel. De in-slagdraden lopen in de breedte. [Schering en inslag: fig. iets dat zeer vaak voorkomt.)
Schermerhorn, Willem (1894-1977), Nederlands socialistisch politicus en eerste minister president na W.O.II.
Scherpe Resolutie (1617), op initiatief van Van Oldebarnevelt door de Staten van Holland genomen besluit, dat de macht van stadhouder Maurits sterk inperkte.
Schervengericht, zie ostracisme.
Scheurbuik, ziekte veroorzaakt door een tekort aan vitamine C.
Schiele, Egon (1890-1918), Oostenrijks expressionistisch schilder. 
Schieringers en Vetkopers, twee elkaar in de 14de en 15de eeuw bestrijdende partijen in Friesland en Groningen.
Schiereiland, een aan drie zijden door water omgeven stuk land. [Spanje en Portugal noemen we het Iberisch schiereiland]
Schild, 1) schijf, vaak van metaal of leer ter bescherming tegen wapens. 2) in de wapenkunde het onderdeel (rond, vierkant, ruitvormig etc.) waarop en waaraan de overige onderdelen zijn aangebracht. 
Wikipedia
Schildknaap, adellijke jongen die een ridder diende en door deze geoefend werd in het gebruik van wapens.
Schiller, Johann (1759-1805), Duits dichter.  Thema in zijn werk is de vrijheid. Don Carlos; Maria Stuart; Wilhelm Tell.
Schimmelpenninck, Rutger Jan (1761-1825)  Nederlands politicus, raadspensionaris van de Bataafse Republiek (1805-1806).
Schisma, (Latijn = scheuring). Het Grote Schisma. (1054), het uiteen vallen van de christelijke kerk in een Rooms Katholieke- en een Grieks Katholieke (Orthodoxe) Kerk.
Schleicher, Kurt von (1892-1934), Duits militair, politicus en rijkskanselier (1932-1933). Werd door de Nazi's vermoord.
SchlieffenAlfred  von (1833-1913), Duits chef van de generale staf. Opsteller van het zgn. Schlieffenplan, dat een tweefrontenoorlog wilde voorkomen door een snelle aanval via België op Frankrijk waarna Rusland apart kon worden aangepakt.
Schliemann, Heinrich, (1822-1890), Duits archeoloog, beroemd door zijn opgravingen bij Troje.
Schmalkaldisch Verbond (1531-1547), verbond van protestantse Duitse steden en vorsten tegen de katholieke Karel V.
<<<
Schmelzer, Norbert (1921), Nederlands katholiek politicus en minister. Bekend door "de nacht van Schmelzer", waarin hij het kabinet Cals (KVP/PvdA) ten val bracht.
Schmidt, Helmut (1918), Duits socialistisch politicus en bondskanselier (1974-1982).
Schoener, 19de eeuws snelvarend zeilschip.  
Schola, Latijn = school
Scholastiek, middeleeuwse denkrichting, geformuleerd door Thomas van Aquino. Hij trachtte een brug te slaan tussen het klassieke denken en het christendom. De S. heeft veel invloed gehad in de middeleeuwen.
Schönberg, Arnold (1874-1951), Oostenrijks componist, muziekvernieuwer. .kamermuziek; Pelléas et Mélisande.
Schoolstrijd, de strijd voor onderwijsvrijheid en - gelijkheid in Nederland. De gelijkheid kwam in 1917 door financiële gelijkstelling van openbaar- en bijzonder onderwijs. Vrijheid kwam in 1948 (grondrecht), iedereen mocht een school stichten.
Schopenhauer, Arthur (1788-1860), Duits filosoof . Die Welt als Wille und Vorstellung
Schout, in de middeleeuwen een door de overheid aangestelde ambtenaar belast met ordehandhaving en rechtspraak.
Schriftgeleerde, bij de joden een kenner van de joodse wetten e.d.
<<<
Schrikbewind, (1793-1794), periode in de Franse Revolutie waarin de radicale Jakobijnen, met uitschakeling van al hun tegenstanders, hun denkbeelden trachtten door te voeren. Leider in deze periode was Robespierre. kaleidoscoop
Schröder, Gerhard (1944), Duits socialistisch politicus, partijleider en bondskanselier (1998-2005).
Schubert, Franz (1797-1828), Oostenrijks componist. Pianomuziek, liederen, symfonieën.
Schuilkerk, tijdens de Republiek niet als kerk te herkennen gebouw waarin alle niet-calvinistische gelovigen bijeenkwamen.
Schuman, Robert (1886-1963), Frans politicus en minister president (1947-1948. Grondlegger van de EGKS.
Schumann, Robert (1810-1856), Duits componist 4 symfonieën, pianoconcert,  pianomuziek.
Schuschnigg Karl von (1897-1977), Oostenrijks politicus en bondskanselier (1934-1938). Trad na de Anschlusz af.
<<<
Schutspatroon, beschermheilige van een bepaalde groep. [St Joris is de schutspatroon van de automobilist]
Schutterij, middeleeuwse vereniging van schutters die zich bezighield met de verdediging van de stad. Zij oefende geregeld in de zgn. Doelen. Een stad had meestal verschillende schutterijen, die samen weer een gilde vormden.
Schuurkerk, schuilkerk. Tijdens de Republiek ruimte waar de katholieken hun (verboden) godsdienstoefeningen hielden.
Schweitzer, Albert, (1875-1965), Frans theoloog, arts en zendeling. Werkte lange tijd in Afrika (Lambarene). Nobelprijswinnaar.
Scipio, Publius Africanus Maior (236-184 v.chr.), Romeins veldheer, bedwinger van Hannibal;
Wikipedia
Scipio, Publius Africanus Minor (185-129 v.C.), Romeins veldheer, verwoester van Carthago.
Scorel, Jan van (1495-1562), Nederlands schilder. 
Scott, Walter (1771-1832), Schots schrijver van vooral historische romans Ivanhoe.
Scudraket, Russische raket voor de korte afstand.
Scythen, in Oudheid steppenvolk dat zich in de 8ste eeuw v.chr. vanuit Centraal Azië naar de Zwarte Zee trok.
SD, Sicherheitsdienst, Duitse Nazi inlichtingendienst.
SDAP, Sociaal Democratische Arbeiderspartij (1894-1946), Nederlandse socialistische partij.
SDB, (1881), Sociaal Democratische Bond. Eerste socialistische organisatie in Nederland.
SDI (Strategic Defence Initiative), Amerikaanse programma d.m.v. ruimtewapens ballistische projectielen onschadelijk te maken.
SEATO, South East Asian Treaty Organization (1954). Militair bondgenootschap waar o.a. de VS, Groot Brittannië, Frankrijk en de Filippijnen lid van zijn.
Sebastopol, Russische oorlogshaven op de Krim
Sebrenica, Bosnische plaats waar in 1995 het optreden van het Nederlands (VN) bataljon achteraf door de politiek zwaar werd bekritiseerd
<<<
Secessie, ( Latijn = afscheiding). Secessieoorlog = afscheidingsoorlog, naam voor de Amerikaanse Burgeroorlog. De Zuidelijken hadden zich van de federatie afgescheiden en vormden een confederatie.
Secreet Besogne, in de Republiek 17de eeuwse geheime commissie van de Staten Generaal met name voor de buitenlandse politiek.
Secretaris Generaal, de algemene secretaris. 1) hoogste niet politieke ambtenaar op een departement, staat direct onder de minister; 2) hoogste ambtenaar van de VN; 3) hoogste partijfunctionaris is een communistisch land.
Secretary of State, de minister van buitenlandse zaken van de VS.
checkpoint
Sectorgrens, de grens tussen het in bezettingssectoren verdeelde naoorlogse Berlijn.
Secularisatie, het proces van verwereldlijking. ( seculier = wereldlijk, seculariseren. De kerkgoederen werden geseculariseerd)
SED (1946-1990), Sozialistische Einheitspartei Deutschlands. Communistische partij in de DDR.
Sefardiem, afstammelingen van Portugese en Spaanse joden.(zie ook asjkenaziem)
<<<
Segregatie ( Latijn = scheiding). De scheiding van twee rassen, die ieder hun eigen scholen, bioscopen, kerken, openbaar vervoer e.d. hebben.
Sekte, godsdienstige groep, die zich van een grotere groep heeft afgescheiden. [sektariër]
Seldsjoeken (11de en 12 eeuw), Turkse dynastie, die geheel Voor Azië en Klein Azië veroverde.
selectie, het uitkiezen. [selecteren. Hij was het niet eens met de sportselectie]
Semi-, in samenstellingen half. [semi-overheidsbedrijf, particulier bedrijf met een grote, meestal financiële, betrokkenheid van de overheid]
Semieten, de volken die een semitische taal spreken. Hiertoe behoren o.a. de joden en de Arabieren.
Seminarie, rooms katholiek instituut voor de priesteropleiding.
Semmelweis, Ignaz (1818-1865), Hongaars arts en hoogleraar. Wees op het verband tussen kraamvrouwenkoorts en hygiëne.
Senaat, 1) in het klassieke Rome de vergadering van oud-magistraten, die zich vooral bezighield met de buitenlandse politiek; 2) in de VS onderdeel van het Congres. Elke staat is in de senaat vertegenwoordigd door 2 senatoren. Daardoor zijn grote en kleine staten gelijk vertegenwoordigd; 3) in Nederland wel eens de naam voor de Eerste Kamer. [senator, senaatszetel]
<<<
Seneca, Lucius ( 5 v.chr. - 65), Romeins schrijver en wijsgeer. Leermeester van Nero, die hem later liet ombrengen.
Senior ( Latijn = de oudste). In het leenstelsel de leenheer.
Seniorenconvent, commissie van de Tweede en Eerste Kamer, waarin de fractieleiders van de grote partijen zitten.
Separatisme, beweging die tot doel heeft zich ergens vanaf te scheiden. [separatistisch. Vele Spaanse Basken zijn separatisten)
Seponeren, het niet meer nader onderzoeken van een strafbaar feit. [De officier van justitie seponeerde de zaak]
Sepoy, inheems soldaat van het Britse leger in Voor Indië.
Sepoy opstand (1857-1858), opstand van Brits Indische inheemse soldaten uit onvrede over het bestuur en de voortgaande verwestersing.
Septimus Severus, Lucius (145-211), Romeins keizer (192-211), werd door zijn soldaten aan de macht gebracht (soldatenkeizer)
Septuagint, Griekse vertaling van het Oude Testament.
SER, Sociaal Economische Raad. Hoogste orgaan binnen de PBO. De Raad bestaat uit 15 leden van de werknemers, 15 leden van de werkgevers en 15 kroonleden . De Raad geeft adviezen op soc. con. gebied.
Wikipedia
Serajewo [Bosnië] hier werd in 1914 de Oostenrijkse troonopvolger en zijn vrouw vermoord. Het zgn. schot in Serajewo was de aanleiding tot W.O.I.    camerascoop
Sermoen, preek.
Seth, oud Egyptische god, vaak het kwaad vertegenwoordigend.
Seurat , Georges (1859-1891), Frans schilder (neo-impressionisme). 
Seyss Inquart, Arthur (1892-1946), Oostenrijkse Nazi, tijdens de Bezetting Rijkscommissaris in Nederland. Werd in Neurenberg ter dood veroordeeld. 
Sfinx, oud Egyptisch beeld half mens half leeuw. Vaak wachter bij een piramide
SGP - Staatkundig Gereformeerde Partij - (1918), Nederlandse politieke partij op reformatorische grondslag
Shakespeare, William, (1564-1616), Engels dichter en toneelschrijver van vele nog steeds gespeelde stukken Hamlet, Othello, MacBeth, Driekoningenavond, King Lear.  
Shamir, Yitzhak (1915), Israëlisch politicus (Likoedpartij) en regeringsleider (1986-1992).
Sharpville, bloedbad van (1960), bloedig onderdrukte Bantoedemonstratie bij S. kostte 250 slachtoffers.
Shaw, George Bernard (1856-1950), Brits toneelschrijver. Nobelprijswinnaar Jeanne d'Arc, Caesar en Cleopatra, Pygmalion.
<<<
Sherman Antitrust Act (1893), Amerikaanse wet die monopolievorming moest tegengaan.
Shiva, Hindoegod, o.a. van de vruchtbaarheid. 
 Shostakovitsj, Dmitri (1906-1975), Russisch componist [symfonieën, vioolconcert].
Sibelius, Jean (1865-1957), Fins componist Symfonieën, vioolconcert, symfonische stukken.
Signac, Paul (1863-1935), Frans neo-impressionistisch schilder . 
Signeren, ondertekenen. [signatuur = handtekening. De middeleeuwse kunstenaar signeerde zijn werk meestal niet]
Sikhs, militante religieuze sekte in India die o.a. streeft naar onafhankelijkheid.
Simonie, het verkopen van geestelijke ambten vooral  in de middeleeuwen.
Simson (Samson), Joods richter.
Singer, Isaac (1904), Pools schrijver en Nobelprijswinnaar The magician of Lublin (De duizendkunstenaar van Lublin).
Sinn Fein, politieke vleugel van de Ierse vrijheidsbeweging.
Sint Helena, Brits eiland in het Zuiden van de Atlantische Oceaan. Tweede ballingsoord (1815-1821) van Napoleon Bonaparte
<<<
Sirenen, Griekse mythologie: wezens die schepelingen door hun gezang lokten om hen daarna te doden.
Sisyphus
Sjah, titel van de Perzische koningen.
Sjahrir, Sutan, (1909-1966), Indonesisch socialistisch politicus en minister president (1945-1947).
Sjees,
tweewielig, tweepersoons licht rijtuig.
Sjeik, Arabische (aanspreek) titel.
Sjensi, Chinese provincie bekend door het van 1934 af begonnen experiment van Mao tse Toeng van een grote communistische boerengemeenschap.
Sjevernadze, Edoeard (1928), Sovjetrussisch politicus en minister, premier van Georgië (1992).
Sji'ieten, richting in de Islam die Mohammeds schoonzoon Ali als wettige kalief erkent (Iran, Syrië).
Sjintoïsme, Japanse godsdienst. Kenmerken de vele goden en de voorouderverering.
Sjogoen, erfelijke titel van militair die in feite de macht uitoefende in het keizerlijke Japan. [sjogoenaat]

Wikipedia
Slaaf, 1) lid van het Slavische volk, 2) rechteloos gemaakte man of vrouw die het bezit van iemand is en waarover naar willekeur kan worden beschikt. [slavin, slavernij]
Slagschip, zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber. 
Slauerhoff, Jan  (1898 - 1936), Nederlands dichter. Schuim en asch.
Slaven, grote, vooral in Oost Europa wonende volkerengroep behorend tot de Indo Germanen (Polen, Russen, Serven, Oekraïners)
Slavernij, het slaaf zijn.
Slavofielen, die 19de eeuwse Russen die typisch Slavische cultuurelementen benadrukten. In tegenstelling tot degenen die zich op het Westen oriënteerden (zie zapadniki).
Slijkgeuzen, scheldnaam voor de Gomaristen die in de openlucht de preek gingen horen.
Slums, (Engels = de sloppen), achterbuurt van een stad.
Sluter, Claus (ca 1345 -1406), Nederlands beeldhouwer .Mozesput bij Dijon.  
Smaldeel, deel van een oorlogsvloot dat zelfstandig opereert.
Smalle basis, term die aangeeft dat een kabinet de steun heeft van een (zeer) klein deel van de Staten Generaal.
<<<
Smeekschrift (1566),  een door de Nederlandse lage adel aan de landvoogdes   Margaretha van Parma aangeboden stuk waarin zij verzachting van de plakkaten vroegen.
Smetana, Bedrich (1824-1884), Tsjechisch componist. De verkochte bruid;  Mijn Vaderland.
Smith, Adam (1723-1790), Schots schrijver en denker. Wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne economie. Was voorstander van vrijhandel .The wealth of Nations.
Smokkelen, goederen zonder medeweten van de douane in- of uitvoeren. [smokkelaar, smokkelwaar]
Smuts, Jan (1870-1950), Zuid Afrikaans veldmaarschalk en minister president (1919-1924, 1939-1948) .
Sneevliet, Hendricus (1883-1942), Nederlands communistisch politicus. Oprichter van de Indische communistische partij.
Soares, Mario (1924), Portugees socialistisch politicus, minister president (1976-1978) en president (1986 - 1996)).
Sobibor [Polen], hier hadden de Nazi's een vernietigingskamp ingericht.
Sociaal Revolutionairen, Russische socialisten die zich vooral richtten op de boeren
Sociaal Democratie, die richting in het marxisme die de wereldrevolutie afwijst en het doel wil bereiken met democratische middelen. [sociaal democraat]
<<<
Sociaal Darwinisme, 19de eeuwse stroming, die Darwins leer -  met name "the struggle for life and the survival of the fittest"- op het maatschappelijk leven wilden toepassen.
Sociaal, maatschappelijk, de samenleving betreffend. [De sociale wetgeving staat op een hoog peil].
Sociale geschiedenis, de geschiedenis die zich bezighoudt met de samenleving en de daarin optredende verschijnselen.
Sociale vraagstukken, vraagstukken de samenleving betreffend. Bijv. de verhouding tussen jeugd en bejaarden, het vergrijzingsproces, de geboortegolf.
Sociale wet, wet bedoeld om de zwakken in de samenleving te helpen bij bijv. ziekte, werkeloosheid, invaliditeit, ouderdom enz.
Sociale kwestie, in de 19de eeuw ontstane problematiek rond de arbeids- en leefomstandigheden van de arbeiders.
Sociale grondrechten, grondrechten die de bestaanszekerheid van het individu waarborgen zoals behoorlijk betaalde arbeid, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg enz.
Socialisme, politieke stroming die door opheffing van het privé eigendom van de productiemiddelen denkt te kunnen komen tot een rechtvaardiger samenleving. Over de wijze waarop en de mate waarin dit moet gebeuren bestaan er onder de socialisten grote meningsverschillen.
Wikipedia
Socialistenwet (1878-1890), een door Bismarck gemaakte wet ter beteugeling van het opkomend socialisme.
Socialistisch realisme, de officiële kunstvorm in de USSR met name onder Stalin. Kenmerken: werkelijkheidsgetrouw, verheerlijking van de revolutie, de arbeid en de leider. 
Sociologie, wetenschap die zich bezighoudt met de samenleving als zodanig.
Socrates (469-399 v.chr.), Atheens wijsgeer, werd gedwongen de gifbeker te drinken.
Soeharto, Kemusu (1921 - 2008), Indonesisch militair en president (1968-1998). Leidde in 1968 het verzet tegen Soekarno
Soekarno, Achmed (1901-1970), Indonesisch politicus en nationalist. Riep in 1945 de republiek Indonesië uit en was de eerste president (1945-1967). In de laatste jaren van zijn bewind werd zijn macht beknot door het leger. 
Soemeriërs, volk dat ca. 3000 v. C. in Mesopotamië woonde en daar een hoge beschavingstrap bereikte.
Soen Yat Sen (1866- 1925), Chinees politicus, nationalist en president (1917). Oprichter van de Kwo Min Tang.
Soennieten, vertegenwoordigers van de orthodoxe richting in de Islam. Naast de Koran erkennen zij ook andere uitspraken van Mohammed.
Soera, hoofdstuk van de Koran.
Soetardjo, petitie van (1936), Indonesisch voorstel een conferentie te beleggen over geleidelijke verzelfstandiging van Indonesië.
Ü ÜÜ
Soevereiniteit, oppergezag dat zich aan niemand behoeft te verantwoorden. De S. Kan berusten bij God, bij de vorst of bij het volk. [soeverein. Nederland droeg de soevereiniteit over aan Indonesië]
Sofisten, in het klassieke Griekenland rondtrekkende leraren in de welsprekendheid en het politieke denken.
Soka Gakkai (1937), religieuze beweging in Japan die zich verzet tegen het sjintoïsme.
Soldatenkeizer, in het Romeinse rijk de keizers die met hulp van hun leger aan de macht waren gekomen.
Soldij, het loon van een soldaat.
Solidariteit, 1) saamhorigheidsgevoel 2) Poolse vakbond die streeft naar radicale hervormingen. [solidair. Uit solidariteit staakten ook de verpleegkundigen]
Solon (640-558 v. chr.) Atheens wetgever, ontwerper van een nieuwe staatsregeling.
Solzjenitsyn, Aleksandr (1918), Russisch, aanvankelijke dissidente, schrijver .Werd verbannen (1974) uit de USSR. , GOElag Archipel.
<<<
Somme, slag aan de (1916), tijdens WO I Frans-Brits offensief aan het Westelijk Front; miniem resultaat met als prijs 500 000 slachtoffers aan Duitse en geallieerde zijde.
Sommeren, aanmanen. [De agent sommeerde iedereen door te lopen]
Somoza, Anastasio (1925-1980), Nicaraguaans rechts politicus en president (1967-1972; 1974-1979).
Sophocles ( 496-405 v.chr.) Grieks tragediedichter Antigone, Oedipus rex, Electra.
Sovchoz, groot agrarisch staatsbedrijf in de USSR.
Soweto (1976), zwart Zuid Afrikaans woonoord waar bij demonstraties meer dan 1000 zwarte slachtoffers vielen. [[L]]
Sovjet, Russisch = raad.
Sovjet Rusland, naam voor de USSR (Sovjetrussisch), camerascoop
Spaak, Paul-Henri (1899-1972), Belgisch socialistisch politicus en minister president (1938-1939, 1946, 1947-1949). Groot voorstander van de Europese eenwording. Secretaris-generaal Navo (1957-1961)...\sp.burgeroorlog.htm
Spaans Amerikaanse Oorlog, (1898). Oorzaak Spaanse aanwezigheid op Cuba. Gevolg: Cuba onafhankelijk. Filippijnen aan de VS verkocht.
Spaanse Nederlanden , (1579-1713) de Zuidelijke Nederlanden onder Spaans bewind.
Spaanse Burgeroorlog (1936-1939), felle en wrede burgerstrijd in Spanje tussen links (van anarchistisch tot liberaal) en rechts (kerk, adel en leger). De fascistisch georiënteerde generaal Franco ontketende in 1936 militaire opstanden. Met hulp van Hitler en Mussolini versloeg  hij de Republikeinen die tevergeefs werden gesteund door de Internationale Brigade.  , [[L]] [[L]]
Wikipedia
Spaanse Successieoorlog (1701-1713), opvolgingsstrijd om de Spaanse troon. Tegenover Frankrijk en Spanje stonden Engeland, de Republiek en de Duitse keizer. Bij de vrede van Utrecht (1713) kwam er een Bourbon op de Spaanse troon en kwamen de Zuidelijke Nederlanden aan Oostenrijk.
Space shuttle, Amerikaans ruimteveer. [[]]
Sparta, Griekse stadsstaat op de Peloponnesus. In de Oudheid  de grote rivaal van het oude Athene.
Spartacisten, benaming van de Duitse communisten ca. 1919.
Spartacus (ca 70 v.C.), Romeins zwaardvechter, leider van de grote slavenopstand (73-71 v.C.).
SPD, Sozialdemokratische Partei Deutschlands, socialistische partij in de BRD.
Speaker, Engels = de voorzitter van het Lagerhuis.
Speer, Albert (1905-1981), Duits architect en minister van bewapening (1942) tijdens de Nazitijd.
Speijk, Jan van (1802-1831), commandant van Nederlandse kanonneerboot , die hij tijdens de "Tiendaagse veldtocht" in de lucht liet vliegen.
Spelt, graansoort.
Spengler, Oswald (1880-1936), Duits filosoof .Der Untergang des Abendlandes.
Spijkerschrift, Soemerisch tekenschrift dat de indruk wekt van ingedrukte spijkers. 
Spilleleen, een leen dat ook door een vrouw kan worden geërfd.
<<<
Spinhuis, strafinrichting waar veroordeelde vrouwen verplicht waren te spinnen. 
Spinola, Antonio de, (1910-1996), Portugees militair, politicus en president (1974).
Spinoza, Baruch de (1633-1677), Nederlands denker.
Spitsboog, boog bestaande uit twee elkaar scherp snijdende cirkelbogen. 
Splendid Isolation, (Engels = schitterende afzondering). Term voor de Britse afzijdigheid in de 19de eeuwse internationale politiek. De Britten waren vooral ter zee oppermachtig. Zij hadden niemand nodig. Zij hadden niets te vrezen.
Spoetnik, Russische kunstmaan . In 1957 schoten de Russen de eerste kunstmaan in de geschiedenis de ruimte in. 
Spoils system, gewoonte in de VS na de presidentsverkiezingen alle hoge ambtenaren van de verliezende partij te vervangen door mensen van de eigen partij. Vaak ging partijtrouw boven bekwaamheid.
Spoor, Simon, (1902-1949), Nederlands militair. Bevelhebber tijdens de politionele acties.
Spoorwegstaking (1903), solidariteitsstaking van spoorwegpersoneel met Amsterdamse havenarbeiders; (1944) in de Bezetting staking van Nederlandse Spoorwegen n.a.v. de strijd om de grote rivieren.
Spuwer, waterspuwer of gargouille, stenen goot van gotisch gebouw voor de afvoer van regenwater.
Squatters, Amerikaanse pioniers, die zich als eerste boeren vestigen in de nog te ontginnen gebieden.
<<<
SS, (Schutz Staffel), keurkorps in Hitler Duitsland. Verrichtte allerlei bijzondere taken zoals lijfwacht van Hitler, bewakingsdiensten in de concentratiekampen en elitetroepen (Waffen SS) aan het front. De SS stond onder bevel van Himmler en werd vooral berucht door haar onmenselijk en bruut optreden.
Staand leger, leger dat altijd op de been blijft, dat dus niet als een huurleger wordt afgedankt.
Staat, volk(en) dat (die) in een bepaald gebied woont (wonen), met een eigen, meestal zelfstandige bestuursorganisatie.
Staat van beleg, toestand waarin alle burgerlijke vrijheden worden opgeschort en het bestuur bij het leger berust.
Staatsbankroet, de staat kan zijn financiële verplichtingen niet meer nakomen.
Staatsblad, officieel regeringsblad vooral voor de publicatie van wetten en algemene maatregelen van bestuur.
Staatsburger, iemand die de burgerrechten van een staat heeft. [staatsburgerschap]
Staatscourant, , officieel overheidsorgaan voor allerlei officiële mededelingen, zoals ministeriële beschikkingen, benoemingen, vonnissen enz. Verschijnt dagelijks.
Staatsgezinden, tijdens de Republiek die regenten, die tegen een te grote macht van de Oranjes waren.
Wikipedia
Staatsgodsdienst, de officiële godsdienst van een land.
Staatsgreep, poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.
Staatshoofd, degene die het hoogste gezag in de staat uitoefent (vorst of president ).
Staatskerk, kerk die door de staat officieel wordt erkend, waardoor zij bepaalde voorrechten geniet, maar ook onderhevig is aan staatsinmenging. [Koningin Elisabeth II is hoofd van de Engelse staatskerk]
Staatsonthouding, het zich niet bemoeien van de staat met iets. [Liberalen willen een zo groot mogelijke staatsonthouding]
Staatsraad,  lid van de Raad van State.
Staatsschuld, de financiële schuld van de staat.
Staatssecretaris, onderminister. Behandelt zelfstandig met name genoemde onderdelen uit de ministersportefeuille. Hij draagt politieke verantwoordelijkheid.
Stachanow, Sowjetrussische  mijnwerker,  die door zijn produktieprestatie andere arbeiders tot voorbeeld diende.
Stad, vroeger een gebied dat van de landsheer speciale rechten had gekregen, zoals het hebben van een eigen bestuur en rechtspraak : de zgn. stadsrechten.
Stadhouder, plaatsvervanger van de landsheer; in de Republiek titel gedragen door de Oranjes.
Stadhouderloze tijdperk, eerste (1650-1672), tweede (1702-1747), in de Republiek de perioden waarin de Staten geen stadhouder benoemden.
<<<
Stadsrecht, het door de landsheer verleende recht eigen bestuur en rechtspraak te mogen hebben.
Stadsstaat, een zelfstandige stad met het direct omliggende gebied.
Staël, madame de (1766-1817), Frans schrijfster [Delphine, Corinne].
Stagnatie, stilstand. [stagneren. Door de mist ontstond er een verkeersstagnatie.)
Stahlhelm, (1918), vereniging van Duitse oudstrijders (anti marxistisch en anti pacifistisch.)
Staken, het werk neerleggen om betere (arbeids)voorwaarden te verkrijgen. Men kan ook staken om zo invloed uit te oefenen op de politieke situatie. [staking, staker. Door de algemene staking werd een staatsgreep verijdeld]
Stakingskas, fonds dat de stakers van geld voorziet.
Stakingsrecht, het door de staat erkende recht te mogen staken.
Stalin, Jozef (1879-1953), Sovjetrussisch politicus, secretaris generaal, minister president en president. Had van ca. 1930 dictatoriale macht  waarvan terreur en persoonsverheerlijking belangrijke elementen vormden. [[]], camerascoop
Stalingrad [Rusland], slag bij (1943). Na een uiterst felle strijd gaf het zesde Duitse leger onder generaal Von Paulus zich over. Deze slag was het keerpunt in de strijd aan het Russische front.
<<<
Stalinisme, periode van de geschiedenis van de USSR waarin Stalin de onbetwiste leider was. Het regime was totalitair. Persoonsverheerlijking, terreur van de geheime politie, zuiveringen, liquidaties en een overtrokken chauvinisme waren kenmerken van het S.. Vele Oost-Europese landen namen deze vorm van dictatuur over.camerascoop
Stam, bevolkingsgroep met gelijke kenmerken (ras, taal, afkomst).
Stamhertogen, de belangrijkste hertogen van het Eerste Duitse keizerrijk.
Stamkaart, officieel document dat tijdens de Bezetting recht gaf op distributiebescheiden.
Stamp Act (1765), door het Engelse parlement aangenomen wet ter invoering van het zegelrecht in de Amerikaanse koloniën. Wegens hevig verzet van de kolonisten werd de wet ingetrokken.
Stand,  groep in de samenleving, vaak bepaald door geboorte, die een bepaalde functie vervult. In West Europa vormden geestelijkheid, adel en burgerij de drie standen.  Boeren en arbeiders vormden geen stand. Later werden zij wel de vierde stand genoemd.
Standenmaatschappij, (middeleeuwse) samenleving waarin de standen grote politieke invloed bezitten.
Standenvergadering, vergadering van vertegenwoordigers van de standen.
Wikipedia
Standrecht, zonder vorm van proces terechtstellen. [In de Bezetting hanteerden de Duitsers het standrecht]
Stanley, Henri (1841-1904), Brits ontdekkingsreiziger. Spoorde Livingstone op en reisde langs de loop van de Kongo.
Stapel(plaats), plaats waar bepaalde goederen in grote hoeveelheden worden aangevoerd, opgeslagen en verhandeld. Vroeger vervulde de S. een belangrijke rol bij de distributie. [Wolstapel, graanstapel, tabaksstapel. Lange tijd was Amsterdam een belangrijke stapel voor specerijen en tabak]
Stapelrecht, het recht om voor een bepaald product de stapelplaats te mogen zijn.
Starets, Russisch, ascetisch levend monnik en raadsman.
Stars and stripes, de vlag van de VS, bestaande uit 13 strepen (de eerste 13 staten) en 52 sterren (het huidige aantal staten). 
Star Wars, populaire naam voor een geavanceerde oorlog in de ruimte.
START (Strategic Arms Reduction Talks), sinds 1982 door Russen en Amerikanen gehouden besprekingen voor de vermindering van het strategisch atoomarsenaal.
STASI, binnenlandse veiligheidsdienst van de DDR.
State of the Union, door de president van de VS uitgesproken jaarrede voor het Congres. Hij behandelt dan de nationale en de internationale situatie en komt met nieuwe regeringsplannen
<<<
State Department, het ministerie van buitenlandse zaken van de VS.
Staten, de standen.  De staten van Holland, Provinciale staten, Staten Generaal.
Staten Generaal, 1) de algemene standenvergadering van het Bourgondische rijk, 2) De algemene Statenvergadering in Frankrijk en de Republiek, 3) na 1814 het Nederlandse parlement dat nu bestaat uit een Eerste en een Tweede Kamer.
Statenbond, vereniging van staten die op bepaalde gebieden samenwerken, maar hun zelfstandigheid volledig blijven behouden.
Statistiek, wetenschap die zich bezighoudt met het weergeven van allerlei verschijnselen in de maatschappij en die  te interpreteren d.m.v.. getallen en figuren.
Status quo ( Latijn = de toestand op een bepaald ogenblik). Een wapenstilstand op status quo voorwaarden: niemand hoeft gebied op te geven.
Statute of Westminster (1931), overeenkomst waarbij de dominions binnen het Gemenebest volledig zelfstandig werden.
<<<
Statuut van het Koninkrijk (1954), grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden waartoe oorspronkelijk behoorden Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen.
Stauffenberg, Claus von, (1907-1944), Duits officier. Pleegde in 1944 samen met vele anderen een mislukte aanslag op Hitler. [[L]]
Steekpenning, omkoopgeld. [De ambtenaar weigerde steekpenningen]
Stavisky-schandaal (1933), de financiële zwendelpraktijken van Stavisky reikten tot in de hoogste politieke kringen. Rellen en een aftredende regering Daladier.
Steen, Jan (1626-1679), Nederlands schilder van vnl. genretaferelen. [Een huishouden van Jan Steen = een grote bende] De verkeerde wereld.  
Steentijd, prehistorische periode waarin de meeste werktuigen van steen waren. Indeling oude, midden en jonge steentijd.
Steinbeck, John (1902-1968), Amerikaans schrijver The grapes of wrath  (De druiven der gramschap), East of Eden (Ten oosten van Eden).
Steiner, Rudolf (1861-1925), Oostenrijks filosoof, grondlegger van de antroposofie.
Stelling, 1) bewering, die men kan/wil bewijzen 2) de verblijfplaats te velde van legeronderdelen. [Luther schreef in 1517 zijn 95 stellingen. De soldaten verlieten in paniek hun stellingen]
Wikipedia
Stembiljet, invulformulier dat op het stembureau wordt uitgereikt en waarop men door het rood maken van één hokje een geldige stem kan uitbrengen. Een niet ingevuld maar wel ingeleverd biljet is een blanco stem. Tegenwoordig gebruikt men steeds vaker stemcomputers.
Stembureau, elk kiesdistrict is onderverdeeld in eenheden van duizend kiezers de zgn. stembureaus.
Stemrecht, het recht te mogen kiezen (actief) en/of zich verkiesbaar te mogen stellen (passief).
Stendhal,  Marie Henri Beyle (1783-1842), Frans schrijver . Le rouge et le noir (Rood en zwart), La chartreuse de Parme (De charteuse van Parma).
Stephenson, George (1781-1848), Brits ontwerper van de eerste stoomlocomotief (1814).
Stereotiep, onveranderlijke karakterisering van een groep, zoals Hollandse netheid, Schotse zuinigheid, zwarte domheid.
Steunbeer, plaatselijke stenen constructie  om buitenwaartse druk  van een hoge muur tegen te gaan. Vooral bij (gotische) kerkgebouwen. 
Stevin, Simon (1548-1620), Nederlands wiskundige en waterbouwkundige. Paste als eerste de decimale breuk toe.
Sticht het, middeleeuwse naam voor het bisdom Utrecht. Nedersticht = Utrecht, Oversticht = Overijssel.
<<<
Stichtelijk, godsdienstig, godsdienstzin opwekkend. [Het Leger des Heils zong stichtelijke liederen)
Stichting, lichaam met rechtspersoonlijkheid opgericht voor een bepaald doel, maar behalve het stichtingsbestuur zonder leden.
Stichting van de Arbeid, overlegorgaan van werkgevers en werknemers. Doel bevordering van een gunstig soc. econ. klimaat.
Stijgbeugel, een aan het zadel bevestigde voetbeugel om te paard te kunnen stijgen.  
Stikker, Dirk (1897-1979), Nederlands liberaal politicus en minister (1948-1952), secretaris-generaal van de NAVO (1961-1964).
Stolypin, Pjotr (1862-1911), rechts Russisch politicus en minister president (1906-1911)
Stonehenge [Zuid Engeland], zeer bijzonder megalithisch monument
Stoph, Willi (1914-1999), Oost Duits communistisch politicus, eerste minister (1964-1973;1976-1989) en president (1973-1976).
Straatvaart, vroeger de vaart op de Middellandse Zee (door de Straat van Gibraltar) [straatvaarder]
Strafbaar feit, een gebeurtenis of handeling waar de wet met straf dreigt.
Strafblad, een veroordeling levert een strafblad op dat na 8 of vier jaar uit het strafregister wordt verwijderd. [Hij heeft een blanco strafblad]
Strafkolonie, een vooral in de tropen gelegen verbanningsoord voor langdurig gestraften. Meestal verrichten zij ook dwangarbeid.
<<<
Strafproces, proces waarbij de staat (Officier van Justitie) een verdachte heeft gedagvaard.
Strafrecht, onderdeel van het publiekrecht. Het geheel van strafbare feiten (misdrijven en overtredingen) die namens de staat door het Openbaar Ministerie worden opgespoord en voorgeleid.
Strafregister, lijst waarop alle officiële veroordelingen (de strafbladen) van iemand staan vermeld. (maximaal 8 jaar).
Strategie, krijgskunde, de wijze waarop de oorlog in grote lijnen moet worden gevoerd.
[strateeg, strategisch. Von Schlieffens strategie mislukte]
Strausz, Franz Josef (1915-1988), West Duits politicus (CSU) en regeringsleider van Beieren (1978-1988).
Strauss, Richard (1864-1949) Duits componist Salome,  der  Rosenkavalier,  Til Eulenspiegel, , Also sprach Zarathustra .
Strawinsky, Igor (1882-1971), Russisch componist Le Sacre du printemps, Vuurvogel, Psalmensymfonie
Streicher, Julius (1885-1946), vooraanstaand lid van de Duitse NSDAP, berucht om zijn antisemitisme; werd als oorlogsmisdadiger terecht gesteld.
Wikipedia
Strelitzen, de lijfwachten van de tsaar. Werden na een opstand door Peter de Grote geliquideerd (1699).
Stresemann, Gustav (1878-1929), Duits socialistisch politicus en rijkskanselier (1923). Een van de grondleggers van de Frans-Duitse verzoening.
Streuvels, Stijn (1871-1969), Vlaams schrijver.   De Vlaschaard
Strijdhamer, een hamer met een lange steel die als oorlogswapen werd g gebruikt. 
Strindberg, August (1849-1912), Zweeds (toneel)schrijver  Freule Julie
Stroessner, Alfredo (1912 - 2006) , Paraguayaans militair en politicus, president (1954-1989).
Structuur, de wijze waarop iets is samengesteld. [structureel. De structuur van de samenleving was verouderd]
Struggle for life, uitgangspunt van Darwin dat stelde dat in de strijd om het bestaan van een diersoort de zwakken zullen ondergaan zodat de soort zal verbeteren.
Stuart (1307-1714), Schots-Engelse vorstendynastie.
Stuart, Maria (1542-1587), koningin van Schotland (1542-1587), was de rivale van Elisabeth I. Werd door de Engelsen onthoofd.
Stuka, Duitse duikbommenwerper , die vooral in de Blitzkrieg werd gebruikt.
Stupa, half bolvormig stenen boeddhistisch bouwwerk
Sturm und Drang (ca 1770-1785), stroming in de Duitse letterkunde die sterk de nadruk legde op het gevoel.
<<<
Stuurboord, rechterkant van een schip (van achtersteven naar voren - boeg - kijkend)
Stuyvesant, Petrus (1592-1672), in dienst van de W.I.C. gouverneur van Curaçao en directeur-generaal van Nieuw Nederland (1646-1664).
Styx, Griekse mythologie: de dodenrivier, grens tussen het rijk van de levenden en de doden
Subcultuur, groep die in een bestaande cultuur eigen, vaak afwijkende kenmerken vertoont. [De hippies vormden een subcultuur]
Subjectief, van het eigen standpunt uit gezien. [subjectief. Ik vind haar erg subjectief]
Subsidie, financiële steun, meestal door de overheid verstrekt. [Wegens gebrek aan subsidie moest het buurthuis worden gesloten]
Subtropen, gebied tussen de gematigde en hete luchtstreken)
Subversief, ondermijnend, omverwerpend. [De studenten werden beschuldigd van subversief gedrag
Successie, (troons)opvolging. [successierechten, belasting bij erfenis]
<<<
Sudeten-Duitsers, Duitsers die in het Sudetengebied wonen op de grens van Duitsland en Tsjecho Slowakije.
Suezcrisis (1956), crisis ontstaan na de nationalisatie van het Suezkanaal door Nasser en de daarop volgende Frans Brits Israëlische interventie.camerascoop
Suffragette, ca 1900  voorvechtster van de vrouwenemancipatie en het vrouwenkiesrecht in het bijzonder. 
.
Sulla, Lucius (138-78 v.chr.), Romeins politicus en dictator (82-79 v.ch)
Superioriteit, van betere, hogere kwaliteit. [superieur. De Britten toonden hun superioriteit in de lucht]
Supermacht, grootmacht zoals de USSR en de VS.
Supranationaal, boven het nationale uitgaand. [De VN is een supranationale organisatie]
Supremacy, Act of (1534), wet waarbij Hendrik VIII zich aan het hoofd stelde van de Engelse katholieke kerk (Anglicaanse Kerk) en zo een breuk met Rome forceerde.
Suprematie, oppergezag, oppermacht. [Lodewijk XIV streefde naar suprematie in Europa]
<<<
Surrealisme, richting in de 20 eeuwse kunst, die werkelijkheid en onwerkelijkheid met elkaar vermengt. [surrealistisch]. 
Surrogaat, vervangingsmiddel. [Het koffiesurrogaat smaakte redelijk]
Survival of the fittest, term van Darwin om aan te geven dat de sterkste (gezondste) in de natuur de beste overlevingskansen heeft.
Suspensief veto, uitstellend, opschortend veto. [De president van de VS heeft een suspensief veto]
Suzerein, staat die gezag uitoefent over een gedeeltelijk zelfstandige staat [suzereiniteit]
Swammerdam, Jan (1637-1680), Nederlands anatoom. Vermoedelijke ontdekker van de rode bloedlichaampjes.
SWAPO (South West African People's Organization), guerillabeweging (1966-1989), later politieke partij in Namibië.
Swastika, hakenkruis.
Sweelinck, Jan Pietersz (1562-1621), Nederlands organist en componist psalmen, koralen.
Swift, Jonathan (1667-1745), Engels schrijver Gulliver's travels (Gulliver's reizen)
Sykes-Picot overeenkomst (1916), geheime afspraak tussen Engeland, Frankrijk en Rusland over de verdeling van het Turkse rijk.
<<<
Syllabus Errorum (1864), (Latijn = Opsomming der dwalingen) Pauselijke encycliek vooral gericht tegen het liberalisme.
Syllabus, Latijn = samenvatting.
Symbool, zinnebeeld, herkenningsteken. [symboliek, symbolisch. De duif is het symbool van de vrede]
Symmetrie, de ene helft is het spiegelbeeld van de andere helft [symmetrisch]. 
Synagoge, joods bedehuis.
Syndicalisme, stroming in de vakbeweging die met economische middelen (o.a. stakingen) politieke doelen nastreeft.
Synode, vergadering van protestantse kerkleiders.
Synthese, samengaan van verschillende delen (these + antithese = synthese)
Wikipedia