| Aafjes, Bertus | Een voetreis naar Rome, 1946. |
| Capriccio Italiano, 1957. | |
| In de schone Helena, 1960. | |
| Dag van gramschap in Pompeji, 1960. | |
| De Italiaanse postkoets, 1962. | |
| Odysseus in Italië, 1962. | |
| Dooltocht van een Griekse held, 1965. Over Odysseus. | |
| Albe (ps. voor R.A.L. Joossens) | Orpheus, 1950. |
| Droomgezicht in Epidauros, 1965. Levensverhaal van de jurist Innegraeve, die in de Griekse bedevaartplaats genezing vindt. | |
| Te gast bij goden en mensen, 1964. Reisherinneringen. | |
| Bentis, Eva | Het meisje in het marmer, 1997. Vier personen verwerken de, door hen zelf gepleegde, moord op een jeugd'vriendinnetje'. Verwijzingen naar Kore, Pallas Athene en Apollo. |
| Berge, H.C. ten | Een geval van verbeelding, 1970. |
| Een Italiaan in Zutphen, Amsterdam 1990, 118 p. De aan lager wal geraakte classicus Rik van Egum beleeft tijdens de kermisdagen in Zutphen allerlei avonturen, die uitmonden in de metamorfose van een wereldvermaarde Italiaanse schrijver in een ordinaire torenkraai. | |
| Blijstra, Reinder | Reiziger in Hellas, 1955. |
| Anaxagoras, 1958. Dialoog. | |
| Zij van ons, 1965. In Zij van Mykenai een bewerking van het Elektra-motief. | |
| Boer, Lodewijk de | Orpheus, 1977. Toneelstuk. |
| Boonen, Johan | De bokken, 1974. Op Aeschylus geïnspireerd toneelstuk. |
| Bordewijk, Ferdinand | Plato's dood, 1948. Tekst bij een symphonie van zijn echtgenote Joh. Roepman. |
| Brakman, Willem | De gehoorzame dode, 1964. Strijd tussen concurrerende religies (Christendom, Mithrasdienst). |
| Een vreemde stam heeft mij geroofd, Amsterdam 1992. Burleske parafrase van de sage van de zoektocht van Jason naar het Gulden Vlies. De kuststreken van de Nederlanden worden onveilig gemaakt door Jason en zijn mannen, die op zoek zijn naar het Gulden Vlies. Het feit dat de held het voorwerp van zijn streven de hele reis bij zich heeft, benadrukt ten overvloede over wat voor een reis het eigenlijk gaat: een reis door het eigen hoofd. | |
| Come-back, Amsterdam 1980. Psychologische roman. Secundaire literatuur: Rudi van der Paardt, Antieke motieven in de moderne Nederlandse letterkunde. Een eigentijdse Odyssee, Amsterdam 1982, p.63-77. | |
| Brulez, Raymond | Verschijning te Kallista, 1953. Korte historische roman uit de tijd van Alexander de Grote, met toespelingen op contemporaine gebeurtenissen. Tevens een bewerking van het Antigone-motief. |
| Burnier, Andreas | Een tevreden lach, 1965. |
| De huilende libertijn, 1970. | |
| De reis naar Kithara, 1976. Veel Plato en Pausanias. | |
| Charivarius (ps. voor G.J. Nolst Trenité) | Herscheppinghe, 1926. Vrije bewerking van Ovidius' Metamorphosen. |
| Het einde van Sokrates, 1934. Gebaseerd op de Platoonse dialogen Apologie, Crito en Phaedo. | |
| De appel van Eris, 1935. Mythologische klucht. | |
| Odysseus, 1935. | |
| Godengesprekken, 1932. Bewerking van Lucianus. | |
| Claes, Paul | De Sater. |
| Claus, Hugo | Literatuur over de relatie van Hugo Claus met de oudheid: Paul Claes, Claus Classicus, in: Hermeneus 50,3,293-303 |
| Toespelingen op de Oedipus-mythe en op Griekse vegetatiemythen in De hondsdagen, Amsterdam 1952, Mama, kijk, zonder handen!, 1960, en De verwondering. | |
| Toespelingen op mythologie in Omtrent Deedee, Amsterdam 1963 en in De schaamte, Amsterdam 1972. | |
| De koele minnaar, Amsterdam 1956. De hoofdpersoon Edward Herst is een reïncarnatie van Hermes. | |
| Erotomachia, in: Natuurgetrouwer, Amsterdam 1969. Kort verhaal met als hoofdpersoon Akis, die in de Griekse mythologie door de cycloop Polyphemus werd verpletterd onder een rotsblok. | |
| Thyestes, toneelstuk naar de tragedie van Seneca, Amsterdam 1966. Vrije bewerking van het stuk van Seneca. | |
| Oedipus, naar Seneca, Amsterdam 1971. Vrije bewerking. | |
| Orestes, naar Euripides, Amsterdam 1971. Luchtige bewerking. | |
| Het huis van Labdakos, Amsterdam 1977. | |
| In Kolonos, Amsterdam 1986. Een bewerking van Sofokles' Oedipus in Kolonos. | |
| Phaedra, naar Seneca, Amsterdam 1980. Secundaire literatuur: Rudi van der Paardt, Antieke motieven in de moderne Nederlandse letterkunde. Een eigentijdse Odyssee, Amsterdam 1982, p.78-97. | |
| Couperus, Louis | De Antieke Verhalen. |
| Antiek tourisme, Amsterdam 1911, 150 p. Op zoek naar zijn verdwenen geliefde reist een rijke Romein in de tijd van keizer Tiberius rond in Egypte en leert daar in zijn verlies berusten. | |
| De berg van licht, Wageningen 1973 (1e druk 1906), 399p. Dit boek handelt over de veertienjarige Syrische zonnepriester Helegabalus, die door de Romeinse legioenen, verrukt om zijn mooie jongenslichaam, tot keizer van Rome wordt uitgeroepen. Helegabalus weet de Romeinen enige jaren lang mee te slepen in zijn oosterse eredienst voor de zon, maar tenslotte komen de aanhangers van het oude Rome, die zich in hun vertrouwde zekerheden bedreigd voelen, in opstand. Helegabalus komt op gruwelijke wijze om het leven. | |
| Dionyzos, Utrecht 1988 (1e druk Amsterdam 1904), 251 p. | |
| Herakles, Amsterdam 1965 (1e druk 1913), 236 p. | |
| De Komedianten, Amsterdam 1967 (1e druk 1917). De wereld van Romeinse toneelspelers in het klassieke Rome. | |
| Iskander, Rotterdam 1920, 340 p. Alexander de Grote gaat geestelijk en lichamelijk te gronde aan de verovering van het Perzische rijk. | |
| De ode, Utrecht 1990 (1e druk Amsterdam 1919), 55 p. Fantasie rond de overwinning van Xenofon van Korinthe op de Olympische spelen, geïnspireerd op een ode van Pindaros. | |
| Psyche, 1898. Zeer vrij naar Amor en Psyche, het centrale gedeelte uit Apuleius' Metamorphosen. | |
| Reisimpressies, 1894. | |
| De tooveressen: tweede idylle van Theokritos, Amsterdam 1978. Eerder verschenen in het maandblad Groot-Nederland van februari 1918. | |
| Uit blanke steden onder blauwe lucht, 2 vol, 1913-1914. Reisimpressies. | |
| Van vagebonden en schelmen (en andere verhalen), Amsterdam 1973, 159 p. | |
| Van en over mijzelf en anderen, 4 vol., 1910-1917. | |
| Verhalen en arabesken, Amsterdam 1954. Acht van deze verhalen spelen in de oudheid, o.a. De Naumachie, het in 51 door keizer Claudius georganiseerde spiegelgevecht op het Lacus Fucinus. | |
| De verliefde ezel, Den Haag 1911, verschenen samen met De ode, Den Haag 1960/1970/1975. Sprookje over een jongeman die verandert in een ezel tot hij standvastigheid leert, naar een gegeven van Apuleius. | |
| Xerxes, of: De hoogmoed, Rijswijk 1993 (1e druk Rotterdam 1919). | |
| De zwaluwen neêr gestreken ..., 1911. Reisimpressies. | |
| Croiset, Max | Oedipoes en zijn moeder, 1950. Toneelstuk. |
| De medeplichtigen, 1957. Toneelstuk over Orestes en Electra. | |
| Amphitryon, 1957. Toneelstuk. | |
| Daisne, Johan | De man die zijn haar kort liet knippen, 1947. Invloeden van het Platonisme. |
| Deventer, Charles M. van | De gevloekte beker, ???. Toneelstuk over Thales van Milete. |
| De dubbele storm, ???. Een Griekse novelle. | |
| Duinkerken, Anton van | De mensen hebben hun gebreken, 1935. Luchtige opstellen over 'de blinde Homerus' en 'de bultenaar Esopus'. |
| Twee vierkante meter, 1938. Leven van de cynicus Diogenes. | |
| Dullemen, Inez van | Bacchanten '71. Vrije bewerking van de Bacchae van Euripides. |
| Dros, Imme | De macht van de liefde, Amsterdam / Antwerpen 1997. De mythen van Pygmalion, Narkissos, Tereus, Orfeus en Helena, naverteld in een op de verzen van Homeros geïnspireerde stijl. |
| Emants, Marcellus | Godenschemering, Haarlem 1910. |
| Engelman, Jan | Tweemaal Apollo, 1955. Reisboek. |
| Philomela, 1950. Mythologisch opera-libretto, waarbij de muziek werd gecomponeerd door Hendrik Andriessen. | |
| Eyck, van | Medousa, ?? |
| Gorter, Herman | Pan, Bussum 1916. |
| Gossaert, Geerten | Bij het souper, in: Essays, 1947. Platoonse dialoog. Dezelfde bundel bevat ook een opstel over Lucretius. |
| Gronon, Rose | De ramkoning, 1962. 'Matriarchale' interpretatie van de figuur van Clytaemnestra. |
| De roodbaard, 1965. Over Odysseus. | |
| Pentheus, 1967. | |
| Gijsen, Marnix |
Literatuur over de relatie van Marnix Gijsen met de oudheid: H. Bekkering, Marnix Gijsen en de oudheid, in: Hermeneus 50,3,233-247 |
| Odysseus achterna, ??? Reisverslag. | |
| Verwijzingen naar Homerus in Lucinda en de Lotoseter, Den Haag 1960, Het boek van Joachim van Babylon, Amsterdam 1966, De perikelen van Bergen op Zoom en Verwarde biecht in de Holland-Bar, in de verhalenbundel: De diaspora, Den Haag 1961, en in het verhaal Worstelen in Homerische stijl, in: Allengs gelijk de spin, ??? | |
| Helena op Ithaka, Een opera zonder muziek, ???. Toneelstuk, gesitueerd in de Homerische tijd. | |
| De boom van goed en kwaad, in de verhalenbundel: Mijn vriend de moordenaar, Amsterdam1965. Verwijzingen naar het verhaal over Apollo en Daphne. | |
| Klaaglied om Agnes, Den Haag 1951. Orpheus-Eurydice-motief. | |
| De grote god Pan, in de gelijknamige verhalenbundel, Den Haag 1973. | |
| Haasse, Hella | De ingewijden, 1957. Het boek speelt in het naoorlogse Griekenland, maar bevat aanwijzingen naar de Eleusinische mysteriën. |
| Een draad in het donker, 1963. Toneelbewerking van de Theseus-Ariadne-mythe. | |
| Een nieuwer testament, Amsterdam 1966, 140 p. De korte loopbaan en raadselachtige verdwijning van Claudianus, hofdichter van keizer Honorius. | |
| Huurders en onderhuurders, Amsterdam 1971. In een oud huis in Amsterdam is Antonia Graving bezig met haar onderzoek naar de Bacchanalia, waarover zij een roman wil schrijven en leest zij Livius. Verdiept als zij is in Livius' beschrijving van de bacchanalia ontgaat haar aanvankelijk de parallellie tussen het onderwerp van haar studie en de dagelijkse gang van zaken in het huis. De scènes bij Livius en de beschrijving van de wederwaardigheden van haar medebewoners - met namen die naar de personages bij Livius verwijzen - wisselen elkaar af. | |
| Geen Bacchanalen, 1971. Bespreking in Hermeneus 43, 248-254. | |
| Haes, Jos de | Reisbrieven uit Griekenland, 1957. Impressies van Delphi. |
| Hensen, Herwig | Polykrates, 1946. Toneelstuk. |
| Agamemnon, 1953. Toneelstuk. | |
| Tarquinius, 1963. Toneelstuk. | |
| Hermans, Willem Frederik | Nooit meer slapen, 1966. Door meer dan één criticus (Fens, Weverbergh) gerelateerd aan het Aeneas-motief. |
| Periander, 1974. Televisiespel naar gegevens uit Herodotus en Diogenes Laertius. Secudaire literatuur: Rudi van der Paardt, Antieke motieven in de moderne Nederlandse letterkunde. Een eigentijdse Odyssee, Amsterdam 1982, p.46-62. | |
| Homme's hoest, 1980. De hoofdpersoon Homme maakt een tocht door Klein-Azië in de buurt van Troje. Onderweg ontmoet hij Helena, die voor hem, net als in het verhaal over de Trojaanse oorlog, een femme fatale blijkt te zijn. | |
| Joyce & Co. | Pseudoniem voor G.J.M. Meijsing en K.R.J.K. Snell. Artikel van de auteurs zelf over onder andere de constructie van Erwin: Numerieken: Vergilius als leidsman, in: Hermeneus 50,3,308-314. |
| Erwin, 1975. Bijna alles in deze roman is citaat, allusie of reminiscentie, met name van klassieke auteurs, onder wie soms weinig bekende. | |
| Kelk, C.J. | Souvenir van een zomer, 1965. Dubbelroman, die deels in het heden, deels in de Romeinse keizertijd gesitueerd is. Centrale figuur in dat gedeelte is de dichter Martialis. |
| Kossmann, Alfred | Reislust, 1963. Kossmann legt in zijn reisboeken veel enthousiasme aan de dag voor met name Griekenland. |
| Reisverhaal, 1966. | |
| Clowsreis, 1967. | |
| Lampo, Hubert | Idomeneia en de Centaur, 1951. Herdrukt in de bundel Dochters van Lemurië, 1964. Mythologische novelle. |
| De goden moeten hun getal hebben, boekenweekgeschenk 1964. In 1974 omgedoopt in Kasper in de onderwereld. Transpositie van de Orpheus-mythe. De auteur zelf bespreekt dit boek in De zwanen van Stonehenge, p.181-187. | |
| Toen Herakles spitte en Kirke spon, 1957. Lampo verdedigt in deze roman de merkwaardige theorieën van Charles-Joseph de Grave over Atlantis. Vergelijk ook: Lampo's roman Terugkeer naar Atlantis, 1953. | |
| Lebleau, Paul | Xanthippe, 1959. Eerherstel aan Sokrates' verketterde eega. |
| Lehmann, L.Th. | Tussen Medemblik en Hippolytushoef, 1964. Bevat het Hero-Leander-motief |
| Loggem, Manuel van | Drift en drama, 1968. Over psychologie en drama: ook aandacht voor de klassieke tragedie. |
| De goden zijn dood, in: Het tijdperk der zerken, 1969. Gefingeerde autobiografie van de uit Plato bekende Meno. | |
| Marsman | Phoenix |
| Meinkema, Hannes | De speeltuin van Teiresias, Amsterdam 1994. De verhouding tussen een moeder en haar dochter krijgt mede op basis van de Griekse mythologie gestalte. |
| Mulisch, Harry | Het stenen bruidsbed, Amsterdam 1959. Mulisch gebruikt in dit boek Homerische zangen, waarmee onder andere de parallel Troje-Dresden wordt onderstreept. |
| Paralipomena Orphica, 1970. Verhalenbundel. | |
| Oidipous, Oidipous, 1972. Toneelstuk, geënt op de twee Oedipous-tragedies van Sophocles. | |
| Volk en Vaderliefde, 1975. Televisiespel naar gegevens uit Herodotus III 61-87. | |
| Twee vrouwen, 1975. Orpheus-motief. | |
| De elementen, Amsterdam 1998. | |
| Nathusius, Marie-Sophie | Medeia, 1989. Het leven van Medea vanaf haar jeugd wordt verteld door haar slavin Gora. Gora verhaalt soms minder bekende versies van het Medea-verhaal en legt ook andere accenten. Nathusius heeft in Medeia gepoogd 'een brug te slaan tussen de mythische Medea en een Medea zoals ze nu nog zou kunnen zijn'. |
| Nijhoff, Martinus | Een idylle, 1940. Bewerking van de mythe van Protesilaos en Laodameia. Toneelspel. |
| Nooteboom, Cees | Het volgende verhaal, boekenweekgeschenk, Amsterdam 1991, 92 p. Een ex-leraar klassieke talen, met de bijnaam Sokrates, wordt wakker in een hotelkamer in Lissabon, waarin hij niet is ingeslapen. Hij overdenkt zijn vroeger verblijf in Lissabon met een lerares biologie, met wie hij een verhouding had. Ook zijn gevoelens voor zijn leerlinge Lisa d'India passeren de revue. Deze reis door zijn herinnering eindigt in het tweede deel met de reis op een schip (naar het dodenrijk?), waar de zeven passagiers elkaar om de beurt hun levensverhaal vertellen. |
| Perk, Jacques | Iris. Ook 'klassieke' gedichten in de bundel Mathilde. |
| Plas, van de | Ergenshuizen. Een zestal gedichten over figuren uit de Odyssee in moderne verbeelding: Elpenor, Kalypso, Nausicaä, Telemachus, Penelope en Odysseus.) |
| Rosseels, Maria | Ik was een Christen, 1957. Roman uit de tijd van Julianus de Afvallige. |
| Rijdes, Barend | Het derde beeld, 1943. Novelle die zich afspeelt in het Athene van 'de gouden eeuw'. |
| Ramth sech Partunal, 1962. Etruskische (!) fantasie. | |
| Schaik-Willink, Jeanne van | Odysseus weent, 1953. Toneelstuk. |
| Slauerhoff, Jan Jacob | Onder zijn Verspreide verhalen (VW, Proza I, 194vv) zijn er twee die in de klassieke oudheid zijn gesitueerd: De amphoor en De tweede keuze van Paris. |
| Spillebeen, Willy | Aeneas of de levensreis van een man, 1982. Aeneas is door een hartinfarct getroffen en maakt | de balans op van zijn leven.
| Thersites, of Het bordeel van Troje : een monoloog , 1997. Monoloog van Thersites, de vertegenwoordiger van het voetvolk in de 'Ilias' van Homerus. | |
| Stip, Kees | Vijf variaties op een misverstand, 1950. Vermakelijke parodieën op het verhaal van Pyramus en Thisbe. |
| Ballade van de 100 vrijers, 1951. Over de moord op de vrijers van Penelope. | |
| Steenbeek, Rosita | Het Schimmenrijk, Prometheus 1999. Avontuurlijke roman over de Etruskische cultuur. |
| Thuis in Rome, Prometheus 2000. Dolen door Rome, leuk voor Romereizigers. | |
| Suchtelen, Nico van | Kroisos, 1905. Tragedie naar Herodotus. |
| Primavera, 1903. Over Nikias' avontuur op Sicilië. | |
| Teirlinck, Herman | Oresteia, 1946. Vrije weergave van Aeschylus' trilogie. |
| Jokaste tegen god, 1961. Eerste deel van een trilogie Versmoorde goden. In deze bewerking van het Oedipous-verhaal heeft Teirlinck de rol van Jokaste aanzienlijk gewijzigd. | |
| Terborgh, F.C. | Odysseus' laatste tocht, 1970, ca.70 p. |
| Uyldert | Alkestis-mythe. Antieke tragedie in modern gewaad. |
| Verhagen, Balthazar | Marsyas, 1921. Mythische komedie. |
| Vestdijk, Simon | Literatuur over de relatie van Simon Vestdijk met de oudheid: Rudi van der Paardt, Over de Griekse romans van Simon Vestdijk, Amsterdam 1979. |
| De nadagen van Pilatus, Amsterdam 1938, 228 p. Geschorst als procurator en geobsedeerd door Maria Magdalena vertrekt Pilatus na zijn ambtsperiode, waarin hij Christus moest laten kruisigen, terug naar het Rome van Caligula. Maria Magdalena sterft de marteldood door de handen van Caligula. Secundaire literatuur: Rudi van der Paardt, Antieke motieven in de moderne Nederlandse letterkunde. Een eigentijdse Odyssee, Amsterdam 1982, p.29-45. | |
| Aktaion onder de sterren, Rotterdam/Den Haag 1951, 200 p. Roman uit het voor-Homerische Griekenland. | |
| De verminkte Apollo, Rotterdam/Den Haag 1952, 320 p. In opdracht van het orakel van Delphi gaat Diomos, een fel tegenstander van de Dionysuscultus, vergezeld door zijn vriend Aletes op zoek naar een uit de tempel geroofd beeld van Apollo. Zij belanden onder andere in Sicyon en Corinthe en maken met de tyrannie kennis. Aan het eind van de tocht wordt Aletes door Bacchanten gedood. | |
| Een moderne Antonius, Amsterdam 1960, 256 p. | |
| De held van Temessa, Rotterdam/Den Haag 1962, 360 p. De vuistvechter en olympisch overwinnaar Euthymus maakt in 484 v.Chr. een eind aan de cultus van de heros Polites en de daarbij behorende mensenoffers. | |
| In Verzamelde verhalen, 1974 een aantal dat in de klassieke wereld is gesitueerd, onder andere het vermakelijk-parodistische Onder barbaren, uit de bundel De Fantasia, 1949. | |
| Dialoog over de ezelinnemelk, in: De Poolse ruiter, 1946. Plato-pastiche. | |
| Vondel, Joost van den | Faëton of Reuckeloze Stoutheit.
Ifigenie in Tauren. Hippolytus of Rampzalige Kuysheid. |
| Van der Voort, Marlies | Antigone's erfenis. Uitgegeven in november 1997 door Uitgeverij Adel in Nijmegen (0243552902). |
| Vries, Theun de | De wilde vrouwen van Pella, Amsterdam, Querido, 1999, 155 p. Op 75-jarige leeftijd vertrekt de Griekse toneelschrijver Euripides teleurgesteld uit Athene naar Pella en verwerkt zijn ervaringen aan het Macedonische hof in een nieuw stuk: de Bakchanten. |
| Wal, Libbe van der | Het Vijfentwintigste boek van de Odyssee, 1951. Toneelspel. |
| Iphigeneia in Argos, 1956. Blijspel in vier bedrijven. | |
| Schrijven is niet genoeg, 1959. Over de politieke carrière van Seneca. | |
| Een kogel voor Oedipous, 1954 (onder het pseudoniem Tjalling Dix). Detective-roman. | |
| Van Weelden, Dick | Orville, 1997. Verhalen van Herodotus. |
| Weemoedt, Lévi | Ken Uw klassieken!, 1992. |
| De ziekte van Lodesteijn, Amsterdam 1986. De odyssee van een overspannen leraar Klassieken door het moderne onderwijs. Diverse scènes uit het dagelijks schoolleven, met als hoogtepunten het proefwerk uit Redde Rationem les 3 en de reis naar Rome. | |
| Wiersinga, Pim | Gracchanten, 1996. In deze opmerkelijke historische roman reist de lezer naar het oude Rome, waar de gebroeders Gracchus het opnemen voor de vele armen en verdrukten in het rijk. Wiersinga schetst in zijn debuutroman een boeiend panorama van deze eerste grote sociale beweging uit de wereldgeschiedenis. |
| Wit, Augusta de | Orpheus in de Dessa, 1903. |
| Woestijne, Karel van de | Orpheus. |
| Brecht, Bertolt | Die Antigone des Sophokles, 1948, opnieuw uitgegegeven door Werner Hecht, Suhrkamp Taschenbuch Materialien, Frankfurt am Main, 1988, 308 p. |
| Der verwundete Sokrates. Kort
verhaal uit 1939; gaat over de bekende Griekse filosoof. Die Trophäen des Lukullus. Kort verhaal, ook uit 1939; gaat over de Romeinse veldheer Lucullus, die in het gezelschap van de dichter Lucretius terugdenkt aan zijn militaire campagnes in Azië. Rome wacht inmiddels vol vrees op de terugkeer van Pompeius, die door allerlei intriges Lucullus uit het commando in Azië verdrongen had. Die Geschäfte des Herrn Julius Caesar. Romanfragment uit 1957. |
|
| Chamberlain, Houston Stewart | Der Tod der Antigone. In: Drei Bühnendichtungen, 1902. |
| Döblin, Alfred | November 1918: Eine Deutsche Revolution, 1948-1949. |
| Drach, Albert | O Catilina, Ein Lust- und Schlaudertraum, 1995. Een reïncarnatie van Catilina, die in de tweede helft van de 21e eeuw opgroeit voor galg en rad. |
| Drescher, Piet | Antigone, 1972 |
| Goethe, Johann Wolfgang von | Iphigenie auf Tauris, Paderborn, 76 p. Toneelstuk naar Euripides. Iphigeneia, priesteres in Taurië, moet alle vreemdelingen die daar aankomen offeren aan Diana. Dan echter komt haar broer Orestes met zijn vriend Pylades. Eerst herkent ze hem niet, maar als ze ontdekt wie de bezoekers zijn, wil ze samen met hen teruggaan naar Griekenland. Thoas, de koning van Taurië, vindt dit uiteindelijk goed, omdat hij van haar houdt. |
| Hasenclever, Walter | Antigone, 1916. |
| Hochmuth, Rolf | Die Berliner Antigone, 1964. |
| Hubalek, Klaus | Die Stunde der Antigone, 1960. |
| Köhlmeier, Michael | Telemach, 1998, 485 p. Een originele combinatie van twee verschillende literaire tradities: het Homerische epos en de Duitse Bildungsroman. Het boek is gebaseerd op de eerste vier boeken van de Odyssee, de boeken over Telemachos. De Telemachos in dit boek is een intelligente, gevoelige jongeman met een vriendin en een ongemakkelijke relatie met zijn moeder Penelope. De erfenis van zijn heroïsche vader Odysseus ervaart hij als een loden last. De godin Athene probeert een echte held van hem te maken, maar met weinig succes. |
| Sagen des klassischen Altertums, Piper Verlag, München. | |
| Neue Sagen des klassischen Altertums, von Eos bis Aeneas, Piper Verlag, München. | |
| Neue Sagen des klassischen Altertums, von Amor und Psyche bis Poseidon, Piper Verlag, München. | |
| Langgässer, Elisabeth | Die getreue Antigone. In: Der Torso, 1947. |
| Merkel, Inge | Eine ganz gewöhnliche Ehe. Odysseus und Penelope, Fischer Taschenbuch Verlag, Frankfurt am Main 1998, 429 p. Het liefdesverhaal van Odysseus en Penelope gezien door de ogen van Penelope. |
| Ransmayr, Christoph | Die letzte Welt, Nördlingen 1988, 287 p. Ovidius is door keizer Augustus verbannen naar Tomi. Een bewonderaar zoekt hem daar op en komt terecht in een wereld die bevolkt is door personages uit de Metamorphoses. |
| Weil, Grete | Meine Schwester Antigone, 1980. |
| Wolf, Christa | Kassandra, 1983. Over de Trojaanse oorlog. |
| Medea. Stimmen, München 1998,
218 p. Recensie door Anneriek de Jong in NRC, 5-4-1996.
Meerdere stemmen / personen vertellen het verhaal van
Medea, een koningsdochter uit Kolchis. Ze is uit haar
geboorteplaats gevlucht met behulp van de Argonauten, die
het Gulden Vlies hadden gehaald. Medea werd er namelijk
van beschuldigd haar broer Absyrtos vermoord te hebben. Eenmaal in Korinthe aangekomen wordt Medea ook daar niet geaccepteerd; haar leven wordt behoorlijk verpest. Uiteindelijk wordt ze ook in Korinthe beschuldigd van moord, op de koningsdochter Iphinoe, en verbannen. |
| Beck, Julian - Judith Malina | Antigone, 1967. |
| Bentley, Eric | A Time to Die, 1967. |
| Burgess, Anthony | Anno Domini. The Kingdom of the Wicked, London 1985; Ned. vertaling: Amsterdam 1986, 431 p. De apostel Paulus is de hoofdpersoon in deze historische roman. Tegenspoed, martelaarschap en de triomfen van het eerste Christendom staan in contrast met de verdorvenheden tijdens de regeringen van Caligula en Nero. |
| Bradley, Marion | The Firebrand, NY 1987; Ned. vertaling: Stormen over Troje, Amsterdam 1988, 560 p. De oorlog om Troje, zoals beleefd door Kassandra: haar leven als jong meisje bij de Amazonen, als priesteres in Troje en hoe het haar en haar familie vergaat voor, tijdens en na de oorlog. |
| McCullough, Colleen | Masters of Rome is een serie die (nu) uit vier delen bestaat: The first man in Rome, The grass crown, Fortune's favorites en Caesar's women.
Deze historische romans behandelen het leven in de eerste eeuw voor Christus in Rome: politieke intriges, liefdesgeschiedenissen, het dagelijkse leven etc. De eerste twee delen zijn zeker al in het Nederlands vertaald; van de andere twee weet ik het niet. |
| Davie, Donals | Creon's Mouse. In: Brides of Reason, 1955. |
| Davis, Lindsey | Een hele reeks detectives die zich afspelen in de tijd van keizer Vespasianus (vanaf 69 na Christus). Marcus Didius Falco is een vrije Romeinse
burger die zich in leven probeert te houden met allerlei detective-werk (met name op het gebied van overspel), maar dan wordt hij ingehuurd door een
rijke senator en later door Vespasianus en Titus. De delen zijn een soort vervolgverhaal, maar kunnen ook los van elkaar gelezen worden. Zie voor meer informatie de homepage van Lindsey Davis. |
| Drabble, Margaret | The Ice Age, 1977. |
| Fleetwood, Frank | Antigone. In: The Treshold, 1926. |
| Fugard, Athol | The Island, 1973. Zuid-Afrikaanse toneelschrijver beschrijft de situatie van de gevangenen op Robbeneiland. In een van de scènes voeren de twee gevangenen, Winston en John, een deel van de Antigone van Sophocles op. |
| Graves, Robert | I, Claudius, 1934, 396 p. 'Autobiografie' van Claudius de Stotteraar. Een familiegeschiedenis die de regeringen van Augustus, Tiberius en Caligula omvat: de eindeloze paleisintriges, de niets en niemand ontziende praktijken van keizer-gemalin Livia, de moorden op alle mogelijke troonopvolgers, de waanzin van Caligula. |
| Claudius the God. Vervolg op I, Claudius. | |
| Gurney, A.R. | Another Antigone, 1987. |
| Heller, Joseph | Picture this. NY 1988. Nederlandse vertaling: Baarn 1988. De hoofdpersoon in dit boek is Rembrandt, die aan zijn beroemde schilderij Aristoteles peinzend bij het borstbeeld van Homerus werkt. Zodra hij het oor van Aristoteles heeft geschilderd, kan deze hem horen, zodra hij een mond op het doek heeft gezet, kan de wijsgeer spreken. En daarmee begint een verrassende, niet eerder gemaakte tocht door de geschiedenis. Men leest over grote gebeurtenissen, geesten en leiders uit het verleden. Een norse Plato, een opmerkelijk hartelijke Socrates, en Pericles en Alexander de Grote. |
| Joyce, James | Ulysses. |
| Kops, Bernard | An Anemone for Antigone, 1951. |
| Massie, Allen | Tiberius. The memoirs of the Emperor, Londen 1990, 296 p. Teruggetrokken op Rhodos schrijft Tiberius, 42 jaar oud, zijn memoires. De beschrijving van de dood van keizer Augustus ontbreekt in het manuscript dat Massie 'gevonden' heeft. In het tweede deel beschrijft een oude Tiberius zijn leven als keizer tot aan enkele dagen voor zijn dood. |
| Murdoch, Iris | Acastos. Two Platonic Dialogues, 1986. |
| O'Neill, E. | Mourning Becomes Electra, NY 1929-1931 De trilogie van Aischylos verplaatst naar New England in de jaren 1865-1866. Homecoming, 60 p.; The Hunted, 50 p.; The Haunted, 60 p. |
| Nemerov, Howard | Antigone. In: Guide to the Ruins, 1950. |
| Parotti, Philip | The Greek Generals talk: memoirs of the Trojan War, Illinois 1986. Vijftig jaar na de Trojaanse Oorlog staat Griekenland opnieuw op het punt van oorlog met de uit het noorden invallende Doriërs. De twaalf veldheren die de Trojaanse Oorlog hebben meegemaakt, vertellen ieder, als een waarschuwing, in een monoloog hun visie daarop en verhaal daarvan. |
| Polin, Claire | Antigone, 1964. |
| Renault, Mary | The king must die, London 1958, 360 p. Reconstructie van de jeugd en heldendaden van de 'historische' Theseus met als hoogtepunt de dood van de Minotaurus en de verwoesting van het paleis van Knossos. |
| The bull from the sea, London 1962, 270 p. Vervolg op The king must die, eindigend met de dood van Hippolytus. | |
| The last of the Wine, London 1958, 370 p. Autobiografie van een jonge Athener tijdens de Peloponnesische Oorlog; de invloed van de oorlog en zijn contacten met Socrates op zijn ontwikkeling. | |
| The mask of Apollo, London 1966, 370 p. Levensverhaal van de acteur Niceratus; op een van zijn reizen maakt hij in Syracuse Plato's mislukte pogingen mee om de tiran Dionysius voor zijn staatkundige ideeën te winnen. | |
| Fire from Heaven, London 1970, 370 p. Het levensverhaal van Alexander de Grote tot aan het moment dat zijn vader Philippus wordt vermoord en Alexander de heerschappij over Griekenland overneemt. | |
| The persian Boy, London 1972, 410 p. Vervolg op Fire from Heaven: een eunuch van het Perzische hof vertelt hoe Alexander het Perzische rijk verovert en in Babylon sterft. | |
| The Praise Singer, NY 1978, 270 p. Het leven van de dichter Simonides in een tijd van ingrijpende veranderingen in de Griekse wereld: de beëindiging van de tirannie en de opkomst van de democratie in Athene de Perzische oorlogen. | |
| Rushdie, Salman | The ground beneath her feet, Londen, Cape, 1999. Parafrase van de Orpheusmythe, waarin een fotograaf op zoek gaat naar zijn minnares, een plotseling van de aardbodem verdwenen wereldberoemde popzangeres. |
| Saylor, Steven | Gordianus, bijgenaamd the Finder, leeft als detective in de eerste eeuw voor Christus en komt in contact met de groten van zijn tijd: Cicero
(die niet zo positief wordt afgeschilderd), Catilina, Crassus, Spartacus. De delen vormen een soort vervolgverhaal maar kunnen heel goed apart van elkaar gelezen worden. Zie voor meer informatie de homepage van Steven Saylor. |
| Spender, Stephen | Antigone, 1983. |
| Spurling, John | Antigone through the Looking Glass, 1979. |
| Tartt, Donna | The secret History, NY 1992, 523 p. De jonge Richard Papen raakt geïntrigeerd door het hechte groepje van vier studenten, dat in Vermont Grieks studeert. (Merkwaardig Grieks leert men daar overigens!) Hij besluit ook Grieks te gaan studeren. Langzamerhand komt hij erachter dat één van de vier tijdens een bacchanaal-achtige scène in de bossen een moord begaan heeft. Als de moordenaar door een van zijn vrienden gechanteerd wordt, besluit men deze uit de weg te ruimen. |
| Vidal, Gore | Julian, 1962, 459 p. Biografische roman over de legendarische levensloop van Julianus de Afvallige, keizer van het Romeinse rijk van 360-363 n.Chr.: zijn kinderjaren in ballingschap; zijn studententijd in Athene; zijn kortstondige keizerschap waarin hij probeerde de opkomst van het christendom te keren ten gunste van de oude goden. |
| Creation. Memoires van een Perzische gezagsdrager over met name de Perzische koning Xerxes. | |
| Walker, Joseph A. | Antigone Africanus, 1975. |
| Woolf, Virginia | The Voyage Out, 1915. |
| Yeats, William Butler | From the Antigone. In: The Winding Stair, 1927. |
| Anouilh, Jean | Antigone, 75 p. De
tragedie Antigone van Sophocles verplaatst naar Frankrijk
in de jaren 1940-1945. |
| Cocteau, Jean | Antigone, 1923. |
| Maurras, Charles | Antigone, vièrge-mère de l'ordre, 1948. |
| Monteilhet, Hubert | Neropolis, 1988. |
| Nothomb, Amélie | Les Catilinaires, Roman, 1995. Een gepensioneerde classicus spreekt een reeks redevoeringen uit tegen een vervelende buurman, die hierdoor uiteindelijk tot zelfmoord gedreven wordt. |
| Peyrefitte, R. | La jeunesse d'Alexandre, Parijs 1977. Het levensverhaal van Alexander de Grote tot aan het moment waarop hij na de moord op zijn vader koning van Macedonië en Griekenland wordt. |
| Wybot, Roger | Antigone, 1965. |
| Yourcenar, Marguerite | Antigone ou Le choix. In: Feux, 1936. |
| Les memoires d'Hadrien, Parijs 1951. Hadrianus, die de dood voelt naderen, schrijft een lange afscheidsbrief aan Marcus Aurelius, zijn enige directe opvolger. Hierin treft men een overpeinzing aan over het bestuur van het Romeinse Rijk in zijn laatste grote periode. We leren Hadrianus kennen als een gewetensvolle en moderne keizer, kunstenaar en schepper van een hele wereld in evenwicht, maar ook als een krijger die verhaalt over zijn bijna onophoudelijke veldtochten en als een verlicht en wijs man die de slechtheid en domheid om zich heen ziet, maar toch gelooft in de kracht van de redelijkheid. | |
| Zumthor, Paul | Antigone ou l'espérance, 1945. |
Top
Links
I Domitianus, voor het eerst verschenen in Het Vaderland, 06-01-1917. Portret van een
paranoïde keizer.
II Tacitus en Suetonius, voor het eerst verschenen in Het Vaderland, 13-01-1917.
III Plinius de Jongere, voor het eerst verschenen in Het Vaderland, 20-01-1917. 'Deze
allerbeminnelijkste aller antieke Romeinen.'
IV Martialis, voor het eerst verschenen in Het Vaderland, 27-01-1917.
V Juvenalis, voor het eerst verschenen in Het Vaderland, 03-02-1917.
VI Quintilianus, voor het eerst verschenen in Het Vaderland, 10-02-1917. 'Leermeester
aller letterkundigen.'
VII Apollonius van Tyana, voor het eerst verschenen in Het Vaderland, 17-02-1917. Portret
van deze heidense wonderdoener.
VIII Vrouweprofiels, voor het eerst verschenen in Het Vaderland, 25-02-1917. Portretten
van keizerin Domitia Longia (de vrouw van keizer Domitianus), Calpurnia (de vrouw van
Plinius), de levend door Domitianus begraven Vestaalse maagd Cornelia.
Terug