VERTAALTRAININGEN vertalingen door Harrie Habets, habets@worldonline.nl LIVIUS AUC I.25,8-12. iam aliquantum spatii ex eo loco ubi pugnatum est aufugerat, cum respiciens uidet magnis interuallis sequentes, unum haud procul ab sese abesse. in eum magno impetu rediit; et dum Albanus exercitus inclamat Curiatiis uti opem ferant fratri, iam Horatius caeso hoste uictor secundam pugnam petebat. tunc clamore qualis ex insperato fauentium solet Romani adiuuant militem suum; et ille defungi proelio festinat. prius itaque quam alter ū nec procul aberat ū consequi posset, et alterum Curiatium conficit; iamque aequato Marte singuli supererant, sed nec spe nec uiribus pares. alterum intactum ferro corpus et geminata uictoria ferocem in certamen tertium dabat: alter fessum uolnere, fessum cursu trahens corpus uictusque fratrum ante se strage uictori obicitur hosti. nec illud proelium fuit. Romanus exsultans 'duos' inquit, 'fratrum manibus dedi; tertium causae belli huiusce, ut Romanus Albano imperet, dabo.' male sustinenti arma gladium superne iugulo defigit, iacentem spoliat. 1. Hij was al een heel stuk vanaf die plaats waar gevochten was weggevlucht, toen hij omkijkend hen met grote tussenafstanden (hem) zag* achtervolgen(d), (maar) dat er eentje helemaal niet ver van hem af was. Met grote aanval(kracht) keerde hij naar hem terug; en terwijl het Albaanse leger de (andere) Curiatii toeriep* om hulp te brengen aan hun broer, ging Horatius al, na het doden van zijn vijand, op het tweede gevecht af. 6. Toen hielpen* de Romeinen met een geschreeuw, zoals dat te verwachten is van medestanders bij een groot succes, hun soldaat/hun man; en deze haastte* zich om een eind te maken aan het gevecht. Voordat dus de ander -en die was niet ver weg- erbij kon komen maakte* hij ook de tweede Curiatius af; en nu, met gelijke kansen in de strijd, was er aan elke kant eentje over, maar noch in hoop noch in kracht(en) gelijkwaardig. 9. Het feit dat zijn lichaam niet geraakt was door een wapen en zijn dubbele overwinning maakten dat de een vol goede moed het derde gevecht in ging; de ander, zijn door wond en geren vermoeide lichaam voortslepend, en aangeslagen door de slachting van zijn broers voor zijn ogen, ging* zijn triomferende vijand tegemoet. 12. En dit was dan ook geen gevecht. Juichend zei de Romein: "Twee heb ik er aan de schimmen van mijn broers gegeven; de derde zal ik offeren aan de oorzaak van deze oorlog hier, opdat Rome heerst over Alba." Terwijl hij met moeite zijn wapens optilde stak* hij (hem) het zwaard van boven door/in de keel, en de liggende (terwijl hij daar lag) beroofde*hij (hem). LIVIUS II.36,1-6. instaurandi haec causa fuerat. ludis mane seruum quidam pater familiae, nondum commisso spectaculo, sub furca caesum medio egerat circo; coepti inde ludi, uelut ea res nihil ad religionem pertinuisset. haud ita multo post Tito Latinio, de plebe homini, somnium fuit; uisus Iuppiter dicere sibi ludis praesultatorem displicuisse; nisi magnifice instaurarentur ii ludi, periculum urbi fore; iret, ea consulibus nuntiaret. quamquam haud sane liber erat religione animus, uerecundia tamen maiestatis magistratuum [timorem] uicit, ne in ora hominum pro ludibrio abiret. magno illi ea cunctatio stetit; filium namque intra paucos dies amisit. cuius repentinae cladis ne causa ei dubia esset, aegro animi eadem illa in somnis obuersata species uisa est rogitare, satin magnam spreti numinis haberet mercedem; maiorem instare ni eat propere ac nuntiet consulibus. iam praesentior res erat. cunctantem tamen ac prolatantem ingens uis morbi adorta est debilitate subita. tunc enimuero deorum cura admonuit. 1. De reden van/voor het hernieuwen/herhalen was de volgende geweest. Tijdens de spelen 's morgens had een of andere huisvader, toen de voorstelling nog niet was begonnen, een slaaf onder een houten blok ,gegeseld, dwars door het circus gejaagd ; daarna zijn de spelen gestart, alsof deze gebeurtenis niks met de heiligheid (ervan) te maken had gehad. Maar niet lang daarna had/kreeg Titus Latinius, een man uit het volk, een droom; Juppiter scheen (hem) te zeggen dat de voordanser hem niet bevallen was; als de spelen niet op prachtige wijze herhaald werden, zou er gevaar voor de stad dreigen; hij moest gaan (en) hij moest dit aan de consuls doorgeven. (laatste 2 zinnen AcI/indirecte rede!). 7. Hoewel zijn geest bepaald niet vrij was van geweten, was zijn ontzag voor de majesteit van de magistraten toch te sterk, bang als hij was dat hij voor de ogen van de mensen als joker af zou gaan. Deze aarzeling is hem duur komen te staan; want binnen een paar dagen verloor hij zijn zoon. 10. Opdat de reden van/voor deze plotseling ramp hem duidelijk werd (niet onduidelijk bleef), heeft aan hem, ziek van geest, diezelfde droom, rondhangend in zijn slaap, toegeschenen te vragen of hij voldoende beloning had voor het minachten van de goddelijk almacht; en dat er nog een grotere aankwam als hij niet snel vertrok en het aan de consuls doorgaf. 13. De zaak was al dringender. Terwijl hij echter aarzelde en (het) uitstelde heeft een enorme kracht van ziekte (een zware ziekte) hem aangevallen met ogenblikkelijke verzwakking (hij raakte verlamd, denk ik). Toen heeft de bezorgdheid van de goden hem overtuigd. LIVIUS II.26,8-11. Romani, L. Quinctius trans Tiberim, contra eum ipsum locum ubi nunc naualia sunt, quattuor iugerum colebat agrum, quae prata Quinctia uocantur. ibi ab legatisūseu fossam fodiens palae innixus, seu cum araret, operi certe, id quod constat, agresti intentusūsalute data in uicem redditaque rogatus ut, quod bene uerteret ipsi reique publicae, togatus mandata senatus audiret, admiratus rogitansque 'satin salue?' togam propere e tugurio proferre uxorem Raciliam iubet. qua simul absterso puluere ac sudore uelatus processit, dictatorem eum legati gratulantes consalutant, in urbem uocant; qui terror sit in exercitu exponunt. nauis Quinctio publice parata fuit, transuectumque tres obuiam egressi filii excipiunt, inde alii propinqui atque amici, tum patrum maior pars. ea frequentia stipatus antecedentibus lictoribus deductus est domum. 1. L. Quinctius was bezig om aan de overkant van de Tiber, tegenover precies die plek waar nu de dokken zijn, zijn akker van vier morgens (bep. oppervlaktemaat) te bebouwen, welke velden de "Quinctische Velden" worden genoemd/heten. Nadat hij daar, ofwel met een schop een sloot gravend, ofwel terwijl hij aan het ploegen was, maar in elk geval -dat (is iets) wat vast staat- met boerenwerk bezig, na een wederzijdse begroeting gevraagd was om, in het belang van hemzelf en de staat, met een toga aan de opdrachten van de senaat te aanhoren, beval* hij verbaasd en terwijl hij "alles goed?" vroeg, zijn vrouw Racilia vlug zijn toga uit de hut te halen. 7. Zodra hij, gekleed in deze toga nadat stof en zweet weggepoetst waren, naar voren trad, begroetten* de gezanten hem feliciterend als dictator (en) nodigden* hem uit naar de stad (te komen); ze legden* hem uit wat voor paniek er in het leger was. 9. Er was voor Q. een schip op staatskosten georganiseerd, en toen hij overgevaren was ontvingen* hem zijn drie tegemoet gekomen zoons, daarna andere familieleden en vrienden, (en) dan/tenslotte het grootste deel van de senatoren. Door deze drukte omstuwd, terwijl de lictoren voorop liepen, is hij naar zijn huis begeleid. LIVIUS V.46,1-3. Romae interim plerumque obsidio segnis et utrimque silentium esse, ad id tantum intentis Gallis ne quis hostium euadere inter stationes posset, cum repente iuuenis Romanus admiratione in se ciues hostesque conuertit. sacrificium erat statum in Quirinali colle genti Fabiae. ad id faciendum C. Fabius Dorsuo Gabino cinctu sacra manibus gerens cum de Capitolio descendisset, per medias hostium stationes egressus nihil ad uocem cuiusquam terroremue motus in Quirinalem collem peruenit; ibique omnibus sollemniter peractis, eadem reuertens similiter constanti uoltu graduque, satis sperans propitios esse deos quorum cultum ne mortis quidem metu prohibitus deseruisset, in Capitolium ad suos rediit, seu attonitis Gallis miraculo audaciae seu religione etiam motis cuius haudquaquam neglegens gens est. 1. In Roma intussen was het beleg de meeste tijd saai en aan beide kanten heerste stilte, terwijl de Galliers alleen hierop bedacht waren, dat niet iemand van de vijanden tussen de wachtposten door kon ontsnappen, toen plotseling een jonge Romein bewondering opwekte bij burgers en vijanden. Er was een vast offerfeest op de Quirinaal-heuvel bij de Fabiusfamilie. 5. Toen, om dit te doen, C. Fabius Dorsuo, met de toga op Gabische wijze omgeslagen, de heilige voorwerpen in zijn handen dragend, vanaf het Capitool naar beneden was afgedaald, bereikte hij, dwars door de wachtposten van de vijanden voortgegaan, zich niets aantrekkend van de stem of de dreiging van ook maar iemand, de Quirinaal-heuvel. 8. En nadat daar alles op plechtige wijze was afgewerkt keerde hij langs dezelfde route, terugkerend met een net zo stabiele blik en tred, in het vaste vertrouwen dat de goden (hem) gunstig gezind waren wier cultus hij zelfs niet uit angst voor de dood in de steek gelaten had, terug naar het Capitool naar de zijnen, terwijl ofwel de Galliers verbijsterd waren door het wonder van driestheid ofwel ook door bijgelovige vrees bevangen waren, waarvoor dat volk bepaald niet onverschillig is. LIVIUS XXII.8,1,5-7. priusquam satis certa consilia essent, repens alia nuntiatur clades, quattuor milia equitum cum C. Centenio propraetore missa ad collegam ab Seruilio consule in Umbria, quo post pugnam ad Trasumennum auditam auerterant iter, ab Hannibale circumuenta. itaque ad remedium iam diu neque desideratum nec adhibitum, dictatorem dicendum, ciuitas confugit; et quia et consul aberat, a quo uno dici posse uidebatur, nec per occupatam armis Punicis Italiam facile erat aut nuntium aut litteras mitti [nec dictatorem populus creare poterat], quod nunquam ante eam diem factum erat, dictatorem populus creauit Q. Fabium Maximum et magistrum equitum M. Minucium Rufum; iisque negotium ab senatu datum, ut muros turresque urbis firmarent et praesidia disponerent, quibus locis uideretur, pontesque rescinderent fluminum: pro urbe dimicandum esse ac penatibus quando Italiam tueri nequissent. 1. Voordat de beleidsadviezen voldoende duidelijk konden worden, werd opeens een andere ramp gemeld, namelijk dat vierduizend ruiters, die met propraetor Centeneius naar zijn ambtgenoot waren gestuurd door consul Servilius, in Umbria, waarheen ze na het horen van het gevecht bij het Trasumeense meer hun route hadden verlegd, door Hannibal omsingeld waren. 5. Daarom heeft de stad/burgerij haar toevlucht genomen tot een middel dat al lange tijd niet meer gewenst noch gehanteerd was, (nl.) het benoemen van een dictator. En omdat ook de consul weg was door wie als enige benoemd scheen te kunnen worden, en omdat (de bijzin gaat door!!) het niet eenvoudig was dat er door het door Punische wapens bezette Italia een bode of brieven gestuurd werden, heeft het volk -wat tot op die dag nooit gebeurd was- Q. Fabius Maximus tot dictator benoemd, en M. Minucius Rufus tot zijn assistent. 10. Hen is door de senaat de opdracht gegeven om de muren en torens van de stad te versterken en troepen te legeren op welke plaatsen hen goed leken, en om de bruggen over de rivieren af te breken: voor de stad moest nu gestreden worden en voor de huisgoden, omdat ze Italia niet hadden kunnen verdedigen (indirecte rede). LIVIUS XXII.49,6-12. Cn. Lentulus tribunus militum cum praeteruehens equo sedentem in saxo cruore oppletum consulem uidisset, 'L. Aemili' inquit, 'quem unum insontem culpae cladis hodiernae dei respicere de- bent, cape hunc equum, dum et tibi uirium aliquid superest comes ego te tollere possum ac protegere. ne funestam hanc pugnam morte consulis feceris; etiam sine hoc lacrimarum satis luctusque est.' ad ea consul: 'tu quidem, Cn. Corneli, macte uirtute esto; sed caue, frustra miserando exiguum tempus e manibus hostium euadendi absumas. abi, nuntia publice patribus urbem Romanam muniant ac priusquam uictor hostis adueniat praesidiis firment; priuatim Q. Fabio L. Aemilium praeceptorum eius memorem et uixisse [et] adhuc et mori. me in hac strage militum meorum patere exspirare, ne aut reus iterum e consulatu sim accusator collegae exsistam ut alieno crimine innocentiam meam protegam.' haec eos agentes prius turba fugientium ciuium, deinde hostes oppressere; consulem ignorantes quis esset obruere telis, Lentulum in tumultu abripuit equus. 1. Toen soldatencommandant Cn Lentulus , voorbij rijdend op zijn paard, de op een rots zittende, met bloed bedekte consul had gezien, zei hij: "Lucius Aemilius, om wie, als enige onschuldig aan de nederlaag van vandaag, de goden zich moeten bekommeren, neem dit paard, zolang als enerzijds bij jou nog iets van kracht(en) over is en anderzijds ik je als metgezel kan optillen en beschermen. 5. Maak deze veldslag niet rampzalig door de dood van een consul (conj. Prohibitivus!); zelfs zonder dit is er genoeg te huilen en te rouwen". Hierop zei de consul: "Jij, Cornelius, weliswaar geluk gewenst met je moed, maar pas op, dat je met zinloos medelijden hebben je tijd verdoet om uit de handen van de vijanden te ontsnappen. Ga weg, vertel in het openbaar aan de senatoren dat ze de Romeinse stad versterken en dat ze, voordat de triomferende vijand kan aankomen, (de stad) met garnizoenen versterken; en vertel onder vier ogen aan Q. Fabius dat L. Aemilius , zijn lessen gedachtig, en geleefd heeft en sterft. 11. Laat mij in deze slachting van mijn soldaten sterven, opdat ik niet nog eens aangeklaagd word op grond van mijn consulaat, of als aanklager tegen een ambtgenoot optreed, of mijn onschuld bescherm door een ander te beschuldigen". 13. terwijl zij deze zaken bespraken heeft eerst een massa vluchtende burgers en hebben daarna de vijanden hen overvallen; de consul hebben ze, niet wetend wie hij was, onder de spietsen bedolven, (en) Lentulus heeft zijn paard in het tumult weggevoerd. (L. is door zijn paard....). LIVIUS XXXIX.6,3-9. extremo anni, magistratibus iam creatis, ante diem tertium nonas Martias Cn. Manlius Uulso de Gallis qui Asiam incolunt triumphauit. serius ei triumphandi causa fuit, ne Q. Terentio Culleone praetore causam lege Petillia diceret, et incendio alieni iudicii, quo L. Scipio damnatus erat, conflagraret, eo infensioribus in se quam in illum iudicibus, quod disciplinam militarem seuere ab eo conseruatam successorem ipsum omni genere licentiae corrupisse fama attulerat. neque ea sola infamiae erant, quae in prouincia procul ab oculis facta narrabantur, sed ea etiam magis, quae in militibus eius quotidie aspiciebantur. luxuriae enim peregrinae origo ab exercitu Asiatico inuecta in urbem est. ii primum lectos aeratos, uestem stragulam pretiosam, plagulas et alia textilia, et quae tum magnificae supellectilis habebantur, monopodia et abacos Romam aduexerunt. tunc psaltriae sambucistriaeque et conuiualia alia ludorum oblectamenta addita epulis; epulae quoque ipsae et cura et sumptu maiore apparari coeptae. tum coquus, uilissimum antiquis mancipium et aestimatione et usu, in pretio esse, et quod ministerium fuerat, ars haberi coepta. uix tamen illa quae tum conspiciebantur, semina erant futurae luxuriae. 1. Op het eind van het jaar toen de magistraten al gekozen waren, op de derde dag voor de Nonae van maart, heeft CMV de triomftocht gehouden vanwege (de overwinning van) de Galliers die in Klein-Azie wonen.De reden voor het later triomferen voor hem was dat hij niet wilde terechtstaan, omdat de rechters des te vijandiger jegens hem waren, omdat het gerucht de ronde had gedaan dat hij persoonlijk de militaire tucht met elke soort wangedrag had gecorrumpeerd. 5. Niet alleen deze dingen strekten tot zijn slechte naam, waarvan men vertelde dat ze in zijn ambtsgebied ver van zijn ogen waren gebeurd, maar meer nog die, welke dagelijks bij zijn soldaten werden aanschouwd. De oorsprong van de buitenlandse weeldezucht namelijk is door het Azie-leger de stad binnengebracht. 8. Die brachten het eerst bronzen aanligbedden, kostbare spreien, gordijnen en andere stoffen, en-wat toentertijd als schitteren huisraad beschouwd werd- eenpoten en pronktafels naar Rome. Tjee wat een hoop onbekende woorden, maar het wordt nog veel erger. Toen zijn er luitspeelsters en sambuccadrinksters en andere maaltijdsamusementsvormen om de tijd te verdrijven bij de etentjes gekomen; ook de maaltijden zelf zijn begonnen verfraaid te worden met en zorg en geld. 12. Toen is de kok, bij de mensen van vroeger de onaanzienlijkste slaf, en in waarde en in gebruik, begonnen duur te worden, en is begonnen als kunst beschouwd te worden wat een slavendienst was geweest. Het staat er wat houterig, maar wat wil je met een letterlijke werkvertaling. Die dingen die toen aanschouwd werden waren nog maar nauwelijks de zaadjes van de luxe die er uit zou ontstaan.