Roma Magistri Gregorii
narratio de mirabilibus urbis Romae
index
©

Vertaling

Voorwoord van meester Gregorius over de wonderen die er vroeger in Rome waren en die er nu nog zijn of waarvan de resten vandaag de dag blijvend in de herinnering voortbestaan.
Op herhaald verzoek van mijn vrienden - met name meester Martinus, heer Thomas en een aantal andere zeer dierbaren - dwing ik mezelf ertoe die zaken in Rome op papier te zetten, waarvan ik gemerkt heb dat ze extra belangstelling verdienen. Overigens ben ik erg benauwd uw toegewijde studie en het genot van de Heilige Schrift met een niet al te zinvol verhaal te onderbreken. Ook schaam ik me met preken vertrouwde oren van grote geleerden aan een onbehouwen voordracht bloot te stellen. Want wie durft het om gasten die aan luxe gewend zijn uit te nodigen voor een schamele boerenmaaltijd? Door mijn gelofte gedwonen neem ik daarom aarzelend dit werk ter hand, omdat ik me terdege bewust van de kaalheid van mijn stijve schrijfstijl en omdat ik vaak terugkom op een voorgenomen zinswending op het moment dat ik mijn pen oppak. Maar uiteindelijk heeft de wens van mijn vrienden mijn schroom overwonnen: ik neem mijn pen in mijn ruwe, onbekwame hand. En om te voorkomen dat ik de beloofde waarheid geweld aandoe maak ik op deze wijze het toegezegde werk naar beste kunnen af.

Vertelling over de wonderen van de stad Rome, die door toverij of door menselijke activiteit zijn ontstaan.
1. Vanuit het diepst van mijn hart meen ik dus dat aanblik van heel de stad, waar zoveel torens opschieten, zoveel paleizen zijn, dat geen mens ze kan tellen, tot bewondering leidt. Toen ik van verre vanaf de berghelling voor het eerst de stad zag, kwamen er bekende woorden van Caesar op in mijn met stomheid geslagen geest. Na zijn overwinning op de Galliërs en zijn tocht over de Alpen heeft Caesar eens vol bewondering over de muren van het grote Rome gezegd:
          Hebben de mannen jou, zetel van de goden, verlaten, hoewel ze
          niet daartoe gedwongen zijn door oorlogsdreiging? Voor welke stad
          zal er dan nog gevochten worden? Bij de goden
, enzovoorts.
Een paar regels verder: Troepen hebben laf de stad verlaten; een stad die grote aantallen mensen kan opnemen als zij zich verzamelen. Terwijl hij Rome aanroept noemt hij haar gelijk aan de grootste goddelijke macht. Ik bewonder al lang de oneindige pracht van Rome en ik dank God, die in zijn grootheid de daden van de mensen op heel de aarde wonderbaarlijk maakte door onmetelijke roem. Want laat dan heel Rome een bouwval zijn, toch kan niets, wat volledig gaaf is, met haar vergeleken worden. Daarom zegt iemand het zo:
          Niets is vergelijkbaar met u, Rome, hoewel u bijna compleet een ruïne bent.
          Nu u neergehaald bent kunt u laten zien hoe groots u in ongeschonden toestand was
.
Ik ben ervan overtuigd, dat haar puinhopen ons duidelijk laten zien dat alle goederen op aarde naar verloop van tijd vergaan, met name wanneer Rome, het hoofd van alle wereldlijke goederen, dagelijks verslapt en wankelt.

2. Deze stad heeft 14 poorten, met de volgende namen: Porta Aurea, de gouden poort; Porta Latina, de Latijnse poort; Porta Sacra, de heilige poort; Porta Salaria, de zoutpoort; Porta Marcia, de Marcius-poort; Porta Livia, de Livius-poort; Porta Collatina, de Collatijnse poort; Porta Flaminea, de Flaminius-poort; Porta Numantia, de Numantius-poort; Porta Appia, de Appius-poort; Porta Tiburtina, de Tibertina-poort; Porta Aquileia quae nunc sancti Laurentii dicitur, de Aquileius- poort die nu naar de heilige Laurens genoemd is; Porta Asinaria, de ezelspoort.

3. Eerst zal ik over de bronzen beelden van deze stad spreken.
Het eerste bronzen beeld. Het eerste bronzen beeld is een stier, die eruit ziet als de stier waardoor Jupiter volgens de mythe Europa misleidde. Dit beeld steekt boven de muur van de versterking van Crescentius uit. Het heeft door zijn groot vakmanschap de uitstraling, dat het volgens de mensen die ernaar staan te kijken, elk moment kan gaan loeien en bewegen.

4. Het tweede beeld. Een ander bronzen beeld staat voor het paleis van onze heer de paus: een gigantisch paard met een ruiter. Pelgrims noemen hem Theodorik, het Romeinse volk Constantijn. En de kardinalen en geestelijken van de Curie van Rome spreken over Marcus of over Quintus Quirinus. Dit gedenkteken, op wonderlijke wijze volmaakt, stond in de oude tijden bovenop vier bronzen zuilen voor het altaar van Jupiter op het Capitool. De heilige Gregorius liet ruiter en paard naar beneden halen en plaatste de vier voorgenoemde zuilen in de kerk van Sint Jan van Lateranen. De Romeinen zetten ruiter met paard voor het paleis van onze heer de paus. Paard, ruiter en zuilen waren op een schitterende manier verguld maar op veel plaatsen heeft de Romeinse hebzucht een deel van het goud weggeschraapt en een deel heeft de loop van de tijd vernietigd. De ruiter zit met zijn rechterhand uitgestoken, alsof hij het volk toespreekt of een bevel geeft. Met zijn linkerhand houdt hij het leidsel vast, waarmee hij het paardenhoofd naar rechts wendt, alsof hij ergens anders heen wil gaan. Een vogeltje, koekoek genaamd, zit tussen de oren van het paard en een dwerg wordt onder een paardenhoef verpletterd, als wonderlijk voorbeeld van iemand die zijn laatste ogenblikken beleeft en sterft. Net zoals dit wonderlijke kunstwerk bekend staat onder verschillende namen, zo kent het ook verschillende redenen voor het ontstaan. Ik zal de nonsensverhalen van de pelgrims en de Romeinen hierover laten voor wat ze zijn: ik geef de oorsprong van dit beeld, die ik vernomen heb van oudere mensen, kardinalen en grote geleerden.
De mensen die de naam Marcus gebruiken, geven de volgende ontstaansgeschiedenis. De koning van Misene was zo groot als een dwerg, maar meer dan alle andere mensen ingewijd in verdorven kennis, in tovenarij. Toen hij de naburige koningen aan zich had onderworpen, viel hij het koninkrijk van de Romeinen aan, met wie hij heel veel oorlogen met gunstige afloop voerde. Want hij verlamde met zijn toverkunst zowel de kracht van de vijanden als de scherpte van hun wapens, zodat de vijanden hun moed om te vechten en hun wapens het vermogen om te snijden compleet verloren. Daarom was hij de Romeinen in ieder gevecht makkelijk de baas en hij dwong hen alleen op hun kamp te vertrouwen, maar door een doeltreffende belegering bracht hij hen in een hachelijke positie. De aldus belegerde Romeinen konden geen enkele hulpmiddel bedenken. Bovengenoemde tovenaar ging dagelijks voor zonsopgang in zijn eentje het kamp uit. Hij ging zo ver van het kamp als de roep van een vogel gehoord kan worden en in het veld voerde hij in zijn eentje zijn toverkunsten uit. Daar zorgde hij er met geheime spreuken en krachtige toverkunsten voor dat de Romeinen geen heldendaden konden verrichten om hem te overwinnen. Toen de Romeinen dit gehoord hadden en toen ze door de veelvuldige herhaling te weten waren gekomen dat hij op die manier het kamp verliet, gingen ze naar een zeer doortastende soldaat, Marcus. Hem beloofden ze de grootste eerbewijzen, als hij zich zou willen blootstellen aan het gevaar de stad te bevrijden van de belegering. Ze bepaalden dat hij heerser zou zijn bij de bevrijding van de stad en ze beloofden hem een eeuwig gedenkteken. Hij ging enthousiast accoord en ze sloten een overeenkomst. Meteen groeven ze 's nachts een gat door de muur en het schanswerk - aan de kant waar voornoemde koning gewoonlijk wegging - als doorgang voor genoemde soldaat met zijn paard. Vervolgens legden ze hem hun plan uit, namelijk dat hij 's nachts naar buiten moest gaan en de koning van de Miseni die buiten zijn kamp liep ongewapend moest aanvallen (met wapens zou hij hem geen kwaad kunnen doen). Hij moest hem in handen krijgen en binnen de muren brengen. Hij stemde volledig met hun plan in en om middernacht verliet hij de ommuring. Toen hij wakker van geest zat te wachten op het ochtendgloren, liet een koekoek zoals gebruikelijk zijn gezang horen: het teken van zonsopgang. De ruiter werd hierdoor gewaarschuwd, klom op zijn paard en zag de koning, die toen voor het eerst tevergeefs een beroep deed op zijn toverkunst. In een woeste aanval vloog hij erheen, greep onverwacht de tovenaar en hij bracht hem naar de voet van de muur. Voor de ogen van het volk, dat bang was dat de gevangene zich door een tovertruc zou bevrijden, als het hem tijd om te praten zou geven, verbrijzelde en doodde Marcus hem onder de voeten van zijn paard. Want met wapens kon niemand hem iets doen. Na de dood van de koning gooiden ze de poorten open, ze vielen het leger, dat in verwarring op de vlucht was geslagen, aan en vernietigden het. Het merendeel is in dat gevecht gevangen en gedood. Er is geen oorlogsbuit die de staatskas van de Romeinen zo gevuld heeft. Vanwege het belang van deze weldaad is voor hem het vooraf overeengekomen gedenkteken opgericht. Ze voegden hier een paard aan toe, omdat het hem door zijn snelle galop tot voordeel was, en een vogel, omdat die de aankondiger van het daglicht was. En onder de hoeven van het paard plaatsten ze een dwerg, omdat hij vertrapt en gestorven was.

5. Een ander verklaring voor het ontstaan van dit beeld. De mensen die het beeld Quintus Quirinus noemen, geven de volgende reden. Ten tijde van de regering van Quintus Quirinus ontstond er in de aarde in het Sallustiaanse paleis een grote kloof, waaruit vuur, zwavel en bedorven lucht kwamen. Hierdoor brak er een zeer zware epidemie uit die een groot deel van de Romeinen het leven kostte. Omdat de epidemie dagelijks in omvang toenam door de ontbinding van de stervenden, vroegen de Romeinen Apollo om raad. Ze kregen als antwoord dat de ziekte niet zou verdwijnen, als niet één van de Romeinen zich uit eigener beweging in voornoemde kloof zou werpen, het welzijn van het volk boven zijn eigen persoonlijke welzijn stellend. Daarom smeekten ze een Romeinse burger, die van goede komaf was maar een leven leidde dat door zijn gebrekkige ouderdom noch voor zichzelf noch voor de stad van nut was, om zichzelf op te offeren voor het welzijn van heel de stad. Hij kreeg het aanbod dat ze heel zijn nageslacht zouden verrijken en in de stand van de machtigen zouden opnemen. Hij weigerde dit categorisch en antwoordde dat de roem van het nageslacht hem geen voordeel opleverde als hij levend de onderwereld in zou gaan. Toen ze in heel de stad helemaal niemand vonden om op deze voorwaarde als offer te dienen, sprak Quintus Quirinus daarna in tegenwoordigheid van de vergadering van heel de stad het volgende: "Vaak heb ik tijdens oorlogen in onzekere situaties doodsgevaar doorstaan in het belang van de staat. Maar nu, omdat er nu niemand gevonden wordt die het welzijn van de stad boven zijn eigen persoonlijke welzijn stelt, ben ik als vorst van de wereld en heer van deze stad bereid levend de poort van de onderwereld binnen te gaan voor het welzijn van mijn burgers. Ik wil dat datgene, wat beloofd is aan lafaards, voor mijn vrouw, mijn kinderen en heel mijn nageslacht onverkort van kracht blijft." Hij sprong snel en onverschrokken (alsof hij naar een feest ging) in aanwezigheid van allen op zijn paard en dook in galop genoemde kloof in. Meteen kwam daar een vogel uit, een koekoek, en direct sloot de kloof zijn mond: de pest verdween helemaal. De Romeinen zijn op deze manier van die grote epidemie verlost en ze richtten voor hem vanwege de zeer grote weldaad een eeuwig gedenkteken op. Ze voegden hier een paard aan toe, omdat hij daarop gezeten voor allen geofferd was. De vogel, die uit de kloof gekomen was, zetten ze tussen de oren van het paard en de dwerg, die met zijn vrouw had geslapen, gaven ze een plaats onder de hoeven van het paard.

6. Het derde bronzen beeld. Het derde beeld is het Kolossos-beeld, waarvan sommigen menen dat het een beeld van de Zon is, terwijl anderen zeggen dat het Rome voorstelt. De volgende punten eisen zeker onze bewondering: hoe kan zo'n groot gevaarte gegoten worden? Ook is het een wonder dat het rechtop gezet werd en bleef staan, want de hoogte was 126 voet, zoals ik in de literatuur gevonden heb. Dit gigantisch grote beeld stond in de Herodius-wijk bij het Colosseum en stak 15 voet boven bepaalde plekken in de stad uit, die zelf al hoog waren. Het houdt een globe in de rechterhand en een zwaard in de linker. De bol verwijst naar de wereld, het zwaard naar successen in het oorlog. De Romeinen hebben het zwaard aan de linkerhand gegeven en de bol aan de rechter, omdat er minder voor nodig is iets te krijgen dan om het verworvene in stand houden. Vandaar dat een volger van de bekende filosofie het zo zegt:
          Ach de goden, zonder problemen geven ze de oppermacht, maar het is lastig deze te behouden!
En daarom - niet om een andere reden - hebben ze aan de sterke kant de bol toevertrouwd, aan de zwakke het zwaard: ze hebben de wereld met minder moeite aan zich onderworpen dan dat ze haar onderworpen houden. Dit bronzen beeld was van top tot teen met keizerlijk goud bekleed en schitterde in het donker. Het was met afstand het meest bijzonder van alles, omdat het zich voortdurend met een gelijkmatige beweging naar de zon richtte en altijd zijn gezicht richting zon hield. Daarom meenden veel mensen dat het een beeld van de zon was. Ieder die tijdens het hoogtepunt van Rome's macht naar Rome ging begroette op zijn knieën dit beeld van Rome, eerde het en aanbad het als smekeling. Na het neerhalen van alle beelden die er in Rome waren, vernietigde de heilige Gregorius dit standbeeld, deze schandvlek, op de volgende manier. Omdat hij dit grote gevaarte ondanks grof geweld en grote inspanningen niet kon neerhalen, gaf hij opdracht aan de voet van het beeld een grote brandstapel te bouwen en zo bracht hij dat immense geval terug tot zijn vroegere bouwstoffen en oorspronkelijke materialen. Toch hebben het hoofd en de rechterhand met de bol de vuurzee overleefd: zij bevinden zich nu tussen twee marmeren zuilen voor het paleis van onze heer de paus en zijn een magnifiek schouwspel voor alle bezoekers. Want hoewel ze van een afschrikwekkende grootte zijn, zijn ze toch een wonderlijk eerbetoon aan hun schepper. Immers, het menselijke hoofd of de handen bezitten in het algemeen niet de volmaakte schoonheid, omdat het hen altijd wel aan iets ontbreekt: maar hier suggereert het kundige gieten zachte haren in hard brons. Als iemand zijn ogen strak op het beeld richt en het nauwkeurig bekijkt, lijkt het zich ieder moment te kunnen bewegen en te spreken. Men beweert dat er geen enkel beeld in de stad met zoveel zorg en kosten is opgericht.

7. Het belachelijke beeld van Priapus. Er is nog een ander bronzen beeld, dat werkelijk belachelijk is en dat Priapus heet. Hij staat als het ware op het punt met afgewend gelaat een ingetrapte doorn uit zijn voet te trekken: hij laat iemand zien die een ernstige verwonding heeft. Als je omhoog kijkt naar wat hij aan het doen is, dan zie je schaamdelen van wonderlijke afmeting.

8. De grote groep beelden. Onder alle bijzondere kunstwerken die er vroeger in Rome waren, roept de grote groep standbeelden, die 'redding der burgers' genoemd werd, nog meer bewondering op. Dit betrof de met toverkunst gewijde beeldengroep van alle volken die onderworpen waren aan het Romeinse gezag. Er was geen enkel volk en geen enkel land onderworpen aan de Romeinse macht, waarvan geen beeld stond in de tempel die hiervoor bestemd was. Van deze tempel staat nog een groot deel van de muren overeind, de crypten blijken huiveringwekkend en ontoegankelijk. Vroeger stonden in deze tempel de genoemde beelden op een rij en elk beeld droeg de naam van het volk, dat het representeerde, op zijn borst. Elk beeld had om zijn hals een zilveren belletje - van alle metalen levert zilver immers de mooiste klank - en dag en nacht waren er als bewakers priesters aanwezig die altijd wakker waren. Als een volk probeerde in opstand te komen tegen het Romeinse rijk, dan bewoog meteen het beeld van dat volk en dan klingelde het belletje om zijn hals. Onmiddellijk bracht een priester het naambordje van dat beeld naar het stadsbestuur. Op de aan deze beelden gewijde tempel stond een bronzen soldaat met zijn paard. Altijd reageerde hij op de beweging van een beeld en wees hij met zijn speer naar het volk, wiens beeld bewoog. Het Romeinse bestuur nam deze duidelijke aanwijzing ter harte en zonder uitstel zond het een leger uit om de opstand van dat volk de kop in te drukken. Regelmatig arriveerde het leger bij de vijanden voordat die hun wapens en legertros op orde hadden: het leger kon hen zonder moeite en bloedvergieten onderwerpen.
Volgens zeggen was er in diezelfde tempel een ondoofbare vlam. Op de vraag hoe lang dit wonderlijke kunstwerk zou blijven bestaan, heeft de maker geantwoord dat het zou duren totdat een maagd een kind zou krijgen. Het verhaal gaat dat genoemde soldaat met zijn tempel met een enorme klap ineengestort is in de nacht dat Christus geboren werd uit de Maagd en dat die kunstmatige, magische vlam terecht gedoofd is, omdat het ware, eeuwige licht geboren was. Men gelooft dat de goddeloze duivel zijn macht om de mensen te bedriegen kwijt was geraakt, omdat God mens was geworden.

9. Het ijzeren beeld van Bellerophon. Een groot wonder te Rome is een ijzeren beeld van Bellerophon geweest. Hij hing met zijn paard in de lucht. Het beeld hing niet aan een ketting erboven noch steunde het op een paal eronder, maar in de ronding van een boog waren rondom magneten vastgezet en het beeld werd heen en weer getrokken door de corresponderende krachten. Zo bleef het op de vastgestelde afstand op zijn plaats. Toch werd het gewicht van dit ijzer op zo'n vijftienduizend pond geschat.

10. Het badgebouw van Apollo Bianeus. Het badgebouw van Apollo Bianeus, dat ook nu nog in Rome bestaat, is zeer wonderlijk. Apollo Bianeus heeft dit gebouw bekroond met een kunstig gefabriceerd mengsel van zwavel, potas en wijnsteen in een bronzen vat. Als verlichting voor de voltooide thermen gebruikte hij de ene kaars van de openingsceremonie en hij verwarmde de baden door een eeuwigbrandend vuur. Dit badgebouw heb ik met eigen ogen gezien: ik heb er mijn handen gewassen en na betaling van het entreegeld heb ik er van afgezien er te baden vanwege de stank van de zwaveldamp.

11. Het theater in Heraclea. Het is nu een goede gelegenheid bij de wonderen het bijzondere theater in de marmerberg in Heraclea te noemen. Dit is zo uitgehakt dat alle vertrekken van de verblijven, alle zitplaatsen rondom de speelvloer, alle uitgangen en ondergrondse ruimtes uit één massief blok natuursteen zijn gehouwen. Dit bouwwerk als geheel steunt op zes pilaren die ook uit de berg zijn uitgehakt. Daar kan niets in het geheim gezegd worden - in jezelf of met een ander - zonder dat iedereen in de buurt het hoort. Tot hiertoe hebben we de dingen beproken, die grote bewondering verdienen.

12. Nu vertel ik in het kort iets over de marmeren beelden die nagenoeg allemaal door de heilige Gregorius zijn vernield of verminkt. Eén ervan zal ik vanwege het uitzonderlijke fraaie uiterlijk eerst behandelen.
Dit beeld is door de Romeinen aan Venus gewijd in de pose waarin zij zich volgens de mythe naakt had laten zien aan Paris tijdens die inhoudsloze wedstrijd met Iuno en Pallas Athene. De scheidsrechter bekeek haar en zei roekeloos:
          Volgens mijn oordeel wint Venus het van de andere twee.
Dit beeld uit Parisch marmer is voltooid met zo'n wonderlijk en onverklaarbaar vakmanschap dat het eerder een levend wezen lijkt dan een standbeeld. Haar gezicht is helemaal purper geverfd: ze lijkt inderdaad te blozen om haar naaktheid. Van dichtbij bekeken lijkt er bloed door haar lelieblanke gelaat te stromen. Drie keer voelde ik de dringende behoefte haar te bezoeken door haar wonderlijke gestalte en een magische aantrekkingskracht, hoewel het twee stadia van mijn verblijf was.
Op korte afstand daarvan staan marmeren paarden, wonderlijk groot en kunstig vormgegeven. Men zegt dat zij wiskundigen uit vroeger tijd weergeven. De paarden zijn aan hen toegeschreven omdat zij een vlugge geest hebben.

13. Onder twee bogen naast deze paarden liggen twee marmeren beelden van oude mannen, allebei veertig voet lang. Het verhaal wil dat het ene beeld Salomon is, het andere Vader Liber. Het Bacchus-beeld houdt een wijnstok in de hand, Salomon een scepter.

14. Het paleis van de Cornuti. In de buurt hiervan is het paleis van de Cornuti, een groots en heel hoog huis dat veel beelden herbergt, alle voorzien van horens. Een ervan, dat veel groter is dan de rest, wordt Jupiter Ammon genoemd, maar sommigen, aan wie ik meer geloof hecht, zeggen dat de Cornuti de familie was, die dit paleis heeft laten bouwen. Het waren belangrijke en beroemde mannen in de stad, omdat zij tegen vriend en vijand fier en flink waren. Daarom werden ze door hun medeburgers Cornuti genoemd.

15. Het paleis van Diocletianus. Ik kan niet aan het paleis van Diocletianus voorbijgaan, dat beschouwd wordt als het visitekaartje van de stad. De overweldigende grootsheid en zeer kunstige en wonderlijke bouw kan ik niet beschrijven. Dit gebouw is zo ruim van opzet dat ik tijdens een bezoek van bijna een hele dag niet alles rustig heb kunnen bekijken. Ik zag daar zuilen die zo hoog zijn dat niemand de top kan raken met een steentje. Van de kardinalen heb ik gehoord dat het honderd mannen maar amper lukt er één in één jaar uit te kappen, te polijsten en verder af te werken. Ik houd hier verder mijn mond maar over: als ik de waarheid vertel lijkt het of ik haar geweld aandoe.

16. De tempel van Pallas Athene. Ook de tempel van Pallas Athene is een bouwwerk van formaat. Het heeft de Christenen veel zweetdruppels gekost dit gebouw neer te halen en de loop der eeuwen heeft het verder doen instorten. Omdat de tempel niet helemaal verwoest kon worden, fungeert het resterende deel als graanschuur voor de kardinalen. Daar bevindt zich een grote berg met brokstukken van beelden. Daar wordt zelfs een beeld van een gewapende Pallas Athene, een romp zonder hoofd, die boven het hoge dak uittorend, tentoongesteld aan de bezoekers, een wonderlijks schouwspel. Dit beeld stond bij de oude Romeinen in hoog aanzien. Christenen werden hiervoor geleid en wie niet op zijn knieën viel en tot Pallas Athene bad, werd op verschillende manieren ter dood gebracht. Naar dit beeld is Hippolytus met zijn familie gebracht. Door paarden is hij uiteengerukt en als martelaar gestorven, omdat hij het beeld verachtte.

17. Het paleis van de vergoddelijkte Augustus sla ik niet over. Dit ruim opgezette huis onderscheidde zich duidelijk van de andere, overeenkomstig de voortreffelijke kwaliteiten van zijn stichter Augustus. Het was helemaal uit marmer opgetrokken en leverde in overvloed kostbaar bouwmateriaal voor de bouw van de kerken in Rome. Ik hoop dat het weinige dat ik erover vertel voldoende is (er is ook maar weinig over). Dan is er nog een fragment van een troon waar ik de volgende inscriptie gevonden heb: Huis van de zeer zachtaardige, vergoddelijkte Augustus. Hoewel hij heer en meester over stad en heel de wereld was, vermeed hij toch de titel 'heer'.

18. Naast dit paleis staat een bakstenen muur die van de top van de heuvel naar beneden gaat. Hij ondersteunt met geweldige bogen een aquaduct. Via dit aquaduct stroomt een rivier in één dag tijd vanuit zijn bronnen in de bergen naar de stad. Vroeger werd het water verdeeld: het stroomde daarna via bronzen pijpen naar de verschillende paleizen. Het water van de Tiber, die door de stad stroomt, is drinkbaar voor paarden, maar voor mensen beschouwt men het als ondrinkbaar en schadelijk. Daarom hebben de oude Romeinen, voor wie niets onmogelijk was tijdens de bloeiperiode van het rijk, ervoor gezorgd dat er in de vier stadsdelen vers water kwam via kunstmatige wegen.
Naast de muur van het aquaduct, dat langs de Porta Asinaria loopt, ligt het badhuis van Apollo Bianeus. Apollo stak het eenmaal met de ene kaars van de openingsceremonie aan en verwarmde het, zoals we hierboven zeiden, met een eeuwigbrandend vuur.

19. Vlak bij dit badgebouw liggen het huis van Aquileus en het huis van Fronto. Maar wie kan alle paleizen van de stad Rome beschrijven, als er volgens mij niet eens iemand bestaat die ze allemaal kan bezoeken? Ik laat het paleis van Tiberius, een wonderlijk en groot bouwwerk, het paleis van Nero, het wonderlijke gebouw van de vergoddelijkte Nerva en het paleis van Octavianus voor wat zij zijn. Ik zwijg zelfs over de zeven tronen, wonderlijk door vakmanschap en omvang. Ovidius schijnt hierover het volgende te zeggen:
          Het paleis van de Zon was hoog door verheven zuilen,
          Schitterend door glanzend goud en vlammennabootsend brons
.

20. Het paleis van de zestig keizers. Wie kan er het paleis van de zestig keizers beschrijven? Hoewel het voor het grootste deel ingestort is, zegt men toch dat alle Romeinen uit de tijd dat het paleis nog overeind stond het niet hadden kunnen vernietigen gezien de totale omvang ervan.

21. Het Pantheon. Het Pantheon behandel ik kort, omdat het vroeger de tempel voor alle goden (lees: duivels) was. Deze tempel, nu als kerk gewijd aan alle heiligen, wordt de Heilige Maria Rotunda genoemd. De kerk is naar de voornaamste en belangrijkste bij uitstek genoemd, hoewel ze voor alle heiligen is. Ze heeft een ruime voorhal, die ondersteund wordt door veel wonderlijk hoge marmeren zuilen. Ervoor staan porfieren sarcofagen en ander wonderlijk vaatwerk en ook leeuwen en andere beelden uit datzelfde materiaal; dit alles staat er heden ten dage nog. Eigenhandig heb ik de doorsnede van dit gebouw opgemeten: 266 voet. Vroeger was het dak geheel verguld maar de tomeloze hebzucht en vervloekte honger naar goud van het Romeinse volk hebben het goud verwijderd en de tempel van zijn goden onteerd. In zijn dorst naar goud wordt het gewone volk door een onverzadigbare begeerte beheerst: het kan zich niet (niet in het verleden en ook nu niet) onthouden van misdaden.

22. De triomfboog van Augustus. Dicht bij deze tempel staat de triomfboog van Augustus Caesar, waarop ik de volgende inscriptie heb aangetroffen: het Romeinse volk heeft dit bouwwerk opgericht vanwege de wereld die overwonnen en weer onder Romeinse macht gebracht is en vanwege de staat die door Augustus weer hersteld is. Het is een eeuwig gedenkteken voor het nageslacht voor zo'n grote overwinning en zo'n grote triomftocht. De boog is van marmer en heeft meerdere doorgangen. Op de boog waren boven zeer grote stenen platen standbeelden opgericht van legeraanvoerders en van mensen die in de strijd waren gevallen of iets gedenkwaardigs gedaan hadden tegen de vijand. Het beeld van Augustus, groter dan de andere en met wonderlijke vaardigheid versierd, overtreft alles, zowel wanneer hij zijn triomftocht houdt als wanneer hij de vijand overwint. Augustus is door iedereen op de afbeelding te herkennen. Bovendien staan op voornoemde boog overal het leger en de vervloekte oorlog op de achtergrond; als je wat beter kijkt denk je echt oorlog te zien. Daar laat wonderlijk vakwerk de slag bij Actium zien, waarin Augustus vol vertrouwen in zijn hoop op de overwinning tijdens het gevecht Cleopatra achtervolgt, die in een tweeriemer op de vlucht slaat. Cleopatra, in Parisch marmer, wordt weggevoerd en met adders aan haar borst geklemd verbleekt deze trotse vrouw in haar dood. Caesar Augustus ontving voor deze oorlog het hoogste eerbewijs en hij hield zijn triomftocht als volgt: vier witte paarden trokken zijn gouden wagen, waarin hij in een met goud en edelstenen versierde toga zat. Vier hooggeboren Romeinen leidden de paarden. Voor hem uit liep een lange rij krijgsgevangen koningen, bevelhebbers en aanvoerders met hun handen op de rug gebonden. Ontelbare anderen maakten deel uit van de zeer uitgebreide optocht. Augustus' oorlogen en roemruchte daden waren opgeschreven in de taal van alle in Rome wonende volken. Tijdens de triomftocht hielden de mensen niet op dit te lezen en te zingen. Maar bovendien werd zijn overwinning op panelen gezet, zodat de mensen die zijn lof niet konden horen haar konden zien. Onder uitbundig gezang en in onbeschrijfbare blijdschap leidden ze hem naar de Tarpe‹sche rots, naar de tempel op het Capitool. Daar offerde hij zelf de wapens, die hij in de oorlog had gebruikt en die hij eigenhandig op de vijand had buitgemaakt, en hing ze in de koepel als herinnering aan deze grote overwinning. Toen gaven de senaat, de senatoren en het Romeinse volk hem Egypte als nieuwste provincie, zodat de roem van de triomftocht en de eer van de grote overwinning over heel de wereld duidelijk werden. Bovengenoemde boog geeft deze geschiedenis, zoals ik die verteld heb in deze passage, in zijn totaliteit weer door het beeldhouwwerk.

23. Ik heb nog veel meer andere triomfbogen gezien, maar die leken in bouw en versiering erg op deze boog. Daarom bespreek ik de inhoudelijke boodschap van de andere triomfbogen wanneer ik die behandel. Want elke wonderlijk kunstig versierde boog laat de gevoerde oorlog en de roemruchte daden van de overwinnaar als de ommetelijke roem van de vorige generaties zien aan de huidige.

24. De boog van Pompejus. Pompejus Magnus kreeg zijn zeer bewonderingswaardige triomfboog naar aanleiding van de zege die hij behaalde met zijn overwinning op Mithridates VI en diens zoon Pharnaces II. Veertig jaar lang voerden zij oorlog tegen de Romeinen, op het laatst als zeerovers. Sulla werd tegen hen in het veld gebracht maar ze overwonnen hem en joegen hem op de vlucht. Tenslotte werd Pompejus gestuurd en onverwacht voor de Romeinen heeft hij met wat geluk binnen een maand genoemde Mithridates met zoon en troepen vernietigend verslagen. Later, maar v˘˘r zijn terugkomst naar Rome, heeft hij een groot deel van het Oosten overwonnen en schatplichtig aan de Romeinen gemaakt. Pompejus bracht daar een onmetelijk gewicht aan goud en zilver bijeen, dat tijdens zijn triomftocht in een lange stoet voorop gedragen werd. Dit laat het beeldhouwwerk van deze triomfboog tot op de dag van vandaag zien.

25. De zegezuil van Fabricius. Ik heb de zegezuil van Fabricius gezien die de Romeinen voor hem opgericht hebben na zijn zege op koning Pyrrhus van Epirus. Volgens mij is dit het hoogste punt dat Rome te bieden heeft. Het is een ronde, holle zuil, gelijk een schoorsteen. Er zijn nog vier andere die hier erg op lijken: de Romeinen noemen hen marmeren rietfluiten. Hoewel ze erg dik zijn, lijken ze toch bevallig door de forse hoogte. Ik heb nog niet kunnen ontdekken in wier ere zij opgericht zijn. Wanneer ik - als het God behaagt - van deze pelgrimstocht naar/in *** teruggekeerd ben dan zal ik met meer tijd en grondiger onderzoek naspeuren wat er nu voor tweeërlei uitleg vatbaar is of waar geen verklaring voor is. Met alle plezier deel ik mijn resultaten met mijn vrienden. Maar ik keer nu terug naar wat er bekend is: de zuil van de beroemde Fabricius. Hij is door zijn vijand Pyrrhus geprezen en treffend neergezet met het volgende compliment. Toen Fabricius Philippus, de lijfarts van Pyrrhus, in boeien naar diens meester had gestuurd, omdat Philippus in ruil voor goud het leven van zijn heer aanbood, antwoordde Pyrrhus de boden van Fabricius: "Dat is echt Fabricius: het is moeilijker hem van het rechte pad af te brengen dan de zon uit zijn baan!" En Fabricius stuurde al het goud terug, waarmee Pyrrhus voorgesteld had Rome te kopen, omdat hij haar met geweld niet kon innemen. Daarom zegt Lucanus:
          voor welk goud Fabricius jou [Roma] niet heeft verkocht aan de koning.
Dit alles en vele andere voortreffelijke daden van Fabricius zijn op voornoemde zuil afgebeeld.

26. De triomfboog van Scipio. Er is ook een triomfboog van Scipio, die de Romeinen voor hem opgericht hebben nadat hij Hannibal verslagen had. Hij streed in een ruitergevecht met Hannibal, de gevaarlijkste vijand van de Romeinen, en gaf als eerste de Romeinen de hoop dat Hannibal verslagen kon worden. Hannibal had een huisgeest, die hem aanraadde met Scipio vrede te sluiten. Er werd een wapenstilstand gesloten om de doden te begraven: een plechtig verdrag van drie dagen en Hannibal had een privé-onderhoud met Scipio. Maar toen ze op de vierde dag bijeenkwamen, volgden twee honden van wonderlijke grootte Hannibal naar de plaats van het gesprek. Toen Scipio dat te weten was gekomen wilde hij niet naar het onderhoud komen. Vervolgens begon de strijd. Aan beide kanten werd er hevig gevochten en Hannibal werd gedwongen zich terug te trekken in zijn kamp. De volgende dag werd hij in een zeer zwaar gevecht overwonnen en hij zocht zijn toevlucht bij koning Lircus. Met hem werd Hannibal weer overwonnen door Scipio. Toen hij zag dat hij niet kon ontkomen nam hij gif in dat hij altijd bij zich droeg in een ring en hij stierf in zijn slaap. Zo werden de Romeinen bevrijd van een zeer geduchte vijand, die zij tot vandaag toe vervloeken en haten. Voor de overwinnaar, Scipio, hebben ze zonder op de kosten te letten deze triomfboog opgericht, waarop alles, wat hiervoor genoemd is, afgebeeld is, en nog veel meer.

27. De piramiden ofwel graven van de machtigen. Ik zal nu kort iets over de piramiden vertellen. Piramiden zijn graven van de machtigen, wonderlijk groot en hoog. Ze lopen spits toe en doen denken aan een wiskundige kegel. De eerste die ik gezien heb is die van Romulus. Pelgrims menen ten onrechte dat deze piramide, die voor de versterking van Crescentius ligt bij de kerk van de heilige Petrus, opgestapelde oogst van de apostel Petrus was. En dat ze veranderd is in een stenen heuvel van dezelfde afmeting, toen Nero zich haar heeft toegeëigend. Dit is te gek voor woorden; pelgrims hebben veel van dit soort verhalen. Elke piramide heeft binnenin een geheel versierde, marmeren sarcofaag, waarin het lichaam van de overledene te rusten is gelegd.

28. De piramide van Augustus. Bij de Porta Latina heb ik de piramide van Augustus gezien, die opgetrokken is uit vierkante blokken steen die met ijzer aan elkaar zijn bevestigd. Daarom heeft de tijd nog altijd geen enkele steen kunnen loswrikken.

29. Er zijn veel obelisken in Rome, maar de obelisk van Julius Caesar die uit één massief blok porfier gemaakt is verdient de meeste bewondering van alle. Zeer wonderlijk is het hoe zo'n hoog gevaarte kon worden gehouwen en opgericht of kan bestaan. De hoogte, zo zegt men, bedraagt 250 voet. De obelisk heeft op de top een bronzen bol met daarin de as en de beenderen van Julius Caesar. Vol verwondering zegt iemand hierover:
          Als het één steen is, zeg met wat voor techniek hij is opgericht
          Als het meerdere stenen zijn, zeg dan waar de voegen zijn
.
Volgens zeggen staat hij op de plek waar Julius die op weg was naar een vergadering aanklampt werd. Iemand gaf hem een brief die een listige, tegen hem gerichte samenzwering onthulde. De brief bevatte onder andere de mededeling dat Julius wreed zou sterven, als hij op die dag de vergadering of het Capitool zou betreden. Nadat hij de brief in ontvangst had genomen zei hij tegen de gever: "Nu heb ik een gesprek met mijn astroloog. Na de vergadering zal ik uw brief bekijken". En hij riep zijn astroloog die net naar hem toe kwam. Hij had voorspeld dat Caesar zou sterven op de eerste van de maand. Caesar zei tegen hem: "Het is vandaag de eerste en ik ben nog in leven!". De astroloog antwoordde hem: "Het is inderdaad de eerste maar de dag is nog niet om. Ik hoop dat ik het mis heb!" Meteen draaide Caesar zich om en ging het Capitool op. Toen stierf hij op het Capitool, vierentwintig keer door een dolk gestoken door Brutus, Cassius en hun aanhangers. Toch zegt Marius Suetonius, die ik betrouwbaarder vind, dat Caesar gedood is door de gevesten van zwaarden, zodat hij geen wonden had. Daarom zeggen ze dat hij snel opgenomen is onder de goden. Vergilius Maro formuleert het in het grafschrift voor hem als volgt:
          Schitterend bewondert Daphnis het ongekende licht van de Olympus:
          Ik ben Daphnis, bekend van hier in de bossen tot aan de sterren,
          herder van een mooie kudde, maar zelf nog mooier
enzovoorts.
De bovengenoemde brief over de samenzwering tegen hem is in zijn linkerhand aangetroffen. Caesar, heer en meester van de wereld, zette als eerste de vrijheid buitenspel en maakte zich meester van de macht. Op een kleine brandstapel is hij teruggebracht tot een beetje as en hij is in voornoemde bronzen bol opgeborgen. Deze obelisk noemen de pelgrims 'de naald van de heilige Petrus'. En ze kuieren rond de voet van dit grote bouwwerk: een blok natuursteen bovenop vier bronzen leeuwen. Ten onrechte denken ze dat de persoon, die onder die steen kan kruipen, zichzelf van zonden bevrijdt en echt boete doet.

30. De vuurtoren van Alexandrië. Een groot wonder is de vuurtoren van Alexandrië: hij is op vier glazen pilaren in zee gebouwd. Hoe is het mogelijk dat zo'n grote glazen pilaren gemaakt worden, dat ze naar zee vervoerd worden en niet breken en dat de betonnen fundamenten die onder water onder de glazen pilaren zijn geplaatst het kunnen dragen? Het is zeer wonderlijk hoe beton onder water hard kan worden. Waarom de pilaren niet breken in zee en waarom het fundament niet onder zo'n groot gewicht beton verzakt, is een groot wonder. Isidorus zegt dat er zand bestaat met de eigenschap dat het na vermenging met water naar zijn vroegere vorm terugkeert, als het aan zon of vuur wordt blootgesteld. Komt dit zand onder water dan wordt het hard en versteent het. Maar het ligt niet in de lijn van dit geschrift de oorzaken van deze wonderen te openbaren.

31. Het Colosseum, het paleis van Titus en Vespasianus, sla ik over. Wie kan immers het kunstzinnige ontwerp en de grootsheid daarvan in woorden vangen? Naast dit paleis staat een beeld van een varken. Uit de literatuur is bekend dat Aeneas overeenkomstig de voorspelling van Priamus' zoon Helenus een drachtige zeug gevonden heeft. Dit was het teken om op die plaats een stad te bouwen. Het lot had hem die stad, de toekomstige heerseres over heel de wereld, gegeven. Vergilius zegt het volgende over dit beeld:
                         Hij vindt een witte zeug die onder de eiken
          op de grond ligt, met witte biggen aan haar uier
.
Dit beeld is van sneeuwwit Parisch marmer met wonderlijk vakmanschap gemaakt. Rond haar uiers krioelen dertig biggen.

32. In de zuilengalerij voor het winterpaleis van onze heer de paus staat een bronzen beeld van de bekende wolvin/lupa. Zij heeft volgens de overlevering Remus en Romulus gevoed. Maar dit is een fabeltje. Want Lupa was oudtijds in Rome een beeldschone vrouw. Zij heeft Remus en Romulus gevonden toen ze in de Tiber waren gegooid; ze heeft hen als haar eigen kinderen opgevoed. En ze wordt Lupa genoemd, omdat ze door haar verlokkende schoonheid mannen op zich verliefd liet worden. De bronzen wolvin loert op een bronzen ram, die voor genoemd paleis staat. Uit de mond van de ram komt water om de handen te wassen. Vroeger kwam er bij de wolvin ook water om de handen te wassen uit alle tepels, maar tegenwoordig zijn de poten afgebroken en is ze van haar plaats gehaald.

33. Vóór de wolvin staat een bronzen plaat, waarop de belangrijkste wetsvoorschriften zijn aangebracht. Deze plaat wordt 'verbod op fouten' genoemd. Veel heb ik ervan gelezen maar weinig begrepen, want het zijn spreuken waarbij bijna elk woord meerdere betekenissen heeft.