Tweede fase voortgezet onderwijs |
In de bovenbouw van havo en vwo, dus in de klassen 4- en 5-havo en 4-. 5- en 6-vwo krijg je te maken met de tweede fase. Dat heeft twee belangrijke gevolgen:
1) Je moet een profiel kiezen, een aantal bij elkaar behorende vakken. De overheid heeft hiervoor strakke richtlijnen gegeven.
2) Je moet meer zelfstandig studeren. Bij een groot aantal vakken moet je praktische opdrachten uitvoeren. Jouw school bepaalt hoe dat geregeld wordt. Die school kan een 'studiehuis' worden, waarin het initiatief meer bij de leerling ligt en minder bij de leraar.
Het is allemaal bedacht en ingevoerd in de hoop dat je goed voorbereid aan een opleiding in het hbo of wo kunt beginnen.
Een profiel is een samenhangend onderwijsprogramma dat voorbereidt op een groep van verwante opleidingen in het hoger onderwijs.
Je kunt kiezen uit vier profielen:
Elk profiel bestaat uit:
De brede vorming in het gemeenschappelijk deel neemt bijna de helft van de tijd in beslag, het profieldeel ruim een derde. In het vrije deel, dat de rest van de studietijd omvat, kan het gekozen profiel worden aangevuld met vakken uit andere profielen of met andere keuzevakken, bijvoorbeeld informatica of het vak management en organisatie (zie tabel). Ongeveer de helft van het vrije deel kan ook worden gevuld met niet-examenvakken die de school zelf kiest, bijvoorbeeld godsdienst. Verder kunnen uren uit de vrije ruimte besteed worden aan zaken als een oriëntatie op het vervolgonderwijs. In principe is het mogelijk dat een leerling examen doet in twee profielen door in het vrije deel bepaalde vakken te kiezen. Een voorbeeld: als je het profiel natuur en techniek kiest en in het vrije deel het vak biologie dan heb je ook het profiel natuur en gezondheid gedaan. Hiermee vergroot je de doorstroommogelijkheden naar het vervolgonderwijs.
N.B.: Jouw school is niet verplicht om alle keuzevakken aan te bieden.
In de tweede fase wordt niet langer in lesuren gerekend. De tijd die voor een vak beschikbaar is, wordt uitgedrukt in studielast (zie tabel). De studielastbenadering gaat uit van de tijd die de gemiddelde leerling nodig heeft om zich een bepaalde hoeveelheid stof eigen te maken, zowel op school als thuis. De studielast omvat alles, ook werkstukken schrijven, boeken lezen, werken in de mediatheek, excursies en het huiswerk.
De programmering van de nieuwe tweede fase is gebaseerd op een eenvoudig uitgangspunt. Een schooljaar bestaat voor jou uit (circa) veertig werkweken van veertig uur, dat betekent dat per jaar 1600 uur beschikbaar is. De bovenbouw van het havo omvat twee jaar, dat betekent een studielast van 3200 uur. De bovenbouw van vwo is een jaar langer, dat brengt het totaal op 4800 uur.
In de wet is een ondergrens voor de inspanning van de school vastgelegd. Dit houdt in dat de school een onderwijsprogramma aan moet bieden dat tenminste 1000 klokuren per leerjaar contacturen' omvat (in het laatste leerjaar minder). Het gaat dan om onderwijsactiviteiten waarin sprak is van directe begeleiding in of buiten de school door leraren of anderen, zoals stagementoren of technische onderwijsassistenten. Voorbeelden van contacturen' zijn instructielessen, toetsen, excursies, sportdagen, stages en werken in de mediatheek.
Een ander aspect van de nieuwe tweede fase is het studiehuis. Scholen worden aangemoedigd zich geleidelijk te ontwikkelen tot studiehuis waarin je in toenemende mate zelfstandig je werk zult doen. De leraar begeleidt de leerling in het onderwijsproces; hij is organisator en regisseur van het leren.
"Van onderwijzen (door de leraar) naar leren (door de leerling)" lijkt een goede samenvatting van deze nieuwe aanpak. De maatschappij vraagt om mensen die breed en algemeen gevormd zijn en die in staat zijn hun kennis, inzicht en vaardigheden effectief aan te wenden in uiteenlopende situaties. Om mensen die over sociale vaardigheden beschikken, die kunnen onderhandelen en samenwerken.
De nieuwe pedagogisch-didactische aanpak is gericht op het ontwikkelen van deze kwaliteiten bij leerlingen. Gevarieerde werkvormen die stimuleren dat leerlingen actief en zelfstandig leren, toepassingsgericht leren, samenwerkend leren en "leren leren".
6. Doorstroming naar hogeschool en
universiteit
De aansluiting van het voortgezet onderwijs op het vervolgonderwijs verloopt tot nu toe nog niet zo goed en moet verbeterd worden. Veel studenten haken in het eerste jaar af. Dit komt vooral doordat ze over onvoldoende vaardigheden beschikken zoals plannen, organiseren en zelfstandig activiteiten uitvoeren. Daarom krijg je bij alle vakken met vaardigheden te maken: omgaan met informatie, onderzoeken, ontwerpen, problemen oplossen, argumenteren, schrijven, spreken, presenteren en samenwerken.
Vaak weten leerlingen nauwelijks wat de studierichting in het hoger onderwijs die zij hebben gekozen, inhoudt. Programma's voor Oriëntatie op vervolgonderwijs' zijn bedoeld om een goed en realistisch beeld van studeren en een studie te geven. Op de meeste scholen moeten de leerlingen een stuk van hun vrije deel besteden aan 'loopbaan-oriëntatie'. Dat kan heel goed aan de hand van 'Keuzebegeleiding Tweede Fase'.
Voor iedere studierichting in het hoger onderwijs is er straks minimaal èèn profiel dat zonder verdere eisen toelating biedt. Zo is aan het havo-profiel economie en maatschappij bijvoorbeeld het recht gekoppeld in te stromen in diverse hbo-opleidingen in de sectoren economie en communicatie. Aan een leerling met een ander profiel kunnen nadere eisen gesteld worden aan het vakkenpakket, met andere woorden: er moeten dan bepaalde vakken in het vrije deel zijn gekozen. De instroomrechten worden gepubliceerd in een ministeriële regeling (najaar 1997).
Net als nu zal het examen uiteen vallen in een landelijk deel (centraal examen) en een deel dat door de school wordt georganiseerd (dat gaat schoolexamen heten: het woord schoolonderzoek verdwijnt). Voor sommige vakken is er alleen een schoolexamen. Het schoolexamen krijgt een nieuwe vorm: het examendossier.
Dit examendossier is het geheel van de onderdelen van het schoolexamen zoals gedocumenteerd in een door de school gekozen vorm. Die vorm kan een aangeklede' cijferlijst zijn, of een examenboekje, maar ook een map met werkstukken en dergelijke. De eisen voor het schoolexamen zijn vastgelegd in de examenprogramma's. Ze omvatten alle onderdelen waaruit het examendossier voor een vak bestaat.
De school hoeft niet alle onderdelen van het schoolexamen in het laatste schooljaar te stoppen. Sommige vakken kunnen zelfs al aan het eind van het vierde jaar worden afgesloten met een schoolexamen. Het centraal examen blijft in het laatste jaar.
De toetsvormen in het schoolexamen zijn:
Voor de meeste vakken geldt dat tachtig procent van het cijfer voor het schoolexamen wordt bepaald door de onderdelen die met open of gesloten vragen worden getoetst, de rest door praktische opdrachten. Het centraal examen en het schoolexamen bepalen ieder voor de helft het eindcijfer voor een vak.
Er zijn praktische opdrachten die worden beoordeeld met een cijfer. Er zijn ook onderdelen waarvan slechts wordt beoordeeld of die wel of niet naar behoren zijn uitgevoerd. Deze worden aangeduid met de naam handelingsdeel.
Het profielwerkstuk (studielast 40 - 80 uur) is een
uitgebreide praktische opdracht waarbij één of meer vakken uit het profieldeel zijn
betrokken. Je kunt zo, meestal aan het begin van de examenklas laten zien wat je aan
kennis en vaardigheden in huis hebt. Je krijgt er een cijfer voor.
De beoordeling van het profielwerkstuk wordt op je cijferlijst vermeld.
Om te slagen mag je niet meer dan twee onvoldoendes hebben,
hooguit een vier en een vijf.
Die onvoldoendes mogen niet allebei in het profieldeel zitten.
| In het havo is de studielast verdeeld over: - het gemeenschappelijk deel - het profieldeel - het vrije deel |
||
| Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het havo omvat de onderstaande vakken: | ||
| Nederlandse taal en letterkunde | ||
| Engelse taal en letterkunde | ||
| maatschappijleer | ||
| culturele en kunstzinnige vorming | ||
| lichamelijke opvoeding | ||
| profieldelen Cultuur en Maatschappij Economie en Maatschappij Natuur en Gezondheid Natuur en techniek |
||
| Dit profieldeel omvat in het havo de onderstaande vakken: | ||
| wiskunde B | ||
| natuurkunde | ||
| scheikunde | ||
| 1 vak kiezen uit biologie, informatica, NLT (Natuur, Leven en Technologie) of wiskunde-D | ||
| Dit profieldeel omvat in het havo de onderstaande vakken: | ||
| wiskunde A of B | ||
| scheikunde | ||
| biologie | ||
| 1 vak kiezen uit aardrijkskunde, natuurkunde of NLT (Natuur, Leven en Technologie) | ||
| Dit profieldeel omvat in het havo de onderstaande vakken: | ||
| economie | ||
| wiskunde A of B | ||
| geschiedenis | ||
| 1 vak kiezen uit aardrijkskunde, management & organisatie, een moderne vreemde taal of maatschappijwetenschappen | ||
| Dit profieldeel omvat in het havo de onderstaande vakken: | ||
| Geschiedenis | ||
| Moderne vreemde taal | ||
| 1 maatschappijvak: aardrijkskunde, maatschappijwetenschappen of economie | ||
| 1 cultuurvak: filosofie, moderne vreemde taal of een kunstvak (muziek, tekenen, handvaardigheid, beeldende vormgeving, dans, drama) | ||
| Officieel
moet je in je vrije deel minstens één vak kiezen. Informeer of op jouw school andere spelregels gelden! Een school kan bepaalde vakken of activiteiten verplicht stellen in het vrije deel, zoals godsdienst, loopbaanoriëntatie en het (profiel)werkstuk. |
||
15. Opleidingen
en beroepen, passend bij een profiel
Cultuur en Maatschappij Economie en
Maatschappij
Natuur en Gezondheid
Natuur en Techniek
Profiel Cultuur en Maatschappij
Samengevat:
Cultuur en Maatschappij: werken met talen,
inlevingsvermogen, met mensen willen praten, kunnen luisteren, sociaal betrokken zijn,
maatschappelijke interesse hebben, artistiek bezig zijn, werken met media.
Controle
Handel
Administratie Vervoer
Communicatie Bestuur
Bedrijfseconoom, administrateur, bestuurskundige, public-relations-officer, accountant, uitgever, journalist, personeelswerker, belastingconsulent, uitgever, hotelmanager, makelaar, touroperator, directeur reisbureau, leraar economie of aardrijkskunde.
Samengevat:
Profiel Natuur en
Gezondheid
Dit profiel doe je als je belangstelling hebt voor mensen, dieren en planten.
Bij belangstelling voor mensen moet je dan in de eerste plaats denken aan de
zorg voor de gezondheid. Met dit profiel kun je alle opleidingen op medisch gebied gaan
doen zoals fysiotherapie, logopedie, verpleegkundige, diëtist.
Overigens speelt bij de meeste van deze beroepen het omgaan met mensen ook een belangrijke
rol.
Veel N&G-ers zullen op een laboratorium terecht komen, b.v. bij een ziekenhuis. Daar
doe je biologisch en chemisch onderzoek met behulp van apparatuur. Hier speelt het omgaan
met mensen natuurlijk een minder belangrijke rol. Je moet dan wel erg precies zijn.
Ook voor de opleidingen die met dieren en planten te maken hebben, zit je goed met
N&G. Denk aan agrarische richtingen als bos- en natuurbeheer, veehouderij, tuin- en
landschapsinrichting, enz.
Verder is N&G een goed profiel voor milieuopleidingen.
Verder horen de opleidingen op het gebied van voeding in dit rijtje thuis. Denk aan
opleiding, diëtetiek.
Veel mogelijkheden dus, maar pas op: je moet wel met de exacte vakken uit de voeten
kunnen, anders krijg je problemen.
Sectoren die goed bij Natuur en Gezondheid passen:
Gezondheidszorg Onderzoek, productie en techniek
Agrarische sector Leefbaarheid en milieu
Voorbeelden van beroepen die bij N&G passen:
Fysiotherapeut, verpleegkundige, verloskundige, operatieassistent, diëtist, agrarisch
voorlichter, landschapsarchitect, tuinarchitect, bosbouwkundige, laboratoriummedewerker,
milieudeskundige, dierverzorger.
Samengevat:
Natuur en Gezondheid: adviseren op gebied van gezondheid, natuur, milieu, voeding,
landbouw/tuinbouw, interesse voor medisch, milieu, agrarisch; mensen helpen en verzorgen;
onderzoek doen, problemen oplossen.
Maar je hoeft echt niet een techneut te zijn om dit profiel
te kiezen. In de milieusector is werk te vinden en je kunt met N&T ook alle
opleidingen op het gebied van gezondheidszorg en landbouw en natuurlijke omgeving doen.
Voor deze opleidingen is biologie aan te raden.
Verder kun je denken aan opleidingen als informatica, verkeerskunde en verkeersvlieger.
Prima vooruitzichten dus, maar je moet wel behoorlijk goed zijn in de exacte vakken.
Samengevat:
Natuur en Techniek: adviseren over natuur, techniek, milieu. Interesse
voor elektronica, machines, bouwkunde, elektriciteit, computers, hoe iets in elkaar zit,
ontwerpen, rekenen en tekenen, stoffen onderzoeken, research.
| In het vwo is de studielast
verdeeld over: - het gemeenschappelijk deel - het profieldeel - het vrije deel |
||||
| Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het vwo omvat de onderstaande vakken: | ||||
| Nederlandse taal en letterkunde | ||||
| Engelse taal en letterkunde | ||||
| Frans of Duits (gymnasium: Latijn of Grieks) | ||||
| algemene natuurwetenschappen | ||||
| maatschappijleer | ||||
| culturele en kunstzinnige vorming | ||||
| lichamelijke opvoeding | ||||
profieldelen |
||||
| Dit profieldeel omvat in het vwo de onderstaande vakken: | ||||
| wiskunde B | ||||
| natuurkunde | ||||
| scheikunde | ||||
| 1 vak kiezen uit biologie, informatica, wiskunde-D of NLT (natuur, leven en technologie) | ||||
| Dit profieldeel omvat in het vwo de onderstaande vakken en deelvakken: | ||||
| wiskunde A of B | ||||
| scheikunde | ||||
| biologie | ||||
| 1 vak kiezen uit aardrijkskunde, natuurkunde of NLT (natuur, leven en technologie) | ||||
| Dit profieldeel omvat in het vwo de onderstaande vakken: | ||||
| economie | ||||
| wiskunde A of B | ||||
| geschiedenis | ||||
| 1 vak kiezen uit aardrijkskunde, maatschappijwetenschappen, management & organisatie of moderne vreemde taal. | ||||
| Dit profieldeel omvat in het vwo de onderstaande vakken: | ||||
| geschiedenis | ||||
| wiskunde A of C | ||||
| 1 maatschappijvak kiezen uit aardrijkskunde, maatschappijwetenschappen of economie | ||||
| 1 cultuurvak kiezen uit een taal, filosofie of een kunstvak | ||||
| |
||||
| Officieel
moet je in het vrije deel minstens één vak kiezen. Informeer op jouw school of er aanvullende verplichtingen zijn. Op veel scholen kiezen de leerlingen twee vakken in het vrije deel. Ook zijn soms vakken of activiteiten verplicht, zoals godsdienst, loopbaan-oriëntatie en het (profiel)werkstuk. |
||||
Welke opleidingen en beroepen passen het best bij een bepaald
profiel? |
||||
| Cultuur heeft veel met geschiedenis te maken. Eigenlijk is cultuur alles wat een volk in de loop der tijden heeft voortgebracht: boeken, bouwwerken, kunst, wetenschap, enz. Alle talenstudies kun je daarom hierbij rekenen. Bij dit profiel passen ook heel goed de sociaal-maatschappelijke opleidingen. Bij de universiteit kun je dan denken aan sociale wetenschappen zoals psychologie, pedagogiek, onderwijskunde, e.d. Bij het hoger beroepsonderwijs zijn maatschappelijk werk en dienstverlening en culturele en maatschappelijke vorming voorbeelden. Met c&m kun je goed een rechtenopleiding aan de universiteit gaan doen. Ook voor beroepen in het onderwijs is dit profiel erg geschikt al zal voor sommige opleidingen, zoals leraar in een exact vak, een ander profiel verplicht zijn. Alle vakken van c&m hebben met communicatie te maken: het overbrengen van informatie aan anderen. Daarom kun je met dit profiel ook goed terecht in opleidingen in de sector communicatie. Sectoren die goed bij Cultuur & Maatschappij passen: Onderwijs en hulpverlening Sociale wetenschappen Controle Geschiedenis en kunst Kunst Talen Communicatie Rechten Voorbeelden van beroepen die bij c&m passen: beeldend kunstenaar, historicus, archeoloog, journalist, leraar, maatschappelijk werker, taalkundige, psycholoog, advocaat, kunsthistoricus, dramaturg, musicoloog, mode-ontwerper. Op hbo-niveau denk je bij dit profiel aan (heao-)opleidingen als commerciële economie, bedrijfseconomie en management, economie en recht. Wo- en hbo-opleidingen in de richting van bestuur (meestal bij de overheid) en management (meestal bij het bedrijfsleven) zijn b.v. bestuurskunde en bedrijfskunde. Met E&M ben je daar goed op voorbereid. Voor een rechten-opleiding is E&m een uitstekend profiel. Omdat je ook aardrijkskunde in je profiel hebt, is E&M het aangewezen profiel om de universitaire opleiding sociale geografie te gaan doen. Ook een opleiding als economische en consumentenwetenschappen in Wageningen heeft veel met aardrijkskunde (en economie) te maken. Verder is E&M het beste profiel voor toeristische hbo- opleidingen, zeker als je in het vrije deel Frans en/of Duits kiest. Vanwege de vele vakken op het gebied van communicatie en maatschappij in E&M is dit profiel heel goed voor opleidingen in de communicatie (mits niet technisch), in het onderwijs (mits niet exact) en in de sociaal-maatschappelijke richtingen. Je zou voor dit profiel eigenlijk een beetje ondernemend moeten zijn en van organiseren moeten houden, want uiteindelijk is de kans groot dat je een leidende functie in het bedrijfsleven of bij de overheid krijgt. Sectoren die goed bij Economie & Maatschappij passen: Controle Economische wetenschappen Handel Rechten Administratie Bedrijfswetenschappen Vervoer Communicatie Bestuur Voorbeelden van beroepen die bij E&M passen: econoom, jurist, advocaat, bedrijfskundige, bestuurskundige, public-relations-officer, marktonderzoeken, sociaal geograaf, accountant, uitgever, journalist, personeelswerker, belastingconsulent. Dit profiel doe je als je belangstelling hebt voor mensen, dieren en planten. Bij 'belangstelling voor mensen' moetje dan in de eerste plaats denken aan de zorg voor de gezondheid. Met dit profiel kun je universitaire opleidingen gaan doen zoals geneeskunde, tandheelkunde en farmacie en hbo-opleidingen als fysiotherapie en logopedie. Overigens speelt bij de meeste van deze beroepen het omgaan met mensen ook een belangrijke rol. Ook voor de opleidingen die met dieren en planten te maken hebben, zit je goed met N&G. Denk aan de wo-opleidingen diergeneeskunde en biologie en aan de landbouwkundige en andere opleidingen in Wageningen. En denk op hbo-niveau aan agrarische richtingen als bos- en natuurbeheer, veehouderij, enz. Verder is N&G een goed profiel voor milieuopleidingen. Voor de meer technische zoals milieutechnologie is wb2 vereist. Dat zou je dan in je vrije deel kunnen doen. Ook de studie scheikunde aan de universiteit kun je met dit profiel doen. Je bent dan nog beter voorbereid. Verder horen de opleidingen op het gebied van voeding in dit rijtje thuis. Denk aan voeding en gezondheid in Wageningen en de hbo-opleiding diëtetiek. Veel mogelijkheden dus, maar pas op: je moet wel met de exacte vakken uit de voeten kunnen, anders krijg je problemen. Sectoren die goed bij Natuur en Gezondheid passen: Gezondheidszorg Medische opleidingen Onderzoek, productie en techniek Wiskunde en natuurwetenschappen Agrarische sector Landbouwwetenschappen Leefbaarheid en milieu Voorbeelden van beroepen die bij N&G passen: huisarts, specialist, tandarts, apotheker, landbouwkundig ingenieur, landschapsarchitect, laboratorium-medewerker, bacterioloog, milieudeskundige, fysiotherapeut, diëtist. Voor universitaire opleidingen als wiskunde, natuur- kunde en sterrenkunde en de meeste technische studies moetje dit profiel hebben om zonder meer toegelaten te worden. Ook op het hbo staan alle technische en exacte opleidingen voor je open. En die niet alleen. Met N&T kun je ook de meeste opleidingen doen waarbij de exacte vakken een minder prominente rol spelen. Als je wilt, kun je er ook rechten mee gaan studeren (en je misschien specialiseren in exacte onderwerpen). omdat N&T een profiel is voor natuurwetenschappelijke onderzoekers, kun je ook terecht in de milieusector, en dan vooral in de meer technische opleidingen. Sectoren die goed bij Natuur & Techniek passen: Onderzoek, productie en techniek Wiskunde en natuurwetenschappen Vervoer Technische wetenschappen Communicatie (technisch) Leefbaarheid en milieu Voorbeelden van beroepen die bij N&T passen: scheikundig ingenieur, architect, milieutechnoloog, communicatiespecialist, geoloog, researchmedewerker, werktuigbouwkundige, biochemicus, sterrenkundige, wiskundige, vlieger, landmeter, electrotechnicus. |
||||
| Nederlands
Fries1 |
Economie Management en organisatie Wiskunde A Wiskunde B Biologie Natuurkunde Scheikunde |
Culturele
en kunstzinnige vorming 2,3 Filosofie Geschiedenis Maatschappijleer Aardrijkskunde |
||
| Algemene
natuurwetenschappen Maatschappijleer (gemeenschappelijk deel) Culturele en kunstzinnige vorming Klassieke culturele vorming Informatica Lichamelijke opvoeding NLT (natuur, leven en technologie) |
||||