Studiefinanciering voor het MBO
Hoeveel heeft de student nodig?
Het maandbudget
Nog geen 18 jaar en dan
naar het MBO?
Een basisbeurs en
een OV-Studentenkaart voor iedereen
De ouderbijdrage en/of
aanvullende beurs
De studielening
Werken tijdens de studie
Voorbeelden
Terug
naar de startpagina
Hoeveel geld hebben studenten in
het mbo nodig? En hoe komen ze daaraan? Om die vraag te kunnen
beantwoorden, zijn twee zaken van belang: gaat de student op
kamers of blijft hij thuiswonen? En op welke wijze is hij straks
verzekerd voor ziektekosten?
Wie hierover duidelijkheid heeft, kan in de tabel lezen hoeveel
hij nodig heeft, en hoe daaraan te komen. Daarna volgt een
toelichting.
Hoeveel heeft de student nodig? Het maandbudget
In deze kolom staat het
zogenaamde maandbudget. Dat is het budget dat een student volgens
de overheid nodig heeft om de kosten van studeren te kunnen
betalen, zoals lesgeld en studieboeken, levensonderhoud, en, voor
wie op kamers gaat, de huur. Met het maandbudget zou een student
het redelijkerwijs moeten kunnen redden.
situatie student |
Hoeveel heeft deze student
nodig? |
Hoe komt de student |
|||||
| basis beurs |
ouder bijdrage |
studielening |
|||||
| woon situatie |
ziektekosten verzekering |
||||||
| uitwonend | particulier |
603 |
190 |
288 |
125 |
||
ziekenfonds |
570 |
190 |
255 |
125 |
|||
| thuis wonend |
particulier |
448 |
51 |
272 |
125 |
||
ziekenfonds |
415 |
51 |
239 |
125 |
|||
Alternatieve financieringsbron: werken |
|||||||
Een basisbeurs en een OV-Studentenkaart voor iedereen
Elke jongere die een
voltijd-opleiding gaat volgen in het mbo en 18 jaar of ouder is,
heeft recht op een basisbeurs. Het inkomen van de ouders speelt
daarbij geen enkele rol! Hoe hoog de basisbeurs is, staat in deze
kolom.
Iedereen met een basisbeurs krijgt ook een OV-Studentenkaart.
Studenten hebben de keus uit twee soorten:
De ouderbijdrage en/of aanvullende beurs
Studenten mogen van hun ouders verwachten dat zij bijdragen in de
studiekosten. Hoeveel? Er is geen algemeen geldend antwoord op
die vraag. Ouders en studenten moeten samen bekijken wat in hun
situatie een redelijke ouderbijdrage is. De bijdrage kan bestaan
uit geld, maar mag natuurlijk ook in andere vorm worden gegeven.
Voor ouders die niet zoveel verdienen, is de ouderbijdrage misschien een probleem. Zij kunnen niet (zoveel) meebetalen. Daarom kunnen hun kinderen een aanvullende beurs aanvragen. Deze beurs komt bovenop de basisbeurs. Studenten hoeven deze aanvullende beurs niet terug te betalen (tenzij ze te weinig op school komen.
Hoe hoog de aanvullende beurs is, hangt af van het inkomen van de ouders.
Wie wil weten of hij recht heeft op een aanvullende beurs, kan de brochure Ouders van kinderen in het (middelbaar) beroepsonderwijs en hoger onderwijs bij de IB-Groep aanvragen. Daarin staat ook wat de regels zijn voor kinderen van gescheiden ouders en studenten zonder ouders.
Iedereen die recht heeft op studiefinanciering
kan een studielening afsluiten, ook als hij geen basisbeurs of aanvullende beurs
krijgt. Wie een studielening aangaat, krijgt maandelijks een bedrag op z'n rekening
gestort. Over het geleende bedrag wordt rente berekend (ongeveer 6 %). De rente
gaat lopen in de maand volgend op de maand waarin het bedrag wordt overgemaakt.
De maximale hoogte van de studielening is het bedrag dat nodig is om uit te komen op het maandbudget. Anders gezegd: basisbeurs plus eventuele aanvullende beurs plus studielening kunnen nooit meer worden dan het maandbudget. Minder lenen mag natuurlijk altijd. Na afloop van de studie moet de lening inclusief rente worden terugbetaald.
Werken tijdens de studie
Veel studenten halen een deel van
hun maandbudget uit een bijbaantje, bijvoorbeeld omdat ze niet (zoveel) willen
lenen. Dat mag. Het is toegestaan om jaarlijks ten hoogste ongeveer 9100 euro
netto bij te verdienen.
Voorbeeld 1
Suzan gaat naar het mbo en zit bij het
ziekenfonds. Zij blijft thuis wonen. Dat betekent dat haar maandbudget 415 euro
per maand is.
Samen met haar ouders besluit zij dat bedrag als volgt op te brengen:
· een basisbeurs van 51 euro per maand;
· ze heeft op basis van het belastbaar inkomen van haar ouders recht op een
aanvullende beurs van 158 euro per maand;
· haar ouders geven haar 129 euro per maand;
· ze neemt een studielening van 77 euro per maand.
Voorbeeld
2
Kevin gaat op kamers en is particulier
verzekerd. Dat betekent dat hij maandelijks 603 euro nodig heeft. Dat wil hij
op de volgende manier regelen:
· hij krijgt een basisbeurs van 190 euro per maand;
· van z'n ouders krijgt hij maandelijks 227 euro;
· in de zomer verdient hij twee maanden bij, namelijk 540 euro per maand. Van
de helft daarvan gaat hij op vakantie, de andere helft bewaart hij voor de rest
van het jaar;
· hij neemt een studielening van 141 euro per maand.