In deze leerweg krijg je alleen
maar algemeen vormende vakken, dus geen beroepsgerichte vakken.
Je doet van de algemeen vormende vakken het kerndeel en het
verrijkingsdeel. Aan het eind van de tweede klas moet je negen
examenvakken kiezen.
Je kunt kiezen uit wiskunde, natuur- en scheikunde 1, natuur- en
scheikunde 2, biologie, maatschappijleer, geschiedenis,
aardrijkskunde, economie, Frans, Duits en kunstvakken.
Aan het eind van de derde klas kies je hieruit zes of zeven examenvakken. Met de theoretische leerweg kun je ook doorleren op de havo. Welke vakken je kiest zal afhangen van de sector waarin je verder gaat. In onderstaand schema kun je zien welke sectoren er zijn en welke vakken daarbij horen.
| Verplicht in elke sector | Nederlands | Engels |
| Sector | Verplicht | Verplicht |
| Techniek | wiskunde | natuurkunde / scheikunde 1 |
| Zorg en welzijn | biologie | maatschappijleer of aardrijkskunde of geschiedenis of wiskunde |
| Economie | economie | wiskunde of een moderne vreemde taal |
| Landbouw | wiskunde | biologie of natuurkunde / scheikunde 1 |