Werktijd

De tijd die je op je werkplek doorbrengt moet je zo handig mogelijk besteden. Het kan zijn dat je iemand bent die het huiswerk afraffelt op het laatste moment. Of dat je je op je kamer uitstekend vermaakt maar niet aan huiswerk toekomt. Het kan ook zijn dat je uren ploetert en stampt tot je erbij neervalt en je daarna niet meer kunt ontspannen. In al die gevallen is het goed je werktijd eens te onderzoeken. Je kunt dat zó doen: Maak een schema van de manier waarop je nu je huiswerk doet. Schrijf drie dagen achter elkaar precies op welke activiteiten je na de lessen onderneemt. Misschien herken je je zelf in een van de voorbeelden.

Voorbeeld 1

  • 15.00 - 15.30
  • iets drinken, tv kijken, met de hond spelen.
  • 15.30 - 15.45
  • spullen zoeken, in agenda bladeren.
  • 15.45 - 16.00
  • computerspelletje doen.
  • 16.00 - 16.15
  • oefening Engels maken.
  • 16.15 - 16.25
  • wiskunde opgave maken.
  • 16.25 - 17.00
  • klasgenoot bellen.
  • 17.00 - 17.15
  • woordjes Engels leren.
  • 17.15 - 17.45
  • tv kijken en met de hond uit.
  • 17. 45
  • eten. 'De andere vakken doe ik morgen vóór de lessen!'

    Voorbeeld 2

  • 15.00 -15.05
  • iets drinken en spullen pakken.
  • 15.05 -16.05
  • Engelse woordjes leren.
  • 16.05 -17.05
  • oefening Engels maken en daarna nogmaals overschrijven.
  • 17.05 -17.30
  • Engelse woordjes nog een keer leren.
  • 17.30 -17.45
  • stukje van wiskunde opgave maken.
  • 17.45
  • eten. 'De andere vakken doe ik na het eten!'

    Maak zo je eigen schema. Je ziet dan beter wat je eigenlijk aan het doen bent. Kijk eerst zelf wat er goed aan is en wat verbeterd kan worden. Je kunt ook met je schema naar je mentor gaan en hulp vragen bij het verbeteren.
    Bij het onderdeel 'werkmanier' vind je tips om je werkschema te veranderen.

    Volgende pagina : Werkmanier