Expressionisme
Enkele
componisten in Duitsland en Oostenrijk (Wenen)
streefden naar een uiterst expressieve en emotionele
muziek. Zij gingen daarin zo ver dat extreme
gemoedstoestanden als hysterie en krankzinnigheid
en ervaringen als nachtmerries in een zeer complexe
muziek tot uitdrukking werd gebracht. Deze stroming
wordt Expressionisme genoemd. De daarbij horende
muziek geeft uitdrukking aan strijd, geweld,
conflict, frustratie en innerlijke verscheurdheid.
Het
muzikale Expressionisme ontleend zijn naam aan
de denkbeelden van de schrijver Franz Kafka
en de schilders Paul Klee, Wassily Kandinsky
en Oscar Kokoschka.
De
kenmerken van het Expressionisme komen het duidelijkst
tot uiting in de werken van Arnold Schönberg,
Anton Webern en Alban Berg, die gezamenlijk
de Tweede Weense school vormden (De eerste Weense
'school' was natuurlijk die van Haydn, Mozart
en Beethoven).
'Expressionistische' kenmerken
zijn belangrijk voor veel muziek van deze eeuw.
Slagwerk
en blaasinstrumenten worden belangrijker en
er ontstaan allerlei nieuwe vormen van instrumenteren:
geen stereotype ensembles meer, maar allerlei
'vreemde' combinaties van instrumenten.
Sprechgesang
is een nieuwe vocale techniek: ritme en toonhoogte
worden wel genoteerd, maar de toonhoogte moet
toch pratend geïntoneerd worden. Deze techniek
bouwt voort op het traditionele recitatief en
daarna zijn er vele onconventionele zangtechnieken
ontwikkeld in de muziek van de 20e eeuw.
In
het ritme spelen maatwisselingen, syncopen,
onregelmatige maatsoorten, polyritmiek en polymetriek
een belangrijke rol.
Het
tonale systeem wordt steeds verder losgelaten.
In
de Weense school van Arnold
Schönberg
(1874-1951) is een speciale vorm van atonaliteit
ontwikkeld, waarbij alle twaalf chromatische
tonen slechts éénmaal in een reeks gebruikt
mogen worden, zo kan geen toon belangrijker
worden dan een andere, omdat ze niet vaker voorkomt
. De toon mag pas herhaald worden als alle twaalf
tonen van de reeks geklonken hebben.
Alle
tonen zijn dus gelijkwaardig: de emancipatie
van de toon! Deze muziek wordt twaalftoonsmuziek
of dodecafonie genoemd.
In
het verwerken van de twaalftoonsreeks worden
technieken gebruikt als kreeftengang (de reeks
van achteren naar voren), in omkering (stijgende
intervallen worden dalend en omgekeerd) of een
combinatie van deze technieken.
luistervoorbeelden
luistervoorbeelden
van Sprechgesang |