Neo-classicisme
In
het Neo-classicisme ontlenen componisten hun
inspiratie vooral aan de muziek van de late
17e en 18e eeuw, in het bijzonder aan de werken
van de late Barokmeesters en van Haydn en Mozart. Neo-classicisme
is een stroming in de eerste helft van de 19e
eeuw.
De
muziek van de Neoclassicisten is in het algemeen
absoluut en niet-programmatisch. De componisten
hebben geen boodschap aan romantische expressies
van strikt individuele 'zieleworstelingen'.
De
tonaliteit (en dus ook de harmonie) is modern
en de graad van dissonantie is eveneens eigentijds.
Ferruccio
Busoni (1866-1924) wordt beschouwd als de eerste
Neoclassicist vanwege zijn uitgesproken afkeer
van de Romantiek en het opvallende gebruik van
titels als sonatine, toccata en fantasie voor
enkele van zijn werken.
Andere
Neoclassicistische componisten zijn Igor Stravinsky
(in zijn middenperiode 1920-1940), Paul Hindemith
(1895-1963) en Sergei Prokofjev (1891-1953).
Neoclassicisten
maakten gebruik van klassieke en barokke vormen
en genres als symfonie, de sonate, het concerto
grosso de toccata, de passacaglia en de suite.
Zij toonden daarbij een hernieuwde belangstelling
voor contrapuntische technieken en bijbehorende
vormen als de fuga.
|