Logo Luisterclub


Stijlkenmerken in de Klassieke Periode (±1760 - ±1830)

Lezing voor de Luisterclub Klassieke Muziek door Aukje van Dijk




Overzicht perioden in de kunst


±1500
±1600
±1750
±1830
±1880

Renaissance
vroege barok
Barok
rococo
Klassieke periode
Romantiek
Late Romantiek



Enkele personen

Componisten Schilders Schrijvers Architectuur
J. Haydn
W.A. Mozart
L. van Beethoven
Ingres
Prud'hon
  
Voltaire
Diderot
Goethe
terug naar
de stijl van
het oude Rome





De periode van de Weense Klassieken is een buitengewoon turbulente tijd in Europa:

In Frankrijk moet na de Franse Revolutie (1789) de absolute monarchie plaats maken voor een meer democratisch systeem. Napoleon komt er aan de macht en onder zijn korte bewind breidt de macht van Frankrijk zich in heel Europa fors uit, maar brokkelt ook even snel weer af.. Het is een tijd met veel oorlog, maar op politiek en bestuurlijk gebied ook veel hervormingen. Op cultureel gebied moet de Verlichting genoemd worden: kritiek op koningshuis, macht van de kerk en onwetendheid. Onder leiding van Voltaire en Diderot komt er een beweging op gang waarin men kritisch, wetenschappelijk onderzoek op allerlei terreinen wil om allerlei vooroordelen en dogma's van de Kerk aan de kaak te stellen en te ontzenuwen. De Encyclopedisten willen alle kennis vastleggen in een encyclopedie. Het is een tijd van veel natuurkundig onderzoek. In de architectuur gaat men terug naar de stijlkenmerken van het Oude Rome, bijv. het oude gerechtshof in Leeuwarden. (Napoleon is een groot bewonderaar van de Romeinen.) De Empire-stijl.

Met Johann S. Bach bereikt de barok haar hoogtepunt en een eindpunt. Nieuwe opvattingen en regels over muziek doen hun intrede: de klassieken zetten de toon.

Het orkest:

In deze periode ontwikkelt het orkest zich tot datgene wat wij nu kennen als symfonieorkest. Belangrijk in de ontwikkeling van het orkest is de Mannheimer school (1740 - 1780) o.l.v. Johann Stamitz en later Cannabich. Het Mannheimer orkest zette de toon in heel Europa. Enerzijds was het de wegbereider voor de Klassieken, anderzijds beïnvloedden de Klassieken de ontwikkeling van het orkest, m.n. Haydn. In feite is de geschiedenis van het orkest ook de geschiedenis van de symfonie.

Hieronder volgt een aantal van de vele veranderingen die het orkest doorvoerde en de gevolgen daarvan:

samenstelling:
Het orkest wordt uitgebreider en ingedeeld in groepen met een vaste plaats. De strijkers komen voorin te zitten en vormen de "hoofdmacht": eerste violen, tweede violen, altviolen, cello's en contrabassen. Daarachter zitten de koper en houtblazers, steeds minimaal in tweetallen en helemaal achterin het slagwerk.

Het clavecimbel verdwijnt en daarmee het basso continuo (zie lezing over barok). Verdere ontwikkeling van instrumenten en een nieuwe wijze van componeren maken dit instrument overbodig. De piano forte begint zijn opmars, maar krijgt geen vaste plaats in het orkest: het wordt een solo-instrument. De klarinet wordt wèl opgenomen in het orkest. Een vaste plaats komt er voor het koper en het slagwerk.

discipline en techniek:

Het Mannheimer orkest was beroemd om zijn discipline. Stamitz besteedde veel zorg aan het gelijktijdig spelen in crescendo (van zacht naar hard), decrescendo (van hard naar zacht en in de plotselinge afwisseling van piano (zacht) naar forte (hard). In de glorietijd van het orkest werden er ook regels vastgelegd wat betreft techniek en vingerzetting.

directie:

Door het verdwijnen van de clavecimbel kreeg de dirigent definitief een andere plaats: op "de bok" voor het orkest met zijn rug naar het publiek. Hij maakte gebruikt van een stokje i.p.v. een rol papier, een wandelstok of, als hijzelf meespeelde op viool of clavecimbel, knikjes met het hoofd.

De dirigent werd leider van het orkest. Het werd zijn taak om de muziek uit te voeren zoals de componist dat bedoelt en te zorgen voor discipline in het orkest.

componeren:

Componisten gingen meer voorschrijven. Tijdens de Barok was het nog gewoon dat componisten een compositie schreven voor meerdere stemmen, maar daarbij niet aangaven voor welke groep instrumenten de stem was bedoeld. De uitvoerenden hadden hierin dus vrijheid van keuze. Het wordt gewoonte dat een componist de partijen voor iedere groep gaat uitschrijven en aanwijzingen voor de uitvoering aangeeft. Door de wijzigingen die Stamitz e.a. doorvoerden, maakten zij een andere manier van componeren mogelijk, terwijl de componisten door hun aanwijzingen weer voor veranderingen in het orkest zorgden. De partituren veranderden: notenbalken met vijf lijnen en 16 balken per blad (Beethoven).

De symfonie:

De symfonie is de meest in het oog springende muziekvorm van de klassieke periode. Natuurlijk werden er ook andere stukken gecomponeerd, maar de symfonie maakte een enorme ontwikkeling door in vorm, lengte en aantal. Het woord symfonie betekent samenklank (van stemmen of instrumenten).

Aanvankelijk was een symfonie een ouverture voor een opera of een lang orkestwerk, die tot een zelfstandig genre is uitgegroeid. Het was Sammartini (1775) die voor het eerst bewust werkte met contrasterende thema's: het wezen van de symfonie. De contrasten zorgden voor de afwisseling die nodig was om de spanning vast te houden in de langere werken. Een ander middel om dit doel te bereiken was het moduleren: het veranderen van toonsoort. Mozart en vooral Haydn zijn voor de ontwikkeling van de symfonie van groot belang geweest: Haydn componeerde er 104. Hij herstelde het contrapunt in ere.

Een symfonie is in feite een sonate voor een orkest en bestaat meestal uit vier delen:

1.  de hoofdvorm of sonatevorm, die uit meerdere doorgaande delen bestaat:

expositie:

Het stuk wordt opgebouwd d.m.v. twee contrasterende thema's, die in verschillende toonaarden (moduleren) zijn geschreven.

doorwerking:

De thema's worden uitgediept. Bij Haydn is de uitwerking soms nog heel beperkt of hij gebruikt nieuwe thema's en ook bij Mozart komt dit nog voor. Beethoven werkt de thema's van de expositie uit. Hij bepaalt ook wat de solisten in de cadens moeten spelen om ellenlange solo's te vermijden.

reprise:

Terugkeer van de thema's, maar nu in dezelfde toonaard.

coda:

Het slot met soms nieuwe thema's

2.  een langzaam tweede deel

3.  een menuet:

Een sierlijke dans, bedoeld om te de luisteraar te ontspannen. Beethoven maakte hiervan een scherzo.

4.  een rondo:

Het is een liedvorm, waarbij met het refrein wordt begonnen en geëindigd. Het is vaak snel (presto).


Algemeen:

Het begrip Weense Klassieken omvat drie componisten, namelijk Haydn, Mozart en Van Beethoven. Het enige wat hen met Wenen verbindt is dat zij er enige tijd gewoond hebben en niet allemaal met evenveel plezier.

Haydn was in dienst van vorst Esterhazy en was verplicht een groot deel van zijn carrière in Eisenstadt te wonen. Bovendien heeft hij enkele jaren in Londen gewoond. Mozart heeft als kind heel Europa afgereisd en heeft lange tijd in Salzburg gewoond. In Wenen vestigde hij zich als zelfstandig componist in de hoop een baan als hofcomponist te krijgen. Hij werd er niet geaccepteerd. Mozart en Van Beethoven hebben in hun persoonlijk leven veel tegenslagen gehad. Door hun professionele kijk op hun werk leed dat er niet onder. Van Beethoven: "Kunstenaars zijn vurig en ze huilen niet." Hij vond ook dat zijn muziek beluisterd diende te worden en niet als achtergrond voor social talk was bedoeld. Zijn muziek werd gretig afgenomen en hij was dan ook niet afhankelijk van beschermers.

In Wenen was baron Van Swieten een belangrijk man in de muziekwereld. Hij was een Nederlands geleerde, die vanwege zijn geloof in Nederland niet de baan kreeg, waar hij recht op had (opvolger van Boerhaave). Hij was degene die voorkomen heeft dat veel werk van J.S. Bach verloren is gegaan door alles wat hem onder ogen kwam te kopen. Hij heeft Haydn gestimuleerd en hem de libretto's bezorgd voor Die Jahreszeiten en Die Schöpfung.


Internet-pagina's over de klassieke periode