Weense Klassieken- Quiz
Multiple-choice oefening
Kies het juiste antwoord bij elke vraag.
Uit welke instrumentgroepen bestaat het symfonieorkest?
- hout, koper en strijkinstrumenten
- hout, koper en slagwerk
- hout, koper, strijkinstrumenten en slagwerk
Uit welke instrumenten bestaat het strijkorkest?
- viool, cello en contrabas
- viool, altviool en cello
- 1e viool, 2e viool, altviool en cello
Welke soort motieven vormen vaak de basis van melodieën uit de klassieke periode?
- drieklank-motieven
- toonladder-motieven
- vierklank-motieven
Wat is kenmerkend voor de structuur van klassieke melodieën?
- veel gebruik van dissonanten
- motieven worden vanuit de drieklank opgebouwd
- het leidmotief
Hoe noem je de begeleidingstechniek met gebroken akkoorden?
- Basso ostinato
- Clementi-figuur
- Albertijnse bas
Wat is unisono?
- meerdere instrumenten spelen tegelijkertijd dezelfde melodie
- het hele orkest speelt tegelijkertijd
- de orkestleden hebben dezelfde kleding
Wat is het verschil tussen een sonate en een symfonie?
- de instrumenten
- de vorm
- geen verschil
Heeft het menuet een vaste plek in de klassieke symfonie?
- nee
- ja
Wie zijn de meest bekende componisten uit de klassieke periode?
- Clementi, Mozart en Beethoven
- Schubert, Mozart en Beethoven
- Haydn, Mozart en Beethoven
Wat zijn de drie vaste onderdelen van de hoofdvorm?
- expositie, doorwerking, reprise
- expositie, doorwerking, coda
- expositie, reprise, coda
Wat is een cadens in een soloconcert?
- de beweging in de muziek
- een harmonische (slot)formule
- een virtuoze improvisatie
Welk instrument werd toegevoegd aan het klassieke symfonieorkest?
- hobo
- piano
- klarinet
Welk instrument uit het barokorkest is niet te vinden in het klassieke orkest?
- hobo
- het clavecimbel
- dwarsfluit
Wie leidt het klassieke orkest?
- de dirigent
- de eerste violist
- de orkestleider
Welke vorm heeft het menuet?
- A-B-A
- A-A-B
- A-B-B
Uit hoeveel delen bestaat een symfonie?
- 4 delen
- 5 delen
- 3 delen
Welke naamsverandering onderging het 3e deel van de symfonie?
- van menuet naar scherzo
- van menuet naar rondo
- van menuet naar reprise
Wat zijn twee typische kenmerken van de hoofdvorm?
- herhaling en motivische opbouw
- herhaling en contrasterende thema's
- contrasterende thema's en tempowisseling
Voor welk deel van de symfonie werd meestal de rondovorm gebruikt?
- Het eerste deel
- Het tweede deel
- Het derde deel
- Het vierde deel
De hoofdvorm opent met de Expositie en sluit af met de Reprise. Wat is een belangrijk verschil tussen de Expositie en de Reprise?
- De Expositie wordt herhaald, de Reprise niet
- In de Expositie wordt gemoduleerd, in de Reprise niet
- De Expositie is opgebouwd uit meerdere thema's, de Reprise niet