|
|
Vormen en genres
| Symfonie: |
Een meestal vierdelig werk voor symfonieorkest. De verschillende delen hebben een duidelijk verschil in tempo en karakter.
Het eerste deel is snel, eventueel na een langzame inleiding. Het tweede deel is rustig of echt langzaam met een wat zangerig karakter. Deze
delen hebben meestal de hoofdvormstructuur. Het derde deel is wat luchtiger en gevat in een eenvoudige driedelige structuur, bijvoorbeeld menuet-trio-menuet. Het vierde deel is snel en
levendig (hoofdvorm of rondovorm). |
| Sonate: |
Een drie- of vierdelig werk voor soloinstrument of kamermuziekensemble. De structuur is in principe hetzelfde als bij de symfonie. |
| Soloconcert: |
Een meestal driedelig werk voor een soloinstrument en orkest. Het muzikale idioom is van de periode en lijkt dus sterk op die van de symfonie.
De cadens in een soloconcert is een passage, waarin de solist een virtuose improvisatie speelt. Na een gegeven formule valt het orkest weer in en wordt het deel
afgesloten. Veel componisten "componeerden" ook deze
cadens. |
| Strijkkwartet: |
Het Strijkkwartet is in feite een sonate voor het strijkkwartet.

|
-
Voor de piano (pianoforte) worden veel werken geschreven, zowel voor piano-solo alleen, voor piano met allerlei
kamermuziekensembles en
voor piano en orkest (pianoconcerten).
-
De ontwikkeling van opera en oratorium gaat verder.
-
Het menuet is een dans, welke in gestileerde vorm in klassieke werken voorkomt, bijvoorbeeld als derde deel van een symfonie. De vorm ervan is
driedelig: menuet-trio-menuet (A B A). Bij Beethoven en latere componisten wordt het menuet vervangen door het scherzo.
-
Door de strenge periodebouw zijn de structuren in de muziek duidelijk, zoals bijvoorbeeld de liedvormen of de rondovorm (ABACA of ABACABA of ABACADA
of ABACADABA enz.).
-
De hoofdvormstructuur is van groot belang: trefwoorden als eerste en tweede thema, overgangs- of verbindingszin, doorwerking (verwerking van allerlei thema's), reprise (herhaling van het begin, maar zonder
modulatie), coda.
|
|