Inleiding Middeleeuwen Renaissance Barok Klassiek Romantiek XXste eeuw  

 
Algemeen
Vormen en genres
Stijlkenmerken
Oefenen
Quiz

 

Vormen en genres

Symfonie: Een meestal vierdelig werk voor symfonieorkest. De verschillende delen hebben een duidelijk verschil in tempo en karakter. Het eerste deel is snel, eventueel na een langzame inleiding. Het tweede deel is rustig of echt langzaam met een wat zangerig karakter. Deze delen hebben meestal de hoofdvormstructuur. Het derde deel is wat luchtiger en gevat in een eenvoudige driedelige structuur, bijvoorbeeld menuet-trio-menuet. Het vierde deel is snel en levendig (hoofdvorm of rondovorm).
Sonate: Een drie- of vierdelig werk voor soloinstrument of kamermuziekensemble. De structuur is in principe hetzelfde als bij de symfonie.
Soloconcert: Een meestal driedelig werk voor een soloinstrument en orkest. Het muzikale idioom is van de periode en lijkt dus sterk op die van de symfonie. De cadens in een soloconcert is een passage, waarin de solist een virtuose improvisatie speelt. Na een gegeven formule valt het orkest weer in en wordt het deel afgesloten. Veel componisten "componeerden" ook deze cadens.
Strijkkwartet: Het Strijkkwartet is in feite een sonate voor het strijkkwartet.

Silhouet van een strijkkwartet van omstreeks 1750. Opvallend is dat alleen de cellist zit.

 
  • Voor de piano (pianoforte) worden veel werken geschreven, zowel voor piano-solo alleen, voor piano met allerlei kamermuziekensembles en voor piano en orkest (pianoconcerten). 

  • De ontwikkeling van opera en oratorium gaat verder. 

  • Het menuet is een dans, welke in gestileerde vorm in klassieke werken voorkomt, bijvoorbeeld als derde deel van een symfonie. De vorm ervan is driedelig: menuet-trio-menuet (A B A). Bij Beethoven en latere componisten wordt het menuet vervangen door het scherzo. 

  • Door de strenge periodebouw zijn de structuren in de muziek duidelijk, zoals bijvoorbeeld de liedvormen of de rondovorm (ABACA of ABACABA of ABACADA of ABACADABA enz.). 

  • De hoofdvormstructuur is van groot belang: trefwoorden als eerste en tweede thema, overgangs- of verbindingszin, doorwerking (verwerking van allerlei thema's), reprise (herhaling van het begin, maar zonder modulatie), coda.