Algemeen
In de eerste eeuwen na Christus
raakte het Romeinse Rijk in verval en in de 5e eeuw stortte het
uiteindelijk ineen. Het Christendom werd de belangrijkste
stabiliserende factor in West-Europa. Daarna bepaalde de christelijke
kerk veel aspecten van het leven. De kerk was een zeer belangrijke
machtsfactor in de politiek en het sociaal-economische systeem.
| Het Christendom
was zeer belangrijk
voor de ontwikkeling van kunst en muziek. De kerk vormde het centrum
van de kunsten.
Met name kloosters zijn centra van kunst en cultuur. In de vele steden
die in de Middeleeuwen ontstaan, zijn universiteiten en de
kathedraalscholen het centrum van onderwijs en wetenschap.
|

|
Er is sprake van een
driestandenmaatschappij: geestelijkheid, adel en burgerij.
Beroepsmusici zijn voornamelijk in dienst van de Kerk. Dit verandert
pas aan het einde van de Middeleeuwen.
Nog steeds zijn romaanse
en gotische
bouwwerken (met name kerken) blijvende herinneringen aan de bouwkunst
van de Middeleeuwen. Bovendien bevatten ze een schat aan beeldhouw- en
schilderkunst. Aanvankelijk functioneerde ook de muziek vooral in de
context van de erediensten in kathedralen, kerken en kloosters.
|