Inleiding Tussen de jaren 0 en 600 zijn vele
verschillende plaatselijke christelijke liturgieën ontstaan, waarvan
we niet veel concreet weten. Wel is zeker dat waar het christendom
verspreid wordt, de plaatselijke muziek ook een rol speelt in de
ontwikkeling van de liturgische muziek. Dat betekent dus grote
verschillen tussen de muziek in gebieden als bijvoorbeeld het huidige
Italië, Frankrijk en aan de andere kant
Libanon en Syrië.
Voor en tijdens de regeringsperiode van
Karel de Grote
is er een grote politieke en economische staat
ontstaan: het Frankische keizerrijk. In de kunst spreken we van de
Karolingische Renaissance. Het in stand houden van een rijk dat
zich van het huidige Noord-Duitsland heeft uitgestrekt tot en met de
Pyreneeën en een deel van Italië in het Zuiden en tot aan de
Russische grens in het Oosten, vraagt om eenheid van bestuur, recht
enz. Maar ook een grote mate van eenheid in religie en eredienst
draagt bij aan orde en rust. Daar is dus voortvarend aan gewerkt.
Gregoriaans Het
christendom is het geloof, dat overal wordt verspreid en de liturgie
is van de Latijnse kerk (Rome). De muziek ervan (de kerkelijke
gezangen) wordt vanaf 850
Gregoriaans genoemd, omdat deze volgens de overlevering onder Paus
Gregorius I (590-604) is geordend en vastgesteld. Ook legt deze
paus het kerkelijk jaar vast en richt een professionele zangschool, de
Schola Cantorum op.
Volgens
een legende uit de negende eeuw was paus Gregorius de Grote
namelijk de schepper van het hele gregoriaanse repertoire. Een
duif zou Gregorius de gezangen in het oor gefluisterd hebben,
waarna de heilige ze zingend dicteerde aan een achter een
scherm gezeten schrijver. Nieuwsgierig geworden door de vele
onderbrekingen in de voordracht van de paus besloot de
schrijver een kijkje aan de andere kant van het scherm te
nemen. Daar zag hij op de schouder van Gregorius de duif zitten
(symbool van de Heilige
Geest)
De oorsprong van het
Gregoriaans ligt in de muziek van de Joodse synagoge. Daarom zijn als
kenmerken uit de Joodse muziek te herkennen:
het responsoriaal gezang (wisselzang tussen voorganger en koor)
de psalmodie ( het reciteren op één toon met een kleine aanhef en
slotcadens)
het melismatisch zingen (meerdere tonen worden gezongen
op één lettergreep).
Diatoniek
(Kerktoonsoorten) en syllabische (één toon per lettergreep) gezangen
wijzen op invloed van de Griekse muziek.
antifonaal
gezang (wisselzang tussen koren) komt uit Syrië.
Het
Gregoriaanse repertoire bestaat uit 3000 overgeleverde melodieën. De
belangrijkste functie van het Gregoriaans was de geloofsgemeenschap in
een stemming van vroomheid te brengen. De muziek stond dus volledig in
dienst van het geloof.
Over
hoe het Gregoriaans ritmisch moet worden uitgevoerd zijn de meningen
verdeeld. Het is voldoende te weten, dat het ritme vrij is,
dus niet gebonden aan vaste maatschema's. Uitvoering van het ritme
wordt bepaald door de voordracht van de tekst.
Het
notenschrift dat in de oudste handschriften voor het Gregoriaans wordt
gebruikt, is het neumenschrift. Dit is het begin van
muzieknotatie in de westerse muziek: de toonhoogte is bij benadering
gegeven als een soort geheugensteun, de ritmische structuur is niet
gegeven.
|voorbeeld
van neumenschrift|
|voorbeeld
van kwadraadnotatie|
Tekens boven de tekst als
geheugensteun bedoeld voor iets dat de zanger al kende(9e
eeuw).
De tekens geven alleen de melodische richting
aan.
Een volgende stap was dat de tekens tussen lijnen geplaatst
werden (vanaf 10e eeuw)
Daarna kregen de tekens een
vaste vorm: de kwadraatnotatie.
De noten werden verdeeld
over 4 lijnen. Hiermee was de melodie heel nauwkeurig vast te
leggen, niet het ritme.
De vorm en de verschillende noten-combinaties gaven wel
lang-kort verhoudingen aan.
Dit is de
notatie die tot op heden in het Gregoriaans wordt gebruikt.
Guido van Arezzo (995-1050), een Italiaanse monnik, heeft een
grote bijdrage
aan de ontwikkeling van het
notenschrift geleverd. Het was zijn idee om de
tekens
(neumen) op parallelle lijnen te zetten, zodat de tekens in
feite voor
noten stonden. Op deze manier kon hij de
koorzangers die hij onder zijn hoede
had nieuwe liederen
laten zingen zonder dat ze deze eerst gehoord hadden
Toen men eenmaal begonnen was
muzieknoten op te schrijven, zodat de gezangen niet langer uit
het hoofd geleerd hoefden te worden, moesten de koorknapen zich
nieuwe vaardigheden eigen maken, zoals die van het lezen van
muziek en het van blad zingen.
Tot de
twaalfde eeuw is het Gregoriaans een muziek in ontwikkeling. Daarna
treedt het verval in door nieuwe ontwikkelingen zoals meerstemmigheid
en de ontwikkeling van muziek met een vaste maatindeling (ritmische
verdelingen in tweeën en drieën).
Wat blijft zijn vele liturgische
teksten waaronder de mis als basis voor nieuwe composities. In de RK
Kerk behoort de mis tot de dagelijkse liturgie.
De mis bestaat uit
:
het
ordinarium, de
zogenaamde vaste gezangen, de tekst van deze gezangen
is iedere dag hetzelfde. Met name van de vaste gezangen van de mis, zoals
Kyrie, Sanctus en Agnus Dei zijn van de Middeleeuwen tot nu vele
meerstemmige zettingen gecomponeerd.
het
proprium, de iedere dag wisselende gezangen
Zoals is gebeurd met meerdere
vormen van oude muziek, wordt ook het Gregoriaans in de negentiende
eeuw 'herontdekt' en zijn alle Gregoriaanse gezangen opnieuw
uitgegeven. Tot op de dag van vandaag wordt bestudeerd hoe het
Gregoriaans (en veel andere “oude” muziek) uitgevoerd moet worden.
In principe wordt het Gregoriaans door mannen gezongen: in de RK Kerk
bekleden vrouwen geen functies. Tot in de zestiger jaren van deze eeuw
is dat zo geweest. Daarna is veel veranderd. Toch waren er sinds de
vroegste Middeleeuwen naast kloosters met monniken ook kloosters
met vrouwen (nonnen). Zij zongen in hun erediensten ook de kerkelijke
gezangen en van een enkele vrouw is bekend dat zij een belangrijke
bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de muziek.
Meer informatie
over Gregoriaans:
www.muzieklokaal.nl Nederlandstalig en goed bruikbaar, veel
geluidsvoorbeelden.
Naast het Gregoriaans ook andere genres.