|
|
Instrumenten en instrumentale muziek
Veel middeleeuwse instrumenten zijn
vanuit Azië in Europa terecht gekomen, via Byzantium maar ook via de
Arabieren in Noord-Afrika en Spanje.
Het is onwaarschijnlijk dat er in de
vroege middeleeuwen instrumentale muziek bestond die niets met zang en
dans te maken had. Middeleeuwse dansen werden niet alleen met zang
maar ook met instrumenten begeleid. Zo is de estampie de oudst
bekende vorm van instrumentale dansmuziek.
De muziek van de Late Middeleeuwen
(14e eeuw) werd zowel vocaal als instrumentaal en vocaal-instrumentaal
uitgevoerd. Componisten schreven geen specifiek instrumentale muziek,
de uitvoerenden bepaalden zelf ( op basis van de aanwezige stemmen en
instrumenten) de manier waarop de muziek werd gerealiseerd.
Gedurende de hele Middeleeuwen waren
instrumenten ondergeschikt aan
het zingen.
geluidsfragment
van blaasinstrumenten
|
De
trap van beneden naar boven:
trommel
met fluit, triangel, zink harp, luit, schalmei en rechtsonder
speelt een man op het portatief

links:
portatief rechts: harp
|
|
instrumenten ga
met je muis over de vetgedrukte instrumenten heen om geluid te horen
Er zijn heel weinig instrumenten bewaard gebleven uit deze
periode, daarom is de meeste kennis over deze instrumenten gebaseerd
op illustraties in manuscripten of beeldhouwwerken in kerken.
De oudste middeleeuwse instrumenten zijn de harp, vedel
en luit. Een ander instrument dat vaak in de middeleeuwen werd
gebruikt is het psalterium (een soort citer).
Onder de blaasinstrumenten vinden wij de zink (een rechte of
gebogen hoorn), de sackbut (de voorloper van de trombone), de schalmei
of pommer (de voorloper van de hobo), de blokfluit en de dwarsfluit
.
Een instrument dat ook veel gebruikt werd, was het kleine, draagbare
orgeltje (het portatief). Dit werd met één hand bespeeld
terwijl de andere hand de blaasbalgen met lucht vulde.
Vanaf de 12e eeuw werden ook
slaginstrumenten gebruikt, voornamelijk om bij zang en dans de
maat aan te geven: trommels,
bekkens en de tamboerijn.
In de volksmuziek werden draailier
en doedelzak veelvuldig bespeeld.
Blokfluit, vedel (voorloper van de viool) en trom worden bespeeld door
minstrelen en jongleurs.
|
|

|
|
De
vrouw op de twee zwanen gezeten bespeeld het hakkebord
(een citer), op de achtergrond zien je de fluit, schalmei,
doedelzak
en een groep zangers. |
Indeling van instrumenten
Tijdens de 14e eeuw bepaalde de luidheid de indeling van de
instrumenten.
De "zachte
instrumenten" waren:
de harp, vedel, de luit, het portatief, de dwarsfluit en de
blokfluit.
Tot de "harde
instrumenten" behoorden onder meer de schalmei, de
zink en de trompetten.
Deze indeling is op de
afbeelding hiernaast goed te zien. Van boven naar beneden:
- vedel, psalterium, luit
- tamboerijn, portatief en
kleppers
- doedelzak,
blaasinstrumenten en trommels
|

|
|
|