|
|
Algemeen
De term "Renaissance" betekent letterlijk
"wedergeboorte". In de 15e en 16e eeuw werd de Oudheid (de
klassieke Griekse en Romeinse wereld) een bron van inspiratie. Veel
wetenschappers, filosofen en kunstenaars beschouwden de Middeleeuwen
als een duistere periode, die overheerst werd door de dwingende macht
van de kerk die elke vernieuwing tegenhield.
Met de herontdekking van het klassieke erfgoed (daar was de mens de
maat van alle dingen) vond inderdaad een soort wedergeboorte
plaats.
Het begrip "Renaissance" staat dan ook voor de herleving van
de menselijke waarden.
Men streefde niet alleen meer naar
zaligheid in het hiernamaals maar ook naar een bevredigend aards
bestaan. Het hebben van en uitdrukking geven aan alle mogelijke
menselijke genoegens werd niet meer bijvoorbaat als een zonde gezien.
Het werk van kunstenaars en schrijvers moest naast Gods goedkeuring
ook begrijpelijk en aangenaam voor de mens zijn.
Onder invloed van humanisme,
ontdekkingsreizen, wetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen
wordt de aandacht voor de mens als individu groter.
Het nieuwe mensbeeld heeft een nieuw type kunstenaar tot gevolg dat
zichzelf als scheppende kracht ziet. |
 |
Tegelijkertijd komt het nieuwe
zelfbewustzijn van de mens tot uitdrukking in de kerkelijke twisten en
de geloofsstrijd, in de reformatie en contrareformatie.
De reformatie (Luther, Calvijn,
protestantisme, reformatorische kerken) is een reactie op de rijkdom
en decadentie in de kerk van Rome. De contrareformatie is een poging van
de Roomse Kerk om weer orde op zaken te stellen.
Muziek
Dat de mens steeds meer centraal staat,
komt o.a. tot uiting in de beeldende kunst en literatuur.
De muziek loopt t.o.v. de andere kunsten een beetje achter, pas vanaf
1450 breekt de Renaissance door in de muziek. De muziek wordt in
vergelijking met de Middeleeuwen vermenselijkt:
|
De relatie tekst-muziek wordt belangrijker. Componisten gingen op zoek
naar nieuwe middelen om de inhoud van de tekst te benadrukken. In
plaats van de grillige melodielijnen van de gotische muziek wordt de eenvoudige door de
menselijke adem bepaalde melodie het ideaal.
De gecompliceerde gotische ritmiek maakt plaats voor een regelmatige
ritmische puls. Het ritmisch verloop wordt bepaald door de natuurlijke
declamatie van de tekst. De expressie van de tekst moet worden
weergegeven.
Voor
het eerst mag muziek beluisterd worden puur om haar esthetische
kwaliteiten.
In de muziek
gaat de de wereldlijke muziek een steeds grotere rol spelen ook krijgt
de
instrumentale muziek voor het eerst zelfstandige betekenis.
|
Als gevolg van de uitvinding van de
muziekdruk (1476) zijn vanaf het begin van de 16e eeuw zeer veel
composities gedrukt.
Italië het centrum van de
kunsten
De rijkdom aan kunst en cultuur is te
vinden aan de hoven in Frankrijk, Engeland en Italië en in
kathedralen, kerken en kloosters. Ook de kerkmuziek levert haar
bijdrage aan deze pracht en praal.
| In de Middeleeuwen lag het centrum
van de culturele ontwikkeling in Frankrijk.
In de Renaissance
verschuift dit. Met name in de 16e eeuw was Italië het centrum
van de kunsten.
De belangrijkste muzikale ontwikkelingen (ook
schilder-en beeldhouwkunst) gebeurden in Italië.
De Franco-Vlaamse
componisten waren veelvuldig in dienst van de Italiaanse vorstenhoven
en het Vaticaan. Daar konden ze de meerstemmigheid ontwikkelen tot
grote hoogten.
De Italiaanse componist Palestrina, beïnvloed door de
Franco-Vlaamse stijl, heeft in zijn missen en motetten deze polyfone
schrijfwijze geperfectioneerd. |

Markies Lodewijk XIII van Gonzaga, beschermer van de kunstenaar,
met echtgenote en bloedverwanten
|
|
Tegelijkertijd ontwikkelde de wereldlijke muziek zich: het motet kreeg
zijn wereldlijke tegenhanger in het Italiaanse madrigaal, en ook de instrumentale
muziek begon steeds meer een zelfstandige rol te spelen. Met name in
Venetië waar al het begin van de Barok te beluisteren viel. |
|