Wereldlijke muziek
Een van de consequenties van het humanistisch
denken was dat men in de 16e eeuw meer belangstelling begon te hechten
aan wereldlijke aangelegendheden.
Door de economische opkomst van de burgerij ontstond een klasse tussen
de adel en de armen. Deze steeds machtiger en rijker wordende
stedelijke middenklasse velangde van de componisten wat meer
"zinneprikkelender" composities. Geld was het probleem niet.
De muziek bleef liturgische doelen
dienen, maar de wereldlijke muziek was sterk in opkomst. Omdat zij in
tegenstelling tot kerkmuziek niet aan gevestigde tradities gebonden
was, leende de wereldlijke muziek zich ook beter voor allerlei
experimenten.
Tot de wereldlijke muziek behoorde de
volksmuziek. Over de volksmuziek zelf is niet zo heel veel bekend
omdat deze niet genoteerd werd. Wel gebruikten componisten melodieën
uit volksliederen in genres die zeer
populair waren in Europa. Elk land had zijn favoriete genres.
In Frankrijk het
chanson, in Engeland de carol, in Duitsland het lied
en in Italië de frottola. Toch horen deze genres niet tot de
volksmuziek. Het was muziek die vooral populair was bij de
hoven.
Een volksmelodie die vele keren in allerlei composities werd verwerkt (o.a.
missen en motteten) was het soldatenlied: L 'homme armee.
Naast deze populaire vaak wat luchtigere genres ontstond meer ernstige
en verheven muziek uitsluitend gericht op de hogere
maatschappelijke klasse. Deze beperkte en bevoorrechte groep kon
het zich veroorloven zich uitgebreid met kunst bezig te zijn.
Deze 'kunstmuziek' (musica reservata) stelde hoge eisen aan beoefenaar
en luisteraar.
| Musica
reservata is muziek gereserveerd voor kenners; de
aristocratie en ontwikkelde burgerlijke stand in de steden,
die toegang tót en interesse vóór deze kunst hadden. |
Het madrigaal
Tot deze kunstmuziek behoorde het madrigaal. Het
madrigaal was de wereldlijke tegenhanger van het motet en is ontstaan
in Italië in de 16e eeuw. Het was muziek voor de aristocraten, vertegenwoordigers
van de hoogste maatschappelijke klasse en muziekkenners.
Het werd het meest bekende en
beoefende genre in die kringen. Door het madrigaal groeide
Italië voor het eerst in haar geschiedenis uit tot het centrum van de
Europese muziek.
In de madrigalen werden niet alleen wereldlijke
teksten gebruikt maar ook levendige ritmen. Madrigalen werden meestal
nieuw gecomponeerd en waren aanvankelijk veelal homofoon.
Madrigalen waren ernstig en verheven van toon en teksten waren in de
begintijd vaak van vooraanstaande dichters (Petrarca). Ook teksten
over liefde en liefdesverdriet (een steeds weer onuitputtelijke bron
van inspiratie door alle eeuwen heen) waren zeer populair.
In de beginperiode waren madrigalen 4-stemmig, later voor vijf en
zelfs zes stemmen. Het woord stemmen
moet letterlijk worden opgevat. Dus elke partij was bedoeld voor één
zanger (net als altijd in de 16e eeuw was het echter mogelijk,
misschien wel gebruikelijk om de partijen te 'dubbelen' met
instrumenten).
Toonschildering/ woordschildering werd steeds meer gebruikt in dit genre.
|
Van toon-/
woordschildering
is sprake als beelden, gevoelens of andersoortige indrukken,
meestal afkomstig uit de buitenmuzikale wereld, in een
muziekstuk worden verwerkt. Dit kunnen vogelgeluiden,
klokkengelui of strijdgewoel zijn.
Ook woorden met een bijzondere betekenis (kus, zuchten, dood,
liefde, verlangen) kregen een bijzondere muzikale uitwerking:
een crescendo of decrescendo op één lettergreep, een
opmerkelijk lang aangehouden noot of een chromatisch dalende
lijn om verdriet aan te geven. |
Claudio Monteverdi
Een belangrijke componist van madrigalen was
Claudio Monteverdi (1576-1643). Bij hem wordt het madrigaal een
proeftuin voor experimenten: veelvuldig gebruik van chromatiek,
expressieve harmonieën en dissonanten, een preciese muzikale
uitbeelding van de tekst.
Monteverdi geeft hier al de aanzet tot de Vroege Barok
In zijn latere madrigalen gebruikt
Monteverdi al een uitgeschreven basso continuo partij (een partij waar
een akkoordbegeleiding staat aangegeven) wat de mogelijkheid biedt om
solo, duo en tuttigedeelten af te wisselen. Deze madrigalen in
dialoogvorm geven al het begin aan van de vroege (Venetiaanse) Opera
waar Monteverdi als eerste componist de belangrijkste exponent van
was.
Engelse madrigaal
De gouden tijd van het wereldlijk lied brak in Engeland later aan
dan op het vasteland van Europa. Het Engelse madrigaal is overwegend
homofoon en heeft de melodie in de bovenstem.
De belangrijkste componist in dit genre was Thomas Morley
(1557-1602).
De vorm is vaak AABB,
verder hebben deze stukken een refrein, vaak op de lettergrepen
'fa-la'.
Dit is goed te horen in het onderstaande voorbeeld.
|