|
Ritme en tempo
De ritmiek van de vroeg-romantische
muziek wijkt niet opvallend af van die van vroegere
stijlen, maar naarmate de eeuw vorderde, werden
de ritmen gevarieerder en onconventioneler.
Nieuwe maatsoorten werden gebruikt en tempowisselingen
traden vaker en abrupter op dan in Klassieke
en barokke werken. Componisten kozen niet zelden
voor extreem langzame of uiterst snelle tempi.
Melodie
De melodievoering in
de Romantiek wordt gekenmerkt door brede melodische
bogen die leiden naar een climax of een rustpunt. Al
dan niet sequensmatige motiefherhalingen, crescendo
en decrescendo, ritenuto en accelerando, fortissimo
tegenover pianissimo spelen daarbij een belangrijke
rol.
Samenklank en harmonie
De grotere expressiviteit
van de muziek in de Romantiek wordt ook bereikt
door de toenemende chromatiek, leidtoonspanningen
en steeds verder gaande modulaties: Door
in een toonladder alle tonen te mogen verhogen
en verlagen ontstaan steeds nieuwe leidtonen
voor nieuwe grondtonen en dan is het of er voortdurend
wordt gemoduleerd. Let in dit verband vooral
op relaties tussen tertsverwante toonsoorten,
b.v. een modulatie van C naar E, van G naar
B, van cis naar a enz.
Dynamiek
De verschillen tussen
luid en zacht werden in de 19e eeuw groter dan
voorheen. Componisten noteerden 'ppp' (zo
zacht mogelijk) en 'fff' (zeer luid) en wisselden
soms plotseling tussen deze uitersten. De partituren
bevatten daarnaast tal van ander dynamische
aanwijzingen zoals crescendo (harder worden),
diminuendo (zachter worden), sforzando (accentuering
van één toon of akkoord).
In tegenstelling tot
de goed voorbereide veranderingen in de muziek
van de Klassieke periode kon de muziek van de
Romantiek van het ene moment op het andere drastisch
veranderen. Romantische muziek is vaak heftig
en dramatisch van aard, omdat de componisten
een steeds wisselende variëteit aan stemmingen
en gemoedstoestanden tot uitdrukking trachtten
te brengen.
klankleur
(kijk bij instrumenten)
vorm
(kijk bij vormen en genres)
|