De muziek in de negentiende
eeuw kent vele vernieuwingen,
maar ook wordt voortgebouwd op
de muzikale vormen en genres
van de Weense
Klassieken. Aan de ene kant zien we een
continue ontwikkeling, die
tot ver in de twintigste eeuw
doorloopt, maar ook is er
sprake van grote
tegenstellingen tussen de 19de
eeuw en de eeuw ervoor en
erna.
Symfonieën, soloconcerten,
sonates, strijkkwartetten en
andere kamermuziekvormen
blijven belangrijk. Deze
traditionele genres bepalen
voor een groot deel de muziek
in de negentiende eeuw. Nieuw is echter de
verschuiving naar
zelfexpressie en uitdrukking
geven aan emotie, waardoor de
strakke vormen en structuren
van het Classicisme worden
verlaten en de werken
omvangrijker worden.
opera
In de romantische opera
bereikt het bel-canto (‘mooi’
zingen met beheersing van
timbre en ademhaling) met
versieringen vooral in de
hoge registers van de stem)
haar hoogtepunt. De operette is een luchtiger,
soms satirische versie van de
opera, waarbij de teksten
tussen de zangnummers
gesproken werden. De melodieën
in de operette liggen wat
gemakkelijker in het
gehoor.
luistervoorbeeld: bel
canto
In de opera werken
verschillende kunsten samen:
litteratuur, muziek, toneel,
dans, architectuur en
schilderkunst, maar muziek en
vooral de zang is in de meeste
opera's het
belangrijkst. In de muziekdrama's van Wagner
wordt meer gestreefd naar een
versmelting van die
kunstvormen: een
‘Gesamtkunstwerk’.
het
lied
Een specifieke negentiende
eeuwse kunstvorm is het lied,
waarbij we een onderscheid
maken tussen coupletlied
(melodie
en begeleiding zijn in ieder
couplet gelijk), gevarieerd coupletlied
( melodie en begeleiding
veranderen in bepaalde
coupletten) en doorgecomponeerd lied
(passend bij de tekst
telkens een nieuwe
melodie/ begeleiding, door
terugkerende motieven zal toch
sprake zijn van een eenheid)
Liederen worden voornamelijk
begeleid door de piano, maar
wanneer een lied door het
symfonieorkest wordt begeleid,
spreken we van orkestlied
Franz Schubert (1797-1828)
schreef meer dan 600 Lieder met veel gevoel
voor evenwicht tussen tekst en muziek. Hij schreef
ook volledig doorgecomponeerde Lieder (b.v.
'Erlkönig'), waarin de muziek voortdurend verandert
om de gemoedsbewegingen in de tekst te verklanken.
Gedurende de gehele 19e eeuw stonden Schuberts
liederen model voor andere liedcomponisten.
luistervoorbeeld: Franz
Schubert, Erlkönig, 1815, Lied
nieuwe
vormen
Nieuw in de Romantiek zijn
kleinere muzikale vormen met
name in de piano- en
kamermuziek. Van dansen
afgeleid zijn de wals, bolero, mazurka, polka,
polonaise.
Titels als étude (oefenstuk), nocturne, elegie(klaagzang), berceuse (wiegelied)
wijzen op een functie, maar geven ook een karakter aan.
Bagatelle, capriccio, Lied ohne Worte zijn
karakterstukken.
Het
symfonisch gedicht (ééndelig) en de programmatische symfonie (meerdelig)
zijn vormen die in het bijzonder passen bij de
romantische gedachtenwereld. Het gaat om instrumentale
muziek met een buitenmuzikale
inhoud, die door een titel of
programma kenbaar wordt
gemaakt. De inhoud bestaat bij voorkeur uit een
opeenvolging van handelingen,
situaties, beelden of gedachten. De componist geeft
daaraan muzikaal vorm en leidt daarmee de aandacht en het
voorstellingsvermogen van de luisteraar in een bepaalde
richting.
|
Componisten
|
Klik op de componist voor meer
informatie en een geluidsvoorbeeld.
|
|
|
|
|
|
Vroege
Romantiek
|
Schubert
|
liederen
en pianomuziek
|
|
|
Weber
|
(sprookjes)opera
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoog
Romantiek
|
Berlioz
|
programmatische
symfonie
|
|
|
Chopin
|
pianomuziek
|
|
|
Liszt
|
pianomuziek,
symfonisch gedicht
|
|
|
Verdi
|
Italiaanse
opera
|
|
|
Wagner
|
muziekdrama
|
|
|
Brahms
|
symfonie,
soloconcert
|
|
|
Grieg
|
Noorwegen
|
|
|
Moessorgski
|
Rusland
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Laat
Romantiek
|
Franck
|
klassieke
vormen
|
|
|
Mahler
|
symfonie/
orkestlied
|
|
|
|
|
|