De fagot is een houten blaasinstrument met een dubbelriet. Dit is een dubbelgebogen stuk riet (vandaar de naam
dubbelriet-instrument) waar de lucht doorheen wordt geblazen. Het fagotriet
wordt rechtstreeks op een gebogen metalen staafje (de "S") geplaatst.
De fagot is de bas van de houtblazerssectie in een orkest.
Om geluid uit het instrument te krijgen, moet je net zoals bij de hobo, lucht door het riet
blazen. Hierdoor breng je het riet in trilling. Zo ontstaat een toon.
Kleppen zorgen ervoor dat de gaten, die in de buis van het instrument zijn geboord, afgesloten kunnen worden. Door het indrukken of loslaten van deze kleppen, kun je op dit instrument verschillende tonen maken.
De naam fagot komt oorspronkelijk uit de Italiaanse taal (fagotto = bundel). Omdat het instrument een lengte heeft van bijna 3 meter, hebben de bouwers het dubbelgevouwen.
Vandaar de naam bundel.
Het enig andere familielid, de contrafagot klinkt een octaaf lager en is hiermee
de laagst klinkende houtblazer. De contrafagot is 5 meter lang, wordt 2x gebogen
en staat op de grond.

Contrafagot
| FAMILIE: | Houten
blaasinstrumenten. De fagot hoort bij de dubbelriet-instrumenten.
| | NAAM BESPELER: | Fagottist(e).
| | TOONOMVANG: | Meer
dan 4 octaven.
| | MATERIAAL: | Hout
| | GROOTTE: | Dubbelgevouwen: 1,3 meter lang.
| | AFKOMST: | De fagot
is een bas-blaasinstrument, dat tijdens de 17e eeuw werd ontwikkeld uit de
curtal ( een dubbelriet, uit één stuk bestaand instrument uit de 16e
eeuw).
In de 19e eeuw werd de fagot verder verbeterd. Actief op dit gebied was
onder meer Charles-Joseph Sax (1791-1865), die rond 1825 overdekte toongaten
invoerde. Een belangrijke rol speelde ook Carl Almenräder (1786-1843). Deze
fagottist, leraar, orkestleider en componist publiceerde in 1825 een
verhandeling waarin hij uiteenzette hoe door wijzigingen aan het
kleppensysteem de intonatie kon worden verbeterd en het spelen in alle
toonsoorten werd vergemakkelijkt. Rond 1831 begon hij een fabriek in
Biebrich, bij Wiesbaden. Hij gaf de fagot 15 kleppen en vergrootte het
bereik tot bijna 4 octaven. Na zijn dood verfijnde zijn compagnon Johann
Heckel (1812-1877) de fagot verder: in1843 kreeg hij 18 kleppen en een
chromatisch bereik van meer dan 4 octaven. Door hun toedoen bereikte het
instrument zijn huidige graad van perfectie.
| | CLASSIFICATIE: | Hij behoort tot de groep aërofonen (dit zijn instrumenten die geluid produceren door een luchtzuil in trilling te brengen).
|
|