|
Er zijn verschillende soorten orkesten:
De ontwikkeling van het orkest
Wil je meer te weten komen
over de veranderende samenstelling van het orkest dan kun je
dat doen op de volgende site:
- De
ontwikkeling van het orkest
Op deze site kun je lezen
hoe de samenstelling van het orkest zich door de eeuwen heeft
ontwikkelt. Besproken worden de instrumentale groepen in de
renaissance, het barok-orkest, het klassieke orkest, het romantische
orkest en het moderne orkest.
Het symfonie-orkest, is het meest bekend van alle Westerse instrumentale
groepen.
De woorden symfonie en orkest zijn afkomstig uit het Grieks.
- Symfonie betekent samenklank ("sym" betekent samen en
"phonè" betekent klank).
- Orkest (orchestra) is de ruimte in het Griekse theater, waar musici (en
dansers) zich bevonden. Later ging de naam op de musicerenden (de muzikanten van het
orkest) zelf over.
Vele grote steden in de wereld bezitten minstens één volledig orkest.
Het grootste Nederlandse symfonie-orkest is het Concertgebouworkest uit Amsterdam.
De leider van het orkest noem je een dirigent. De dirigent slaat niet
alleen de maat, hij moet de repetities en de uitvoeringen leiden en geeft tevens aan
wanneer de verschillende instrumenten moeten invallen. Daarom heeft de dirigent de
volledige compositie, waarin alle partijen genoteerd
staan - de partituur - vóór zich. De orkestleden hebben
alleen hun eigen partij. Je kunt je wel voorstellen dat de
slagwerker die 120 maten rust heeft deze niet allemaal gaat
zitten uittellen, maar op het sein van de dirigent wacht.
Niet altijd speelt het hele orkest. Is dit wèl het geval dan spreekt men van tutti. Juist
het verschil van combinaties van de verschillende instrumentgroepen, geeft zijn charme aan
het symfonie-orkest.

Het symfonie-orkest bestaat uit vier
instrumentgroepen (ook wel "families" genoemd):
De oorsprong van deze 4 instrumentgroepen binnen het
orkest is ontstaan na 1560, tijdens de barok-periode. In deze periode zien we het
regelmatige gebruik van een ensemble (dit is een klein
orkest), dat de kern werd van het moderne orkest.
Dit barok-ensemble bestond uit de moderne strijkersgroep (viool, altviool, cello en
contrabas), fluiten of blokfluiten, hobo's, fagot, trompetten, hoorns en een
klavecimbel.
De klavecimbel-speler was tevens de leider (dirigent) van het ensemble.
Tijdens de overgang naar de klassieke periode omstreeks 1750, werd de strijkersgroep ruim
verdubbeld en het orkest uitgebreid met klarinetten, trombones en slagwerk. Het
klavecimbel verdween en er kwam een dirigent voor in de plaats.
En vanaf ca. 1850 (de romantische periode) werden alle instrumentgroepen uitgebreid met
meer van hetzelfde (de strijkersgroep werd weer ruim verdubbeld). Ook werden er weer
nieuwe instrumenten aan het orkest toegevoegd, zoals de harp.
Bij de hout- en koperblazers kwamen er basinstrumenten bij en vooral het slagwerk werd
fors uitgebreid.
De meest voorkomende instrumenten binnen deze groepen worden hieronder toegelicht. Klik op
de naam van het instrument voor meer informatie.
omhoog
Houtblazers
De eerste houtblazers die in het orkest (tijdens de barokperiode)
verschenen waren de fluiten, de hobo en de fagot.
In de klassieke periode, omstreeks 1750, kwam de klarinet erbij en in de 19e eeuw
(romantische periode), werden de houtblazers weer verder uitgebreid. Deze uitbreiding
bestond uit de toevoeging van een tweetal basinstrumenten. Het waren de basklarinet en de
contrafagot.
De houtblazers zijn van kleppen voorzien. Hiermee kun je de toonhoogte regelen. De hobo,
klarinet en de fagot hebben een riet (enkel-of dubbelriet), die onmisbaar is voor de
klankopwekking van het instrument.
Hieronder kun je een aantal links vinden naar pagina's waar meer te
vinden is over houtblazers (wel allemaal Engelstalig).
omhoog
Koperblazers
Tijdens de barok-periode (ca. 1720), waren er hoorns en trompetten in
het orkest. Dit waren natuurhoorns- en trompetten, instrumenten die nog geen ventielen
hadden om de toonhoogte te regelen. Hierdoor konden ze maar een beperkt aantal tonen
spelen.
Tijdens de overgang naar de klassieke periode (ca. 1750), werden trombones aan het orkest
toegevoegd en pas in de romantische periode (ca. 1850), was de groep koperblazers compleet
met de toevoeging van de tuba.
De hoorn, trompet en tuba zijn van ventielen voorzien, waarmee je de toonhoogte kunt
regelen.
De trombone heeft een schuif waar je de toonhoogte mee regelt (er zijn trouwens ook
ventiel-trombones).
Hieronder kun je een aantal links vinden naar pagina's waar meer te
vinden is over koperblazers (wel allemaal Engelstalig).
omhoog
Slagwerk
De instrumenten van de slagwerk-sectie van het moderne orkest bestaan
uit twee basis-typen. Het eenvoudigste type, waartoe de triangel en het woodblock behoren,
wordt niet gestemd en produceerd een toon van onbepaalde hoogte. Op gestemde instrumenten,
waartoe de xylofoon en de buisklokken worden gerekend, kunnen melodieën worden gespeeld.
De geschiedenis van de orkestslagwerkgroep dateert uit het midden van de 18e eeuw (eind
barok- begin klassieke periode), toen voor het eerst pauken, bekkens en triangel werden
ingevoerd.
In de 19e eeuw ( de romantische periode) begonnen gestemde instrumenten, waaronder
xylofoon en buisklokken, te verschijnen.
Trommen spelen een belangrijke rol in de slagwerk-sectie van het moderne
orkest. De kunst en de literatuur uit de Oudheid tonen aan dat trommen door de voornaamste
beschavingen uit het verleden werden gebruikt.
Ook van grote betekenis in de muziek van het Europa van de middeleeuwen en de renaissance.
Zeer bekend was de kleine trom, die tegenwoordig nog wordt bespeeld. Ook trof men in de
middeleeuwen op vele plaatsen aan, kleine keteltrommen van Arabische oorsprong. Deze
hebben zich ontwikkeld tot de moderne pauken.
omhoog
Strijkinstrumenten
De strijkersgroep heeft van het begin af aan een belangrijke rol
gespeeld in het orkest.
Vanaf de barokperiode (na 1560) tot en met de dag van vandaag, bestaat deze groep uit 4
instrumenten. Alleen het aantal heeft zich behoorlijk uitgebreid.
In de barokperiode bestond de strijkersgroep nog maar uit: 6 violen, 3 altviolen, 2
cello's en 1 contrabas. Het moderne orkest heeft: 30 violen, 12 altviolen, 10 cello's en 8
contrabassen.
Hieronder kun je een aantal links vinden naar pagina's waar meer te
vinden is over strijkinstrumenten (wel allemaal Engelstalig).
omhoog
Het (MIDI) Symfonie-orkest
Hieronder zie je de gebruikelijke plaatsindeling bij een
symfonie-orkest. De instrumenten van de vier "families" worden in groepen
geplaatst.
Deze rangschikking bevordert het mengen van de klankkleuren van
de individuele instrumenten en het samenspel van de musici in hun groepen.
Je kunt dit orkest ook horen. Door op de naam van een instrument te klikken, krijg je een
stukje van hun partij te horen, uit het slot van "de Ouverture 1812" van
de componist Tchaikovsky.
Op de plaats van de dirigent zie je een luidsprekertje. Wanneer je hierop klikt hoor je
het hele orkest.
Hieronder kun je de verschillende instrumentgroepen horen en het hele
orkest, door te klikken op hun naam.
omhoog
Diagnostische toets
Op deze pagina vind je een toets waar je jezelf kunt testen v.w.b. jouw
kennis over het orkest en de daarin voorkomende instrumenten. Klik op diagnostische toets
en test jezelf.
|