| Energie! | >>Energie hoofdpagina |
| Begrippenlijst |
Hoewel
het steeds dezelfde energie is geven we die energie in verschillende situaties
een andere naam. Voor alle energie soorten geldt: je kunt er iets mee
doen.
1) Veerenergie: dit is de energie die voorwerpen hebben die kunnen veren en in gespannen toestand staan.
2) Stralingsenergie: dit is de energie die in straling zit. De meeste straling is trouwens pure energie.
3) Chemische energie: dit is de energie die opgeslagen zit in de moleculen van een stof. Bij chemische reacties (b.v verbrandingsreacties) komt deze energie vrij als warmte en stralingsenergie. Chemische energie zit b.v. in voedsel en brandstoffen.
4) Bewegingsenergie: dit is de energie die voorwerpen hebben die bewegen. Deze energiesoort wordt vaak kinetische energie genoemd.
5) Zwaarteënergie: dit is de energie die voorwerpen hebben die kunnen vallen.Je mag zelf bepalen waar je de zwaarteënergie nul noemt. Meestal is dit op de grond maar het kan bijvoorbeeld ook de bodem van een kuil zijn.
6) Elektrische energie: dit is de energie die voorwerpen hebben die elektrisch geladen zijn en waar dus elektrische spanning op staat. Deze energie zit in spanningsbronnen zoals een batterij en een accu.
7) Kernenergie: dit is de energie die opgeslagen zit in de kernen van atomen. Bij kernreacties komt deze energie vrij als warmte en stralingsenergie.
8) Magnetische energie: dit is de energie die voorwerpen van ijzer, nikkel of kobalt hebben die zich in de buurt van een magneet bevinden. De magnetische energie wordt meer als de voorwerpen verder van de magneet af gaan.
9) Thermische energie: dit is de bewegingsenergie van de moleculen. Deze neemt toe als de temperatuur stijgt.
10)
Vanderwaals energie: dit is de energie die de moleculen krijgen
als ze verder van elkaar af gaan. Deze neemt toe bij smelten en verdampen.
Kwaliteit
De
energiesoorten hebben niet allemaal dezelfde kwaliteit. Met de ene energiesoort
kun je meer verschillende dingen doen dan met een andere.
Energiebronnen
zijn stoffen, voorwerpen of plaatsen waarin
energie bewaard wordt. In voedsel wordt b.v. chemische energie bewaard.
Fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die ontstaan
zijn uit oude planten- en dierenresten (fossielen). Aardolie en aardgas zijn
ontstaan uit kleine zeediertjes, steenkool uit plantenresten. Ook turf hoort
hierbij.
Vermogen, arbeid en rendement
Vermogen
Definitie:
Het vermogen van een apparaat is de energie die dat apparaat per seconde omzet.
Formule:
Vermogen = Energie P
= E
Tijdsduur Δt
Het
symbool van vermogen is P (van Power).
De
eenheid van vermogen is watt afkorting W.
Onthoud:
1 Watt = 1 Joule per seconde
1 W = 1 J/s
1 Joule = 1 Watt maal seconde
1 J = 1 Ws
Het
rendement, ook wel nuttig effect genoemd, geeft
aan hoeveel procent van wat je er in stopt komt er nuttig uit.
Arbeid
Arbeid = Kracht x verplaatsing W = F*Δx
Het symbool van arbeid is W van work.
De eenheid van arbeid is joule net als bij energie.
Onthoud: 1 joule is hetzelfde als 1 Newton maal meter 1 J = 1 Nm
Arbeid en Energie
De
hoeveelheid arbeid die door een kracht verricht wordt is gelijk aan de
hoeveelheid energie die
door die kracht omgezet wordt bij een verplaatsing.