1 |
Lees de tekst hierboven en noem daarna drie verschillen tussen kracht en energie. |
2 |
Bereken met de tabel hoeveel energie iemand binnenkrijgt die een glas melk van 200 g drinkt. (berekening noteren) |
3 |
Bereken met de tabel hoeveel energie iemand binnenkrijgt die 50 gram rijst eet. (berekening noteren) |
4 |
Bereken met de tabel hoeveel energie iemand binnen krijgt die een snee bruinbrood (25 g) met halvarine ( 2 g) en een plak kaas (10 g) eet. (berekening noteren) |
5 |
Bereken met de tabel hoeveel energie iemand binnenkrijgt die 150 g varkensfricandeau eet met 50 g andijvie. (berekening noteren) |
6 |
Waar halen mensen hun energie vandaan? |
7 |
Waar halen machines hun energie vandaan? |
8 |
Leg uit of je energie nodig hebt als je slaapt. |
9 |
Leg uit of een steen die door de lucht vliegt energie heeft. |
10 |
Leg uit of een gespannen elastiek energie heeft. |
11 |
Kun je spierkracht bewaren? |
12 |
Waarvoor wordt verreweg het grootste deel van de verbrandingswarmte uit voedsel in je lichaam voor gebruikt? |
13 |
Peter krijgt met zijn voeding gemiddeld per dag 10000 kJ energie binnen. Leg uit of hij gemiddeld per dag duidelijk meer of duidelijk minder dan 10000 kJ energie kwijtraakt of is het vrijwel gelijk aan 10000 kJ. |
14 |
Iemand eet voor zijn ontbijt: bruin brood (50 g) met halvarine (4 g) en kaas (10 g). Verder drinkt hij een glas melk (200 g). Bereken met de tabel hoeveel energie hij daarmee binnenkrijgt. |
15 |
Bereken de energie die iemand binnenkrijgt met zijn avondeten: rijst (60 g), runderschenkel (120 g), bloemkool (80 g), yoghurt (200 g), honing (10 g). |