Energie


Wat is energie? Energie hoofdpagina
Eerst maar eens de definitie:
Definitie: "energie is wat een levend wezen of machine nodig heeft om iets te kunnen doen."
Het woord "kunnen" is onderstreept omdat je er niet perse iets mee hoeft te doen! Bijvoorbeeld kun je energie bewaren in voedsel. Je hoeft het niet meteen op te eten...

Energie is wat je nodig hebt om iets te kunnen doen.
Je kunt er b.v. een kracht mee uitoefenen. Zonder energie kun je geen kracht uitoefenen. Dat wil echter niet zeggen dat je die energie altijd hoeft te gebruiken. Het voordeel van energie is dat je het kunt bewaren b.v. in voedsel, olie of een batterij.

Wanneer je de energie gebruikt hebt, is deze niet weg. Hij gaat alleen in een andere toestand over.
Wanneer een auto rijdt met de energie uit de benzine wordt deze energie omgezet in warmte. Hij gaat de lucht in maar is niet echt weg. De elektrische energie die een lamp uit het stopcontact haalt, verdwijnt niet maar wordt omgezet in licht (stralingsenergie) en warmte.
Energie blijft dus altijd bestaan!
Krachten
Bij het uitoefenen van krachten ligt dat anders: op het moment dat je geen kracht meer uitoefent is de kracht ook echt weg. Dat komt omdat je voor een kracht twee voorwerpen nodig hebt, namelijk het voorwerp wat de kracht uitoefent en het voorwerp waar de kracht op uitgeoefend wordt. Je duwt tegen de muur maar als die muur er niet is kan er ook geen kracht op worden uitgeoefend. Een magneet kan alleen maar een kracht uitoefenen als er een stuk ijzer of nikkel in de buurt is.

Energie uit voedsel Om gevoel te krijgen wat energie is, kun je je afvragen hoeveel je zelf eigenlijk gebruikt! We gaan kijken naar hoeveel energie je per dag via je voeding binnen krijgt.
Daarvoor moet je natuurlijk weten hoeveel je gegeten hebt. Je moet ook weten hoeveel energie er uit die voedingsmiddelen te halen is. Dat staat in tabellen. Bij veel levensmid­delen staat het ook op de verpakking.

Op de verpakkingen en de tabellen staat de verbrandingswarmte per 100 g van het eetbare gedeelte van een voedingsmiddel.

De hoeveelheid energie drukt men uit in joule (spreek uit dzjoel) of in kilojoule; afgekort J en kJ.
Net als bij meter en kilometer geldt 1 kJ = 1000 J.
Een voorbeeldje: 1 joule is de energie die je binnenkrijgt als je 1 korreltje suiker opeet.

Het voorlichtingsbureau voor de voeding adviseert: voor meisjes van 13 tot 15 jaar 9600 kJ per dag en voor even oude jongens 12600 kJ.
Controleren of je het weet?
Maak dan de opdracht!

ENERGIE UIT VOEDINGSMIDDELEN (zie ook BINAS tabel 74)

voedingsmiddel

energie in kJ per 100 gram eetbaar gedeelte

voedingsmiddel

energie in kJ per 100 gram eetbaar gedeelte

aardappels, gekookt

325

margarine

3009

andijvie, gekookt

42

melk (vol)

263

appels

211

melkchocolade

2245

bananen

375

pinda’s

2609

bloemkool

60

roomijs

761

brood (bruin)

1048

runderschenkel

822

brood (wit)

1101

rijst, wit, gekookt

623

bruine bonen

458

sla

29

eieren (van kip)

615

slagroom

1388

frites, gefrituurd

1297

tomaten, rauw

48

halvarine

1500

toost

1627

honing

1364

varkensfricandeau

636

kaas (goudse 48+)

1558

vis, kabeljauw

445

kipfilet

667

yoghurt, vol

243

  Voorbeeldopgave: 20 g eieren + 120 g bloemkool geeft:

eieren

0,2 x 615

123 kJ

bloemkool

1,2 x 60

  72 kJ

totaal

 

195 kJ

 

Vragen:

1

Lees de tekst hierboven en noem daarna drie verschillen tussen kracht en energie.

2

Bereken met de tabel hoeveel energie iemand binnenkrijgt die een glas melk van 200 g drinkt. (berekening noteren)

3

Bereken met de tabel hoeveel energie iemand binnenkrijgt die 50 gram rijst eet. (berekening noteren)

4

Bereken met de tabel hoeveel energie iemand binnen krijgt die een snee bruinbrood (25 g) met halvarine ( 2 g) en een plak kaas (10 g) eet. (berekening noteren)

5

Bereken met de tabel hoeveel energie iemand binnenkrijgt die 150 g varkensfricandeau eet met 50 g andijvie. (berekening noteren)

6

Waar halen mensen hun energie vandaan?

7

Waar halen machines hun energie vandaan?

8

Leg uit of je energie nodig hebt als je slaapt.

9

Leg uit of een steen die door de lucht vliegt energie heeft.

10

Leg uit of een gespannen elastiek energie heeft.

11

Kun je spierkracht bewaren?

12

Waarvoor wordt verreweg het grootste deel van de verbrandingswarmte uit voedsel in je lichaam voor gebruikt?

13

Peter krijgt met zijn voeding gemiddeld per dag 10000 kJ energie binnen. Leg uit of hij gemiddeld per dag duidelijk meer of duidelijk min­der dan 10000 kJ energie kwijtraakt of is het vrijwel gelijk aan 10000 kJ.

14

Iemand eet voor zijn ontbijt: bruin brood (50 g) met halvarine (4 g) en kaas (10 g). Verder drinkt hij een glas melk (200 g). Bereken met de tabel hoeveel energie hij daarmee binnenkrijgt.

15

Bereken de energie die iemand binnenkrijgt met zijn avondeten: rijst (60 g), runderschenkel (120 g), bloemkool (80 g), yoghurt (200 g), honing (10 g).