Licht
Klik op een nummer in de puzzel om een vraag te krijgen. Typ je antwoord in het witte vakje en klik op 'Enter'. Klik op 'Extra letter' om een extra letter erbij te krijgen als je het antwoord niet weet. Kiik op 'Controleren' om je antwoorden te controleren.
Controleren
Horizontaal:
1. Als je in een spiegel kijkt, lijkt je linkeroor ... te zitten. 3. Als je eerst dichtbij iets bekijkt en daarna iets dat ver weg is, wordt je ooglens ... 5. Iemand die ...ziend is, heeft een bril nodig met negatieve lenzen. 6. De beeldafstand bij een filmprojector is de afstand tussen de ... en het scherm. 7. Als je te lang in de felle zon kijkt, kunnen cellen van het ... in je oog verbranden. 9. Als de vergroting ... is dan 1, is het beeld verkleind. 11. Iemand die ... is, ziet voorwerpen veraf goed. 13. Bij een ... lichtbundel lopen de lichtstralen naar elkaar toe. 15. Lichtstralen breken niet als ze ... in het water vallen. 16. Als licht op een ... oppervlak valt, breken de lichtstralen.
Verticaal:
2. Met een ... kun je voorwerpen zien die niet in je gezichtsveld staan. 4. Kunstmatige lichtbronnen zijn door ... gemaakt. 5. Een vergrootglas heeft een positieve ... lens. 8. Als een foto overbelicht is, zal de ... te lang geweest zijn. 10. Het platter of boller worden van de lens noem je ... 12. Met het ... van een fototoestel regel je hoeveel licht er in de camera komt. 14. In het donker zijn je pupillen ... dan in het licht. 17. Een ... lens is in het midden dunner dan aan de rand.