‘DIE JEUGD VAN TEGENWOORDIG’,

een kennismaking met diverse aspecten van mondelinge taalvaardigheid in havo 4 en vwo 4.

 

Een workshop van Vital Meij tijdens de HSN in Gent op 15 en 16 november 2002

(voor reacties en vragen: v.meij@12move.nl )

 

ONTSTAAN

ONTWIKKELING

DE HUIDIGE AANPAK

ONZE WERKWIJZE

EVALUATIE EN BEOORDELING

STUDIELAST e.d.

WAAROM AL DIE MOEITE?

BIJLAGEN

 

ONTSTAAN

 

Om leerlingen op een speelse maar doeltreffende manier te laten proeven van diverse kanten van mondelinge taalvaardigheid, hebben wij op het Eldecollege in Schijndel zo’n 10 jaar geleden besloten om een groot project op te zetten met bovenstaande naam. In de oorspronkelijke opzet lazen, interviewden en enquêteerden de leerlingen in groepen enkele weken over een min of meer zelf gekozen onderwerp dat onder te brengen viel onder het overkoepelend thema ‘die jeugd van tegenwoordig’.

Zij bedachten een casus waarin hun onderwerp persoonlijk gemaakt werd en speelden in hun eigen groep een (zelfbedacht) conflict na, zodat aan den lijve ondervonden werd wat er zoal speelt rondom hun problematiek. Nadat alle gegevens uit de literatuur (d.m.v. samenvattingen), de enquetes en de interviews verwerkt waren, trokken zij conclusies. Vervolgens werd  hen opgedragen een stelling te bedenken waarover gediscussieerd kon worden.

In een grote forumdiscussie met alle leerlingen van havo 4 en vwo 4 en een forum van door ons uitgenodigde ‘deskundigen’ kwamen willekeurige stellingen aan de orde. Alle leerlingen kregen de opdracht van een van de discussies een verslag te maken en als hun stelling toevallig uit de hoge hoed kwam, lichtten zij deze toe en verdedigden zij hun standpunt.

Alles wat hierboven genoemd is, werd verzameld in een groepsmap, die na het slotdebat moest worden ingeleverd. Voor hun deelname en de map kregen zij een groepscijfer.

 

 

ONTWIKKELING

 

Dat voorgaande werkwijze veel haken en ogen had, spreekt voor zich. Ik noem er enkele:

-         het forum kon lang niet altijd goed bemand worden en bleef heel plaatselijk bepaald

-         datzelfde forum had meestal de grootste inbreng: men discussieerde met elkaar ( en er werd vooral geluisterd door de leerlingen)

-         veel leerlingen kwamen eigenlijk (mondeling)  nauwelijks aan bod  (tot hun grote opluchting vaak)

-         de organisatie kostte ons, docenten, enorm veel tijd en energie

-         bovendien bleek het in onze schoolorganisatie steeds moeilijker om het rooster te doorbreken en de aula een halve dag te bezetten.

Dit deed mij enkele jaren geleden besluiten tot een nieuwe opzet.

We wilden dus af van een forumdiscussie met 200 tot 250 leerlingen en we wilden graag iets meer sturing kunnen geven aan de thema’s. We vonden het ook van groot belang dat leerlingen niet weer een dikke map moesten produceren met samenvattingen en bronnen (eindelijk eens niet per se lappen tekst lezen en die dan weer samenvatten) .

Maar vooral moesten we zorgen voor een opzet waarin leerlingen zelf mondeling taalvaardiger werden en hun schroom overwonnen. Bovendien konden we vast en zeker zorgen voor een breder spectrum van spreek-/luisteropdrachten.

 

 

DE HUIDIGE AANPAK

 

Eerste stap was toen om vooraf te komen tot een vijftal overkoepelende thema’s, zodat er in elke klas mee gewerkt kon worden in groepen van minstens 5 en maximaal 7.

Die thema’s zijn nu:

-         jongeren en / in de media

-         jongeren en (hun) gezondheid

-         jongeren en geweld, de slachtoffers en de daders

-         jongenen en relaties, zowel binnen het gezin als onderling

-         jongeren en uiterlijk, lichaam en kleding

 

Qua mondelinge vaardigheidsvormen zitten in deze aanpak het klassen- (en het groeps)gesprek, een rollenspel, de vergadering, (het principe van) de vissenkom, het interview, de enquête en (leiding geven aan) het debat.

 

 

ONZE WERKWIJZE

 

We beginnen met een rollenspel, waarin leerlingen een rol opgelegd krijgen en deze moeten blijven spelen in een discussie rondom een voorgelegd probleem. In de bijlagen vindt u drie willekeurige rollen.

Dit rollenspel wordt geëvalueerd op o.a. verbale vaardigheid, lichaamstaal, verloop van de discussie, de rol van de voorzitter en het belang van samenwerking om tot een tijdige oplossing te komen.

 

Dan vormen leerlingen groepen van maximaal 7 waarbij ze moeten letten op een mix van praters en luisteraars, en geslacht. In hun studiewijzer staat een (gering) aantal opdrachten uit de methode Ned.werk@ van Meulenhoff (die wij vooral als naslagwerk gebruiken). Die maken zij als groep waardoor ze de theorie doorwerken. Ze krijgen ook het advies om zelf eens te onderzoeken wat er over bijvoorbeeld lichaamstaal zoal te vinden is op internet. 

 

De docent maakt nu de thema’s bekend en de groepen krijgen de opdracht om te vergaderen over hun themavoorkeur (+ een tweede keuze). Deze voorkeur moet een vertegenwoordiger van de groep met assistent*  verdedigen in een vissenkomvergadering. Alle anderen observeren deze discussie zonder voorzitter en maken verslag.  

 

Nu de thema’s verdeeld zijn, stelt de groep vast waaraan een goed interview en enquête moeten voldoen en wie ieder van hen zal interviewen. De diversiteit van de geïnterviewden is daarbij zeer belangrijk. De enquête onder 100 jongeren doen zij samen. Ze maken en beoordelen samen de vragen die ze stellen. Vervolgens nemen ze de interviews af en houden de enquête vóór een afgesproken datum. Het staat hun uiteraard vrij om aanvullende informatie te verzamelen over het thema. Vooral cijfermateriaal kan van nut blijken in de debatten.

 

Als de enquêteresultaten berekend zijn en de interviews uitgewerkt in verslagen is het tijd voor het bedenken van een geschikte stelling over hun onderwerp. Dit geschiedt d.m.v. een mindmap. Daarnaast kiest de groep een debatleider + een assistent * .

Alle leerlingen krijgen dan van elke groep de debatstelling en bereiden zich individueel voor op elk debat. Bij elk klassendebat levert dus een groep de voorzitter met assistent en een jury. Na elk debat wijst de jury een winnaar aan en vervolgens maakt ieder jurylid een verslag.

 

Tot slot organiseren de docenten vijf grote slotdebatten waarbij uit elke klas de groepen met hetzelfde thema  worden samengevoegd. In vijf lokalen debatteren zij een half uur over een stelling van een door ons uitgenodigde deskundige (vgl het jongerenlagerhuis). Zij zijn daar dus met ‘deskundigen’ onder elkaar en komen ruim aan het woord.

 

 

 

EVALUATIE EN BEOORDELING

 

De les hierna volgt een groepsevaluatie, waarbij de leden elkaar tot slot ook een cijfer geven voor de inbreng die ze hebben gehad en de geleverde bijdrage. Een individuele sterkte-/ zwakte-analyse rondt de zaak af.  Al het materiaal wordt verzameld in een map die door de docent afgetekend wordt, als hij tenminste naar behoren is.

Het cijfer dat de leerlingen krijgen, ontstaat uit het groepscijfer (1x) en een docentcijfer voor hun debatkunsten (2x). Wij laten dat twee maal meetellen, gezien de eraan bestede tijd en het belang dat we eraan hechten.

 

 

STUDIELAST e.d.

 

Dit project neemt veel tijd. Wij besteden er ongeveer 16 lesuren van 50 minuten aan ( in het VWO nog minder ) en daarnaast verlangen wij van de leerlingen een investering van minimaal 7 klokuren thuis of op school. De thematische slotdebatten worden georganiseerd tijdens een toetsweek, nemen ieder een lesuur in beslag en vereisen de aanwezigheid van liefst twee docenten Nederlands per debat. Daarnaast is het aan te raden om op tijd deskundigen te strikken die tijd vrij willen maken om aanwezig te zijn én zich voor te bereiden.

 

 

WAAROM AL DIE MOEITE?

 

      Op deze manier zijn leerlingen vooral al doende aan het leren en dat motiveert.

      Wij kunnen zo een grote diversiteit aan opdrachten bieden en ook dat zorgt voor een grote motivatie bij de leerlingen

      Het geheel van dit project is meer dan de som der delen, ook al omdat we er langere tijd bij stilstaan, zodat het meer beklijft.

      Ze hoeven eindelijk eens een keer niet per se te lezen en teksten samen te vatten, vrijwel alles is gericht op verbetering van hun mondelinge vaardigheid.

      Iedere leerling vindt wel iets van zijn gading in de diverse thema’s en opdrachten, zodat ook persoonlijke kwaliteiten of interesses er toe doen.

      Leerlingen doen in relatief korte tijd een schat aan ervaring op.

      In en met een groep mogen werken, vergaderen en discussieren  is bij mondelinge taalvaardigheid minder bedreigend dan alleen voor een hele klas komen te staan.

      Volgens ons levert deze aanpak verantwoorde(r) cijfers op

 

Tenslotte geef ik u en uw sectie hieronder nog enkele punten ter overweging,  alvorens u dit bijzondere project bij u op school op voortvarende wijze gaat opstarten.

*     Willen wij een zo veelomvattend project wel samen uitvoeren?

            Ben ik bereid om zoveel, zelfs vrijwel alles, aan de leerlingen over te laten?

            Kunnen onze leerlingen dit wel aan?

            (Hoe) past dit in ons programma en in onze school, qua tijd, ruimte en mentaliteit?

            Kunnen wij zelf omgaan met deze afwijkende taak tijdens (en buiten) de lessen?

 

Alleen deze vragen leveren al genoeg stof tot discussie op voor een pittige sectievergadering. Hopelijk verhinderen zij u echter niet om even enthousiast te worden als wij en onze leerlingen ( al jaren ) zijn.   

 

 

BIJLAGEN

 

Bijlage 1.  het simulatiespel (enkele rollen)

 

 

Rol 1

JIJ bent VOORZITTER van de leerlingenraad. Alles wat hieronder staat moet je aan de leerlingenraad vertellen en je moet zorgen voor een beslissing over deze kwestie binnen vijftien minuten.  Je leidt de vergadering die gaat over het volgende onderwerp:

 

In jullie school moeten alle jongens in een grote ruimte samen douchen en alle meisjes in een andere grote ruimte. Een vijftal leerlingen heeft dat geweigerd: twee jongens, drie meisjes. Zij willen in afgesloten hokjes kunnen douchen.

Zij worden door de gymleraar na herhaald waarschuwen zwaar gestraft. Ze weigeren deze straf te accepteren en het loopt zo hoog op dat zij officieel een klacht indienen bij de directie.

De directie luistert naar hun verhaal, maar besluit achter de gymleraren te blijven staan en bevestigt de straf. De vijf leerlingen worden een dag geschorst en hun ouders worden uitgenodigd voor een gesprek op school.

Nu ligt deze kwestie bij jullie op tafel, want de vijf leerlingen accepteren de straf nog steeds niet en roepen jullie hulp in.

 

De leerlingenraad weet nog van niks, dus je moet eerst alles vertellen wat je van deze zaak weet en vervolgens gaan jullie erover vergaderen onder jouw leiding. Er moet een beslissing genomen worden binnen vijftien minuten. Succes!

 

Rol 2

Jij bent de assistent.van de voorzitter De rol van de assistent is vooral het bewaken van de tijd, het voeden van de voorzitter met nieuwe punten en het aan bod laten komen van iedere deelnemer.

 

Rol 5

 

Jij bent DE LOLBROEK:

Vergaderen is onzin. Je komt om gezellig te kletsen en om grappen te maken. Serieus met jou spreken is vrijwel onmogelijk. Je verstoort de vergadering met melige grappen en gekke bekken. Als het erop aankomt ben je niet goed op de hoogte.

 

Rol 6

 

Jij bent DE NEUTRO:

Je hebt nooit een mening. Je durft je niet echt voor of tegen iets uit te spreken. Dat komt omdat je niet wil opvallen, aandacht doet je blozen. Je bent heel verlegen en spreekt dan ook niet of zachtjes, de voorzitter moet om je mening vragen en dan houd je je op de vlakte.

 

 

Bijlage 2.  de groepsevaluatie

 

 

GROEPSEVALUATIE

‘DIE JEUGD VAN TEGENWOORDIG’     havo 4 en vwo 4  2002

NAMEN: _______________________________________________

 

Bespreek in je groep hoe het hele project is verlopen, vanaf de groepsvorming tot en met het einddebat. Daarbij besteed je, in goed overleg, aandacht aan de volgende punten:

 

A.       Hebben de groepsleden zich aan hun afspraken gehouden? Leg uit en geef voorbeelden.

 

B.       Werd er naar elkaar geluisterd en was er waardering voor ieders inbreng? Licht toe

 

C.       Hoe verliepen de discussies, was er steeds dezelfde voorzitter/ gespreksleider of steeds een andere of helemaal geen leiding? Bleven jullie goed bij het onderwerp?

 

D.       Waarover zijn jullie als groep ontevreden en waarover tevreden? Licht elk punt toe.

 

E.       Heeft ieder groepslid een even grote bijdrage geleverd ?

Licht toe.

 

F.        Wat moet een volgende keer anders in de studiewijzer, in onze lesaanpak? En in jullie werkwijze?

 

G.       Maak individueel een beargumenteerde rangschikking van goed – beter - best voor je eigen groepsleden, geef ze een cijfer. De docent haalt die apart op.

               Daarbij laat je jezelf natuurlijk buiten beschouwing.

 

WERK A t/m F  UIT EN VOEG DEZE EVALUATIE TOE AAN JULLIE GROEPSMAP

 

 

 

 

Bijlage 3.  de sterkte- / zwakte-analyse

 

 

STERKTE – ZWAKTEANALYSE voor ieder individueel groepslid

 

1.          Was je tevreden over je groep? Wat wel, wat niet

2.         Was je tevreden over jezelf? Wat wel, wat niet

3.         Was je blij met jullie thema? Bespreek

4.         Heb je genoeg bijgedragen of kon het beter?

5.         Durfde je te zeggen wat je vond? Waarom wel/niet

6.         Kreeg je de kans om te zeggen wat je vond? Werd er naar  je geluisterd?

7.         Luisterde je zelf naar de anderen? Wat heeft dat opgeleverd?

8.        Wat vond jij het moeilijkst tijdens dit project?

9.        Waar ligt dat volgens jou aan?

10.      Waar bleek je sterk in te zijn? Wist je dat van jezelf vooraf al?

11.       Discussieer je graag en vaak of juist niet? Waarom?

12.      Vond je de debatten bij jou passen? Welke wel/niet en waarom ?

13.     Wat vind je het fijnst: luisteren of spreken? Waarom?

14.     Let je op het gedrag/ lichaamstaal van anderen tijdens discussies of debatten? Geef storende of juist positieve voorbeelden en leg die uit.

15.     Let je op je eigen lichaamstaal, wat doe jij bijv. vaak ? Stoort je dat?

16.     Waar heb je een hekel aan in een discussie? Leg uit

17.     Wanneer haak je af in discussies/ debatten? Waarom?

18.     Welk cijfer zou je jezelf geven voor je totale bijdrage aan dit project?